Zoekresultaat: 13 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Onderneming en Financiering x Jaar 2017 x
Praktijk

De implementatie van de vierde en vijfde anti-witwasrichtlijn

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Wwft, witwassen, uiteindelijk belanghebbende, politiek prominente personen, vierde anti-witwasrichtlijn
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    De vierde anti-witwasrichtlijn is in werking getreden en diende uiterlijk 26 juni 2017 te zijn geïmplementeerd. In verband met de implementatie van de richtlijn wijzigt onder meer de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). In dit artikel worden de belangrijkste wijzigingen besproken als gevolg van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden en de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn. De implementatie heeft een aanzienlijke impact op het beleid van alle instellingen die onder de Wwft vallen. Zo zullen de instellingen hun beleid moeten aanpassen en gebruik moeten gaan maken van het register met uiteindelijk belanghebbenden. De risicogebaseerde benadering komt nog meer naar voren in het cliëntenonderzoek dat door de instellingen moet worden verricht.


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Trivvy advocatuur.
Praktijk

Het borgtochtverweer in de context van overnamecontracten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden borgtochtverweer, borgtocht, hoofdelijke aansprakelijkheid, afbakeningscriterium, overname
Auteurs Mr. J.M. Möller
SamenvattingAuteursinformatie

    Het borgtochtverweer, waarbij hoofdelijke aansprakelijkheid op verzoek van degene die zich aansprakelijk heeft gesteld wordt geherkwalificeerd tot borgtocht, zorgt in de financieringspraktijk er nog wel eens voor dat een schuldeiser met lege handen achterblijft. De vraag is of er ook risico’s op een dergelijke herkwalificatie bestaan in de context van overnames. Hiervoor bekeek de auteur de bestaande jurisprudentie en probeerde daaruit bepalende factoren voor de overnamepraktijk te ontlenen. De conclusie luidt dat – net als in de financieringspraktijk – een natuurlijk persoon al snel bescherming toekomt en als borg wordt gekwalificeerd. In concernverhoudingen houdt hoofdelijke aansprakelijkheid in beginsel stand, omdat al snel mag worden aangenomen dat een groepsvennootschap die zich hoofdelijk aansprakelijk stelt indirect profijt van een transactie zal hebben.


Mr. J.M. Möller
Mr. J.M. Möller is advocaat bij Loyens & Loeff.
Casus

Waarom zou de aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad zijn uitgesloten?

HR 17 februari 2017: art. 2:11 BW en onrechtmatige daad – de Hoge Raad kiest (terecht?) voor eenheid

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden art. 2:11 BW, hoofdelijke aansprakelijkheid, onrechtmatige daad, tweedegraads bestuurder, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.J. Vetter
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 17 februari 2017 heeft de Hoge Raad een knoop doorgehakt: art. 2:11 BW leidt ook tot hoofdelijke aansprakelijkheid van de tweedegraads bestuurder, als de rechtspersoon-bestuurder tegenover een crediteur van de bestuurde rechtspersoon aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad. Bij de motivering van deze keuze door de Hoge Raad kunnen vraagtekens worden geplaatst; geheel in het stelsel van de bestuurdersaansprakelijkheid wegens onrechtmatig handelen past de keuze niet. Maar voordeel is dat nu aan een al jaren slepende discussie in de literatuur en aan de verwarring in de lagere rechtspraak een einde is gekomen.
    De via art. 2:11 BW aangesproken tweedegraads bestuurder heeft een disculpatiemogelijkheid: als hij stelt en, zo nodig, bewijst dat hem geen persoonlijk ernstig verwijt treft, ontkomt hij alsnog aan aansprakelijkheid. Hoever moet de aangesproken bestuurder daarbij gaan: moet hij ook stellen dat hij niet is tekortgeschoten in zijn collegiale verantwoordelijkheid? Een vonnis gewezen tegen de rechtspersoon-bestuurder en tegen een collega-tweedegraads bestuurder heeft jegens hem geen gezag van gewijsde.


Mr. H.J. Vetter
Mr. H.J. Vetter is raadsheer in het Gerechtshof Den Haag en redactielid.
Casus

Lange termijn waardecreatie van de beursvennootschap en de daaraan verbonden onderneming, het bestendige succes van de (dochter)onderneming en het begrip ‘vennootschappelijk belang’: harmonie of disharmonie?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Corporate Governance Code, vennootschappelijk belang, Concernbelang, het bestendige succes van de onderneming, lange termijn waardecreatie
Auteurs Prof. mr. M.M. Mendel en Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Cancun-beschikkingen uit 2014 heeft de Hoge Raad het begrip ‘het bestendige succes’ van de onderneming geïntroduceerd. De auteurs beantwoorden de vraag hoe dit begrip zich verhoudt tot (1) de rechtsregel uit de ABN AMRO- en ASMI-beschikkingen dat het bestuur van een nv of bv het eigen belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming voorop behoort te stellen, en (2) (bij een concernvennootschap) het concernbelang. Vervolgens geven zij aan hoe ‘het bestendige succes’ van de onderneming zich verhoudt tot de ‘lange termijn waardecreatie van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming’ uit de Nederlandse Corporate Governance Code 2016.


Prof. mr. M.M. Mendel
Prof. mr. M.M. Mendel is emeritus hoogleraar Handelsrecht aan de Universiteit Leiden en oud-raadsheer Hof Amsterdam

Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.
Praktijk

FinTech: inleiding, huidige ontwikkelingen en (toezichtrechtelijke) stand van zaken

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2017
Trefwoorden FinTech, financieel toezicht, herziening Wft
Auteurs Mr. J.A. Voerman en Mr. J. Baukema
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontwikkelingen op het gebied van FinTech gaan snel. FinTech lijkt dan ook een ware gamechanger. In deze bijdrage gaan de auteurs nader in op FinTech. Zij verwachten dat gevestigde techbedrijven vanwege hun slagkracht het meest van FinTech (zullen) profiteren. De gevestigde financiële ondernemingen maken echter ook een goede kans indien zij gebruikmaken van start-ups. Verder zien de auteurs dat overheden zich al actief met FinTech bezighouden. Een goede ontwikkeling, die in hun ogen vervolg moet krijgen. Daarnaast is het voor de ontwikkeling van FinTech van belang dat de wetgever bij het opstellen van toekomstige wet- en regelgeving zo veel mogelijk anticipeert op een flexibele wetstoepassing, die dit snel veranderende onderdeel van de financiële sector vergt. Deze bijdrage is van belang voor iedereen die meer wil weten over FinTech en de financieelrechtelijke stand van zaken aangaande dit onderwerp.


Mr. J.A. Voerman
Mr. J.A. Voerman is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.

Mr. J. Baukema
Mr. J. Baukema is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.
Praktijk

De nieuwste maatstaf van de Hoge Raad bij 403-aansprakelijkheid: ‘onmiskenbaar ongegrond’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2017
Trefwoorden 403-verklaring, overblijvende aansprakelijkheid, onmiskenbaar ongegrond, verzet, niet-ontvankelijkheid
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 31 maart 2017 heeft de Hoge Raad beslist dat een partij die verzet doet tegen een voorgenomen beëindiging van overblijvende 403-aansprakelijkheid (art. 2:404 BW), alleen niet als schuldeiser kan worden aangemerkt als de vordering waarop het verzet is gebaseerd, ‘onmiskenbaar ongegrond’ is. De Hoge Raad voegt eraan toe dat een verzet gegrond dient te worden verklaard indien de schuldeiser als gevolg van de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid in een slechtere positie zou komen te verkeren. De auteur analyseert de beschikking van de Hoge Raad en plaatst er enkele kritische kanttekeningen bij.


Mr. M.R.C. van Zoest
Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij CORP. advocaten.
Praktijk

Remuneration restrictions: zoek de verschillen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2017
Trefwoorden beloningsbeleid, financiële instelling, EBA Guidelines, RBB, bonusplafond
Auteurs Mr. L. Nekeman-IJdema
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel belicht de auteur enkele verschillen tussen verschillende wet- en regelgeving op het gebied van beloningsbeleid, op zowel nationaal als Europees niveau. Onderwerpen die aan de orde komen, zijn onder andere groepstoepassing, internationale context, vertrekvergoedingen, moment van toetsing van het bonusplafond en gegarandeerde variabele beloning. Daarnaast worden enkele dilemma’s uit de praktijk beschreven en mogelijke oplossingen aangereikt.


Mr. L. Nekeman-IJdema
Mr. L. Nekeman-IJdema is Senior Legal Counsel bij de afdeling Legal/Labour Affairs bij ABN AMRO Bank N.V.
Praktijk

Onttrekkingen door aandeelhouders en de (niet benijdenswaardige) rol van het bestuur

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2017
Trefwoorden uitkeringen, bestuur, vennootschappelijk belang, bestuurdersaansprakelijkheid, art. 2:216 lid 2 BW
Auteurs Mr. R. Fluit
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage geeft de auteur een overzicht van de grenzen die de wet en jurisprudentie thans stellen aan uitkeringen bij een bv. De nadruk ligt op de rol van het bestuur en meer in het bijzonder op de reikwijdte van zijn bevoegdheid om goedkeuring aan uitkeringen te weigeren. Indien het bestuur geen ruimte ziet om op basis van art. 2:216 lid 2 BW zijn goedkeuring te weigeren, maar het bestuur overigens wel van mening is dat door de uitkering het vennootschappelijk belang onevenredig wordt geschaad, welke middelen staan het dan ten dienste om de vennootschap te beschermen tegen deze uitkering.


Mr. R. Fluit
Mr. R. Fluit is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Praktijk

De faillerende zorginstelling

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Faillissementswet, marktwerking in de zorg, faillissementen in de zorg, zorgverzekeraar, continuïteit van zorg
Auteurs Mr. K. Meersma, Mr. T. Hekman en Mr. J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    De introductie van marktwerking in de gezondheidszorg heeft tot gevolg dat zorginstellingen in toenemende mate blootgesteld worden aan het risico van een faillissement. De publieke belangen in de zorg maken dat het faillissement van een zorginstelling een aantal eigenaardigheden kent. De auteurs verkennen in dit artikel een aantal bijzonderheden door de rollen van de overheid, de zorgverzekeraar en de curator onder de loep te nemen.


Mr. K. Meersma
Mr. K. Meersma is advocaat bij AKD.

Mr. T. Hekman
Mr. T. Hekman is advocaat bij AKD.

Mr. J. Rijken
Mr. J Rijken is advocaat bij AKD.
Casus

De Governancecode Zorg 2017

Wondermiddel, doekje voor het bloeden of een geschikt instrument?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Governancecode Zorg 2017, Corporate Governancecode 2016, Zorgbrede Governancecode, Corporate governance, Zorg
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder en Mr. F.L. Leijdesdorff
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 15 december 2016 is de Governancecode Zorg 2017 aangeboden aan de cliëntenorganisaties binnen de zorg. De auteurs van dit artikel houden deze Code tegen het licht en vergelijken deze met de Zorgbrede Governancecode 2010 en de Corporate Governancecode 2016. Voorts beantwoorden zij de volgende vragen: (a) draagt de Code op een adequate wijze bij aan de vier speerpunten van het beleid van de minister van VWS; (b) hoe vernieuwend is de Code; (c) wat moet er in de bestuurskamer en de kamer van de raad van toezicht veranderen; en (d) vergroot de Code het aansprakelijkheidsrisico voor bestuurders en leden van de raad van toezicht?


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

Mr. F.L. Leijdesdorff
Mr. F.L. Leijdesdorff is advocaat partner bij het Zorgteam van Loyens & Loeff.
Praktijk

Een rechtsvorm voor de maatschappelijke onderneming: hoever zijn we?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden maatschappelijke onderneming, maatschappelijk belang, maatschappelijk ondernemerschap, zorginstellingen, wetsvoorstel maatschappelijke onderneming
Auteurs Mr. dr. E.R. Helder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna tien jaar na het wetsvoorstel maatschappelijke onderneming blijkt het ondernemen met een maatschappelijk oogmerk c.q. het realiseren van maatschappelijke belangen door middel van ondernemerschap bezig aan een opmars in de samenleving. Daarmee groeit de behoefte aan een rechtsvorm die deze ondernemingsactiviteiten faciliteert. Er zijn knelpunten die binnen de bestaande rechtsvormen niet bevredigend kunnen worden opgelost. In Europees perspectief loopt Nederland bovendien achter in de rechtsontwikkeling ten behoeve van het maatschappelijk ondernemerschap, dat daardoor tegen onnodige begrenzingen aan loopt. Het is tijd voor een nieuw wetsvoorstel.


Mr. dr. E.R. Helder
Mr. dr. E.R. Helder is universitair docent aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht.
Casus

Tegenstrijdige ontwikkelingen mededingingstoezicht in de zorg

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden mededingingstoezicht, kartelverbod, huisartsenzorg, fusietoezicht, ziekenhuiszorg
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt de vraag of kartel- en fusietoezicht in de zorg overeenkomen met de Mededingingswet en onderling consistent zijn. Aanleiding zijn de invoering van de ‘Uitgangspunten toezicht ACM op zorgaanbieders in de eerste lijn’ en het eerste besluit waarin een ziekenhuisfusie is verboden. De conclusie is dat het toezicht niet in overeenstemming is met de wet en bovendien sprake is van tegenstrijdige ontwikkelingen. De Uitgangspunten markeren een overgang van objectieve handhaving van het kartelverbod naar gedogen. Het verbodsbesluit lijkt een overgang van lankmoedig naar strenger fusietoezicht te markeren, maar vooralsnog is onduidelijk of dit objectieve handhaving zal inhouden.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Praktijk

Geen woorden, maar daden – waarom winstuitkering in de zorg (juist nu) belangrijk is

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden winstuitkering, Wet vergroten investeringsmogelijkheden in medisch-specialistische zorg, Wet toelating zorginstellingen, Wet langdurige zorg, integrale ziekenhuisbekostiging
Auteurs Mr. H. Linders en Mr. M. Weusten
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt de wenselijkheid van het wetsvoorstel Wet vergroten investeringsmogelijkheden in medisch-specialistische zorg (hierna: het wetsvoorstel). Achtereenvolgens wordt beknopt uiteengezet voor welke zorgaanbieders winstuitkering wordt toegestaan (wie), onder welke voorwaarden winstuitkering mogelijk wordt (wat) en of (de mogelijkheid van) winstuitkering een positieve impact heeft op de kwaliteit en doelmatigheid van onze zorg (waarom). Deze laatste vraag wordt met name beantwoord in het licht van de per 1 januari 2015 ingetreden integrale ziekenhuisbekostiging. Beargumenteerd wordt dat implementatie van het wetsvoorstel raadzaam is en zelfs een uitbreiding – door toe te voegen dat winstuitkering ook wordt toegestaan voor aanbieders van verblijf onder de Wet langdurige zorg – niet ondenkbaar lijkt.


Mr. H. Linders
Mr. H. Linders is Senior Director Legal Services bij PwC.

Mr. M. Weusten
Mw. mr. M. Weusten is Consultant Legal Services bij PwC.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.