Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 48 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties x
Annotatie

Wettelijke maximering van de vertrekvergoeding onder de Wbfo: géén verplichting voor de rechter tot ambtshalve toepassing

HR 1 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:818

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Wbfo, Vertrekvergoeding, ambtshalve toepassing, openbare orde
Auteurs Mr. drs. A.M. Helstone
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juni 2018 (ECLI:NL:HR:2018:818) heeft de Hoge Raad zich voor het eerst uitgelaten over de procesrechtelijke status van het wettelijk maximum voor de vertrekvergoeding van bestuurders ex artikel 1:125 lid 2 Wft. Volgens de Hoge Raad is deze bepaling geen regel van openbare orde die ex artikel 25 Rv ambtshalve door de rechter zou moeten worden toegepast. In deze annotatie worden de relevante gezichtspunten voor de verplichting tot ambtshalve toepassing ex artikel 25 Rv geanalyseerd. Tevens wordt stilgestaan bij de oorsprong en de doelstellingen van de beloningsnormen van de Wft en de Europese regels. Hiermee wordt beoogd een bijdrage te leveren aan de bredere gedachtevorming over de duiding van wettelijke beloningsnormen als onderdeel van publiekrechtelijke regulering in het civiel procesrecht en de hiervoor geldende rechterlijke toetsing.


Mr. drs. A.M. Helstone
Mr. drs. A.M. Helstone is advocaat en partner bij Stibbe te Amsterdam. Zij behaalde naast haar doctoraal Nederlands recht ook een doctoraal Franse taal en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Thans is zij gespecialiseerd in arbeidsrecht en pensioenrecht. Een bijzonder specialisme binnen haar praktijk richt zich op beloningsgerelateerde onderwerpen op het snijvlak van het arbeidsrecht, de Wft en de WNT. Hierover schrijft en publiceert zij regelmatig.
Artikel

Het grondrecht op collectief onderhandelen van zelfstandigen versus het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Mededingingsrecht, Zelfstandige, Cao-exceptie, Vrijheid van vakvereniging, Recht op collectief onderhandelen
Auteurs Mr. R.F. Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat centraal dat de beperking van de door het Hof van Justitie geformuleerde ‘cao-exceptie’ op het Europese mededingingsrecht tot ‘werknemers’ en ‘schijnzelfstandigen’ zich moeilijk tot een grondrechtenbenadering lijkt te verhouden. Zelfstandigen met een zwakke arbeidsmarktpositie hebben namelijk evenzeer behoefte aan collectieve middelen om hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren en vallen ook onder grondrechtenverdragen. Door een uitgebreide beschouwing van de relevante rechtsinstrumenten van de VN, de IAO en de Raad van Europa en de uitleg die de toezichtorganen hieraan geven blijkt dat het grondrecht op vrijheid van (vak)vereniging, collectief onderhandelen en collectieve actie evenzeer aan deze groep lijkt toe te komen, en een te rigoureuze inperking vanwege het mededingingsrecht niet gerechtvaardigd wordt geacht. De conclusie bevat enkele gedachten over hoe het Europese mededingingsrecht met een grondrechtenbenadering overeenstemming te brengen. Daarbij passeren zowel de recente ontwikkelingen rondom het zelfstandigenvraagstuk in Nederland als initiatieven op Europees niveau de revue.


Mr. R.F. Hoekstra
Mr. R.F. (Robert) Hoekstra is werkzaam als onderzoeker bij de Wiardi Beckman Stichting Den Haag. Daarnaast is hij als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn promotieonderzoek ziet op het snijvlak van cao’s en grondrechten.
Discussie

Access_open Toekomst van arbeid, toekomst van arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Werk 4.0, Arbeidsrecht, Loopbaanrecht, Activering, Sociaal overleg
Auteurs Prof. dr. M. De Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    De wereld van werk is in diepe verandering door megatrends in de demografie en sociologie van de beroepsbevolking, in de economische globalisering en in technologische innovatie. ‘Werk 4.0’ fascineert en beroert de geesten. Maar wat betekent de toekomst van werk voor de toekomst van arbeidsrecht? Deze bijdrage herijkt het arbeidsrecht op de schaal van Werk 4.0. Ze argumenteert paradigmaveranderingen die de focus van het arbeidsrecht verschuiven naar activeringsrecht, loopbaanrecht, arbeidskwaliteitsrecht, talentrecht en activiteitsrecht. Ze schetst een verbreding van het arbeidsrecht in een context van transversale talentontwikkeling, alsook een verpersoonlijking van sociale bescherming. Deze bijdrage pleit ook voor nieuw sociaal overleg dat inspeelt op de nieuwe noden die de arbeidsveranderingen teweegbrengen. Ze trekt assen die toelaten om de toekomst van arbeid en arbeidsrecht als een positieve keuze te omarmen.


Prof. dr. M. De Vos
Prof. dr. M. De Vos doceert Belgisch, Europees en internationaal arbeidsrecht aan de Universiteit Gent, de Vrije Universiteit Brussel en Curtin University. Hij is tevens directeur van Itinera Institute (Brussel), waar hij onderzoek verricht over arbeidsmarktbeleid.
Jurisprudentie

Medezeggenschap tijdens faillissement

HR 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:982 (DA Retailgroep)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Ondernemingsraad, Faillissement, Medezeggenschap, Overgang van onderneming, Doorstart
Auteurs Prof. dr. mr. W.H.A.C.M. Bouwens
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de vraag of de curator na faillissement advies moet vragen aan de ondernemingsraad wanneer hij wil overgaan tot verkoop van de activa van de onderneming en tot ontslag van het aldaar werkzame personeel. Hij onderwerpt het standpunt van de Hoge Raad over deze problematiek aan een kritische analyse. Voor het oordeel dat de ondernemingsraad geen adviesrecht toekomt wanneer de onderneming wordt geliquideerd, ziet hij geen wettelijke basis. Deze beperking staat bovendien op gespannen voet met het Europese recht. Voorts is de curator bij een doorstart van de onderneming in ieder geval gehouden advies te vragen wanneer sprake is van een overgang van een onderneming in de zin van Richtlijn 2001/23/EG. Met betrekking tot de formele voorschriften van de Wet op de ondernemingsraden moet de curator bovendien in het oog houden dat het Europese recht ook zekere eisen stelt aan het informatie- en consultatietraject. Ten slotte staat de auteur stil bij de consequenties van schending van de WOR door de curator, ook voor de mogelijkheden van individuele werknemers om op te komen tegen de opzegging van hun arbeidsovereenkomst.


Prof. dr. mr. W.H.A.C.M. Bouwens
Prof. dr. mr. W.H.A.C.M. Bouwens is hoogleraar Sociaal Recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Blue Taxi-arrest: de beperkte zekerheid van de vaststellingsovereenkomst bij vorderingen van derden

HR 6 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:19 (Blue Taxi/SFT)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Vaststellingsovereenkomst, Blue Taxi/SFT, Derden, dwingend recht, openbare orde/goede zeden
Auteurs Mr. dr. A.F. Bungener en Mr. dr. A. Van Zanten-Baris
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken auteurs het arrest Blue Taxi/SFT. Dit arrest biedt verduidelijking met betrekking tot hoe het recht omtrent vaststellingsovereenkomsten dient te worden toegepast. Auteurs gaan in op de wijze waarop en de mate waarin de belangen van derden daarbij dienen te worden gerespecteerd. Auteurs geven antwoord op de vraag wanneer met een vaststellingsovereenkomst dwingend recht opzij kan worden gezet en wanneer dit binnen de contouren van de Hoge Raad niet is toegestaan. Juist dit laatste wordt in de praktijk nog wel eens over het hoofd gezien.


Mr. dr. A.F. Bungener
Mr. dr. A. Bungener is advocaat bij Pact Advocaten te Amsterdam.

Mr. dr. A. Van Zanten-Baris
Mr. dr. A. van Zanten-Baris is eigenaar van Arbeidsrecht Simpel.

    Bij de uitleg van cao-bepalingen leek de Hoge Raad in 1993, met de introductie van de cao-norm, afstand te hebben genomen van de Haviltex-norm. De ‘grammaticale uitleg’ van cao-bepalingen raakte in zwang. Dit was niet de bedoeling. De Hoge Raad greep diverse keren in om de cao-norm te verduidelijken. In 2002, met het DSM/Fox-arrest, leek de cao-norm uitgekristalliseerd. Met het Condor-arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat bij de uitleg van een cao-bepaling de toepassing van de cao-norm niet in alle gevallen gerechtvaardigd is. In deze bijdrage wordt de ontwikkeling van de cao-norm toegelicht. De nieuwe grenzen zullen nog vastgesteld moeten worden. Mijn verwachting is dat het Condor-arrest als basis zal dienen voor een ontwikkeling waarbij cao-bepalingen uit bedrijfstak-cao’s en ondernemings-cao’s niet altijd volgens dezelfde methode zullen worden uitgelegd.


mr. dr. A. Stege
Mr. dr. A. Stege is advocaat bij Zilver Advocaten te Amsterdam.
Jurisprudentie

De onbelemmerde richtlijnconforme uitleg van artikel 9a Waadi

HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland (zzp’er/Focus on Human B.V.)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Waadi, Belemmeringsverbod, Uitzendrichtlijn, Overeenkomst van opdracht, Inlener
Auteurs Prof. A.R. Houweling
SamenvattingAuteursinformatie

    In artikel 9a Waadi is een verbod op het stellen van belemmeringsbedingen bij ‘terbeschikkingstelling van arbeidskrachten’ opgenomen. Aanleiding voor dit verbod was de equivalent in de Uitzendrichtlijn die Nederland moest implementeren. De parlementaire geschiedenis van artikel 9a Waadi geeft geen houvast voor de uitleg van het precieze bereik van het artikel. Er wordt enkel verwezen naar de Uitzendrichtlijn die deels via de Waadi in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd. Bijgevolg is voor het bereik van artikel 9a Waadi het bereik van artikel 6 lid 2 Uitzendrichtlijn van belang. Het Hof van Justitie van de EU heeft tot op heden geen uitspraak gedaan over het precieze bereik van artikel 6 lid 2 Uitzendrichtlijn. Dit maakt het oordeel van de Hoge Raad van 14 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland (zzp’er/Focus on Human B.V.)) en diens weigering prejudiciële vragen te stellen extra interessant. De auteur staat in dit commentaar stil bij twee vragen:
    Beschermt artikel 9a Waadi ook een ex-werknemer die bij de inlener op basis van een overeenkomst van opdracht (geen arbeidsovereenkomst) werkzaamheden gaat verrichten? En zo ja, bieden de tekst en toelichting van artikel 9a Waadi de nationale rechter voldoende ruimte richtlijnconform te interpreteren?
    Beschermt artikel 9a Waadi ook de werknemer die reeds een vast contract heeft bij de uitlener?


Prof. A.R. Houweling
Prof. A.R. Houweling is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.
Jurisprudentie

Vrijheid van religie op de werkplaats en het Hof van Justitie: terug naar cuius regio, illius religio?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Discriminatie, Vrijheid van religie, Hoofddoek, Richtlijn 2000/78/EU, Religie of overtuiging
Auteurs Prof. dr. Filip Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden twee mijlpaalarresten de dato 14 maart 2017 van het Hof van Justitie die betrekking hebben op discriminatie op basis van religie kritisch geanalyseerd. In beide gevallen gaf het dragen van een hoofddoek aanleiding tot het ontslag van een werkneemster. De auteur stelt dat het ontslag van een werkneemster wegens het dragen van een hoofddoek op basis van een algemene regel die uitingen van religieuze, politieke en filosofische overtuigingen verbiedt wel degelijk een directe vorm van discriminatie betreft. Hij betwist dat een beleid van neutraliteit in de onderneming een afdoende legitieme doelstelling vormt die indirecte discriminatie zou rechtvaardigen. De grondslag voor een dergelijke benadering, de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie opgenomen vrijheid van ondernemerschap, is niet dienstig om een richtlijn die het burgerschap binnen de Europese Unie beschermt, beperkend te interpreteren. Hij bepleit dat rechtvaardigingsgronden voor discriminatie op basis van religie voorzienbaar en kenbaar moeten zijn. Tot slot wordt het gebruik van de redelijke aanpassingen door het Hof van Justitie beschouwd. De auteur meent dat de analyse van het Hof op gespannen voet staat met de rechtspraak van het Hof voor de Rechten van de Mens en een risico in zich draagt van ‘harassment’ van werknemers die naar een plek in ‘backoffice’ worden verbannen.


Prof. dr. Filip Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Université Catholique de Louvain en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Eerst Enerco en Amsta, en nu de praktijk

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Staking, Loondoorbetaling, Recente cassatierechtspraak, Toetsing aan alle relevante omstandigheden, Consequenties voor de praktijk
Auteurs prof. Rogier A.A. Duk
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur behandelt op basis van zijn ervaringen als advocaat in stakingszaken de praktische consequenties van de arresten van de Hoge Raad uit 2014 (Enerco) en 2015 (Amsta) en tracht af te wegen tot welke voor- en nadelen de omslag in de jurisprudentie kan leiden.


prof. Rogier A.A. Duk
Prof. R.A.A. Duk is advocaat/partner bij BarentsKrans.
Jurisprudentie

De uitzendwereld na C4C: bespiegelingen over heden en toekomst

HR 4 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2356

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Uitzendovereenkomst, Payrolling, leiding en toezicht, Werkingssferen, rol overheid
Auteurs Prof. mr. Leonard G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de in het C4C-arrest gelaten ruimte voor divergentie in de toepassing van artikel 7:690 BW en artikel 7:691 BW in nieuwe driehoeksrelaties als payrolling en de gelijkenis tussen de gezagsverhouding en het vereiste van ‘leiding en toezicht’. Daarna komen het verschil tussen het oordeel over het begrip ‘uitzendovereenkomst’ in de wet en de van uitzending afwijkende regeling van payrolling in de Ontslagregeling en de werkingssfeer van de ABU CAO 2012-2017 en StiPP aan bod. De bijdrage sluit af met enige bespiegelingen over de uitzendwereld en de rol van de overheid. De wetgever is thans aan zet.


Prof. mr. Leonard G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redacteur van Arbeidsrechtelijke Annotaties.
Jurisprudentie

Overgang van wettelijke verplichtingen – het Hof van Justitie van de EU treedt wederom buiten contractuele grenzen

HvJ EU 28 januari 2015, C-688/13, ECLI:EU:C:2015:46, JAR 2015/279 (Gimnasio Deportivo San Andrés SL/Tesorería General de la Seguridad Social)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2016
Trefwoorden overgang van onderneming, sociale zekerheid, rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, rechten van derden
Auteurs Prof. mr. Ronald Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 2001/23 inzake de overgang van ondernemingen ziet blijkens het in deze bijdrage besproken arrest evenzeer op de overgang van aan de arbeidsovereenkomst gerelateerde, wettelijke socialezekerheidsrechten. Slechts buitenwettelijke rechten inzake sociale zekerheid mogen door de lidstaten worden uitgezonderd van overgang (artikel 3 lid 4 onder a). De reikwijdte van deze uitzondering is beperkt. Het staat lidstaten vrij een ruimere bescherming te bieden. De auteur stelt de vraag of de uitspraak gevolgen heeft voor andere arbeidsgerelateerde rechten en analyseert de in dit arrest impliciet aanvaarde derdenwerking.


Prof. mr. Ronald Beltzer
Prof. mr. R. Beltzer is hoogleraar Arbeid en Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Achterstallige pensioenpremies bij overgang van onderneming

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Overgang van onderneming, Derdenwerking, Pensioen, Premieachterstand, Pensioenuitzondering
Auteurs Mr. Frederique Hoppers
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft in september 2015 een arrest gewezen waarin de regels omtrent overgang van onderneming samenkomen met pensioenregels. Centraal stond de vraag of een pensioenuitvoerder een verkrijgende werkgever kan aanspreken tot betaling van achterstallige pensioenpremies. Het Hof heeft deze vraag op basis van specifieke merites bevestigend beantwoord. In de annotatie worden de overwegingen vanuit (pensioen)juridisch perspectief becommentarieerd en wordt tevens geanalyseerd wat de reikwijdte van dit arrest voor andere pensioensituaties is. Voorts wordt nagegaan of uit het arrest een algemene stelregel kan worden opgemaakt dat regels omtrent overgang van onderneming derdenwerking (kunnen) hebben.


Mr. Frederique Hoppers
Mr. F. Hoppers is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.
Artikel

Collectief bedongen werkgelegenheidsgaranties

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Werkgelegenheidsgarantie, Cao, Uitleg, Ontslagrecht, Wwz
Auteurs Mr. dr. Nuna Zekic
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van collectief overleg spreken werknemersorganisaties vaak met de werkgever af dat hij gedurende een bepaalde periode geen (collectief) ontslag zal initiëren. Deze afspraken worden meestal aangeduid als werkgelegenheidsgaranties. Dit zijn dikwijls belangrijke onderwerpen bij collectieve onderhandelingen, en onenigheid hierover vormt vaak de kern van een collectief conflict. Toch is er weinig bekend over dergelijke afspraken. Het eerste deel van dit artikel heeft als doel meer inzicht te verschaffen in de inhoud en de formulering van dit soort cao-bepalingen. Het tweede deel gaat in op de vraag hoe we moeten omgaan met een werkgelegenheidsgarantie in een ontslagprocedure.


Mr. dr. Nuna Zekic
Mr. dr. N. Zekic is universitair docent Arbeidsrecht aan de Tilburg University.
Jurisprudentie

Het Nederlandse collectieve actierecht (echt) op Europese leest geschoeid

HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1687, NJ 2015/438 (Abvakabo/Stichting Amsta)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Stakingsrecht, Collectieve actie, Enerco, Amsta, Gezichtspunten
Auteurs Mr. R. Hansma
Auteursinformatie

Mr. R. Hansma
Mr. R. Hansma is docent Sociaal recht en buitenpromovendus aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Hoe subjectief en onredelijk is de uitleg van Belgische cao’s?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Rechtsvergelijking, Belgisch recht, Haviltex, Cao
Auteurs Prof. F. Dorsemont
Auteursinformatie

Prof. F. Dorsemont
Prof. F. Dorsemont is hoogleraar Crides Jean Renauld aan de Université de Louvain.
Artikel

Waarom zijn we normaal gaan vinden wat niet normaal is?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Definitie arbeidsovereenkomst, Zzp, Loondoorbetaling, Ontslagvergoeding
Auteurs Prof. R.M. Beltzer
Auteursinformatie

Prof. R.M. Beltzer
Prof. R.M. Beltzer is hoogleraar Arbeid en onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

An all-European holiday?

De vakantieregeling in de Arbeidstijdenrichtlijn en het Burgerlijk Wetboek

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Vakantieregeling, Arbeidstijdenrichtlijn, Europees recht, Implementatie
Auteurs Mr. dr. H.J. van Drongelen, Mr. J. TenHoor en Mr. dr. S.J. Rombouts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht op vakantie is inmiddels niet meer weg te denken uit het arbeidsrecht. In deze bijdrage wordt ingegaan op de samenhang tussen het Europese recht op vakantie dat is neergelegd in de Arbeidstijdenrichtlijn en de regeling van het recht op vakantie in onze nationale wetgeving. Daarbij komt een aantal vragen aan de orde. Wat betekent de Europese regelgeving en rechtspraak voor het recht op jaarlijkse vakantie van de Nederlandse werknemer? Op welke punten is het Nederlandse recht geharmoniseerd en op welke punten, wellicht ten onrechte, (nog) niet? Ook komt aan de orde of daar waar de Nederlandse wetgever heeft geprobeerd om het nationale recht te harmoniseren, dit wel succesvol is geweest. De beantwoording van deze vragen leert dat er een aantal onduidelijkheden bestaat rondom het Europese recht op vakantie en de vertaling daarvan door de Nederlandse wetgever.


Mr. dr. H.J. van Drongelen
Mr. dr. H.J. van Drongelen is universitair hoofddocent Sociaal recht en sociale politiek aan de Universiteit van Tilburg en tevens adviseur bij De Voort Advocaten en Mediators.

Mr. J. TenHoor
Mr. J. TenHoor is wetgevingsjurist bij de Raad van State.

Mr. dr. S.J. Rombouts
Mr. dr. S.J. Rombouts is universitair docent Sociaal recht en sociale politiek aan de Universiteit van Tilburg.
Jurisprudentie

Collectieve acties uit solidariteit, als correlarium van de vrijheid van collectief overleg (artikel 6 ESH) en van de vrijheid van vakvereniging (artikel 11 EVRM)

HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Staking, Enerco, Solidariteit, Euopees Sociaal Handvest, EVRM
Auteurs F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)
    In 2014 dienden twee hoge rechtscolleges een uitspraak te doen over de rechtmatigheid van collectieve acties die in het teken stonden van solidariteit. Het meest recente arrest is van Hollandse bodem. Op 31 oktober 2014 sprak de Hoge Raad zich uit over de voorziening in cassatie die FNV Bondgenoten en de vakvereniging Het Zwarte Korps inleidden tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Nagenoeg acht maanden eerder diende het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uit te spreken over de vraag of de Britse wettelijke bepalingen die solidariteitsstakingen (secondary actions) verboden een aantasting inhielden van de door artikel 11 EVRM gewaarborgde vrijheid van vakvereniging. In deze bijdrage wordt het arrest van de Hoge Raad geanalyseerd en geduid. Het Enerco-arrest wordt in drievoud gecontextualiseerd. De eerste contextualisering is van rechtsvergelijkende aard. In een tweede beweging wordt onderzocht hoe de door de Hoge Raad gegeven interpretatie van artikel 6 ESH zich verhoudt tot de ‘jurisprudentie’ (lees: de conclusies van het Europees Comité voor Sociale Rechten) en met enkele spraakmakende commentaren van het Europees Sociaal Handvest in verband met de rechtspositie van de uit solidariteit gevoerde collectieve actie. Tot slot wordt het Enerco-arrest geconfronteerd met het arrest RMT/VK


F. Dorssemont
F. Dorssemont is hoogleraar aan de UCLouvain (België).
Hoofdartikel

De binding van werkgevers aan collectieve arbeidsovereenkomsten

Enkele beschouwingen over juridische factoren die binding bevorderen of verzwakken

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2014
Trefwoorden cao, alternatieve binding, vakbonden, rechtsvergelijking, representativiteit
Auteurs Prof. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    De dekkingsgraad (vertaling van coverage) van cao's wordt gedefinieerd als de verhouding van het aantal werknemers dat gebonden is aan een cao tot het geheel van de werkende bevolking. In deze bijdrage beperk ik me tot een analyse van de juridische factoren die de binding van werkgevers bevorderen dan wel bemoeilijken. De volgende nationale rechtsordes worden in het onderzoek op systematische wijze betrokken: België, Nederland, Italië, Frankrijk en Duitsland. De problematiek van de binding aan (Europese) cao's wordt eveneens onderzocht binnen de rechtsorde van de Europese Unie.
    Het klassieke scenario van cao-binding (door een cao te sluiten dan wel door lidmaatschap van een ondertekenende werkgeversorganisaties) kan worden bevorderd door een verplichting voor werkgevers in te bouwen om tot onderhandelingen over te gaan. Omgekeerd kan de toegang tot de onderhandelingstafel worden belemmerd door aan werkgeversorganisaties representativiteitseisen op te leggen. Voor het klassieke bindingsscenario bestaan in een aantal nationale rechtsordes enkele ‘alternatieven’. Deze alternatieven leiden ertoe dat een werkgever die noch aan de onderhandelingen heeft deelgenomen, noch aangesloten is bij een onderhandelende organisatie alsnog verplicht wordt bepaalde cao-bepalingen toe te passen. De vraag of een gebondenheid (aan een sectorale of intersectorale cao) die niet op de wilsuiting van de werkgever berust per se strijdig is met de (negatieve) vakverenigingsvrijheid, komt aan bod. In de slotbeschouwingen wordt onderzocht welke 'alternatieven' dienstig kunnen zijn om de dekkingsgraad op te voeren.


Prof. F. Dorssemont
Prof. F. Dorssemont is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit catholique de Louvain (België)
Jurisprudentie

Parkwood: (vooral) oude wijn in nieuwe zakken

HvJ EU 18 juli 2013, C-426/11, JAR 2013/216 (Alemo-Herron e.a./Parkwood)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2014
Trefwoorden overgang van onderneming, werknemersbescherming, incorporatiebeding, cao’s, vrijheid van ondernemerschap, Parkwood
Auteurs N. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Verliezen dynamische incorporatiebedingen die verwijzen naar cao’s op grond van Richtlijn 2001/23 hun dynamische karakter na een overgang van onderneming? Op basis van het arrest Parkwood kan deze vraag nog steeds bevestigend worden beantwoord. Het is echter wel een voorwaardelijk ja, omdat het lidstaten op grond van artikel 8 van de Richtlijn 2001/23/EG vrijstaat te kiezen voor gunstiger werknemersbescherming. Uit Parkwood blijkt echter dat het verlenen van gunstiger werknemersbescherming, in die zin dat dynamische incorporatiebedingen na een overgang dynamisch blijven, niet onbegrensd kan. Onder meer de vrijheid van ondernemerschap kan zich daartegen verzetten.


N. Jansen
Niels Jansen is als junior docent/onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam
Toont 1 - 20 van 48 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.