Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 198 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties x

    Deze bijdrage bevat de tekst van de auteur van de op 18 juni 2021 uitgesproken afscheidsrede als hoogleraar aan de Radboud Universiteit met de leeropdracht sociaal recht. De indertijd uitgesproken versie is voorzien van een notenapparaat.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. (Leonard) Verburg is emeritus hoogleraar Arbeidsrecht.
Annotatie

Het recht op ononderbroken rust in de Europese Arbeidstijdenrichtlijn

HvJ EU 9 maart 2021, C-344/19, ECLI:EU:C:2021:182 (DJ/Radiotelevizija Slovenija) en HvJ EU 9 maart 2021, C-580/19, ECLI:EU:C:2021:183 (RJ/Offenbach am Main)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2022
Trefwoorden Wachtdiensten, Arbeidstijd, Rusttijd, Consignatie, Handhaving
Auteurs Prof. mr. W.L. Roozendaal
SamenvattingAuteursinformatie

    Veel Nederlanders zijn verplicht zich in wachtdiensten beschikbaar te houden voor oproepen naast hun reguliere werkweek. Volgens een reeks uitspraken van het Europese Hof van Justitie gelden de inactieve uren van deze diensten onder omstandigheden als arbeidstijd, onder andere als de reactietijd na de oproep kort is, of als oproepen veelvuldig voorkomen. In dit artikel wordt betoogd dat bij geschillen hierover meer aandacht moet uitgaan naar het recht op ononderbroken rust na afloop van deze diensten. Anders dan vaak wordt gesteld, kent de Richtlijn wel een derde categorie naast ‘arbeidstijd’ en ‘rusttijd’, namelijk de ‘ononderbroken compenserende rusttijd zonder verplichtingen’. Het recht op ononderbroken rust na een wachtdienst wordt onvoldoende onderkend in het Nederlandse arbeidstijdenrecht. Daardoor is ons recht in strijd met artikel 17 lid 2 en artikel 18 Europese Richtlijn 2003/88, en lopen werknemers met wachtdiensten gezondheidsrisico’s door gebrek aan slaap. Kunnen rechtzoekenden hier iets aan doen?


Prof. mr. W.L. Roozendaal
Prof. mr. W.L. (Willemijn) Roozendaal is hoogleraar Sociaal Recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Annotatie

De impact van Laval anno 2021

HvJ EG 18 december 2007, C-341/05, ECLI:EU:C:2007:809 (Laval un Partneri), ArA 2008/2, m.nt. E.J.A. Franssen en C. van Lent

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Detachering, Uitzending, Laval, Herziene Detacheringsrichtlijn, Handhavingsrichtlijn
Auteurs Femke Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur neemt in deze bijdrage het Europese arrest Laval uit 2007 onder de loep. Het arrest Laval had een wezenlijke impact op Nederland als zogenoemd hogelonenland. Inmiddels zijn veertien jaar verstreken en zijn de Handhavingsrichtlijn en de herziene Detacheringsrichtlijn aangenomen en geïmplementeerd. Wat betekenen deze richtlijnen voor de impact van Laval? Hebben de nieuwe richtlijnen het arrest Laval naar de geschiedenisboeken verwezen of doolt de geest nog steeds rond? Het zal blijken dat Laval anno 2021 de gemoederen nog steeds bezighoudt.


Femke Laagland
Prof. mr. F.G. Laagland is hoogleraar Europees arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Annotatie

Wijziging van collectieve arbeidsvoorwaarden na overgang van onderneming

HR 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9386 (Rode Kruis Ziekenhuis/Te Riet), ArA 2003/1, m.nt. R.M. Beltzer

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Overgang van onderneming, Rode Kruis Ziekenhuis/Te Riet, Collectieve arbeidsvoorwaarden, Wijziging, Doorwerking
Auteurs Matthijs van Schadewijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van het mijlpaalarrest Rode Kruis Ziekenhuis/Te Riet uit 2003 onderzoekt de auteur welke invloed de verschillende wijzigingsmogelijkheden uit de Richtlijn Overgang van onderneming uitoefenen op de wijziging van collectieve arbeidsvoorwaarden na een overgang in het Nederlandse recht. Waar de Richtlijn namelijk voorziet in verschillende wijzigingsmogelijkheden al naar gelang het individuele of collectieve arbeidsvoorwaarden betreft, heeft Rode Kruis Ziekenhuis/Te Riet dit onderscheid in het Nederlandse recht doen vervagen.


Matthijs van Schadewijk
Mr. M.A.N. van Schadewijk is als promovendus en docent verbonden aan de vaksectie Sociaal Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen (Onderzoekcentrum Onderneming & Recht).
Annotatie

Rechtstreekse horizontale werking van het EU Handvest in getrapte vorm

HvJ EU 6 november 2018, gevoegde zaken C-569/16 en C-570/16, ECLI:EU:C:2018:871 (Stadt Wuppertal/Maria Elisabeth Bauer; Volker Willmeroth/Martina Broßonn), ArA 2019/2, m.nt. J.R. Vos

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Bauer en Willmeroth, TSN en AKT, Artikel 31 lid 2 EU Handvest, Rechtstreekse horizontale werking, Minimumvoorschrift
Auteurs Beryl ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2018 en 2019 kwam het Hof van Justitie van de EU met een aantal zaken waarin het Hof rechtstreekse horizontale werking toekent aan grondrechten in het EU Handvest. Een van die arresten betreft de gevoegde zaken Bauer en Willmeroth, waarin artikel 31 lid 2 van het Handvest rechtstreekse horizontale werking toegekend krijgt. Uit het iets later gewezen arrest over de gevoegde zaken TSN en AKT valt echter op te maken dat die rechtstreekse werking wellicht niet zo rechtstreeks is als het Hof doet voorkomen.


Beryl ter Haar
Prof. mr. B.P. ter Haar is hoogleraar en directeur van het Centre for International and European Labour Law Studies (CIELLS) aan de Universiteit van Warschau en bijzonder hoogleraar Europees en Vergelijkend Arbeidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Corjo Jansen
Prof. mr. C.J.H. Jansen is hoogleraar Rechtsgeschiedenis en Burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is voorzitter van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht.

Cees Loonstra
Prof. mr. C.J. Loonstra is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Annotatie

Overpeinzingen omtrent de vakbond als ondernemersorganisatie en de regulering van de positie van de zzp’er

HvJ EU 4 december 2014, C-413/13 (FNV Kiem), ECLI:EU:C:2014:2411, ArA 2015/2, m.nt. A.P.C.M. Jaspers

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Zzp’er, Tariefafspraken, Besloten netwerken, Mededinging, Verzekeringsplicht
Auteurs Leonard Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Vakbonden fungeren bij het behartigen van belangen van zzp’ers als ondernemersorganisaties. De enorme aanwas van zzp’ers compliceert daarmee ons systeem van arbeidsvoorwaardenvorming. De zzp’ers vallen in het krachtenveld van de sociale partners vaak tussen wal en schip. Het zou daarom juist zijn als de belangenbehartigers van zzp’ers losstaan van de sociale partners. Via de toetreding van zzp’ers tot besloten netwerken kunnen zzp’ers mededingingsrechtelijke beperkingen aan tariefafspraken ontgaan. Op soortgelijke wijze kunnen zzp’ers premielasten ontlopen die het SER-akkoord van juni 2021 voor zzp’ers op tafel legt. In beide gevallen speelt de vraag hoe men op heldere wijze de zzp’er kan afbakenen ten opzichte van andere ondernemers.


Leonard Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is emeritus hoogleraar Arbeidsrecht.
Annotatie

Het recht op collectieve actie versus de economische vrijheden

HvJ EG 11 december 2007, C-438/05, ECLI:EU:C:2007:772 (Viking) en HvJ EG 18 december 2007, C-341/05, ECLI:EU:C:2007:809 (Laval un Partneri), ArA 2008/2, m.nt. E.J.A. Franssen en C. van Lent

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Collectieve actie, Fundamentele economische vrijheden, Detacheringsrichtlijn, Verordening 261/2004
Auteurs Filip Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt uitgegaan van de deining die de arresten Viking en Laval hebben veroorzaakt in bepaalde vakbondsmiddens. Monti merkte eerder al op dat de EU door beide arresten een van de meest fervente voorstanders van de Europese integratie van zich dreigt te vervreemden. Onderzocht wordt of grondwettelijke, wetgevende of rechterlijke evoluties die kloof hebben verzacht of zouden kunnen verzachten.


Filip Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is gewoon hoogleraar Arbeidsrecht aan de Université catholique de Louvain en gastdocent aan de Université libre de Bruxelles.
Annotatie

Niet-aanvaarding van redelijke wijzigingsvoorstellen

HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1847 (Stoof/Mammoet Transport B.V.), ArA 2008/3, m.nt. J.M. van Slooten

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Stoof/Mammoet-maatstaf, Goed werknemerschap, Wijziging arbeidsvoorwaarden
Auteurs Willem Bouwens
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de auteur stil bij de betekenis van het Stoof/Mammoet-arrest. Hij bespreekt de daarin gegeven uitwerking van de Taxi Hofman-leer en gaat in op de visie van de Hoge Raad op de verhouding tussen de op goed werknemerschap gebaseerde medewerkingsplicht van de werknemer en art. 7:613 BW. Vervolgens behandelt hij een aspect van de problematiek waarover de Hoge Raad zich in het Stoof/Mammoet-arrest niet, althans niet expliciet heeft uitgelaten, te weten: de gevolgen van een weigering van de werknemer om een redelijk voorstel van de werkgever dat verband houdt met gewijzigde omstandigheden op het werk te aanvaarden, terwijl voor die weigering geen deugdelijke gronden bestaan. In zijn optiek hebben de door de Hoge Raad in het arrest geformuleerde uitgangspunten op dit punt belangrijke consequenties, die in de lagere jurisprudentie na het arrest vaak niet in acht worden genomen.


Willem Bouwens
Prof. mr. W.H.A.C.M. Bouwens is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Annotatie

De permanente tijdelijkheid. Over arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en EU-recht

HvJ EG 4 juli 2006, C-212/04, ECLI:EU:C:2006:443 (Adeneler), ArA 2007/1, m.nt. W. Vandeputte

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Tijdelijke arbeidsovereenkomst, Ketenregeling, Flexibele arbeid, Objectieve redenen, Richtlijn 1999/70/EG
Auteurs Ruben Houweling
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan de Richtlijn 1999/70/EG en de raamovereenkomst tijdelijke arbeidsovereenkomst centraal. In het bijzonder wordt stilgestaan bij de vraag of de zogenoemde ‘objectieve redenen’-toets van het Hof van Justitie van de EU, waarin het ‘doel van de raamovereenkomst’ een prominente rol speelt, effect sorteert voor andere antimisbruikgronden, zoals maximering van aantal en duur van tijdelijke contracten. De auteur bepleit dat onder omstandigheden het repeterend flex voor flex contracteren in strijd is met (het nuttig effect van) de Richtlijn en bijgevolg niet is toegestaan.


Ruben Houweling
Prof. mr. A.R. Houweling is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Annotatie

Rechtszekerheid en de kwalificatie van de arbeidsovereenkomst: twee stappen vooruit en een kleine stap terug

HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1746 (X/Gemeente Amsterdam)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Kwalificatie, Arbeidsovereenkomst, Gemeente Amsterdam, Rechtszekerheid, Rechtszekerheidsbeginsel
Auteurs Femke Laagland en Samiha Said
SamenvattingAuteursinformatie

    Na 23 jaar Groen/Schoevers biedt de Hoge Raad in X/Gemeente Amsterdam nader inzicht in de beantwoording van de kwalificatievraag en de rol die de partijbedoeling daarin speelt. In de literatuur is X/Gemeente Amsterdam onthaald als hét nieuwe standaardarrest rondom de kwalificatievraag. In deze annotatie wordt het arrest besproken in het licht van het rechtszekerheidsbeginsel, aan de hand van drie aspecten: het publiekrechtelijke karakter van de casus en de invloed daarvan op de uitkomst, de tweefasentoets en de holistische weging. De auteurs onderzoeken of de Hoge Raad met X/Gemeente Amsterdam meer rechtszekerheid heeft gebracht rondom het kwalificatievraagstuk en de systematiek waarbinnen de kwalificatievraag moet worden beantwoord, en zo niet, of hier een rechtvaardiging voor is.


Femke Laagland
Prof. mr. F.G. Laagland is als hoogleraar (Europees) Arbeidsrecht verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Samiha Said
Mr. S. Said is als universitair docent Sociaal recht werkzaam bij de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open Soft law in het arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2021
Trefwoorden UWV Werkwijzer Poortwachter, STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten, Artikel 79 Wet RO, Soft law, Definitie van recht
Auteurs Beryl ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    De definitie van ‘recht’ onder artikel 79 Wet RO wordt door de Hoge Raad ruim geïnterpreteerd en omvat onder meer niet-bindende voorschriften. Niettemin blijkt uit de conclusies van A-G’s De Bock (zaken Cicero en Euregio) en Van Peursem (zaak ROCvA) dat deze interpretatie nog niet zo ruim is dat daar ook de UWV Werkwijzer Poortwachter en de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten onder vallen, terwijl deze niet alleen interne instructies zijn, maar ook externe werking lijken te hebben. Aan de hand van een abstracte verhandeling over soft law, gevolgd door een concrete toepassing van een analytisch model ter bepaling van de mate van soft law, wordt in dit artikel betoogd dat goed zou zijn om bij de beoordeling of juridisch niet-bindende voorschriften, zoals deze Werkwijzers, gelden als recht in de zin van artikel 79 Wet RO meer ruimte te geven aan de inhoud van die voorschriften en minder formele aspecten, zoals wetgevingsprocessen en publicatievereisten, de doorslag te laten geven.


Beryl ter Haar
Prof. mr. B.P. ter Haar is bijzonder hoogleraar Europees en vergelijkend arbeidsrecht aan de Rijksuniversiteit van Groningen en UW professor en directeur van het Centre for International and European Labour Law Studies (CIELLS) aan de Universiteit van Warschau.
Annotatie

Naleving van cao-bepalingen

HR 19 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:413 (FNV/Vennootschap X) en HR 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:537 (Inforcontracting/SNCU)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Naleving, Cao, Vakbond, Handhaving, CNV/Pennwalt
Auteurs Cara van den Bor
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt naar aanleiding van twee recente zaken bij de Hoge Raad (HR 19 maart 2021 (FNV/Vennootschap X) en HR 9 april 2021 (Inforcontracting/SNCU)) nader ingegaan op de vraag in hoeverre vakbonden en paritaire handhavingsorganen die bij cao zijn aangewezen, naleving van cao-bepalingen in de individuele arbeidsovereenkomsten kunnen vorderen.


Cara van den Bor
Mr. C. van den Bor is promovenda bij de sectie Sociaal recht van de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Annotatie

Goed nieuws: Hof van Justitie beschermt stakingsrecht voor de happy few

HvJ EU (Gerecht) 29 januari 2020, T-402/18 (Aquino e.a./Europees Parlement)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Recht op collectieve actie, Beperkingen bij wet voorgeschreven, Europese Unie, Ambtenarenrecht
Auteurs Prof. dr. Filip Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 29 januari 2020 vernietigde het Gerecht (Hof van Justitie) een bevel van het Europees Parlement als werkgever waarbij een aantal tolken en conferentietolken werd opgeëist. Het bevel kwam tot stand om het hoofd te bieden aan een staking. Het is de eerste maal dat het Hof van Justitie uitdrukkelijk erkent dat EU-ambtenaren een recht te staken hebben. Het arrest illustreert dat beperkingen van in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie gewaarborgde grondrechten bij wet moeten zijn voorzien. Dit veronderstelt dat een duidelijke en voldoende nauwkeurige juridische grondslag moet bestaan. Deze bijdrage werpt licht op het weinig gekende stelsel van collectieve arbeidsverhoudingen binnen de Europese instellingen.


Prof. dr. Filip Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is gewoon hoogleraar aan de Université Catholique de Louvain en gastprofessor aan de Vrije Universiteit Brussel.
Artikel

Access_open ILO-Conventie 190: een ‘geïntegreerde aanpak’ van geweld en intimidatie?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2021
Trefwoorden ILO-Conventie 190, Geweld en (seksuele) intimidatie, Gelijke behandeling, Arbeidsomstandigheden
Auteurs Mr. dr. Bas Rombouts
SamenvattingAuteursinformatie

    De twee meest recent aangenomen ILO-instrumenten – Conventie 190 en Aanbeveling 206 – reguleren de aanpak van geweld en intimidatie in de context van werk. Het fundament van deze instrumenten is een ‘inclusive, integrated and gender-reponsive approach’ die middels de routes van preventie en bescherming, handhaving en genoegdoening en advies en scholing dient te worden geïmplementeerd. Conventie 190 hanteert een brede definitie van ‘geweld en intimidatie’ en is van toepassing op formele werknemers, maar ook op andere groepen ‘werkenden’. Maar wat is de inhoud en het belang van deze geïntegreerde aanpak, bezien in nationaal en internationaal perspectief? Hoe verhoudt de bescherming tegen geweld en intimidatie onder gelijkebehandelingswetgeving en arbeidsomstandighedenrecht zich tot elkaar en voldoet het Nederlands juridisch raamwerk aan de voorgestelde ‘integrated approach’? Alhoewel de Conventie als normatieve basis gelijke behandeling en non-discriminatie neemt, geeft zij uitdrukkelijk de opdracht aan ratificerende lidstaten om een geïntegreerde aanpak toe te passen, waarbij geweld en intimidatie niet slechts onder gelijkebehandelingswetgeving, maar tevens onder arbeidsomstandighedenrecht en strafrecht worden ondergebracht om zo lacunes in de juridische bescherming voor slachtoffers te voorkomen. Alhoewel de juridische infrastructuur voor deze ‘integrated approach’ in Nederland aanwezig lijkt, is er nog een aantal aandachtspunten aangaande een effectieve implementatie hiervan, met name in relatie tot criteria voor zorgvuldige klachtbehandeling, risicoanalyse en aanpak en de rol van de vertrouwenspersoon.


Mr. dr. Bas Rombouts
Mr. dr. B. Rombouts is werkzaam als universitair hoofddocent aan het departement Private, Business and Labour Law van Tilburg Law School, Tilburg University. Hij is gespecialiseerd in internationaal arbeidsrecht, fundamentele arbeidsnormen, mensenrechten en duurzame ontwikkeling.

    Atypische arbeidsvormen zijn in opmars. Tijdelijke arbeid, en een arbeidscontract voor bepaalde tijd in het bijzonder, is zo mogelijk de meest gekende vorm. In het onderwijs wordt veelvuldig gebruikgemaakt van dergelijke arbeidscontracten. De Europese sociale partners sloten eind vorige eeuw nochtans een Raamovereenkomst met als doel de kwaliteit van de arbeid voor bepaalde tijd te verbeteren en het misbruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd te voorkomen. In deze bijdrage wordt zowel de Nederlandse als de Vlaamse regelgeving inzake het gebruik van opeenvolgende tijdelijke contracten aan de universiteiten getoetst aan de Europese regelgeving. Het voordeel van een dergelijke rechtsvergelijkende aanpak is dat het mogelijk nieuwe inzichten biedt, niet alleen voor de rechtswetenschapper, maar ook voor de rechtspractici. Het onderzoek vangt aan met een analyse van de Europese regelgeving aan de hand van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Vervolgens worden de toepasselijke Nederlandse en Vlaamse reglementeringen besproken en geëvalueerd, waarna een algemene conclusie volgt.


Dr. Evelien Timbermont
Dr. E. Timbermont is postdoctoraal onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel en gastprofessor aan de Universiteit Gent.
Annotatie

Bindende minimumtarieven voor echte zelfstandigen: een analyse van Nederlands en Europees recht

HvJ EU 4 juli 2019, C-377/17, ECLI:EU:C:2019 (Commissie/Duitsland)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Minimumtarief, Zelfstandigen, Verkeersvrijheden, Mededingingsrecht, Avv-cao’s
Auteurs Prof. mr. Femke Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Het zzp-dossier houdt de politieke gemoederen in Nederland al geruime tijd bezig. Een van de maatregelen waarover wordt nagedacht is een minimumtarief voor zelfstandigen. Een conceptwetsvoorstel minimumtarief zelfstandigen kon op draagvlak rekenen in politiek, wetenschap en praktijk, maar sneuvelde op de uitvoerbaarheid. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft zijn hoop nu gevestigd op de sociale partners. Ook andere landen trachten bindende minimumtarieven voor zelfstandigen te realiseren. In 2019 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie zich uitgelaten over de Duitse HOAI, waarin vaste honoraria voor architecten en ingenieurs zijn vastgelegd. De Duitse wet bleek in strijd met de vrijheid van vestiging. In deze annotatie wordt het arrest geanalyseerd en wordt nagegaan hoe de Nederlandse initiatieven zich verhouden tot het Europese recht. De annotatie sluit af met aanbevelingen voor een Nederlandse coherente aanpak die de Europese toets kan doorstaan.


Prof. mr. Femke Laagland
Prof. mr. F.G. Laagland is hoogleraar Europees arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Artikel

Access_open Bescherming van derdelandmigranten tegen arbeidsuitbuiting in de EU

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Migratie, Derdelanders, Arbeidsuitbuiting
Auteurs Mr. drs. Gerrie Lodder
SamenvattingAuteursinformatie

    Arbeidsmigratie is in de EU een belangrijk en actueel onderwerp. Enerzijds, omdat steeds meer landen in de EU te kennen geven dat ze voor het op peil houden van het arbeidspotentieel hun toevlucht moeten nemen tot het aantrekken van arbeidsmigranten van buiten de EU. Anderzijds blijkt dat er regelmatig sprake is van uitbuiting van deze arbeidsmigranten. In EU-wetgeving in het algemeen en de regulering van migratie van onderdanen van derde landen (derdelanders) naar de EU in het bijzonder wordt aandacht besteed aan de kwetsbare positie van derdelanders en een eerlijke behandeling. Het doel van migratiewetgeving is echter met name ook het beheersen van migratie, het bestrijden van illegale migratie en het stimuleren van economische ontwikkeling. Deze verschillende doelen kunnen met elkaar botsen. In dit artikel wordt onderzocht wat de invloed is van de EU-migratiewetgeving op de uitbuiting van arbeidsmigranten.


Mr. drs. Gerrie Lodder
Mr. drs. G.G. Lodder is werkzaam als onderzoeker en docent bij het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Derdeninterventie bij collectieve arbeidsconflicten na de Wnra

Het ‘vergeten’ derde lid van artikel 6 ESH

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Normalisering, Derdeninterventie, Bemiddeling, Arbitrage, Cao-conflicten
Auteurs Mr. N. Hummel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari 2020 hebben de meeste overheidssectoren de overstap gemaakt naar het cao-stelsel. De Ambtenarenwet 2017 bevat geen wettelijke grondslag meer voor een regeling ter beslechting van collectieve arbeidsconflicten. In de ambtelijke cao’s keert de (Lokale) Advies- en Arbitragecommissie (AAC) terug in de vorm van een derdeninterventieclausule. In deze bijdrage wordt ingegaan op de rol van de AAC voor en na 1 januari 2020, mede in het licht van de wijze waarop derdeninterventie bij cao-conflicten gestalte heeft gekregen in de marktsector. Ook wordt de vraag gesteld of de wijze waarop een voorziening ter beslechting van collectieve arbeidsgeschillen is verwezenlijkt, invloed heeft op het collectief actierecht. Daarbij spreekt de auteur een sterke voorkeur uit voor (her)invoering van een wettelijke grondslag voor een geschillenregeling voor sectoren die essentiële diensten leveren, zowel in de publieke als in de private sector.


Mr. N. Hummel
Mr. N. (Nataschja) Hummel is als docent verbonden aan de Universiteit Utrecht en doet promotieonderzoek naar de bijzondere rechtspositie van de militair.
Annotatie

Gedeeltelijke beëindiging en het toetsingsmoment in ontslagzaken

HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:283 (werkneemster/Schoonmaakbedrijf Victoria B.V.) en ECLI:NL:HR:2020:284 (werknemer/werkgever)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Gedeeltelijke ontbinding, Ex tunc, Ex nunc, Vermindering arbeidsduur, Wijziging arbeidsvoorwaarden
Auteurs Mr. dr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 februari 2020 wees de Hoge Raad een tweetal beschikkingen waarin de vraag naar de mogelijkheid van gedeeltelijke ontbinding en het toetsingsmoment van ontbindingsbeschikkingen in hoger beroep centraal stond. Op beide punten was nadere richting gewenst. De Kolom-beschikking kon vermoeden dat een belangrijke stap gezet was richting de mogelijkheid van een gedeeltelijke ontbinding. Niets blijkt minder waar, getuige het oordeel in de Victoria-beschikking, of toch…? Ook de vraag naar het toetsingsmoment van ontslagzaken in hoger beroep heeft de gemoederen beziggehouden. De Hoge Raad komt niet tot een uniform antwoord. Gaat het om een afgewezen ontbindingsbeschikking, dan is de toetsing in hoger beroep ex nunc; gaat het om een toegewezen ontbindingsbeschikking, dan is de toetsing ex tunc. Deze bijdrage onderwerpt de twee beschikkingen aan een nadere analyse.


Mr. dr. D.M.A. Bij de Vaate
Mr. dr. D.M.A. (Vivian) Bij de Vaate is universitair docent bij de Vrije Universiteit Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 198 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.