Zoekresultaat: 16 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Onderneming en Financiering x
Wetenschap en praktijk

Access_open De virtuele aandeelhoudersvergadering: van Spoedwet naar Best Practices

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Ondernemingsrecht, AVA, online, VGM, Corporate Governance
Auteurs Mr. dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel ‘Tijdelijke voorzieningen op het terrein van het Ministerie van Justitie en Veiligheid in verband met de uitbraak van COVID-19’ biedt vennootschappen de gelegenheid om de aandeelhoudersvergadering virtueel te organiseren; fysieke bijeenkomst is niet meer noodzakelijk. Door tijdsgebrek kiest een groot deel van de Nederlandse beursvennootschappen voor nogal summiere wijzen van online organiseren. Dit kan veel beter, waardoor vennootschappen en hun stakeholders veel meer profiteren van de voordelen die een virtuele aandeelhoudersvergadering biedt. De opgestelde best practices zijn bedoeld als handvat om een constructieve dialoog te bewerkstelligen, om uiteindelijk te komen tot het optimaal functioneren van de virtuele aandeelhoudersvergadering.


Mr. dr. A. van der Krans
Mr. dr. A. (Anatoli) van der Krans is advocaat bij Corona Legal in Amsterdam, en promoveerde in 2009 op zijn onderzoek naar de virtuele aandeelhoudersvergadering.
Wetenschap

Verschuivend paradigma in corporate governance bij vijandige overnames

Reflecties van rechters, bestuurders en commissarissen, een lid van de Monitoring Commissie en een institutionele belegger tegen de achtergrond van ontwikkelingen op de kapitaalmarkt en in de jurisprudentie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2019
Trefwoorden langetermijnwaardecreatie, corporate governance, shareholder- en stakeholdermodel, vijandige overnames, vennootschappelijk belang
Auteurs Mr. dr. J. Nijland, Dr. T.L.M. Verdoes, Dr. M.P. Lycklama à Nijeholt e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De recente ontwikkelingen in de Nederlandse jurisprudentie en de herziening van de Corporate Governance Code zouden kunnen dienen als een belangrijke katalysator voor meer ‘duurzame’ overnamebesluiten door het benadrukken van het belang van langetermijnwaardecreatie. De auteurs interviewden belangrijke actoren in overnameconflicten om hun visie te geven op de kansen en bedreigingen van langetermijnwaardecreatie. De reflecties zijn in lijn met de ontwikkelingen en aldus doorgedrongen in het maatschappelijke speelveld. Concrete invulling geven aan langetermijnwaardecreatie is complex vanwege de uiteenlopende visies op het vennootschappelijke belang: de shareholders, stakeholders en de entiteit. Dit schept echter ook de ruimte om autonoom invulling te geven aan langetermijnwaardecreatie.


Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. (Jelle) Nijland is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Ondernemingsrecht, van de Universiteit Leiden.

Dr. T.L.M. Verdoes
Dr. T.L.M. (Tim) Verdoes is als universitair docent verbonden aan het Instituut Fiscale en Economische vakken van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Bedrijfswetenschappen, van de Universiteit Leiden.

Dr. M.P. Lycklama à Nijeholt
Dr. M.P. (Maaike) Lycklama à Nijeholt is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Ondernemingsrecht, van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. N.T. Pham
Mr. dr. N.T. (Thy) Pham is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Ondernemingsrecht, van de Universiteit Leiden.
Wetenschap

Vennootschappelijke medezeggenschap onder druk

Sluit de structuurregeling nog aan op de economische werkelijkheid?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden structuurregeling, medezeggenschap, raad van commissarissen, werknemers
Auteurs Mr. H. van Roosmalen en Mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Het adagium van medezeggenschap, dat ‘zij de zeggenschap volgt’, ligt ten grondslag aan de in 1971 ingevoerde structuurregeling. Het doel dat destijds met deze regeling werd nagestreefd, betrof het verschaffen van een stem aan werknemers op het hoogste niveau binnen de onderneming. De structuurregeling moest dus voorzien in de groeiende behoefte aan vennootschappelijke medezeggenschap. In dit artikel analyseren de auteurs de Nederlandse structuurregeling voor naamloze en besloten vennootschapen. Ook is er enige aandacht voor rechtsvergelijking met het Duitse recht. De kernvraag die de auteurs beantwoorden, is in hoeverre het vennootschappelijke medezeggenschapsrecht op basis van de structuurregeling in Nederland nog het beoogde effect heeft.


Mr. H. van Roosmalen
Mr. H. (Hidde) van Roosmalen is momenteel bezig met het afronden van de master Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht en heeft de master Onderneming en recht aan dezelfde universiteit in 2018 succesvol afgerond.

Mr. H. Koster
Mr. H. (Harold) Koster is verbonden aan de Erasmus School of Law en aan de Universiteit van Dubai.
Casus

Enkele gedachten over de arbeidsovereenkomst in het concern

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden arbeidsovereenkomst, concern, werknemer
Auteurs Prof. dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    De werknemer in het concern heeft veelal niet alleen te maken met degene met wie hij de arbeidsovereenkomst ondertekende, maar ziet zich tevens geconfronteerd met allerhande ‘derden’ die direct of indirect hun invloed uitoefenen op de arbeidsovereenkomst. Denk aan de situatie dat de werkgever niet meer in staat is het loon te betalen omdat de moedervennootschap al haar leningen heeft opgeëist. Een ander concernonderdeel kan zelfs in het geheel niet als derde worden ervaren, bijvoorbeeld in de veelvoorkomende situatie dat de werknemer binnen een concern feitelijk permanent werkt binnen een andere vennootschap dan die waarmee hij de arbeidsovereenkomst sloot. De centrale vraag van de auteur is of het recht voldoende rekening houdt met de arbeidsovereenkomst binnen het concern.


Prof. dr. R.M. Beltzer
Prof. dr. R.M. Beltzer is hoogleraar Arbeid & Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Casus

Tegenstrijdig belang: statuten en reglementen van beursvennootschappen onderzocht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Tegenstrijdig belang, Beursvennootschap, Statuten, Reglement, Stemverbod, Corporate Governance Code
Auteurs Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de regeling van het tegenstrijdig belang van bestuurders en commissarissen in de statuten van beursvennootschappen. Aanleiding is de inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht op 1 januari 2013 en de veronderstelling dat deze statuten intussen zijn aangepast. Dat blijkt maar ten dele het geval. In meer dan de helft van de onderzochte statuten figureren namelijk nog verouderde, op vertegenwoordiging betrekking hebbende bepalingen inzake het tegenstrijdig belang, soms zelfs in statuten die zijn gewijzigd na 1 januari 2013. De niet aangepaste statuten zijn misleidend als informatiebron over de te volgen handelwijze bij tegenstrijdig belang.
    Een andere bevinding is dat suggesties uit de vakliteratuur voor een adequate statutaire regeling van het tegenstrijdig belang nauwelijks zijn gevolgd.
    Ook de reglementen voor bestuurders en commissarissen van beursvennootschappen zijn onder de loep genomen. De reglementen blijken op het punt van tegenstrijdig belang doorgaans gemodelleerd te zijn naar de Corporate Governance Code. Niettemin bevat een zestal reglementen ook nog verouderde, misleidende bepalingen over het tegenstrijdig belang.


Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn is hoogleraar International Company Law aan de Universiteit en Utrecht en is verbonden aan AKD advocaten en notarissen
Casus

Governance en bescherming van banken

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden banken, publiek belang, publiek aandeelhouderschap, privatisering, Interventiewet, overheidsinvloed, vijandige overnames, beschermingsconstructies, certificering
Auteurs Prof. mr. D.F.M.M. Zaman, Mr. G.M. Portier en Mr. dr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de vraag welke publiek- en privaatrechtelijke mogelijkheden er bestaan om op permanente wijze een bank (of andere financiële instelling) te beschermen tegen beleid dat niet gericht is op het publieke belang. Daarbij worden mogelijke publiek- en privaatrechtelijke instrumenten vergeleken en geplaatst in een nationaal- en Europeesrechtelijk kader. Aangezien publiekrechtelijke instrumenten uit hoofde van de Interventiewet slechts onder bepaalde voorwaarden inzetbaar zijn (dreigende insolventie van de onderneming of instabiliteit van het financieel stelsel) en traditionele beschermingsconstructies slechts kunnen worden ingezet ter voorkoming van vijandige overnames, zien de auteurs mogelijkheden voor het gebruik van aanvullende privaatrechtelijke instrumenten ter stimulering van beleid van banken gericht op het publieke belang.


Prof. mr. D.F.M.M. Zaman
Prof. mr. D.F.M.M. Zaman is notaris te Rotterdam, (bijzonder) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Utrecht en (gewoon) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. G.M. Portier
Mr. G.M. Portier is notaris te Amsterdam.

Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. Nijland is universitair docent aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Albron/Roest – All’s well that ends well

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2013
Trefwoorden overgang van onderneming, intra-concern detachering, payrolling, aandelenoverdracht, hoofdelijke aansprakelijkheid, art. 7:663 BW, Richtlijn 2001/23/EG
Auteurs Prof. dr. R.M. Beltzer en mr.dr. J.P.H. Zwemmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 5 april 2013 wees de Hoge Raad arrest in de ruim zeven jaar lopende Albron-zaak over overgang van onderneming. Centrale vraag in deze zaak is of bij de uitbesteding van de cateringactiviteiten door Heineken aan Albron de arbeidsovereenkomsten van de bij deze activiteiten werkzame, maar niet in dienst zijnde werknemers van rechtswege mee zijn overgegaan naar Albron. De Hoge Raad beantwoordt deze vraag bevestigend op basis van een richtlijnconforme uitleg van art. 7:663 BW. Dat de werknemers uitsluitend intra-concern waren gedetacheerd bij de overgedragen onderneming en een arbeidsovereenkomst hadden gesloten met een andere Heinekengroepsmaatschappij, vormt naar het oordeel van de Hoge Raad geen belemmering voor de overgang van hun arbeidsovereenkomsten.


Prof. dr. R.M. Beltzer
Prof. dr. R.M. Beltzer is Hoogleraar Arbeid & Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.

mr.dr. J.P.H. Zwemmer
Mr.dr. J.P.H. Zwemmer is Advocaat arbeidsrecht bij Boekel De Nerée en Docent en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam.
Praktijk

Kartels en concernverhoudingen: extra zorgplicht voor moeders?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2012
Trefwoorden kartelinbreuk, toerekening, boete, concernverhoudingen, mededingingsrecht
Auteurs Mr. S.G.J. Smallegange en mr. L.L. Bremmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een boete voor een kartelinbreuk van een dochteronderneming kan aan een moedermaatschappij worden toegerekend als zij een economische eenheid vormen en de moeder een beslissende invloed uitoefent. De Europese Commissie gaat hierbij uit van een weerlegbaar vermoeden als de moeder 100% van het kapitaal bezit, waarbij de moeder het bewijs moet aandragen dat zij geen beslissende invloed heeft gehad op de dochter. Hoe zit dat bij andere posities van moedermaatschappijen? Bij de beoordeling kijkt de Commissie naar de feiten en omstandigheden van het geval. Overlap in besturen, management en zelfs negatieve zeggenschap kunnen beslissende invloed creëren. De moeder doet er daarom goed aan – voordat zij wordt geconfronteerd met een overtreding – inzichtelijk te hebben of zij als een economische eenheid gezien wil worden.


Mr. S.G.J. Smallegange
Mr. S.G.J. Smallegange is als advocaat werkzaam bij de vakgroep Europees en Mededingingsrecht AKD te Brussel.

mr. L.L. Bremmer
Mr. L.L. Bremmer is als advocaat werkzaam bij de vakgroep Europees en Mededingingsrecht AKD te Brussel.
Artikel

De automatisch vervallende 403-verklaring

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden art. 2:403 BW, 403-verklaring, concernvrijstelling, groepsmaatschappij, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur wordt wel gepleit voor het opnemen van een groepsband als voorwaarde in een 403-verklaring. Ook in de praktijk blijkt dit te worden toegepast met het oog op een automatisch eindigende aansprakelijkheid bij het verbreken van de groepsband, meestal in het kader van een verkoop van de desbetreffende dochtervennootschap. In deze bijdrage wordt ingegaan op deze voorwaarde, waarbij de volgende twee vragen centraal staan: (1) komt de aansprakelijkheid van de moeder automatisch te vervallen na verbreking van de groepsband, en (2) kan de dochter gebruik maken van de concernvrijstelling als ten behoeve van haar een 403-verklaring is gedeponeerd die afhankelijk is gesteld van de groepsband tussen de moeder en de dochter? Na beantwoording van deze vragen wordt een alternatief voor het groepsbegrip als voorwaarde voor aansprakelijkheid besproken. De bijdrage wordt afgesloten met een korte samenvatting en conclusie.


Mr. M.R.C. van Zoest
Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Herwaardering van certificering als beschermingsconstructie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Administratiekantoor, beschermingsconstructies, certificering, certificering van aandelen, Dutch discount, market for corporate control
Auteurs Mr. J. de Koning Gans en Prof. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk wijst uit dat aandeelhoudersactivisme het vennootschappelijk belang kan bedreigen. In deze bijdrage wordt onderzocht wat de meest adequate vorm van bescherming van een beursvennootschap tegen een vijandige overname is. Allereerst worden de in Nederland meest voorkomende beschermingsconstructies besproken en geëvalueerd. De auteurs constateren vervolgens dat aan elke beschermingsmaatregel voor- en nadelen kleven. Deze voor- en nadelen hebben betrekking op de toereikendheid van de bescherming of de aanvaardbaarheid van de inperking van de zeggenschap van kapitaalverschaffers. Vergeleken met de andere behandelde beschermingsconstructies lijkt certificering echter volgens de auteurs het best aan beide criteria te voldoen. De auteurs sluiten deze bijdrage af met enkele aanbevelingen ten aanzien van het bestuur van het Administratiekantoor (AK) die de certificaten uitgeeft teneinde de onafhankelijkheid van het AK te kunnen waarborgen en certificering in het algemeen als meest aanvaardbare beschermingsconstructie te kunnen aanmerken.


Mr. J. de Koning Gans
Mr. J. De Koning Gans is recentelijk afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht in de master Recht en Onderneming.

Prof. W.J. Oostwouder
Prof. W.J. Oostwouder is hoogleraar bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Kredietcrisis en het jaarverslag

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2010
Trefwoorden jaarverslag, kredietcrisis, externe verslaggeving
Auteurs Dr. D.H. van Offeren en Drs. C.A. Arnold
SamenvattingAuteursinformatie

    Het jaar 2008 gaat de geschiedenis in als het jaar waarin de kredietcrisis wereldwijd heeft toegeslagen. In het derde en vooral het vierde kwartaal raakten vele economieën in West-Europa in een recessie. In dit artikel wordt stilgestaan bij de vraag in hoeverre ondernemingen in hun jaarverslag over 2008 informatie hebben verstrekt over de kredietcrisis en de risico’s die hieruit voorvloeien. Aan bod komen allereerst de verslaggevingsregels die van toepassing zijn op het jaarverslag en de internationale ontwikkelingen op dit gebied. Vervolgens wordt aan de hand van een empirisch onderzoek van 75 jaarverslagen van Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen over 2008 geanalyseerd welke informatie er wordt verstrekt over de risico’s die zijn verbonden aan de gevolgen van de kredietcrisis voor de onderneming. In dit kader wordt tevens gekeken naar de invloed van de kredietcrisis op de toekomstverwachtingen van de ondernemingen. Ten slotte wordt besproken welke onderzochte jaarverslagen naar de mening van auteurs als best practices kunnen worden aangemerkt.


Dr. D.H. van Offeren
Dr. D.H. van Offeren is Universitair Hoofddocent bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, afdeling Bedrijfseconomie van de Universiteit Leiden.

Drs. C.A. Arnold
Drs. C.A. Arnold RA is verbonden aan het Department of Professional Practice (DPP) van KPMG Accountants NV en tevens aan het Financial Executive Education programma van de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.

Artikel

Enkele recente ontwikkelingen inzake overgang van een onderneming

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden identiteitsbehoud, informatieplicht, overgang van onderneming
Auteurs Mr. K. Wiersma
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt stilgestaan bij een aantal recente uitspraken inzake de rechten van werknemers bij een overgang van een onderneming. Aan bod komt de zaak Klarenberg/Ferrotron waarin het Hof van Justitie van de EG betrokken werknemers een extra hulpmiddel geeft ter voorkoming van oneigenlijk gebruik van overgang van ondernemingen. Ook komt aan bod de Heineken-zaak en de naar aanleiding daarvan ontstane discussie over de vraag welke werknemers bescherming aan de richtlijn inzake overgang van ondernemingen kunnen ontlenen. Ten slotte wordt het arrest Pax/Bos van de Hoge Raad besproken, welk arrest laat zien dat een overdragende werkgever zich moet realiseren dat hij de plicht heeft om betrokken werknemers adequaat te informeren over hun positie.


Mr. K. Wiersma
Mr. K. Wiersma is advocaat arbeidsrecht bij Loyens & Loeff N.V.
Artikel

Enkele opmerkingen bij artikel 403 boek 2 burgerlijk wetboek

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 76 2007
Trefwoorden jaarrekening, groepsmaatschappij, aansprakelijkheid, handelsregister, schuldeiser, aandeelhouder, balans, schuld, boekjaar, resultatenrekening
Auteurs J.W. Berk

J.W. Berk
Artikel

Eigendom tot zekerheid 10 jaar na Sogelease

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 67 2005
Trefwoorden eigendom, verbod fiduciaire overdracht, overdracht, zekerheidsrecht, leasing, schuldeiser, schuldenaar, pandrecht, financiëlezekerheidsovereenkomst, voorstel van wet
Auteurs N.W.M. van den Heuvel

N.W.M. van den Heuvel
Artikel

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en Compliance

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 63 2004
Trefwoorden compliance, duurzaam ondernemen, aanbeveling, arbeidsomstandigheden, voorstel van wet, bank, ondernemingsactiviteit, aansprakelijkheid, ondernemingsraad, verdrag
Auteurs T.E. Lambooy

T.E. Lambooy
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.