Zoekresultaat: 3 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties x
Artikel

De ontbindingsprocedure: rechtsmiddelenverbod en bewijsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ontbindingsprocedure, artikel 6 EVRM, rechtsmiddelenverbod, bewijsrecht, onrechtmatige rechtspraak
Auteurs mr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontbindingsprocedure kent twee procesrechtelijke bijzonderheden: het rechtsmiddelenverbod en het bewijsrecht. Deze bijzonderheden brengen niet mee dat de ontbindingsprocedure in strijd is met artikel 6 EVRM. Artikel 6 EVRM vereist immers niet een berechting van een zaak in twee feitelijke instanties. Bovendien is de ontbindingsrechter altijd gehouden, ook in een spoedeisende ontbindingsprocedure, het beginsel van ‘equality of arms’ in acht te nemen op straffe van doorbreking van het appèlverbod.Dit voorkomt echter niet dat de ontbindingsrechter, net als iedere andere rechter (in laatste en hoogste instantie), soms in strijd zal handelen met artikel 6 EVRM of anderszins een ‘fout’ zal maken in de beoordeling van het geschil. Voor dergelijke incidentele schendingen van artikel 6 EVRM door de kantonrechter is veelal een doorbreking van het appèlverbod mogelijk. Voor de inhoudelijk onjuiste ontbindingsbeschikking kan het leerstuk van onrechtmatige rechtspraak uitkomst bieden.


mr. D.M.A. Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Associatieve discriminatie, een nieuw begrip van Europees sociaal recht

Hof van Justitie EG 17 juli 2008, C-303/06, JAR 2008/208 NJ 2008, 501 (Coleman/Attridge Law)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Discriminatoir ontslag op grond van handicap;, toepassing Richtlijn 2000/78/EG niet beperkt tot personen die zelf gehandicapt zijn;, ongunstiger behandeling op grond van handicap van derde is directe discriminatie
Auteurs Mr. dr. A.G. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Coleman-zaak beslist het HvJ EG dat een werkneemster die niet zelf gehandicapt is, beroep mag doen op gelijkebehandelingsrichtlijn 2000/78/EG wanneer zij gediscrimineerd wordt op grond van de handicap van haar zoon. De annotatie bespreekt hoe ver deze uitspraak in potentie kan strekken, of de richtlijn geacht wordt de werknemer te beschermen of de derde die over een suspect kenmerk beschikt, of het noodzakelijk is dat deze derde zelf onder de werkingssfeer van de richtlijn valt en, ten slotte, wat de aard van de ‘associatieve’ band tussen de werknemer en de derde zou moeten zijn. Naar aanleiding van de ervaringen in de Engelse rechtspraak wordt een aantal uiteenlopen vormen van discriminatie onderscheiden in het geval dat een werknemer niet zelf over het suspecte persoonkenmerk beschikt. De bijdrage concludeert dat het aanbeveling verdient het arrest zodanig te interpreteren dat associatieve discriminatie wordt onderscheiden van de situatie dat de derde zelf gediscrimineerd is, waarvan de eiser vanwege zijn band met deze derde (tevens) nadelige gevolgen ondervindt. Aangegeven wordt welke juridische verschillen hieruit voortvloeien en wat dit voor de uitleg van de Nederlandse WGBH/CZ betekent.


Mr. dr. A.G. Veldman
Mr. dr. A.G. Veldman is universitair hoofddocent arbeidsrecht en sociaal beleid aan de Universiteit Utrecht.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.