Zoekresultaat: 5 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties x Jaar 2010 x
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Hoofdartikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (1)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenaamde concordantieverplichting voldoen. In dit eerste deel van de tweeluik ligt de focus allereerst op het concordantiebeginsel. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de drie regelingen inzake de preventieve ontslagtoetsing met elkaar vergeleken. Daaruit blijkt dat er tussen het Buitengewoon besluit arbeidsverhoudingen 1945 en de beide Landsverordeningen beëindiging arbeidsovereenkomsten een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Ook tussen de landsverordeningen onderling bestaan de nodige verschillen. Geconcludeerd moet daarom worden dat de Koninkrijkswetgevers op dit terrein niet aan hun Statutaire concordantieverplichting voldoen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag
Jurisprudentie

De zaak Juuri: over ontslag en de wil van sociale partners

HvJ EG 27 november 2008, JAR 2009/20 (Mirja Juuri /Fazer Amica Oy)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2010
Trefwoorden overgang van onderneming, bescherming bij achteruitgang door overgang, einde cao op datum van overgang
Auteurs Mr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een werknemer kan er door de overgang van onderneming aanmerkelijk op achteruitgaan. Wordt de arbeidsovereenkomst dientengevolge verbroken, dan komt een dergelijk ontslag voor rekening van de werkgever, aldus artikel 4 lid 2 van Richtlijn 2001/23 (overgang van ondernemingen). In het arrest Juuri zet het Hof van Justitie van de EG uiteen wat de reikwijdte van deze bepaling is. Voorts beoordeelt het Hof de geldigheid van een afspraak tussen sociale partners, erop neerkomende dat de cao op de datum van overgang afloopt.


Mr. R.M. Beltzer
Mr. R.M. Beltzer is universitair hoofddocent arbeidsrecht aan de UvA.
Artikel

De werkgever en het kelderluik

Over toepassing van de Kelderluik-criteria bij artikel 7:162 en artikel 7:658 BW

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2010
Trefwoorden gezichtspunten, Kelderluik-factoren, Bayar/Wijnen, werkgeversaansprakelijkheid, onrechtmatige daad, context
Auteurs Mr. J.P. Quist
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Kelderluik-arrest uit 1965 heeft de Hoge Raad een viertal gezichtspunten geformuleerd die van belang (kunnen) zijn bij de beantwoording van de vraag of sprake is van onrechtmatige gevaarzetting. Veertig jaar later, in het arrest Bayar/Wijnen, heeft de Hoge Raad deze factoren herhaald en daaraan een gezichtspunt toegevoegd in een geval waarin het ging om een werknemer die bij het werken met een gevaarlijke machine letsel had opgelopen. In dit artikel wordt ingegaan op de manier waarop invulling aan de verschillende gezichtspunten (en enkele andere relevante omstandigheden) wordt gegeven. De toepassing van de gezichtspunten bij op artikel 6:162 BW en artikel 7:658 BW gebaseerde vorderingen lijkt veel op elkaar. Een opvallend verschil is echter dat het enkele feit dat het bij artikel 7:658 BW om aansprakelijkheid van de werkgever gaat, van groot belang is voor de strengheid waarmee toepassing aan de Kelderluik-factoren en andere (mogelijk) relevante omstandigheden wordt gegeven. Daar waar de Kelderluik-factoren bij artikel 6:162 BW (in beginsel) een neutraal karakter hebben, wijzen zij bij artikel 7:658 BW veel meer in de richting van een bevestigende beantwoording van de aansprakelijkheidsvraag. De context waarbinnen een bepaalde schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan, is dan ook van grote invloed op de wijze waarop de verschillende factoren worden ingekleurd. In deze bijdrage komen ook andere overeenkomsten en verschillen tussen toepassing van artikel 6:162 BW en artikel 7:658 BW aan bod.


Mr. J.P. Quist
Mr. J.P. Quist is verbonden aan de sectie Arbeidsrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam en tevens advocaat bij Adriaanse van der Weel Advocaten te Middelburg (www.avdw.nl).
Artikel

Navigeren door artikel 6 EVO-Verdrag c.q. artikel 8 Rome I-Verordening: mogelijkheden tot sturing van toepasselijk arbeidsrecht

Een analyse vanuit de vraag naar de betekenis voor het internationaal arbeidsrecht van de zaak Intercontainer Interfrigo (C-133/08)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, EVO-Verdrag, Rome I-Verordening, toepasselijk recht, internationaal privaatrecht, EVO-Verdrag, ontsnappingsclausule, Rome I-Verordening, vrij verkeer van diensten, toepasselijk recht, ontsnappingsclausule, vrij verkeer van diensten
Auteurs Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan over de gestrengheid waarmee de in artikel 4 lid 5 EVO-Verdrag opgenomen ontsnappingsclausule moet worden toegepast. Het betreft de eerste uitspraak van het Hof waarin een artikel van het EVO-Verdrag wordt uitgelegd. De ontsnappingsclausule van artikel 4 lid 5 EVO-Verdrag is analoog geformuleerd aan de ontsnappingsclausule zoals opgenomen in artikel 6 lid 2 in fine EVO-Verdrag, evenals in artikel 8 lid 4 van de recent in werking getreden Rome I-Verordening – artikelen waarin regels inzake toepasselijk recht op arbeidsovereenkomsten zijn opgenomen. De analogie in formulering tussen de onderscheiden ontsnappingsclausules noodt tot analyse van de betekenis van de uitspraak voor de uitlegging van regels inzake internationaal arbeidsrecht. Vanuit deze invalshoek – van de vraag naar de betekenis van de zaak Intercontainer voor het internationaal arbeidsrecht – wordt in deze bijdrage geanalyseerd hoe artikel 6 EVO-Verdrag c.q. artikel 8 Rome I-Verordening moet c.q. kan worden toegepast.


Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
Prof. dr. V. Van Den Eeckhout is professor vergelijkend en Europees internationaal privaatrecht aan de Universiteit Antwerpen en universitair hoofddocent internationaal privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.