Zoekresultaat: 28 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Onderneming en Financiering x
Wetenschap en praktijk

Blind date

Over hoe je als contractspartij van een beleggingsinstelling niet voor verrassingen komt te staan bij de vraag op welk vermogen je vorderingen kunt verhalen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden art. 4:37j Wft, vermogensafscheiding, beleggingsfonds, commanditaire vennootschap, subfonds
Auteurs M.C. Maters en S. Verkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het oog op bescherming van beleggers tegen besmettingsrisico’s bepaalt de Wet op het financieel toezicht (Wft) in artikel 4:37j dat beleggingsinstellingen een afgescheiden vermogen hebben. Bij beleggingsfondsen wordt deze vermogensafscheiding mede bereikt doordat de juridische eigendom van de activa van het fonds wordt gehouden door een separaat opgerichte bewaarentiteit. Ook regelt artikel 4:37j Wft dat de afgescheiden vermogens van verschillende beleggingsinstellingen, of subfondsen daarvan, bij één rechtspersoon kunnen worden ondergebracht. In de praktijk leidt de regeling tot misverstanden over de tenaamstelling van bijvoorbeeld overeenkomsten. Dit artikel beoogt de praktijk enkele handvatten te bieden ter voorkoming van bedoelde misverstanden.


M.C. Maters
Mr. M.C. (Michaël) Maters is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

S. Verkerk
Mr. S. (Sebastiaan) Verkerk is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

Selectieve betalingen in het zicht van (mogelijke) insolventie – ruim baan voor de bestuurder?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Ontvanger/Roelofsen, faillissement, bestuurdersaansprakelijkheid, Ingwersen q.q./Kromme Leek c.s., verhaalsfrustratie
Auteurs Mr. L.M. Linskens en Mr. S.C.M. van Thiel
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bestuurder van een bv of nv wordt in tijden van financiële krapte veel vrijheid gegund om zelf te bepalen welke schuldeisers hij wel en welke hij (nog) niet voldoet. Deze vrijheid wordt slechts begrensd door de wet (pauliana) en door de jurisprudentie omtrent selectieve betalingen. Op grond van die jurisprudentie is een bestuurder die in een situatie waarin er blijvend meer schulden dan middelen zijn gelieerde crediteuren boven andere crediteuren behandelt, in beginsel persoonlijk aansprakelijk jegens die andere crediteuren. In de literatuur is bepleit dat deze ‘in beginsel’-regel zou moeten gelden voor alle betalingen die een bestuurder verricht nadat het faillissement van de vennootschap onvermijdelijk is geworden. Uit het arrest Ingwersen q.q./Kromme Leek c.s., dat eerder dit jaar werd gewezen, volgt dat de Hoge Raad hier echter geen aanleiding voor zag. In deze bijdrage staat de vraag centraal of dit betekent dat de Hoge Raad de bestuurder zelfs in een dergelijke situatie nog ruim baan geeft om zijn eigen keuzes te maken. Aan het einde wordt bezien hoe de lagere jurisprudentie tot nu toe hierop heeft gereageerd.


Mr. L.M. Linskens
Mr. L.M. (Lisa) Linskens is advocaat bij Evers Soerjatin te Amsterdam.

Mr. S.C.M. van Thiel
Mr. S.C.M. (Stein) van Thiel is advocaat bij Evers Soerjatin te Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

Verpanding van het recht op teruggaaf van btw: een aantrekkelijke vorm van zekerheid?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden cessie, omzetbelasting, oninbare vorderingen, factoring, pandrecht
Auteurs Mr. M. Broere
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij het aantrekken van een financiering wordt een schuldenaar meestal verplicht om zekerheid te geven over zijn activa. Zekerheid kan worden verstrekt over een specifiek vermogensbestanddeel of over een bepaald type activa. In die laatste categorie vallen vorderingen van de schuldenaar op de Belastingdienst uit hoofde van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB). Ingevolge de Wet OB is een ondernemer verplicht om gedurende een tijdvak in zijn administratie de door hem in rekening gebrachte en terug te vragen belasting toegevoegde waarde (btw) bij te houden. Aan het einde van het tijdvak is sprake van een vordering op of een schuld aan de Belastingdienst. In dit artikel wordt de vraag beantwoordt of verpanding van het recht op teruggaaf van btw een aantrekkelijke vorm van zekerheid is.


Mr. M. Broere
Mr. M. (Michelle) Broere is advocaat bij Loyens en Loeff te Amsterdam.
Wetenschap

Zeker en vast

De invloed van de wijziging van leningsvoorwaarden, fusie, splitsing, omzetting, schuldoverneming en overdracht van bezwaarde goederen op goederenrechtelijke zekerheden

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2020
Trefwoorden positie pandhouder, wijziging kredietovereenkomst, contractsoverneming, zaaksvervanging, inhoud pandrecht
Auteurs Mr. G. Kreuze
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt de positie van de zekerheidshouder na herstructurering van de groep vennootschappen waartoe de zekerheidsgever(s) behoort (behoren). Herstructurering kan leiden tot wijziging van de kredietovereenkomst, tot een ‘wijziging’ van de schuldenaren of zekerheidsgevers (door bijvoorbeeld fusie of splitsing), of tot een herschikking van de goederen binnen de groep. Vanuit kosten-, tijds- en juridisch oogpunt vermijdt zowel de zekerheidshouder als de zekerheidsgever bij voorkeur dat zekerheden hergevestigd moeten worden. De auteur bespreekt of, en in welke gevallen, hervestiging nodig of gewenst is in het geval van wijziging van de kredietovereenkomst, fusie, splitsing of omzetting van een zekerheidsgever, schuldoverneming en overdracht van goederen binnen de groep.


Mr. G. Kreuze
Mr. G. (Gianluca) Kreuze is advocaat bij Loyens en Loeff te Amsterdam.
Wetenschap

Het consultatievoorstel modernisering personenvennootschappen

Een overzicht met kanttekeningen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2019
Trefwoorden personenvennootschapsrecht, maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, rechtspersoonlijkheid
Auteurs Mr. dr. A.J.S.M. Tervoort
SamenvattingAuteursinformatie

    Al meerdere decennia is de wetgever met vele temporaire onderbrekingen bezig het personenvennootschapsrecht, dat in essentie nog uit 1838 stamt, te moderniseren. Een aantal legislatieve aanzetten daartoe is in de loop der jaren om uiteenlopende redenen gesneefd. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft dit onderwerp nu weer opgepakt. Op 21 februari 2019 heeft het een ambtelijk voorontwerp voor een nieuwe wettelijke regeling van het personenvennootschapsrecht met een daarbij behorend voorontwerp-memorie van toelichting in consultatie gebracht. De consultatie is inmiddels gesloten. De hoofdlijnen van dit consultatievoorstel zullen in dit artikel worden beschreven, voorzien van een enkele kanttekening.


Mr. dr. A.J.S.M. Tervoort
Mr. dr. A.J.S.M. (Arie) Tervoort is advocaat of counsel bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag en fellow bij het aan de VU Amsterdam verbonden Zuidas Instituut voor Financieel recht en Ondernemingsrecht (ZIFO) te Amsterdam.
Wetenschap

Van WCAM naar WAMCA: class actions in Nederland?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2019
Trefwoorden WAMCA, massaschade, collectief verhaal, collectieve actie, schadevergoedingsrecht
Auteurs Mr. dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 19 maart 2019 is de wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) door de Eerste Kamer aangenomen. Inwerkingtreding wordt verwacht voor 1 oktober 2019. Na de inwerkingtreding van de WAMCA zal het collectief vorderen van schadevergoeding mogelijk zijn. De WAMCA is een belangrijke ontwikkeling op het gebied van het collectief schadevergoedingsrecht in Europa, maar is vatbaar voor verbetering, vooral op het terrein van finaliteit, governance-eisen, financiering en hoger beroep.


Mr. dr. A. van der Krans
Mr. dr. A. (Anatoli) van der Krans is advocaat bij Corona Legal te Amsterdam.
Wetenschap

Access_open De processuele positie van de aansprakelijk gestelde bestuurder

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, bewijspositie, gezag van gewijsde
Auteurs Mr. H.J. Vetter
SamenvattingAuteursinformatie

    Recente rechtspraak roept de vraag op welke verweermogelijkheden een op grond van art. 2:11 BW aansprakelijk gestelde bestuurder heeft als de rechtspersoon-bestuurder onherroepelijk is veroordeeld. En hoe is de positie van een op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk gestelde bestuurder die zich wil verweren tegen de omvang van de schade van een crediteur van de rechtspersoon, als de rechtspersoon zelf is veroordeeld bij in kracht van gewijsde gegaan vonnis? In deze bijdrage wordt met een beroep op het leerstuk van het gezag van gewijsde bepleit dat de bestuurder meer ruimte voor verweer heeft dan wel wordt aangenomen.


Mr. H.J. Vetter
Mr. H.J. (Hans) Vetter is rechter in de Rechtbank Den Haag.
Wetenschap en praktijk

Uitwinning van pandrecht op aandelen – hoe staat het ermee?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden uitwinning, pandrecht op aandelen, beslag, Herstructurering, parate executie
Auteurs Mr. B.N. Mwangi en Mr. S.C.P. Verhelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Pandrechten op aandelen zijn veelvuldig onderdeel van het zekerhedenpakket dat aan financiers wordt verstrekt. De uitwinning van deze pandrechten lijkt relatief weinig voor te komen. De wettelijke regels daaromtrent zijn summier en de beschikbare jurisprudentie over dit onderwerp is beperkt. Recentelijk zijn echter de Solutus-zaak (Rb. Amsterdam 19 juni 2016, JOR 2017/301 m.nt. P.H.N. Quist) en de Sawgrass-zaak (Rb. Amsterdam 10 oktober 2017, JOR 2018/75 m.nt. T. Hutten) gepubliceerd. Mede aan de hand van deze uitspraken zetten de auteurs uiteen wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitwinning van een pandrecht op aandelen en hoe hieraan in de praktijk invulling wordt gegeven.


Mr. B.N. Mwangi
Mr. B.N. (Bianca) Mwangi is advocaat bij Stek Advocaten te Amsterdam.

Mr. S.C.P. Verhelst
Mr. S. (Stéphanie) Verhelst is advocaat bij Stek Advocaten te Amsterdam.
Casus

Waarom zou de aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad zijn uitgesloten?

HR 17 februari 2017: art. 2:11 BW en onrechtmatige daad – de Hoge Raad kiest (terecht?) voor eenheid

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden art. 2:11 BW, hoofdelijke aansprakelijkheid, onrechtmatige daad, tweedegraads bestuurder, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.J. Vetter
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 17 februari 2017 heeft de Hoge Raad een knoop doorgehakt: art. 2:11 BW leidt ook tot hoofdelijke aansprakelijkheid van de tweedegraads bestuurder, als de rechtspersoon-bestuurder tegenover een crediteur van de bestuurde rechtspersoon aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad. Bij de motivering van deze keuze door de Hoge Raad kunnen vraagtekens worden geplaatst; geheel in het stelsel van de bestuurdersaansprakelijkheid wegens onrechtmatig handelen past de keuze niet. Maar voordeel is dat nu aan een al jaren slepende discussie in de literatuur en aan de verwarring in de lagere rechtspraak een einde is gekomen.
    De via art. 2:11 BW aangesproken tweedegraads bestuurder heeft een disculpatiemogelijkheid: als hij stelt en, zo nodig, bewijst dat hem geen persoonlijk ernstig verwijt treft, ontkomt hij alsnog aan aansprakelijkheid. Hoever moet de aangesproken bestuurder daarbij gaan: moet hij ook stellen dat hij niet is tekortgeschoten in zijn collegiale verantwoordelijkheid? Een vonnis gewezen tegen de rechtspersoon-bestuurder en tegen een collega-tweedegraads bestuurder heeft jegens hem geen gezag van gewijsde.


Mr. H.J. Vetter
Mr. H.J. Vetter is raadsheer in het Gerechtshof Den Haag en redactielid.
Praktijk

Private enforcement van het mededingingsrecht: de toekomst van schadevergoedingsprocedures voor kartelschade in Nederland

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015
Trefwoorden private enforcement, private handhaving van het mededingingsrecht, civiele schadevergoedingsacties wegens kartelschade
Auteurs J. Houdijk en T. Schäfers
SamenvattingAuteursinformatie

    De handhaving c.q. afdwinging van (de normen van) het mededingingsrecht kent een duale uitwerking. Deze kenmerkt zich namelijk door een publiekrechtelijke en een privaatrechtelijke dimensie. De publiekrechtelijke handhaving is in handen van de nationale mededingingsautoriteiten, zoals de Autoriteit Consument & Markt in Nederland, en van de Europese Commissie binnen de Europese Unie. Publiekrechtelijke interventie heeft tot dusver steeds voorop gelopen binnen de Europese Unie en binnen de EU-lidstaten. Privaatrechtelijke handhaving, dan wel private enforcement, is echter aan een opkomst bezig: het betreft hier de toepassing van mededingingsrechtelijke normen in geschillen tussen private partijen, in het bijzonder in procedures die draaien om schadeverhaal ten aanzien van schade die een onderneming heeft geleden door de kartelgedragingen van andere marktpartijen. De opkomst van het fenomeen van private enforcement van het mededingingsrecht is recent kracht bij gezet door nieuwe regelgevingsinitiatieven van de Europese Commissie. In de Nederlandse rechtspraak zijn inmiddels de eerste schadevergoedingszaken vanwege (gestelde) kartelschade aanhangig. Ondanks deze initiatieven staat private enforcement van het mededingingsrecht in Nederland nog in de kinderschoenen: er zijn nog veel onduidelijkheden en nog vele stappen te zetten alvorens het is uitgegroeid tot een volwassen rechtsgebied. Denk hierbij aan de vaststelling c.q. berekening van geleden schade. Ook op het vlak van de organisatie en financiering van claim(procedure)s zijn interessante ontwikkelingen gaande in de vorm van voorstellen tot nieuwe Nederlandse wetgeving op het gebied van de ‘class action’.


J. Houdijk
Mr. dr. J. Houdijk is advocaat bij AKD te Brussel, Praktijkgroep Europees en Mededingingsrecht.

T. Schäfers
Mr. T. Schäfers is advocaat bij AKD te Brussel, Praktijkgroep Europees en Mededingingsrecht.
Praktijk

Prijs- en waardebepaling van aandelen in besloten vennootschappen in ondernemingsrechtelijke procedures

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Prijsbepaling, waardebepaling, blokkeringsregeling, uitkoopprocedure, geschillenregeling
Auteurs Mr. J. van Borssum Waalkes en Drs. E. van der Schans
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk blijkt de prijs- en waardebepaling van aandelen in besloten vennootschappen in het kader van ondernemingsrechtelijke procedures tussen scheidende aandeelhouders, bij gebreke van statutaire en/of contractuele prijsbepalingsregels, niet zelden een kostbare, tijdrovende aangelegenheid met een onzekere uitkomst, waardoor de rechtszekerheid in het gedrang komt. Aan de hand van een analyse van het huidig wettelijk kader en de rechtspraak omtrent prijs- en waardebepaling van aandelen in ondernemingsrechtelijke procedures doen auteurs een tweetal voorstellen voor aanpassing van de wettelijke regelingen omtrent prijs- en waardebepaling om de gesignaleerde problematiek te mitigeren.


Mr. J. van Borssum Waalkes
Mr. J. van Borssum Waalkes is advocaat bij Boekel De Nerée te Amsterdam.

Drs. E. van der Schans
Drs. E. van der Schans is financieel deskundige (tevens gerechtelijk deskundige)/schade-expert bij Horatio Assurance Group B.V.
Artikel

De bescherming voor grensoverschrijdende investeerders op grond van bilaterale investeringsverdragen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2013
Trefwoorden BIT, investeringsbescherming, arbitrage, investeringsarbitrage
Auteurs Mr. M. van de Hel-Koedoot en Mr. B.R.D. Hoebeke
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wereldwijde netwerk van Nederlandse bilaterale investeringsverdragen (bilateral investment treaties, ofwel ‘BITs’) biedt bescherming aan (Nederlandse) investeerders die investeren in landen waarmee Nederland een BIT heeft gesloten. Een BIT houdt beschermingsnormen in die een toetsingskader vormen voor het gedrag van een investeringontvangende staat (de gaststaat) ten opzichte van deze buitenlandse investering. Indien een gaststaat één of meer van deze normen schendt, kan een door een BIT beschermde buitenlandse investeerder zelf – op grond van de desbetreffende BIT – de gaststaat aansprakelijk stellen voor de door hem geleden schade. De in BITs opgenomen arbitrageovereenkomst biedt de buitenlandse investeerder hiervoor een neutraal forum. Als gevolg van het Verdrag van Lissabon en de standpunten van de Europese Commissie ten aanzien van BITs tussen lidstaten zijn veranderingen op komst voor de door Nederland gesloten BITs. Dit artikel houdt een algemene introductie in van de in BITs opgenomen bescherming van investeerders door middel van internationale arbitrage, waarbij tevens zal worden stilgestaan bij de recente ontwikkelingen in Europees verband.


Mr. M. van de Hel-Koedoot
Mr. M. van de Hel-Koedoot is advocaat te Rotterdam.

Mr. B.R.D. Hoebeke
Mr. B.R.D. Hoebeke is advocaat te Rotterdam.
Praktijk

De verbeterde geschillenregeling: meer potentieel dan wellicht wordt gedacht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2012
Trefwoorden geschillenregeling, vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht, art. 2:335-2:343c BW, flex-bv
Auteurs Mr. drs. H.T. Verhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt de wijzigingen in de geschillenregeling die op 1 oktober 2012 in werking treden als onderdeel van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht. De auteur gaat dieper in op een vijftal wijzigingen die de snelheid en aantrekkelijkheid van de geschillenregeling bevorderen. De conclusie is dat hoewel verdere aanpassingen in de geschillenregeling reeds zijn aangekondigd, de huidige wijzigingen de geschillenregeling al veel populairder kunnen maken. De verbeterde geschillenregeling heeft meer potentieel dan wellicht wordt gedacht.


Mr. drs. H.T. Verhaar
Mr. drs. H.T. Verhaar is advocaat bij NautaDutilh NV in Rotterdam.
Praktijk

Zakelijk geschil? Zakelijke mediation!

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2012
Trefwoorden mediation, geschiloplossing, zakelijk conflict, business mediation
Auteurs Mr. A.G. Wennekes
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur mediation als geschiloplossing bij zakelijke conflicten. Allereerst wordt ingegaan op het begrip zakelijke mediation. Voorts worden er enkele praktijkvoorbeelden van conflicten in het bedrijfsleven besproken waarbij mediation als oplossing van het conflict de meest wenselijke route is gebleken. Deze voorbeelden zijn in beginsel fictief, waarbij een deel gebaseerd is op jurisprudentie en een deel geïnspireerd op de mediationpraktijk. Vervolgens wordt de wettelijke context van zakelijke mediation besproken. In dit verband wordt ingegaan op de Europese Mediationrichtlijn, de initiatiefnota van de VVD om mediation wettelijk te verankeren in de Nederlandse wetgeving en de aangekondigde verhoging van het griffierecht. Betoogd wordt dat mediation als conflictoplossing voor bedrijven een volwaardig en dikwijls beter alternatief is dan de traditionele rechtspraak.


Mr. A.G. Wennekes
Mr. A.G. Wennekes is senior knowhow adviseur en NMI geregistreerd mediator bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Artikel

De automatisch vervallende 403-verklaring

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden art. 2:403 BW, 403-verklaring, concernvrijstelling, groepsmaatschappij, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur wordt wel gepleit voor het opnemen van een groepsband als voorwaarde in een 403-verklaring. Ook in de praktijk blijkt dit te worden toegepast met het oog op een automatisch eindigende aansprakelijkheid bij het verbreken van de groepsband, meestal in het kader van een verkoop van de desbetreffende dochtervennootschap. In deze bijdrage wordt ingegaan op deze voorwaarde, waarbij de volgende twee vragen centraal staan: (1) komt de aansprakelijkheid van de moeder automatisch te vervallen na verbreking van de groepsband, en (2) kan de dochter gebruik maken van de concernvrijstelling als ten behoeve van haar een 403-verklaring is gedeponeerd die afhankelijk is gesteld van de groepsband tussen de moeder en de dochter? Na beantwoording van deze vragen wordt een alternatief voor het groepsbegrip als voorwaarde voor aansprakelijkheid besproken. De bijdrage wordt afgesloten met een korte samenvatting en conclusie.


Mr. M.R.C. van Zoest
Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Mogelijkheden van bewijsvergaring; recente ontwikkelingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2011
Trefwoorden art. 21 Rv, art. 22 Rv, art. 162 Rv, art. 843a Rv, art. 3:15j BW
Auteurs Mr. G.J.R. Kalsbeek en Mr. P.N. Malanczuk
SamenvattingAuteursinformatie

    Gelijk hebben en gelijk krijgen zijn twee verschillende dingen. Bewijs is in dat verband van groot belang. Om een goede inschatting te kunnen maken van een rechtspositie en eventuele proceskansen is het belangrijk het beschikbare bewijs in kaart te brengen. In de praktijk is een ontwikkeling waar te nemen waarbij de mogelijkheden om bewijs te vergaren steeds ruimer worden toegepast. In deze bijdrage behandelen de auteurs de verschillende mogelijkheden om bewijs te vergaren die van belang zijn voor de ondernemingsrechtspraktijk, zowel tijdens als voorafgaand aan een procedure. In dit kader wordt aandacht besteed aan de eigen bevoegdheid van de rechter om informatie te verzoeken (art. 22 Rv), het voorlopig getuigenverhoor, de openlegging van boeken en bescheiden (art. 162 Rv), de vordering tot openlegging van de administratie (art. 3:15j BW) en de vordering tot inzage of afgifte van bescheiden (art. 843a Rv) alsmede het conceptwetsvoorstel op dat punt.


Mr. G.J.R. Kalsbeek
Mr. G.J.R. Kalsbeek is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.

Mr. P.N. Malanczuk
Mr. P.N. Malanczuk is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.
Artikel

Herroeping ontbindingsbesluit van een rechtspersoon

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2011
Trefwoorden PMDC-zaak, ontbindingsbesluit, ongedaanmaking ontbindingsbesluit, herroeping ontbindingsbesluit, herroepingsbesluit, ontbinding rechtspersoon
Auteurs Mw. mr. dr. M.Y. Nethe
SamenvattingAuteursinformatie

    Een besluit tot ontbinding van een rechtspersoon kan, zoals blijkt uit de jurisprudentie, worden herroepen indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De meerderheid van de rechtbanken volgt de lijn die is uitgezet in de beschikking van het Hof Den Haag in de PMDC-zaak van 30 januari 2007. Onzeker is echter of de rechtbank het verzoek tot bevestiging van de ongedaanmaking van het ontbindingsbesluit ontvankelijk zal verklaren. In deze bijdrage wordt de PMDC-zaak beknopt weergegeven en wordt stilgestaan bij de vraag waarom het hof in deze zaak is opgetreden als wetgever-plaatsvervanger. Vervolgens worden de argumenten die pleiten vóór rechterlijke controle besproken en wordt er ingegaan op negen ongepubliceerde beschikkingen gewezen in de periode 2008 tot en met 2010 die betrekking hebben op de mogelijkheid tot het herroepen van een ontbindingsbesluit. In dit kader wordt tevens ingegaan op de toetsingscriteria uit de PMDC-zaak, die terug te vinden zijn in de nadien gewezen beschikkingen. De bijdrage wordt afgesloten met een samenvatting.


Mw. mr. dr. M.Y. Nethe
Mw. mr. dr. M.Y. Nethe is universitair docent bij de sectie Handelsrecht en Arbeidsrecht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Dwaling als alternatief bij prospectusaansprakelijkheid

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Wet Oneerlijke Handelspraktijken, misleidende reclame, World Online, maatman-belegger
Auteurs Mw. mr. M.H.C. Sinninghe Damsté
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op het juridisch kader van aansprakelijkheid voor het publiceren van een misleidend prospectus. Daarnaast worden een aantal elementen van de tijdrovende juridische procedure betreffende misleidende reclame voor consumenten die is ondergebracht in de Wet Oneerlijke Handelspraktijken (WOH) en de processuele elementen die hiermee samenhangen besproken. De vraag die naar aanleiding hiervan rijst, is of consumenten niet op een eenvoudigere manier hetzelfde resultaat kunnen bereiken. Hiertoe wordt onderzocht of een beroep op dwaling als alternatief voor prospectusaansprakelijkheid mogelijk is. Deze bijdrage wordt afgesloten met een aantal afsluitende opmerkingen.


Mw. mr. M.H.C. Sinninghe Damsté
Mw. mr. M.H.C. Sinninghe Damsté is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Bijdrage van ratingbureaus aan ontstaan kredietcrisis onderzocht

Doet de verordening inzake ratingbureaus genoeg om een nieuwe zeperd te voorkomen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2010
Trefwoorden credit rating agencies, CRA Verordening, mortgage-backed securities, kredietbeoordelaars, securitisatie
Auteurs Mr. B.A. Boersma
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt stilgestaan bij de opkomst van kredietbeoordelaars in Europa en hun belangrijkste werkzaamheden. In dit kader wordt ingegaan op de redenen voor het overschatten van de kredietwaardigheid van gestructureerde financieringsinstrumenten door ratingbureaus en de negatieve bijdrage die dat heeft geleverd aan het ontstaan van de kredietcrisis. Tevens wordt de CRA Verordening besproken en wordt gekeken of ratingbureaus in Nederland aansprakelijk kunnen worden gehouden voor gebrekkige kredietbeoordelingen. Het artikel wordt afgesloten met een bespreking van een mogelijke aanvulling op de CRA Verordening, te weten het oprichten van een communautair ratingbureau voor het beoordelen van gestructureerde financieringsinstrumenten.


Mr. B.A. Boersma
Mr. B.A. Boersma is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.