Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 43 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Onderneming en Financiering x
Wetenschap

De Wet opheffing verpandingsverboden

Een kritische bespreking van de nieuwe regeling van art. 3:83 lid 3 en 4, 3:94 lid 5 en 3:239 lid 5 BW, alsmede van het overgangsrecht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2020
Trefwoorden cessie- en verpandingsverboden, Overdraagbaarheid, Nietigheid, Vormvoorschrift, goederenrecht
Auteurs Mr. dr. M.H.E. Rongen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aandacht geschonken aan het wetsvoorstel ‘Wet opheffing verpandingsverboden’. Na inwerkingtreding van de wet kunnen de overdraagbaarheid en verpandbaarheid van een geldvordering op naam die voortkomt uit de uitoefening van een beroep of bedrijf niet meer door een beding tussen schuldenaar en schuldeiser worden uitgesloten of beperkt. De Wet opheffing verpandingsverboden beoogt de kredietmogelijkheden van het bedrijfsleven te vergroten door zeker te stellen dat bedrijfsmatig verkregen geldvorderingen als onderpand voor financieringen kunnen worden ingezet. De nieuwe regeling, de daarin opgenomen uitzonderingen en het overgangsrecht worden kritisch besproken.


Mr. dr. M.H.E. Rongen
Mr. dr. M.H.E. (Martijn) Rongen is senior legal counsel bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Wetenschap

Verschuivend paradigma in corporate governance bij vijandige overnames

Reflecties van rechters, bestuurders en commissarissen, een lid van de Monitoring Commissie en een institutionele belegger tegen de achtergrond van ontwikkelingen op de kapitaalmarkt en in de jurisprudentie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2019
Trefwoorden langetermijnwaardecreatie, corporate governance, shareholder- en stakeholdermodel, vijandige overnames, vennootschappelijk belang
Auteurs Mr. dr. J. Nijland, Dr. T.L.M. Verdoes, Dr. M.P. Lycklama à Nijeholt e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De recente ontwikkelingen in de Nederlandse jurisprudentie en de herziening van de Corporate Governance Code zouden kunnen dienen als een belangrijke katalysator voor meer ‘duurzame’ overnamebesluiten door het benadrukken van het belang van langetermijnwaardecreatie. De auteurs interviewden belangrijke actoren in overnameconflicten om hun visie te geven op de kansen en bedreigingen van langetermijnwaardecreatie. De reflecties zijn in lijn met de ontwikkelingen en aldus doorgedrongen in het maatschappelijke speelveld. Concrete invulling geven aan langetermijnwaardecreatie is complex vanwege de uiteenlopende visies op het vennootschappelijke belang: de shareholders, stakeholders en de entiteit. Dit schept echter ook de ruimte om autonoom invulling te geven aan langetermijnwaardecreatie.


Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. (Jelle) Nijland is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Ondernemingsrecht, van de Universiteit Leiden.

Dr. T.L.M. Verdoes
Dr. T.L.M. (Tim) Verdoes is als universitair docent verbonden aan het Instituut Fiscale en Economische vakken van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Bedrijfswetenschappen, van de Universiteit Leiden.

Dr. M.P. Lycklama à Nijeholt
Dr. M.P. (Maaike) Lycklama à Nijeholt is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Ondernemingsrecht, van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. N.T. Pham
Mr. dr. N.T. (Thy) Pham is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Ondernemingsrecht, van de Universiteit Leiden.
Praktijkberichten

De Verordening inzake screening van overnames in de EU – de gevolgen voor de M&A-praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Screening mechanisme, Buitenlandse directe investeringen, FDI, Europese CFIUS
Auteurs Mr. W.M. Kros
SamenvattingAuteursinformatie

    De Verordening tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de EU (Verordening 2019/452) is op 19 maart 2019 aangenomen door het Europees Parlement en zal met ingang van 11 oktober 2020 van toepassing zijn. De Verordening stelt een raamwerk vast waarbinnen de EU-lidstaten en de Europese Commissie samenwerken aan de screening van investeringen van buiten de EU. Alhoewel de EU-lidstaten zelf verantwoordelijk blijven voor het al
    dan niet screenen van foreign direct investments zal de Verordening waarschijnlijk zorgen voor een uitgebreider en langduriger screening proces omdat belangen van betrokken EU lidstaten in overweging genomen moeten worden.


Mr. W.M. Kros
Mr. W.M. (Wouter) Kros is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Wetenschap

Twee heren (in één transactie) dienen, mag dat nu wel of (soms) toch niet?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2019
Trefwoorden tegenstrijdig belang, belangenverstrengeling, Bruil, corporate governance, Wet bestuur en toezicht rechtspersonen
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder en Mr. T. Spronk
SamenvattingAuteursinformatie

    De wet bevat geen duidelijke definitie voor het begrip ‘tegenstrijdig belang’. Ook de wetsgeschiedenis biedt onvoldoende aanknopingspunten voor een eenduidige interpretatie van dit begrip en zijn toepassing. De minister verwijst wel naar het in 2007 gewezen Bruil-arrest. Hieruit blijkt dat ook in het sinds 2013 geldende recht moet worden uitgegaan van de in dit arrest aangenomen verschuiving van de abstracte leer naar de materiële leer. Dit neemt niet weg dat er twijfels ontstaan over de ex-antetoepassing van de ex post geformuleerde Bruil-norm, de specifieke invulling van het materiële begrip en de verhouding tussen de tegenstrijdig-belangregeling en de Linders/Hofstee-regels. Deze onduidelijkheid wordt versterkt door de verschillende interpretaties van dit begrip in de governancecodes en recente uitspraken van de Ondernemingskamer en de Governancecommissie Gezondheidszorg. Een verheldering van dit begrip door de wetgever in het kader van de behandeling van het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen zou derhalve gewenst zijn.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

Mr. T. Spronk
Mr. T. (Tess) Spronk is wetenschappelijk docent bij de sectie ondernemingsrecht van de Erasmus School of Law.
Wetenschap en praktijk

Wettelijke bedenktijd en beschermingsconstructies, de wereld op zijn kop!

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden wettelijke bedenktijd, beschermingsmaatregelen, responstijd, beursvennootschap, Aandeelhoudersrichtlijn
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder en Mr. R.P. Schrooten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het regeerakkoord van het huidige kabinet bevat het voornemen om ten aanzien van Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen een wettelijke ‘bedenktijd’ in te voeren. Een beursgenoteerde vennootschap die op de algemene vergadering wordt geconfronteerd met voorstellen voor een fundamentele strategiewijziging zou een bedenktijd van maximaal 250 dagen moeten kunnen inroepen. Deze bijdrage formuleert een antwoord op de volgende twee vragen ten aanzien van de voorgenomen bedenktijd:

    1. Is deze juridisch toelaatbaar tegen de achtergrond van de Aandeelhoudersrichtlijn en de overige Europese regelgeving?

    2. Is deze praktisch wenselijk gezien de bij buitenlandse investeerders gewekte verwachtingen en de bestaande mogelijkheden tot bescherming van Nederlandse beursvennootschappen?


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

Mr. R.P. Schrooten
Mr. R.P. (Rob) Schrooten is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Casus

De plannen van het kabinet-Rutte III met de (ondernemings)belastingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden belastingplannen Rutte III, renteaftrek vennootschapsbelasting, dividendbelasting, innovatiebox, aanmerkelijk-belangheffing
Auteurs Prof. dr. J.N. Bouwman
SamenvattingAuteursinformatie

    De formatie van het kabinet-Rutte III heeft geleid tot een groot aantal fiscale plannen. Deze hebben ook gevolgen voor ondernemers. Zo krijgen ondernemingen te maken met wijzigingen in de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting, de inkomstenbelasting en een aantal andere belastingen. In het regeerakkoord is gezocht naar een balans tussen het tegengaan van belastingontwijking door grote ondernemingen, het in stand houden van een goed vestigingsklimaat, lastenverlichting voor iedereen en vergroening. Een en ander wordt in dit artikel besproken.


Prof. dr. J.N. Bouwman
Prof. dr. J.N. Bouwman is hoogleraar Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Casus

Na AkzoNobel: meer bescherming vereist voor beursvennootschappen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden activistische aandeelhouder, overnamedreiging, beschermingsconstructies, enquêterecht, bescherming tegen overnames
Auteurs Dr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de uitspraak van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam van 29 mei 2017 inzake Elliott International L.P. c.s./AkzoNobel NV bespreekt de auteur in dit artikel de stand van zaken met betrekking tot de reikwijdte van de bevoegdheden en taken van de organen van een beursvennootschap in het kader van het perspectief van een mogelijke overname en soortgelijke situaties. Daarbij wordt ook ingegaan op de recente discussie of Nederlandse beursvennootschappen meer bescherming behoeven.


Dr. H. Koster
Dr. H. (Harold) Koster is universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht.
Praktijk

Een verkenning van het fenomeen ‘reliance’ verstrekken in de overname- en financieringspraktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2016
Trefwoorden reliance letter, due diligence-rapport, zorgplicht
Auteurs Mr. K.J. Koops en Mr. H.K. Schrama
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs duiden in dit artikel de situatie waarin een advocaat een derde door middel van een ‘reliance letter’ laat afgaan op zijn due diligence-rapport. Zij gaan daarbij in op de vraag of in die situatie een zorgplicht van de advocaat tegenover de derde ontstaat en wat de omvang van die zorgplicht is. De auteurs zien goede redenen om aan te nemen dat de advocaat en de derde op basis van de reliance letter een overeenkomst aangaan, maar achten onaannemelijk dat een (eigen) zorgplicht van de advocaat tegenover de derde ontstaat.


Mr. K.J. Koops
Mr. K.J. Koops is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. H.K. Schrama
Mr. H.K. Schrama is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Praktijk

Corporate Governance in Nederland: lange termijn waardecreatie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Corporate Governance Code, cultuur, Lange termijn waardecreatie
Auteurs Prof.mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Voorstel voor herziening van de Nederlandse Corporate Governance Code d.d. 11 februari 2016 wordt de nadruk gelegd op de focus op lange termijn waardecreatie van de vennootschap en de aan haar verbonden onderneming. Het huidige richtsnoer: “het creëren van aandeelhouderswaarde op lange termijn” zou dan uit de Code verdwijnen. Het is kennelijk de bedoeling dat de lange termijn waardecreatie ten bate van alle stakeholders geschiedt. Onder het door de Commissie gehanteerde begrip “stakeholders” vallen ook maatschappelijke groeperingen. De auteur beantwoordt de vraag wat het richtsnoer en de reikwijdte van het begrip stakeholders in de nieuwe Code zouden moeten zijn.


Prof.mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen (www.meerkennis.nl) te Hoofddorp.
Praktijk

Vennootschappelijk belang en doeloverschrijding

Art. 2:7 BW richtlijnconform uitgelegd

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2016
Trefwoorden vennootschappelijk belang, doelomschrijving, art. 2:7 BW, Eerste Richtlijn Vennootschapsrecht
Auteurs Mr. D.A. Viëtor en Mr. H.M.H. Speyart
SamenvattingAuteursinformatie

    Art. 2:7 BW heeft een Unierechtelijke achtergrond. Het is gebaseerd op de Eerste Richtlijn Vennootschapsrecht. Een richtlijnconforme uitleg van art. 2:7 BW brengt mee dat bij rechtshandelingen van een rechtspersoon art. 2:7 BW geen ruimte biedt voor enige derogerende werking van het vennootschappelijk belang en er onder normale omstandigheden evenmin sprake is van een onderzoeksplicht voor de wederpartij van de rechtspersoon naar het doel van die rechtspersoon.


Mr. D.A. Viëtor
Mr. D.A. Viëtor is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Casus

Enkele gedachten over de arbeidsovereenkomst in het concern

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden arbeidsovereenkomst, concern, werknemer
Auteurs Prof. dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    De werknemer in het concern heeft veelal niet alleen te maken met degene met wie hij de arbeidsovereenkomst ondertekende, maar ziet zich tevens geconfronteerd met allerhande ‘derden’ die direct of indirect hun invloed uitoefenen op de arbeidsovereenkomst. Denk aan de situatie dat de werkgever niet meer in staat is het loon te betalen omdat de moedervennootschap al haar leningen heeft opgeëist. Een ander concernonderdeel kan zelfs in het geheel niet als derde worden ervaren, bijvoorbeeld in de veelvoorkomende situatie dat de werknemer binnen een concern feitelijk permanent werkt binnen een andere vennootschap dan die waarmee hij de arbeidsovereenkomst sloot. De centrale vraag van de auteur is of het recht voldoende rekening houdt met de arbeidsovereenkomst binnen het concern.


Prof. dr. R.M. Beltzer
Prof. dr. R.M. Beltzer is hoogleraar Arbeid & Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Casus

Governance en bescherming van banken

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden banken, publiek belang, publiek aandeelhouderschap, privatisering, Interventiewet, overheidsinvloed, vijandige overnames, beschermingsconstructies, certificering
Auteurs Prof. mr. D.F.M.M. Zaman, Mr. G.M. Portier en Mr. dr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de vraag welke publiek- en privaatrechtelijke mogelijkheden er bestaan om op permanente wijze een bank (of andere financiële instelling) te beschermen tegen beleid dat niet gericht is op het publieke belang. Daarbij worden mogelijke publiek- en privaatrechtelijke instrumenten vergeleken en geplaatst in een nationaal- en Europeesrechtelijk kader. Aangezien publiekrechtelijke instrumenten uit hoofde van de Interventiewet slechts onder bepaalde voorwaarden inzetbaar zijn (dreigende insolventie van de onderneming of instabiliteit van het financieel stelsel) en traditionele beschermingsconstructies slechts kunnen worden ingezet ter voorkoming van vijandige overnames, zien de auteurs mogelijkheden voor het gebruik van aanvullende privaatrechtelijke instrumenten ter stimulering van beleid van banken gericht op het publieke belang.


Prof. mr. D.F.M.M. Zaman
Prof. mr. D.F.M.M. Zaman is notaris te Rotterdam, (bijzonder) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Utrecht en (gewoon) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. G.M. Portier
Mr. G.M. Portier is notaris te Amsterdam.

Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. Nijland is universitair docent aan de Universiteit Leiden.
Praktijk

De wenselijkheid van beheerst beloningsbeleid in de financiële sector

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden beheerst beloningsbeleid, bonusplafond, beloningen, financiële ondernemingen
Auteurs Mr. drs. A.M. Helstone
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen zes jaar heeft de regulering van variabele beloning bij financiële ondernemingen na de val van Lehman Brothers niet stilgestaan. In dit verband wordt er met name in Nederland een niet-aflatende strijd voor beheerst beloningsbeleid in de financiële sector gevoerd. Deze bijdrage richt zich op de belangrijkste initiatieven voor regulering van beloningen bij financiële ondernemingen van de afgelopen zes jaar. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de recente voornemens van de Nederlandse wetgever om een bonusplafond van 20% te introduceren voor alle medewerkers die werkzaam zijn in de financiële sector. Daarbij wordt ook ingegaan op de vraag in hoeverre het wenselijk is dat deze nieuwe regels naast de bestaande regels zullen worden geïntroduceerd.


Mr. drs. A.M. Helstone
Mr. drs. A.M. Helstone is advocaat en partner bij Stibbe te Amsterdam.
Praktijk

Stakebuilding: een gewaagde gok op zekerheid of absoluut geen legitieme gedraging in het biedingsproces?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2014
Trefwoorden marktmisbruik, voorwetenschap, openbare biedingen, stakebuilding, Market Abuse Regulation
Auteurs Mr. A.W. van der Vegt
SamenvattingAuteursinformatie

    Om de kans van slagen van een voorgenomen openbaar bod te vergroten, kan een bieder besluiten een aandelenbelang in de doelvennootschap op te bouwen. Hoewel deze handeling niet ongebruikelijk is in het biedingsproces, bestaat er in de praktijk onduidelijkheid over de toelaatbaarheid hiervan, gelet op de regels ter voorkoming van marktmisbruik. In deze bijdrage gaat de auteur in op de bestaande onzekerheid en formuleert zij aan de hand van de bestaande en toekomstige regelgeving op dit punt een antwoord op de vraag die in de titel wordt gesteld.


Mr. A.W. van der Vegt
Mr. A.W. van der Vegt is Professional Support Lawyer bij Nauta Dutilh.
Artikel

De wenselijkheid van een algemene zorgplicht in de Wft

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Wijzigingswet financiële markten 2014, Wet op het financieel toezicht, Autoriteit Financiële Markten, zorgplicht, financiëledienstverleners
Auteurs mr. N.A. van Opbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het wetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2014 wordt voorgesteld een algemene zorgplicht voor financiëledienstverleners vast te leggen in de Wet op het financieel toezicht (art. 4:24a nieuw). Belangrijkste argument daarvoor is informatiescheefheid tussen financiëledienstverleners en klanten. Belangrijkste argument daartegen is rechtsonzekerheid voor financiëledienstverleners, omdat onduidelijk zou zijn wanneer de zorgplicht wordt overtreden. Voor een succesvolle handhaving van de algemene zorgplicht is vereist dat de AFM dit alleen doet in evidente gevallen. Het voorgestelde artikel moet deels worden gewijzigd.


mr. N.A. van Opbergen
Mevrouw Van Opbergen heeft dit artikel geschreven naar aanleiding van haar afstudeerscriptie.
Artikel

De automatisch vervallende 403-verklaring

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden art. 2:403 BW, 403-verklaring, concernvrijstelling, groepsmaatschappij, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur wordt wel gepleit voor het opnemen van een groepsband als voorwaarde in een 403-verklaring. Ook in de praktijk blijkt dit te worden toegepast met het oog op een automatisch eindigende aansprakelijkheid bij het verbreken van de groepsband, meestal in het kader van een verkoop van de desbetreffende dochtervennootschap. In deze bijdrage wordt ingegaan op deze voorwaarde, waarbij de volgende twee vragen centraal staan: (1) komt de aansprakelijkheid van de moeder automatisch te vervallen na verbreking van de groepsband, en (2) kan de dochter gebruik maken van de concernvrijstelling als ten behoeve van haar een 403-verklaring is gedeponeerd die afhankelijk is gesteld van de groepsband tussen de moeder en de dochter? Na beantwoording van deze vragen wordt een alternatief voor het groepsbegrip als voorwaarde voor aansprakelijkheid besproken. De bijdrage wordt afgesloten met een korte samenvatting en conclusie.


Mr. M.R.C. van Zoest
Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Convenanten in het horizontaal toezicht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2011
Trefwoorden horizontaal toezicht, relatie belastingplichtige en Belastingdienst, verticaal toezicht, convenanten horizontaal toezicht
Auteurs S. Lautenbag
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op het horizontaal toezicht in het belastingrecht. In 2005 is door de Belastingdienst een project gestart met als doel de relatie tussen de Belastingdienst en de belastingplichtige te veranderen. Na een beschrijving van het begrip ‘horizontaal toezicht’ wordt ingegaan op de werking van het horizontaal toezicht, met name het convenant dat daaraan ten grondslag ligt en de knelpunten die zich hierbij in de praktijk voordoen. In dit kader wordt onder andere aandacht besteed aan de juridische status en het nut van een convenant, geschillen, gelijkheid en beëindiging van en binnen convenanten. De bijdrage wordt afgesloten met enkele slotopmerkingen over het project van de Belastingdienst inzake horizontaal toezicht.


S. Lautenbag
S. Lautenbag is masterstudent fiscaal recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Herroeping ontbindingsbesluit van een rechtspersoon

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2011
Trefwoorden PMDC-zaak, ontbindingsbesluit, ongedaanmaking ontbindingsbesluit, herroeping ontbindingsbesluit, herroepingsbesluit, ontbinding rechtspersoon
Auteurs Mw. mr. dr. M.Y. Nethe
SamenvattingAuteursinformatie

    Een besluit tot ontbinding van een rechtspersoon kan, zoals blijkt uit de jurisprudentie, worden herroepen indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De meerderheid van de rechtbanken volgt de lijn die is uitgezet in de beschikking van het Hof Den Haag in de PMDC-zaak van 30 januari 2007. Onzeker is echter of de rechtbank het verzoek tot bevestiging van de ongedaanmaking van het ontbindingsbesluit ontvankelijk zal verklaren. In deze bijdrage wordt de PMDC-zaak beknopt weergegeven en wordt stilgestaan bij de vraag waarom het hof in deze zaak is opgetreden als wetgever-plaatsvervanger. Vervolgens worden de argumenten die pleiten vóór rechterlijke controle besproken en wordt er ingegaan op negen ongepubliceerde beschikkingen gewezen in de periode 2008 tot en met 2010 die betrekking hebben op de mogelijkheid tot het herroepen van een ontbindingsbesluit. In dit kader wordt tevens ingegaan op de toetsingscriteria uit de PMDC-zaak, die terug te vinden zijn in de nadien gewezen beschikkingen. De bijdrage wordt afgesloten met een samenvatting.


Mw. mr. dr. M.Y. Nethe
Mw. mr. dr. M.Y. Nethe is universitair docent bij de sectie Handelsrecht en Arbeidsrecht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Herwaardering van certificering als beschermingsconstructie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Administratiekantoor, beschermingsconstructies, certificering, certificering van aandelen, Dutch discount, market for corporate control
Auteurs Mr. J. de Koning Gans en Prof. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk wijst uit dat aandeelhoudersactivisme het vennootschappelijk belang kan bedreigen. In deze bijdrage wordt onderzocht wat de meest adequate vorm van bescherming van een beursvennootschap tegen een vijandige overname is. Allereerst worden de in Nederland meest voorkomende beschermingsconstructies besproken en geëvalueerd. De auteurs constateren vervolgens dat aan elke beschermingsmaatregel voor- en nadelen kleven. Deze voor- en nadelen hebben betrekking op de toereikendheid van de bescherming of de aanvaardbaarheid van de inperking van de zeggenschap van kapitaalverschaffers. Vergeleken met de andere behandelde beschermingsconstructies lijkt certificering echter volgens de auteurs het best aan beide criteria te voldoen. De auteurs sluiten deze bijdrage af met enkele aanbevelingen ten aanzien van het bestuur van het Administratiekantoor (AK) die de certificaten uitgeeft teneinde de onafhankelijkheid van het AK te kunnen waarborgen en certificering in het algemeen als meest aanvaardbare beschermingsconstructie te kunnen aanmerken.


Mr. J. de Koning Gans
Mr. J. De Koning Gans is recentelijk afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht in de master Recht en Onderneming.

Prof. W.J. Oostwouder
Prof. W.J. Oostwouder is hoogleraar bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De zorgplicht van de bestuurder van een rechtspersoon

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2010
Trefwoorden zorgplicht, bestuurder, behoorlijke taakvervulling, governance-code
Auteurs Prof. mr. A.F. Verdam
SamenvattingAuteursinformatie

    In de verhouding tussen een rechtspersoon en haar bestuurder kan men spreken van een zorgplicht van de bestuurder. Die zorgplicht vloeit ook voort uit de wettelijke plicht van de bestuurder tot behoorlijke taakvervulling. De norm van behoorlijke taakvervulling is van toepassing op een scala van rechtspersonen in een breed spectrum van omstandigheden. Daarmee kan de norm niet anders zijn dan een algemene bepaling met een open karakter. In deze bijdrage wordt aan deze open norm nader invulling gegeven aan de hand van codes en guidelines, als relatief nieuwe normeringsinstrumenten, waaronder de corporate governance code voor beursvennootschappen. Ingegaan wordt o.a. op de follow-up van de code voor beursvennootschappen, de status daarvan in het gemene recht, en de doorwerking ervan op de voor de bestuurder geldende verplichtingen.


Prof. mr. A.F. Verdam
Prof. mr. A.F. Verdam is hoogleraar ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en Legal advisor bij de Koninklijke Philips Electronics N.V.
Toont 1 - 20 van 43 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.