Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 84 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties x
Artikel

Access_open Derdeninterventie bij collectieve arbeidsconflicten na de Wnra

Het ‘vergeten’ derde lid van artikel 6 ESH

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Normalisering, Derdeninterventie, Bemiddeling, Arbitrage, Cao-conflicten
Auteurs Mr. N. Hummel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari 2020 hebben de meeste overheidssectoren de overstap gemaakt naar het cao-stelsel. De Ambtenarenwet 2017 bevat geen wettelijke grondslag meer voor een regeling ter beslechting van collectieve arbeidsconflicten. In de ambtelijke cao’s keert de (Lokale) Advies- en Arbitragecommissie (AAC) terug in de vorm van een derdeninterventieclausule. In deze bijdrage wordt ingegaan op de rol van de AAC voor en na 1 januari 2020, mede in het licht van de wijze waarop derdeninterventie bij cao-conflicten gestalte heeft gekregen in de marktsector. Ook wordt de vraag gesteld of de wijze waarop een voorziening ter beslechting van collectieve arbeidsgeschillen is verwezenlijkt, invloed heeft op het collectief actierecht. Daarbij spreekt de auteur een sterke voorkeur uit voor (her)invoering van een wettelijke grondslag voor een geschillenregeling voor sectoren die essentiële diensten leveren, zowel in de publieke als in de private sector.


Mr. N. Hummel
Mr. N. (Nataschja) Hummel is als docent verbonden aan de Universiteit Utrecht en doet promotieonderzoek naar de bijzondere rechtspositie van de militair.
Annotatie

Gedeeltelijke beëindiging en het toetsingsmoment in ontslagzaken

HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:283 (werkneemster/Schoonmaakbedrijf Victoria B.V.) en ECLI:NL:HR:2020:284 (werknemer/werkgever)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Gedeeltelijke ontbinding, Ex tunc, Ex nunc, Vermindering arbeidsduur, Wijziging arbeidsvoorwaarden
Auteurs Mr. dr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 februari 2020 wees de Hoge Raad een tweetal beschikkingen waarin de vraag naar de mogelijkheid van gedeeltelijke ontbinding en het toetsingsmoment van ontbindingsbeschikkingen in hoger beroep centraal stond. Op beide punten was nadere richting gewenst. De Kolom-beschikking kon vermoeden dat een belangrijke stap gezet was richting de mogelijkheid van een gedeeltelijke ontbinding. Niets blijkt minder waar, getuige het oordeel in de Victoria-beschikking, of toch…? Ook de vraag naar het toetsingsmoment van ontslagzaken in hoger beroep heeft de gemoederen beziggehouden. De Hoge Raad komt niet tot een uniform antwoord. Gaat het om een afgewezen ontbindingsbeschikking, dan is de toetsing in hoger beroep ex nunc; gaat het om een toegewezen ontbindingsbeschikking, dan is de toetsing ex tunc. Deze bijdrage onderwerpt de twee beschikkingen aan een nadere analyse.


Mr. dr. D.M.A. Bij de Vaate
Mr. dr. D.M.A. (Vivian) Bij de Vaate is universitair docent bij de Vrije Universiteit Amsterdam.
Discussie

Commissie Regulering van Werk (commissie-Borstlap): iemand moet hardop zeggen wat we niet willen horen (maar stiekem allang wisten)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Arbeidsmarkt, Commissie-Borstlap, Zelfstandigen, Arbeidsverhoudingen, Fiscaliteit en sociale zekerheid
Auteurs Prof. mr. A.R. Houweling
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het rapport van de Commissie Regulering van Werk (commissie Borstlap) geanalyseerd. De inhoud van het rapport wordt besproken en voorzien van kritiek. Tevens worden op onderdelen voorstellen gedaan voor nadere uitwerking en/of verbetering. De algemene indruk is dat het rapport van waarde is. Het brengt een integrale benadering van de arbeidsmarkt mooi in kaart en reikt denkrichtingen aan waarlangs toekomstig beleid kan worden vormgegeven. Kritiek is er ook. Denkrichtingen zijn niet allemaal op eenzelfde wijze uitgewerkt en op onderdelen blijft de zoektocht naar de mate van insluiting en uitsluiting van bescherming ambigu. De auteur doet aan het slot een aantal voorstellen voor een (nog beter) spoorboekje naar modernisering van het arbeidsrecht.


Prof. mr. A.R. Houweling
Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Verbetert het cabinekampeerverbod de verblijfsomstandigheden van internationale vrachtwagenchauffeurs tijdens hun rust van 45 uur?

Over de implicaties van de beslissing van het HvJ EU in Vaditrans

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Transportsector, Intra EU-arbeidsmigranten, Internationale vrachtwagenchauffeurs (interviews), Cabinekampeerverbod, Vaditrans (HvJ EU, C-102/16)
Auteurs A.M.H. van der Hoeven LLM, MSc en Prof. dr. M.J. van Meeteren
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2017 bepaalde het HvJ EU dat de vrachtwagencabine geen geschikte plek is voor vrachtwagenchauffeurs om hun normale wekelijkse rust door te brengen. Sindsdien geldt in de hele EU het zogenoemde cabinekampeerverbod. Op basis van kwalitatief empirisch onderzoek onder internationale vrachtwagenchauffeurs wordt in dit artikel onderzocht in hoeverre het HvJ EU met deze uitspraak de verblijfsomstandigheden van (internationale) vrachtwagenchauffeurs tijdens hun normale wekelijkse rust daadwerkelijk heeft verbeterd. De resultaten laten zien dat een aanzienlijk deel van de geïnterviewde chauffeurs met het verbod geen verbetering van deze verblijfsomstandigheden ervaart. Het totaalverbod doet geen recht aan de diversiteit aan wensen van chauffeurs. Bovendien wordt aan de praktische randvoorwaarden zoals beschikbaarheid van beveiligde parkeerplaatsen nabij betaalbare hotels momenteel niet voldaan. Gelet op dit alles ligt het niet in de rede dat het verbod op korte termijn tot een verbeterd verblijf tijdens de 45 uur rust zal leiden.


A.M.H. van der Hoeven LLM, MSc
A.M.H. van der Hoeven LLM, MSc is promovenda aan de afdelingen Arbeidsrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. M.J. van Meeteren
Prof. dr. M.J. van Meeteren is hoogleraar Criminologie aan de Radboud Universiteit en universitair hoofddocent Criminologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open De vrijheden van vestiging en ondernemerschap en de preventieve toetsing van de a-grond door het UWV: is de toetsing in overeenstemming met AGET Iraklis?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Preventieve toetsing van ontslagen op de a-grond door het UWV, Vrijheid van vestiging, Vrijheid van ondernemerschap
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage onderzoekt de vraag of ons Nederlandse systeem van de preventieve toetsing door het UWV van ontslagen die het gevolg zijn van bedrijfseconomische omstandigheden als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub a BW (de a-grond) in overeenstemming is met het Unierecht. Een nauwgezette analyse van de rechtspraak van het HvJ EU, waaronder in het bijzonder het AGET Iraklis-arrest uit 2016, wijst uit dat de aanwijzingen die het HvJ geeft omtrent de uitlegging van het Unierecht, in het bijzonder ten aanzien van de toepassing van de vrijheid van vestiging in samenhang met de vrijheid van ondernemerschap, repercussies hebben voor het Nederlandse systeem van de preventieve toetsing van ontslagen op de a-grond. De conclusie luidt dat de toetsing door het UWV van het besluit van de ondernemer dat de arbeidsplaats van een werknemer is vervallen door beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of structureel vervalt door maatregelen die om bedrijfseconomische redenen noodzakelijk zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering, strijdig is met het Unierecht en daarom achterwege moet blijven. De oorzaak ligt bij het ontbreken van concrete, objectieve en controleerbare uitvoeringsbepalingen. De toetsing van de vervolgvraag betreffende de ontslagvolgorde lijkt wel te voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de rechtspraak van het HvJ EU.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit.
Annotatie

Ontslag en wijziging van arbeidsvoorwaarden na overgang: ‘no hay mayor dificultad que la poca voluntad’

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Overgang van onderneming, Ontslagbescherming, Eto-redenen, Wijziging arbeidsvoorwaarden, Harmonisatie van arbeidsvoorwaarden
Auteurs Mr. dr. R.M. Beltzer en Mr. B.C.L. Kanen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs betogen in deze annotatie dat het Europese Hof van Justitie zijn rechtspraak ten aanzien van ontslagbescherming bij overgang van onderneming voortzet, en dat duidelijker wordt dat deze bescherming verre van absoluut is. De uitspraak vormt voor de auteurs reden voor een bespiegeling over de (gewenste) balans tussen ontslagbescherming en ontslagrechtvaardiging. Zij gaan daarbij tevens in op de mogelijkheid arbeidsvoorwaarden te wijzigen en oordelen dat de wijzigingsbevoegdheid die de Europese richtlijn aan lidstaten biedt niet te beperkt moet worden opgevat.


Mr. dr. R.M. Beltzer
Mr. dr. R.M. Beltzer is juridisch adviseur te Amsterdam.

Mr. B.C.L. Kanen
Mr. B.C.L. Kanen is advocaat te Amsterdam.
Artikel

Triangulaire arbeidsrelaties in de platformeconomie: een voorstel tot een vermoeden van uitzendbureau

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Platformen, Platformwerk, Arbeidsbemiddeling, Uitzendarbeid, Terbeschikkingstelling
Auteurs Prof. dr. V. De Stefano en Mr. M. Wouters
SamenvattingAuteursinformatie

    De opkomst van de platformeconomie, met als prominente voorbeelden Uber en Deliveroo, deed de discussies omtrent de aard van de arbeidsrelatie heropleven. Zijn deze platformwerkers in werkelijkheid werknemers, en is het arbeidsrecht aan hervorming toe indien ze het wel of niet zijn? Deze bijdrage heeft eveneens tot doel om de werkingssfeer van het arbeidsrecht ter discussie te stellen door de regelgeving omtrent private arbeidsbemiddeling en uitzendarbeid toe te passen op platformen. Dienaangaande bepleit deze bijdrage om ten eerste de regelgeving omtrent private arbeidsbemiddeling aan te wenden om ook de bemiddeling van dienstverleningsovereenkomsten tussen werkzoekenden en opdrachtgevers te omkaderen. Ten tweede wijst de bijdrage op de mogelijke totstandkoming van ‘verdoken’ uitzendarbeid door middel van digitale platformen. Om dit te voorkomen stellen de auteurs een ‘vermoeden van uitzendbureau’ voor.


Prof. dr. V. De Stefano
Prof. dr. V. De Stefano is BOF-ZAP onderzoekprofessor aan de KU Leuven.

Mr. M. Wouters
Mr. M. Wouters is doctoraatsonderzoeker aan de KU Leuven.
Annotatie

Het discriminatieverbod als katalysator van de negatieve vrijheid van religie in identiteitsgebonden organisaties

HvJ EU 17 april 2018, C-414/16 (Vera Egenberger/Evangelisches Werk für Diakonie und Entwicklung eV) en HvJ EU 11 september 2018, C-68/17 (IR/JQ)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Kaderrichtlijn 2000/78, Discriminatie op basis van godsdienst of overtuiging, Identiteitsgebonden organisaties, Toegang tot de rechter, Proportionaliteit
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    In de hier besproken arresten buigt het Europese Hof van Justitie zich voor de tweede maal sedert de arresten Achbita en Bougnaoui (2017) over de draagwijdte van discriminatie op basis van godsdienst of overtuiging. Stond in de hiervoor genoemde arresten de vraag centraal of de indirecte discriminatie die een hoofddoekverbod in een neutrale organisatie impliceert kon worden gerechtvaardigd, dan botsen in de hier besproken arresten een sollicitant en een werknemer in identiteitsgebonden organisaties op het ethos van die organisatie. De vraag staat centraal in welke mate een identiteitsgebonden organisatie zich op dat ethos kan beroepen om een kandidaat te weigeren die géén lid is van een protestants kerkgenootschap, en om een arts te ontslaan die na het aangaan van een kerkelijk huwelijk dat noch werd nietig verklaard, noch door de dood van zijn voormalige echtgenote werd ontbonden een tweede civiel huwelijk aanging. In deze bijdrage wordt de wijze waarop het Europese Hof van Justitie met dergelijke loyaliteitsconflicten omgaat vergeleken met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De verruimde mogelijkheid die identiteitsgebonden organisaties hebben om directe discriminatie op basis van geloof of overtuiging te rechtvaardigen wordt vergeleken met de gemene rechtvaardiging van directe discriminatie. Een ander punt van aandacht is de vergelijking tussen deze verruimde rechtvaardiging van directe discriminatie én de rechtvaardiging van beperkingen van de vrijheid van godsdienst. De oordelen van het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens worden beschouwd in het licht van deze Luxemburgse jurisprudentie.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is gewoon hoogleraar aan de Université Catholique de Louvain en gastdocent aan de Vrije Universiteit Brussel.
Annotatie

Op reis met de vakantiewetgeving: het Handvest biedt nieuw uitzicht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Vakantie, Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Horizontale directe werking, Inspanningsplicht, Richtlijn 2003/88
Auteurs Mr. drs. J.R. Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    In november 2018 wees het Hof van Justitie van de Europese Unie twee belangrijke arresten: Bauer en Max-Planck. Het Hof van Justitie kent hierin horizontale directe werking toe aan het recht op vakantie dat in artikel 31 lid 2 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is opgenomen. Eveneens introduceert Max-Planck een inspanningsplicht voor de werkgever om ervoor te zorgen dat de werknemer vakantie opneemt voordat het recht op vakantie kan vervallen. In deze bijdrage worden de arresten kritisch besproken.


Mr. drs. J.R. Vos
Mr. drs. Jan-Pieter Vos is wetenschappelijk docent en promovendus op de sectie Arbeidsrecht van de Erasmus School of Law.
Artikel

Economische ongelijkheid: een verkenning vanuit de grondslagen van het arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Economische ongelijkheid, Ongelijkheidscompensatie, Collectieve arbeidsvoorwaardenvorming, Gelijke behandeling, Flexibele arbeid
Auteurs Mr. dr. N. Zekić
SamenvattingAuteursinformatie

    De groei van de inkomens- en welvaartsongelijkheid – samen ook wel als economische ongelijkheid aangeduid – wordt gezien als een van de grootste hedendaagse maatschappelijke problemen. Redistributie (herverdeling) van middelen, macht en risico’s kan de groei van economische ongelijkheid tegengaan. Dit artikel verkent de relatie tussen het Nederlandse arbeidsrecht en redistributie. Dit gebeurt door aan te haken bij de (internationale) discussie over de grondslagen van het arbeidsrecht. Op drie onderdelen van het arbeidsrecht wordt in dit kader dieper ingegaan: (1) collectieve arbeidsvoorwaardenvorming, (2) gelijke behandeling en (3) de regulering van atypische of flexibele arbeid. De auteur betoogt dat redistributie als een van de doelen van het arbeidsrecht gezien kan worden. Redistributie is sterk verbonden met ongelijkheidscompensatie, toch kan het onder omstandigheden nuttig zijn om de focus specifieker op redistributie te leggen.


Mr. dr. N. Zekić
Mr. dr. N. Zekić is universitair hoofddocent Arbeidsrecht aan Tilburg University, Tilburg Law School, Departement Sociaal Recht en Sociale Politiek.
Annotatie

Sociale zekerheid en controle op detacheringen binnen de EU. Nieuwe wending in de rol van de detacheringsverklaringen bij fraude

HvJ EU 6 februari 2018, zaak C-359/16 (Altun e.a./Openbaar Ministerie)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Europese Unie, Detachering, Sociale zekerheid, A1-verklaringen, Fraude
Auteurs Prof. mr. H. Verschueren
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage annoteert het arrest Altun (C-359/16) van het Hof van Justitie van de Europese Unie over de betekenis van de A1-verklaringen bij de toepassing van de Europese socialezekerheidscoördinatie (Verordening 883/2004). Deze zaak ging over de controle die de ontvangstlidstaten kunnen uitoefenen op de correcte toepassing van de regels met betrekking tot de vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving bij detachering binnen de EU. Dit artikel gaat op de eerste plaats dieper in op de voorwaarden met betrekking tot de toepassing van deze detacheringsregels en op de tot nog toe bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie over de betekenis van de detacheringsverklaringen. Het licht dan verder toe hoe het Hof aan deze rechtspraak een nieuwe wending heeft gegeven door de rechter van de ontvangstlidstaat de mogelijkheid te geven om, indien fraude kan worden aangetoond, deze verklaringen naast zich neer te leggen en zijn eigen socialezekerheidswetgeving toe te passen. Het concludeert dat deze rechtspraak de mogelijkheden om fraude en sociale dumping tegen te gaan slechts in beperkte mate heeft uitgebreid.


Prof. mr. H. Verschueren
Prof. mr. H. Verschueren is gewoon hoogleraar Europees en internationaal sociaal recht aan de Universiteit Antwerpen. Hij doet vooral onderzoek naar de juridische aspecten van grensoverschrijdende tewerkstelling (arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht) en naar de sociale rechten van migrerende Unieburgers. Zie voor meer gegevens: en www.uantwerpen.be/nl/personeel/herwig-verschueren/.
Annotatie

Arbeidstijdregulering en oproeparbeid

HvJ EU 21 februari 2018, C-518/15 (Stad Nijvel/Rudy Matzak)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2019
Auteurs Prof. mr. W.L. Roozendaal
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Matzak-arrest breidt het Hof van Justitie EU het begrip arbeidstijd - onder voorwaarden - uit tot thuis doorgebrachte wachttijd. Het arbeidstijdenrecht biedt tot dusver slechts beperkte bescherming tegen oproeparbeid, terwijl de daaraan verbonden onzekerheid de gezondheid en het welzijn van steeds grotere groepen werknemers bedreigt. In deze bijdrage wordt onderzocht voor welke oproepcontracten het aanmerken van wachttijd als arbeidstijd soelaas biedt, waarbij tevens wordt ingegaan op het verband met de WML en de oproeptermijn in de Wet Arbeidsmarkt in Balans.


Prof. mr. W.L. Roozendaal
Prof. mr. dr. W.L. Roozendaal is bijzonder hoogleraar socialezekerheidsrecht en uhd arbeidsrecht aan de VU.
Praktijkberichten

Detachering Nieuwe ontwikkelingen in het Europees recht vanuit Belgisch en Nederlands perspectief

Universiteit Antwerpen (prof. Herwig Verschueren) in samenwerking met die Keure Opleidingen

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2019
Artikel

Het grondrecht op collectief onderhandelen van zelfstandigen versus het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Mededingingsrecht, Zelfstandige, Cao-exceptie, Vrijheid van vakvereniging, Recht op collectief onderhandelen
Auteurs Mr. R.F. Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat centraal dat de beperking van de door het Hof van Justitie geformuleerde ‘cao-exceptie’ op het Europese mededingingsrecht tot ‘werknemers’ en ‘schijnzelfstandigen’ zich moeilijk tot een grondrechtenbenadering lijkt te verhouden. Zelfstandigen met een zwakke arbeidsmarktpositie hebben namelijk evenzeer behoefte aan collectieve middelen om hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren en vallen ook onder grondrechtenverdragen. Door een uitgebreide beschouwing van de relevante rechtsinstrumenten van de VN, de IAO en de Raad van Europa en de uitleg die de toezichtorganen hieraan geven blijkt dat het grondrecht op vrijheid van (vak)vereniging, collectief onderhandelen en collectieve actie evenzeer aan deze groep lijkt toe te komen, en een te rigoureuze inperking vanwege het mededingingsrecht niet gerechtvaardigd wordt geacht. De conclusie bevat enkele gedachten over hoe het Europese mededingingsrecht met een grondrechtenbenadering overeenstemming te brengen. Daarbij passeren zowel de recente ontwikkelingen rondom het zelfstandigenvraagstuk in Nederland als initiatieven op Europees niveau de revue.


Mr. R.F. Hoekstra
Mr. R.F. (Robert) Hoekstra is werkzaam als onderzoeker bij de Wiardi Beckman Stichting Den Haag. Daarnaast is hij als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn promotieonderzoek ziet op het snijvlak van cao’s en grondrechten.
Annotatie

Overgang van onderneming in de publieke sector en de positie van de ‘geschorste’ werknemer

HvJ EU 20 juli 2017, ECLI:EU:C:2017:574, AR 2017-0929 (Piscarreta Ricardo/Emarp; Portugal)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Overgang van onderneming, Economische activiteit, Publieke dienst, Identiteit, Geschorste werknemer
Auteurs Mr. L.C.J. Sprengers
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJ EU heeft op 20 juli 2017, ECLI:EU:C:2017:574, inzake Piscarreta Ricardo geoordeeld over de vraag of de Richtlijn 2001/23 inzake overgang van onderneming ook van toepassing is op een (eenzijdig) overheidsbesluit om een onderneming waar een gemeente enig aandeelhouder van is te ontbinden en de activiteiten over te hevelen deels naar de gemeente en deels naar een andere onderneming. Ingegaan wordt op de betekenis van deze uitspraak voor de Nederlandse praktijk tegen de achtergrond van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA), die met ingang van 1 januari 2020 van kracht gaat. Een andere vraag die door het HvJ EU is behandeld, is of een persoon die wegens de schorsing van zijn arbeidsovereenkomst niet in actieve dienst is, valt onder het begrip ‘werknemer’ in de zin van artikel 2 lid 1 onderdeel d van de richtlijn. Op de betekenis van dit arrest voor de Nederlandse rechtspraak hierover wordt eveneens ingegaan.


Mr. L.C.J. Sprengers
Mr. L.C.J. Sprengers is advocaat in Utrecht en verbonden aan de sectie arbeidsrecht van de EUR. Hij heeft zich zowel in zijn proefschrift als in zijn universitaire werkzaamheden beziggehouden met de vergelijking van de ontwikkelingen in de ambtelijke arbeidsverhoudingen met de civielrechtelijke arbeidsverhoudingen. Hij is gespecialiseerd in individueel en collectief arbeidsrecht en ambtenarenrecht.
Annotatie

Het autonome ontslagbegrip in Richtlijn 98/59: inclusief de wijziging?

HvJ EU 21 september 2017, C-149/16, ECLI:EU:C:2017:708 (Socha e.a.) en C-429/16, ECLI:EU:C:2017:711 (Ciupa e.a.)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Richtlijn 98/59, Collectief ontslag, Europees ontslagbegrip, Socha e.a., Ciupa e.a.
Auteurs Dr. N. Gundt
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 98/59 omtrent collectief ontslag ziet blijkens de in deze annotatie besproken arresten niet alleen op een ‘ontslag’ in strikte zin, maar onder omstandigheden ook op een wijziging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever. De auteur analyseert of en in hoeverre de arresten toepasbaar zijn op het stelsel van (collectief) ontslag en wijziging in het Nederlandse alsmede het Duitse, Franse en Belgische recht.


Dr. N. Gundt
Dr. N. Gundt is universitair docent Arbeidsrecht aan Maastricht University.
Discussie

Access_open De ILO en het Nederlandse arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Impact van de ILO op het Nederlandse arbeidsrecht
Auteurs Prof. mr. Paul F. van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    De ILO bestaat in 2019 honderd jaar. Nederland is vanaf het begin lid geweest van deze tripartite internationale organisatie, die na 1945 onder de paraplu van de Verenigde Naties is komen te vallen.
    Nederland heeft zich doorgaans opgesteld als een actief en betrokken lid; het heeft in vergelijking met andere lidstaten veel ILO-verdragen geratificeerd, te weten 106.
    Met dit grote aantal ratificaties heeft de ILO relatief grote impact gehad op het Nederlands arbeidsrecht.
    Er waren ‘kwesties’ met de ILO over onder meer de loonpolitiek, de sterkte van de Arbeidsinspectie, het ontslagrecht en de vakbondsvrijheid.
    Opvallend is dat Nederland ILO-verdrag 158 over het ontslagrecht niet heeft geratificeerd.
    Op terreinen waar veel overheidsgeld mee gemoeid is, zoals bijvoorbeeld de loonpolitiek, de sterkte van de Arbeidsinspectie of de sociale zekerheid, leeft de Nederlandse overheid pas na veel tijdsverloop en druk van de ILO de aangegane verplichtingen na.


Prof. mr. Paul F. van der Heijden
Prof. mr. P.F. van der Heijden is hoogleraar Internationaal Arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden. Hij was gedurende 22 jaar in verschillende rollen actief binnen de ILO, de laatste 15 jaar als onafhankelijk voorzitter van de Committee on Freedom of Association (CFA).
Jurisprudentie

Medezeggenschap tijdens faillissement

HR 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:982 (DA Retailgroep)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Ondernemingsraad, Faillissement, Medezeggenschap, Overgang van onderneming, Doorstart
Auteurs Prof. dr. mr. W.H.A.C.M. Bouwens
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de vraag of de curator na faillissement advies moet vragen aan de ondernemingsraad wanneer hij wil overgaan tot verkoop van de activa van de onderneming en tot ontslag van het aldaar werkzame personeel. Hij onderwerpt het standpunt van de Hoge Raad over deze problematiek aan een kritische analyse. Voor het oordeel dat de ondernemingsraad geen adviesrecht toekomt wanneer de onderneming wordt geliquideerd, ziet hij geen wettelijke basis. Deze beperking staat bovendien op gespannen voet met het Europese recht. Voorts is de curator bij een doorstart van de onderneming in ieder geval gehouden advies te vragen wanneer sprake is van een overgang van een onderneming in de zin van Richtlijn 2001/23/EG. Met betrekking tot de formele voorschriften van de Wet op de ondernemingsraden moet de curator bovendien in het oog houden dat het Europese recht ook zekere eisen stelt aan het informatie- en consultatietraject. Ten slotte staat de auteur stil bij de consequenties van schending van de WOR door de curator, ook voor de mogelijkheden van individuele werknemers om op te komen tegen de opzegging van hun arbeidsovereenkomst.


Prof. dr. mr. W.H.A.C.M. Bouwens
Prof. dr. mr. W.H.A.C.M. Bouwens is hoogleraar Sociaal Recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Hof van Justitie van de EU: leeftijdsdiscriminatie van 25-jarigen mag … of toch niet?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Leeftijdsdiscriminatie, Jeugdbeleid, Abercrombie & Fitch, Oproepcontract, Jeugdwerkgelegenheid
Auteurs Dr. mr. B.P. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 19 juli 2017 deed het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch. Een opmerkelijke uitspraak, want het Hof acht het gerechtvaardigd dat een oproepcontract automatisch eindigt louter en alleen omdat de werknemer de leeftijd van 25 jaar heeft bereikt. In voorgaande arresten waar jongeren anders werden behandeld vanwege hun leeftijd leek het Hof heel strikt te zijn en die niet te accepteren. Is de uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch het begin van een andere houding of toch niet? In deze bijdrage onderzoekt de auteur dit door de uitspraak te plaatsen in de bredere context van leeftijd als discriminatiegrond en het Europese jeugdbeleid. Tegen die achtergrond is tot op zekere hoogte begrijpelijk waarom het Hof de Italiaanse maatregel gerechtvaardigd acht. Echter, met A-G Bobek, komt de auteur tot de conclusie dat voor de essentie van de maatregel leeftijd helemaal niet nodig is als onderscheidend criterium en dat het Hof in deze uitspraak eigenlijk een scheve schaats rijdt.


Dr. mr. B.P. ter Haar
Dr. mr. B.P ter Haar is universitair docent Europees en internationaal arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

De onbelemmerde richtlijnconforme uitleg van artikel 9a Waadi

HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland (zzp’er/Focus on Human B.V.)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Waadi, Belemmeringsverbod, Uitzendrichtlijn, Overeenkomst van opdracht, Inlener
Auteurs Prof. A.R. Houweling
SamenvattingAuteursinformatie

    In artikel 9a Waadi is een verbod op het stellen van belemmeringsbedingen bij ‘terbeschikkingstelling van arbeidskrachten’ opgenomen. Aanleiding voor dit verbod was de equivalent in de Uitzendrichtlijn die Nederland moest implementeren. De parlementaire geschiedenis van artikel 9a Waadi geeft geen houvast voor de uitleg van het precieze bereik van het artikel. Er wordt enkel verwezen naar de Uitzendrichtlijn die deels via de Waadi in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd. Bijgevolg is voor het bereik van artikel 9a Waadi het bereik van artikel 6 lid 2 Uitzendrichtlijn van belang. Het Hof van Justitie van de EU heeft tot op heden geen uitspraak gedaan over het precieze bereik van artikel 6 lid 2 Uitzendrichtlijn. Dit maakt het oordeel van de Hoge Raad van 14 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland (zzp’er/Focus on Human B.V.)) en diens weigering prejudiciële vragen te stellen extra interessant. De auteur staat in dit commentaar stil bij twee vragen:
    Beschermt artikel 9a Waadi ook een ex-werknemer die bij de inlener op basis van een overeenkomst van opdracht (geen arbeidsovereenkomst) werkzaamheden gaat verrichten? En zo ja, bieden de tekst en toelichting van artikel 9a Waadi de nationale rechter voldoende ruimte richtlijnconform te interpreteren?
    Beschermt artikel 9a Waadi ook de werknemer die reeds een vast contract heeft bij de uitlener?


Prof. A.R. Houweling
Prof. A.R. Houweling is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.
Toont 1 - 20 van 84 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.