Zoekresultaat: 22 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties x
Annotatie

Op reis met de vakantiewetgeving: het Handvest biedt nieuw uitzicht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Vakantie, Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Horizontale directe werking, Inspanningsplicht, Richtlijn 2003/88
Auteurs Mr. drs. J.R. Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    In november 2018 wees het Hof van Justitie van de Europese Unie twee belangrijke arresten: Bauer en Max-Planck. Het Hof van Justitie kent hierin horizontale directe werking toe aan het recht op vakantie dat in artikel 31 lid 2 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is opgenomen. Eveneens introduceert Max-Planck een inspanningsplicht voor de werkgever om ervoor te zorgen dat de werknemer vakantie opneemt voordat het recht op vakantie kan vervallen. In deze bijdrage worden de arresten kritisch besproken.


Mr. drs. J.R. Vos
Mr. drs. Jan-Pieter Vos is wetenschappelijk docent en promovendus op de sectie Arbeidsrecht van de Erasmus School of Law.
Annotatie

Sociale zekerheid en controle op detacheringen binnen de EU. Nieuwe wending in de rol van de detacheringsverklaringen bij fraude

HvJ EU 6 februari 2018, zaak C-359/16 (Altun e.a./Openbaar Ministerie)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Europese Unie, Detachering, Sociale zekerheid, A1-verklaringen, Fraude
Auteurs Prof. mr. H. Verschueren
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage annoteert het arrest Altun (C-359/16) van het Hof van Justitie van de Europese Unie over de betekenis van de A1-verklaringen bij de toepassing van de Europese socialezekerheidscoördinatie (Verordening 883/2004). Deze zaak ging over de controle die de ontvangstlidstaten kunnen uitoefenen op de correcte toepassing van de regels met betrekking tot de vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving bij detachering binnen de EU. Dit artikel gaat op de eerste plaats dieper in op de voorwaarden met betrekking tot de toepassing van deze detacheringsregels en op de tot nog toe bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie over de betekenis van de detacheringsverklaringen. Het licht dan verder toe hoe het Hof aan deze rechtspraak een nieuwe wending heeft gegeven door de rechter van de ontvangstlidstaat de mogelijkheid te geven om, indien fraude kan worden aangetoond, deze verklaringen naast zich neer te leggen en zijn eigen socialezekerheidswetgeving toe te passen. Het concludeert dat deze rechtspraak de mogelijkheden om fraude en sociale dumping tegen te gaan slechts in beperkte mate heeft uitgebreid.


Prof. mr. H. Verschueren
Prof. mr. H. Verschueren is gewoon hoogleraar Europees en internationaal sociaal recht aan de Universiteit Antwerpen. Hij doet vooral onderzoek naar de juridische aspecten van grensoverschrijdende tewerkstelling (arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht) en naar de sociale rechten van migrerende Unieburgers. Zie voor meer gegevens: en www.uantwerpen.be/nl/personeel/herwig-verschueren/.
Discussie

Access_open Toekomst van arbeid, toekomst van arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Werk 4.0, Arbeidsrecht, Loopbaanrecht, Activering, Sociaal overleg
Auteurs Prof. dr. M. De Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    De wereld van werk is in diepe verandering door megatrends in de demografie en sociologie van de beroepsbevolking, in de economische globalisering en in technologische innovatie. ‘Werk 4.0’ fascineert en beroert de geesten. Maar wat betekent de toekomst van werk voor de toekomst van arbeidsrecht? Deze bijdrage herijkt het arbeidsrecht op de schaal van Werk 4.0. Ze argumenteert paradigmaveranderingen die de focus van het arbeidsrecht verschuiven naar activeringsrecht, loopbaanrecht, arbeidskwaliteitsrecht, talentrecht en activiteitsrecht. Ze schetst een verbreding van het arbeidsrecht in een context van transversale talentontwikkeling, alsook een verpersoonlijking van sociale bescherming. Deze bijdrage pleit ook voor nieuw sociaal overleg dat inspeelt op de nieuwe noden die de arbeidsveranderingen teweegbrengen. Ze trekt assen die toelaten om de toekomst van arbeid en arbeidsrecht als een positieve keuze te omarmen.


Prof. dr. M. De Vos
Prof. dr. M. De Vos doceert Belgisch, Europees en internationaal arbeidsrecht aan de Universiteit Gent, de Vrije Universiteit Brussel en Curtin University. Hij is tevens directeur van Itinera Institute (Brussel), waar hij onderzoek verricht over arbeidsmarktbeleid.
Annotatie

Het autonome ontslagbegrip in Richtlijn 98/59: inclusief de wijziging?

HvJ EU 21 september 2017, C-149/16, ECLI:EU:C:2017:708 (Socha e.a.) en C-429/16, ECLI:EU:C:2017:711 (Ciupa e.a.)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Richtlijn 98/59, Collectief ontslag, Europees ontslagbegrip, Socha e.a., Ciupa e.a.
Auteurs Dr. N. Gundt
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 98/59 omtrent collectief ontslag ziet blijkens de in deze annotatie besproken arresten niet alleen op een ‘ontslag’ in strikte zin, maar onder omstandigheden ook op een wijziging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever. De auteur analyseert of en in hoeverre de arresten toepasbaar zijn op het stelsel van (collectief) ontslag en wijziging in het Nederlandse alsmede het Duitse, Franse en Belgische recht.


Dr. N. Gundt
Dr. N. Gundt is universitair docent Arbeidsrecht aan Maastricht University.
Discussie

Access_open De ILO en het Nederlandse arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Impact van de ILO op het Nederlandse arbeidsrecht
Auteurs Prof. mr. Paul F. van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    De ILO bestaat in 2019 honderd jaar. Nederland is vanaf het begin lid geweest van deze tripartite internationale organisatie, die na 1945 onder de paraplu van de Verenigde Naties is komen te vallen.
    Nederland heeft zich doorgaans opgesteld als een actief en betrokken lid; het heeft in vergelijking met andere lidstaten veel ILO-verdragen geratificeerd, te weten 106.
    Met dit grote aantal ratificaties heeft de ILO relatief grote impact gehad op het Nederlands arbeidsrecht.
    Er waren ‘kwesties’ met de ILO over onder meer de loonpolitiek, de sterkte van de Arbeidsinspectie, het ontslagrecht en de vakbondsvrijheid.
    Opvallend is dat Nederland ILO-verdrag 158 over het ontslagrecht niet heeft geratificeerd.
    Op terreinen waar veel overheidsgeld mee gemoeid is, zoals bijvoorbeeld de loonpolitiek, de sterkte van de Arbeidsinspectie of de sociale zekerheid, leeft de Nederlandse overheid pas na veel tijdsverloop en druk van de ILO de aangegane verplichtingen na.


Prof. mr. Paul F. van der Heijden
Prof. mr. P.F. van der Heijden is hoogleraar Internationaal Arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden. Hij was gedurende 22 jaar in verschillende rollen actief binnen de ILO, de laatste 15 jaar als onafhankelijk voorzitter van de Committee on Freedom of Association (CFA).

    Bij de uitleg van cao-bepalingen leek de Hoge Raad in 1993, met de introductie van de cao-norm, afstand te hebben genomen van de Haviltex-norm. De ‘grammaticale uitleg’ van cao-bepalingen raakte in zwang. Dit was niet de bedoeling. De Hoge Raad greep diverse keren in om de cao-norm te verduidelijken. In 2002, met het DSM/Fox-arrest, leek de cao-norm uitgekristalliseerd. Met het Condor-arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat bij de uitleg van een cao-bepaling de toepassing van de cao-norm niet in alle gevallen gerechtvaardigd is. In deze bijdrage wordt de ontwikkeling van de cao-norm toegelicht. De nieuwe grenzen zullen nog vastgesteld moeten worden. Mijn verwachting is dat het Condor-arrest als basis zal dienen voor een ontwikkeling waarbij cao-bepalingen uit bedrijfstak-cao’s en ondernemings-cao’s niet altijd volgens dezelfde methode zullen worden uitgelegd.


mr. dr. A. Stege
Mr. dr. A. Stege is advocaat bij Zilver Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Tien jaar Pensioenwet

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Pensioenovereenkomst, uitvoeringsovereenkomst, pensioenuitvoerder, Wijziging (van pensioenovereenkomst), Pensioenwet
Auteurs prof. Erik Lutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De Pensioenwet is in 2007 in werking getreden. Deze wet geeft regels betreffende het – aanvullend – pensioen in de werkgever-werknemersverhouding. De Pensioenwet beoogt aan werknemers financiële en uitvoeringszekerheid te geven, opdat hun pensioenverwachtingen ook uitkomen. Kort na inwerkingtredingen ontstonden hierin al teleurstellingen van werknemers: de financiële en kredietcrisis sloeg een bres in het vermogen van pensioenfondsen en voor veel rechthebbenden waren kortingen nodig. Dit leidde tot een nu al jaren durend debat over de inrichting van het pensioenstelsel in de toekomst. Tegen die achtergrond geeft dit artikel een overzicht van de juridische aandachtspunten van tien jaar Pensioenwet.


prof. Erik Lutjens
Prof. E. Lutjens is hoogleraar Pensioenrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Expertisecentrum Pensioenrecht en Of Counsel bij DLA Piper.
Jurisprudentie

Tegen de wet

HvJ EU 19 april 2016, C-441/14, ECLI:EU:C:2016:278, JAR 2016/132 (Ajos/Rasmussen)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Contra legem, Algemene beginselen
Auteurs Mr. Peter Vas Nunes
SamenvattingAuteursinformatie

    In april van dit jaar wees het Hof van Justitie van de Europese Unie arrest in de zaak Rasmussen. Hoewel het arrest is gewezen door de Grote Kamer, brengt het weinig dat echt nieuw is. Het arrest biedt wel een goede gelegenheid om in te gaan op een aantal leerstukken die van belang zijn voor beoefenaars van het arbeidsrecht, zoals die met betrekking tot de richtlijnconforme uitleg van nationaal recht en het buiten toepassing laten van dat recht op grond van algemene beginselen van Unierecht.


Mr. Peter Vas Nunes
Mr. P. Vas Nunes is als advocaat en partner verbonden aan BarentsKrans.
Jurisprudentie

Overgang van wettelijke verplichtingen – het Hof van Justitie van de EU treedt wederom buiten contractuele grenzen

HvJ EU 28 januari 2015, C-688/13, ECLI:EU:C:2015:46, JAR 2015/279 (Gimnasio Deportivo San Andrés SL/Tesorería General de la Seguridad Social)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2016
Trefwoorden overgang van onderneming, sociale zekerheid, rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, rechten van derden
Auteurs Prof. mr. Ronald Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 2001/23 inzake de overgang van ondernemingen ziet blijkens het in deze bijdrage besproken arrest evenzeer op de overgang van aan de arbeidsovereenkomst gerelateerde, wettelijke socialezekerheidsrechten. Slechts buitenwettelijke rechten inzake sociale zekerheid mogen door de lidstaten worden uitgezonderd van overgang (artikel 3 lid 4 onder a). De reikwijdte van deze uitzondering is beperkt. Het staat lidstaten vrij een ruimere bescherming te bieden. De auteur stelt de vraag of de uitspraak gevolgen heeft voor andere arbeidsgerelateerde rechten en analyseert de in dit arrest impliciet aanvaarde derdenwerking.


Prof. mr. Ronald Beltzer
Prof. mr. R. Beltzer is hoogleraar Arbeid en Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Privaatrechtelijke handhaving door de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Privaatrechtelijke handhaving, Sociale partners, Uitzendsector, Schadevergoeding, Boetebeding
Auteurs Mr. dr. M. Kullmann
Auteursinformatie

Mr. dr. M. Kullmann
Mr. dr. M. Kullmann is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit van Maastricht.
Jurisprudentie

Grenzen aan sociale concurrentie bij vrij verkeer van diensten en bij mededinging

HvJ EU C-549/13, JAR 2014/264 (Bundesdruckerei GmbH) en HvJ EU C-413/13, JAR 2015/19 (FNV Kunsten Informatie en Media/FNV KIEM)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Vrijheid van diensten, Mededinging, Europees recht, Sociale concurrentie
Auteurs A.P.C.M. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    HvJ EU C-549/13, JAR 2014/264 (Bundesdruckerei GmbH) en HvJ EU C-413/13, JAR 2015/19 (FNV Kunsten Informatie en Media/FNV KIEM)
    In deze annotatie worden twee arresten van het Hof van Justitie van de EU besproken onder de noemer van sociale concurrentie die het gevolg zouden kunnen zijn van de toepassing van twee grondbeginselen van de Europese Unie: vrij verkeer en mededinging. In de zaak Bundesdruckerei is aan de orde of een overheidsinstantie in haar aanbestedingsvoorwaarden mag opnemen dat het bedrijf dat de opdracht uitvoert, moet garanderen dat het minimumuurloon dat geldt voor de lidstaat waarin het bedrijf gevestigd is, ook wordt betaald aan werknemers van een bedrijf in een andere lidstaat waar de werkzaamheden feitelijk worden verricht. Het VWEU verbiedt dat in artikel 56, tenzij de inbreuk op het vrij verkeer objectief gerechtvaardigd wordt. Het HvJ EU komt met toepassing van de criteria, doel, geschikt en noodzakelijk, tot de conclusie dat er een gerechtvaardigd doel kan zijn – bescherming van werknemers – maar dat de voorwaarde niet geschikt en noodzakelijk is om dat doel te bereiken.
    De andere zaak (FNV KIEM) sluit aan op staande rechtspraak van het HvJ EU dat cao’s zijn uitgezonderd van het mededingingsrecht, mits aan een paar voorwaarden wordt voldaan. Mag een vakbond minimumtarieven voor zelfstandigen in een cao vastleggen? Als een vakbond dat doet, treedt hij dan op als werknemers- of als werkgeversvereniging? Doorslaggevend is of er sprake is van ‘echte’ zelfstandigheid of van schijnzelfstandigheid. Naast de bekende criteria als vrijheid van uitvoering van de werkzaamheden, afhankelijkheid van de opdrachtgever, het dragen van financiële en commerciële risico’s introduceert het HvJ EU het criterium: is de betrokkene als gewone werknemer in de onderneming van de opdrachtgever werkzaam ofwel is hij met de werknemer gelijk te stellen? Een vraag voor de nationale rechter.


A.P.C.M. Jaspers
A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit van Utrecht.
Jurisprudentie

Eenzijdige wijzigingsmogelijkheden jegens gepensioneerden onder de PSW en de PW: van onbeschermd naar beschermd?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Onvoorwaardelijke indexatie, Pensioenaanspraken, eenzijdige wijziging, Gepensioneerden, Pensioen
Auteurs Anton Van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de vanaf 1 januari 2007 geldende Pensioenwet (PW) is bepaald dat een onvoorwaardelijk recht op indexatie deel uitmaakt van een pensioenaanspraak. Een pensioenaanspraak is volgens de PW in beginsel niet voor wijziging vatbaar. De Hoge Raad besliste in een tweetal arresten uit 2013 impliciet dat een onvoorwaardelijk recht op indexatie onder de tot 1 januari 2007 geldende Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW) wel gewijzigd kon worden. Verder oordeelde de Hoge Raad dat onder de PSW een eenzijdige wijzigingsmogelijkheid jegens gepensioneerden slechts beperkt wordt door het algemeen verbintenissenrecht. Er geldt dus geen beperking, zoals bepaald in artikel 7:613 BW en artikel 19 PW. De praktijk wijst uit dat dit tot onverwachte resultaten kan leiden (zie Hof Amsterdam 23 september 2014, (ECLI:NL:GHAMS:2014:4007)). De arresten van de Hoge Raad worden in deze bijdrage kritisch besproken.


Anton Van Leeuwen
Anton van Leeuwen is advocaat bij SteensmaEven.
Artikel

Promoveren in het arbeidsrecht – een overzicht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden dissertaties, proefschriften, promotor, sociaal recht, proefschriftthema’s
Auteurs R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie wil weten welke dissertaties in Nederland op het terrein van het arbeidsrecht en het socialezekerheidsrecht zijn verschenen, wacht een lange zoektocht. De verscheidene digitale bibliotheken bieden (nog) geen makkelijk doorzoekbaar, relevant overzicht. In deze bijdrage is gepoogd een dergelijk overzicht te geven. De bijdrage bevat niet alleen een lijst van de door de auteur gevonden dissertaties, maar ook informatie omtrent, onder andere, (trends in) gekozen proefschriftthema’s, aantallen dissertaties per faculteit en per decennium.


R.M. Beltzer
Prof. mr. R.M. Beltzer is hoogleraar arbeid en onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT): (in) werking

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2013
Trefwoorden WNT, topfunctionaris, publieke en semipublieke sector, ontslagvergoeding, overgangsrecht
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2013 trad de Wet normering bezoldigingen topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) in werking. Deze bijdrage bevat een beschouwing over deze ‘unieke’ wet: het doel, de keuzes, de middelen, het overgangsrecht en natuurlijk de vraag of de WNT bestand is tegen lieden die het beloningsspel niet (ruiterlijk) willen meespelen. Een uitvoerige beschouwing over het belangrijke thema van de uitkering wegens de beëindiging van het dienstverband (de ontslagvergoeding) − inclusief het terrein van de op non-actiefstelling − laat zien dat de WNT allerminst waterdicht is. De WNT laat daarbij een belangrijk gebied onbelicht: de praktijk van het maken van afspraken over een afkoop van wachtgeld/bovenwettelijke WW-rechten. De auteur doet de suggestie dat het kabinet het (zoals eerder toegezegd) in de loop van 2013 te verwachten wetsontwerp tot aanpassing van de WNT aangrijpt om enige verduidelijking te bieden omtrent de wijze waarop de praktijk volgens de wetgever met een en ander moet omgaan.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

EU-burgerschap en toegang tot sociale voordelen over de grens

Is er verschil tussen marktburgers en sociale burgers?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Europees burgerschap, non-discriminatie, sociale voordelen, economisch niet-actieven, objectieve rechtvaardigingsgrond
Auteurs Prof. mr. F.J.L. Pennings
SamenvattingAuteursinformatie

    In recente arresten heeft het Hof van Justitie uitgemaakt dat als een land door middel van een nationaliteits- of woonplaatseis de toegang tot zijn stelsel beperkt, ook niet-economisch actieven deze eisen kunnen aanvechten op grond van de bepaling van het Europees burgerschap. Wel mogen lidstaten bepaalde goed beargumenteerde beperkingen stellen voor personen met een vreemde nationaliteit, zoals dat men vijf jaar in Nederland heeft gewoond voordat men recht heeft op studiefinanciering. Nu rijst een aantal vragen. Hoe kan het dat de bepaling van het Europees burgerschap een dergelijk effect heeft? Zijn er nog verschillen tussen economisch actieve en niet-actieve burgers? Is de jurisprudentie over het burgerschap geen bedreiging voor nationale welvaartsstaten? Deze vragen worden in deze bijdrage behandeld. Daarbij komt ook het recente arrest Europese Commissie tegen Nederland (C-542/09) aan de orde.


Prof. mr. F.J.L. Pennings
Prof. mr. F.J.L. Pennings is hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht, en gasthoogleraar aan de Universiteit van Tilburg en de Universiteit van Gotenburg, Zweden <www.franspennings.org>.
Jurisprudentie

Het beding van artikel 7:613 BW: toepassingsgebied, de relatieve zwaarte van de ‘613’-maatstaf en het vereiste van schriftelijkheid

HR 18 maart 2011, JAR 2011/108 m.nt. Zondag en JIN 2011/320 m.nt. Van der Voet (Monsieurs c.s./Wegener)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Wijzigingsbeding, artikel 7:613 BW, ‘613’-maatstaf en schriftelijkheid, Monsieurs/Wegener
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad markeert in het Monsieurs/Wegener-arrest het collectieve karakter van het ‘613’-beding en laat ruimte voor een (klankbord)functie van deze wetsbepaling in individuele situaties. De auteur gaat in op het doel en de strekking van artikel 7:613 BW en behandelt de relatieve zwaarte van de maatstaf van het ‘613’-beding ten opzichte van artikel 6:248 lid 2 BW en artikel 7:611 BW. De auteur slaat in zijn annotatie een brug naar het leerstuk van Stoof/Mammoet. Ten aanzien van het vereiste van schriftelijkheid verdedigt de annotator dat het oordeel van de Hoge Raad in overeenstemming is met de aard van het ‘613’-beding. Gezien de ontwikkelingen in de manier van communiceren en gelet op het uitgangspunt dat aan het Burgerlijk Wetboek ten grondslag ligt dat nietigheden in beginsel niet verder reiken dan de strekking daarvan meebrengt, lijkt de tijd rijp voor vernieuwende gezichtspunten over het vereiste van schriftelijkheid.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

Kennelijk onredelijk ontslag vanuit historisch perspectief verklaard

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2010
Trefwoorden kennelijk onredelijk ontslag, schadevergoeding, vergoeding naar billijkheid, begroten, ex tunc, ontbinding, kantonrechtersformule, leeftijdsdiscriminatie
Auteurs Mr. D.J. Buijs
SamenvattingAuteursinformatie

    De arresten Van de Grijp/Stam en Rutten/Breed met betrekking tot kennelijk onredelijk ontslag hebben geleid tot commotie. Dat is begrijpelijk in het kader van de rechtsontwikkeling van het afgelopen decennium, maar wanneer de problematiek wordt geplaatst in het kader van de rechtsontwikkeling van de afgelopen eeuw, wordt het nieuwe onder de zon gevormd door de invoering van het nieuwe BW en de onbedoelde gevolgen daarvan voor de als bijzondere overeenkomst aangemerkte arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst is minder bijzonder dan sommigen menen en de leer van de Hoge Raad met betrekking tot kennelijk onredelijk ontslag vergt weliswaar vaardigheden, maar de praktijk leert dat de rechter door de Hoge Raad niet voor een onmogelijke opgave wordt gesteld.


Mr. D.J. Buijs
Mr. D.J. Buijs is kantonrechter.
Artikel

Werkgeversaansprakelijkheid: ligt de oplossing in Amerika?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2009
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, risicoaansprakelijkheid, Workers’ Compensation
Auteurs L.B. de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    Na vijf arresten van de Hoge Raad uit 2008 is de discussie over het aannemen van een risicoaansprakelijkheid voor werkgerelateerde schade voor werkgevers losgekomen. De auteur bespreekt aan de hand van het Amerikaanse systeem van Workers’ Compensation de positieve en negatieve kanten van een systeem van risicoaansprakelijkheid. Hij onderzoekt of een dergelijk systeem de problemen kan oplossen die momenteel aan de orde zijn in de Nederlandse werkgeversaansprakelijkheid. De auteur concludeert aan de hand van de Amerikaanse ervaringen dat een risicoaansprakelijkheid de meeste problemen kan oplossen. Hij waarschuwt echter dat de wetgever vóór het aannemen van risicoaansprakelijkheid duidelijk moet vaststellen wat het speelveld is voor werkgevers en werknemers om de onduidelijkheden te voorkomen die het Nederlandse systeem van werkgeversaansprakelijkheid momenteel parten spelen.


L.B. de Graaf
Laurens de Graaf is advocaat bij BarentsKrans N.V.
Jurisprudentie

De managementovereenkomst volgens de Hoge Raad en de Centrale Raad van Beroep

HR 13 juli 2007, JAR 2007/231; NJ 2007, 449, m.nt. E. Verhulp (Stichting Thuiszorg Rotterdam/PGGM)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 03 2007
Trefwoorden arbeidsovereenkomst, managementovereenkomst, overeenkomstvereiste, derdebelanghebbenden, feitelijke benadering
Auteurs L. van den Berg

L. van den Berg
Jurisprudentie

DSM/Fox en de uitleg van arbeidsrechtelijke contracten - het laatste woord?

HR 20 februari 2004, JAR 2004/83

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 03 2004
Trefwoorden uitleg van CAO-bepalingen, pensioenreglement, arbeidsovereenkomst, personeelsgids, concurrentiebeding, CAO-norm, Haviltex-norm, toetsing uitleg in cassatie
Auteurs S.F. Sagel

S.F. Sagel
Toont 1 - 20 van 22 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.