Zoekresultaat: 3 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties x
Artikel

An all-European holiday?

De vakantieregeling in de Arbeidstijdenrichtlijn en het Burgerlijk Wetboek

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Vakantieregeling, Arbeidstijdenrichtlijn, Europees recht, Implementatie
Auteurs Mr. dr. H.J. van Drongelen, Mr. J. TenHoor en Mr. dr. S.J. Rombouts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht op vakantie is inmiddels niet meer weg te denken uit het arbeidsrecht. In deze bijdrage wordt ingegaan op de samenhang tussen het Europese recht op vakantie dat is neergelegd in de Arbeidstijdenrichtlijn en de regeling van het recht op vakantie in onze nationale wetgeving. Daarbij komt een aantal vragen aan de orde. Wat betekent de Europese regelgeving en rechtspraak voor het recht op jaarlijkse vakantie van de Nederlandse werknemer? Op welke punten is het Nederlandse recht geharmoniseerd en op welke punten, wellicht ten onrechte, (nog) niet? Ook komt aan de orde of daar waar de Nederlandse wetgever heeft geprobeerd om het nationale recht te harmoniseren, dit wel succesvol is geweest. De beantwoording van deze vragen leert dat er een aantal onduidelijkheden bestaat rondom het Europese recht op vakantie en de vertaling daarvan door de Nederlandse wetgever.


Mr. dr. H.J. van Drongelen
Mr. dr. H.J. van Drongelen is universitair hoofddocent Sociaal recht en sociale politiek aan de Universiteit van Tilburg en tevens adviseur bij De Voort Advocaten en Mediators.

Mr. J. TenHoor
Mr. J. TenHoor is wetgevingsjurist bij de Raad van State.

Mr. dr. S.J. Rombouts
Mr. dr. S.J. Rombouts is universitair docent Sociaal recht en sociale politiek aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

EU-burgerschap en toegang tot sociale voordelen over de grens

Is er verschil tussen marktburgers en sociale burgers?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Europees burgerschap, non-discriminatie, sociale voordelen, economisch niet-actieven, objectieve rechtvaardigingsgrond
Auteurs Prof. mr. F.J.L. Pennings
SamenvattingAuteursinformatie

    In recente arresten heeft het Hof van Justitie uitgemaakt dat als een land door middel van een nationaliteits- of woonplaatseis de toegang tot zijn stelsel beperkt, ook niet-economisch actieven deze eisen kunnen aanvechten op grond van de bepaling van het Europees burgerschap. Wel mogen lidstaten bepaalde goed beargumenteerde beperkingen stellen voor personen met een vreemde nationaliteit, zoals dat men vijf jaar in Nederland heeft gewoond voordat men recht heeft op studiefinanciering. Nu rijst een aantal vragen. Hoe kan het dat de bepaling van het Europees burgerschap een dergelijk effect heeft? Zijn er nog verschillen tussen economisch actieve en niet-actieve burgers? Is de jurisprudentie over het burgerschap geen bedreiging voor nationale welvaartsstaten? Deze vragen worden in deze bijdrage behandeld. Daarbij komt ook het recente arrest Europese Commissie tegen Nederland (C-542/09) aan de orde.


Prof. mr. F.J.L. Pennings
Prof. mr. F.J.L. Pennings is hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht, en gasthoogleraar aan de Universiteit van Tilburg en de Universiteit van Gotenburg, Zweden <www.franspennings.org>.
Artikel

De werkgever en het kelderluik

Over toepassing van de Kelderluik-criteria bij artikel 7:162 en artikel 7:658 BW

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2010
Trefwoorden gezichtspunten, Kelderluik-factoren, Bayar/Wijnen, werkgeversaansprakelijkheid, onrechtmatige daad, context
Auteurs Mr. J.P. Quist
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Kelderluik-arrest uit 1965 heeft de Hoge Raad een viertal gezichtspunten geformuleerd die van belang (kunnen) zijn bij de beantwoording van de vraag of sprake is van onrechtmatige gevaarzetting. Veertig jaar later, in het arrest Bayar/Wijnen, heeft de Hoge Raad deze factoren herhaald en daaraan een gezichtspunt toegevoegd in een geval waarin het ging om een werknemer die bij het werken met een gevaarlijke machine letsel had opgelopen. In dit artikel wordt ingegaan op de manier waarop invulling aan de verschillende gezichtspunten (en enkele andere relevante omstandigheden) wordt gegeven. De toepassing van de gezichtspunten bij op artikel 6:162 BW en artikel 7:658 BW gebaseerde vorderingen lijkt veel op elkaar. Een opvallend verschil is echter dat het enkele feit dat het bij artikel 7:658 BW om aansprakelijkheid van de werkgever gaat, van groot belang is voor de strengheid waarmee toepassing aan de Kelderluik-factoren en andere (mogelijk) relevante omstandigheden wordt gegeven. Daar waar de Kelderluik-factoren bij artikel 6:162 BW (in beginsel) een neutraal karakter hebben, wijzen zij bij artikel 7:658 BW veel meer in de richting van een bevestigende beantwoording van de aansprakelijkheidsvraag. De context waarbinnen een bepaalde schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan, is dan ook van grote invloed op de wijze waarop de verschillende factoren worden ingekleurd. In deze bijdrage komen ook andere overeenkomsten en verschillen tussen toepassing van artikel 6:162 BW en artikel 7:658 BW aan bod.


Mr. J.P. Quist
Mr. J.P. Quist is verbonden aan de sectie Arbeidsrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam en tevens advocaat bij Adriaanse van der Weel Advocaten te Middelburg (www.avdw.nl).
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.