Zoekresultaat: 17 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Onderneming en Financiering x
Wetenschap en praktijk

Verpanding van het recht op teruggaaf van btw: een aantrekkelijke vorm van zekerheid?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden cessie, omzetbelasting, oninbare vorderingen, factoring, pandrecht
Auteurs Mr. M. Broere
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij het aantrekken van een financiering wordt een schuldenaar meestal verplicht om zekerheid te geven over zijn activa. Zekerheid kan worden verstrekt over een specifiek vermogensbestanddeel of over een bepaald type activa. In die laatste categorie vallen vorderingen van de schuldenaar op de Belastingdienst uit hoofde van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB). Ingevolge de Wet OB is een ondernemer verplicht om gedurende een tijdvak in zijn administratie de door hem in rekening gebrachte en terug te vragen belasting toegevoegde waarde (btw) bij te houden. Aan het einde van het tijdvak is sprake van een vordering op of een schuld aan de Belastingdienst. In dit artikel wordt de vraag beantwoordt of verpanding van het recht op teruggaaf van btw een aantrekkelijke vorm van zekerheid is.


Mr. M. Broere
Mr. M. (Michelle) Broere is advocaat bij Loyens en Loeff te Amsterdam.
Wetenschap

Zeker en vast

De invloed van de wijziging van leningsvoorwaarden, fusie, splitsing, omzetting, schuldoverneming en overdracht van bezwaarde goederen op goederenrechtelijke zekerheden

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2020
Trefwoorden positie pandhouder, wijziging kredietovereenkomst, contractsoverneming, zaaksvervanging, inhoud pandrecht
Auteurs Mr. G. Kreuze
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt de positie van de zekerheidshouder na herstructurering van de groep vennootschappen waartoe de zekerheidsgever(s) behoort (behoren). Herstructurering kan leiden tot wijziging van de kredietovereenkomst, tot een ‘wijziging’ van de schuldenaren of zekerheidsgevers (door bijvoorbeeld fusie of splitsing), of tot een herschikking van de goederen binnen de groep. Vanuit kosten-, tijds- en juridisch oogpunt vermijdt zowel de zekerheidshouder als de zekerheidsgever bij voorkeur dat zekerheden hergevestigd moeten worden. De auteur bespreekt of, en in welke gevallen, hervestiging nodig of gewenst is in het geval van wijziging van de kredietovereenkomst, fusie, splitsing of omzetting van een zekerheidsgever, schuldoverneming en overdracht van goederen binnen de groep.


Mr. G. Kreuze
Mr. G. (Gianluca) Kreuze is advocaat bij Loyens en Loeff te Amsterdam.
Praktijk

Het borgtochtverweer in de context van overnamecontracten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden borgtochtverweer, borgtocht, hoofdelijke aansprakelijkheid, afbakeningscriterium, overname
Auteurs Mr. J.M. Möller
SamenvattingAuteursinformatie

    Het borgtochtverweer, waarbij hoofdelijke aansprakelijkheid op verzoek van degene die zich aansprakelijk heeft gesteld wordt geherkwalificeerd tot borgtocht, zorgt in de financieringspraktijk er nog wel eens voor dat een schuldeiser met lege handen achterblijft. De vraag is of er ook risico’s op een dergelijke herkwalificatie bestaan in de context van overnames. Hiervoor bekeek de auteur de bestaande jurisprudentie en probeerde daaruit bepalende factoren voor de overnamepraktijk te ontlenen. De conclusie luidt dat – net als in de financieringspraktijk – een natuurlijk persoon al snel bescherming toekomt en als borg wordt gekwalificeerd. In concernverhoudingen houdt hoofdelijke aansprakelijkheid in beginsel stand, omdat al snel mag worden aangenomen dat een groepsvennootschap die zich hoofdelijk aansprakelijk stelt indirect profijt van een transactie zal hebben.


Mr. J.M. Möller
Mr. J.M. Möller is advocaat bij Loyens & Loeff.
Praktijk

Hof van Justitie oordeelt over mandaat van ECB inzake monetair beleid

Onafhankelijkheid van de ECB gewaarborgd?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ECB, mandaat, monetair beleid, onafhankelijkheid, kwantitatieve verruiming (QE)
Auteurs Mr. M.L. Louisse
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 16 juni 2015 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie prejudiciële vragen beantwoord van het Bundesverfassungsgericht over de verenigbaarheid van het Outright Monetary Transactions-programma (OMT-programma) met het Europese recht, en meer in het bijzonder met het mandaat van de Europese Centrale Bank (ECB). Dit OMT-programma is vergelijkbaar met het programma van kwantitatieve verruiming (QE), waarmee de ECB in maart 2015 is gestart. Dit artikel gaat in op het arrest van het Hof van Justitie, de mogelijke aanknopingspunten die dit arrest biedt voor de beantwoording van de vraag of de ECB met het QE-programma binnen haar mandaat blijft, en de mogelijke gevolgen die dit arrest heeft voor de onafhankelijkheid van de ECB.


Mr. M.L. Louisse
Mr. M.L. Louisse is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Praktijk

Crowdfunding, mede mogelijk gemaakt door de wetgever?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Crowdfunding, Financieringsmogelijkheden, AFM, DNB, Wft
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op het fenomeen crowdfunding en het wettelijk kader. Hierbij wordt ingegaan op de Europese en nationale ontwikkelingen op het gebied van crowdfunding en wordt gekeken naar de mogelijkheden voor de toekomst, waarbij enkele suggesties worden gedaan. Wordt crowdfunding de nieuwe standaard voor financieren?


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Finnius Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Draagplicht en regres bij concernfinanciering na twee verrassende uitspraken van de Hoge Raad

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2013
Trefwoorden concernfinanciering, draagplicht, regresrecht, profijtbeginsel
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur aan de hand van twee recente arresten die de Hoge Raad heeft gewezen (HR 6 april 2012, LJN BU3784 en HR 13 juli 2012, LJN BW4206) de problematiek omtrent draagplicht en regres bij concernfinanciering. Uit het laatstgenoemde arrest valt af te leiden dat indien er bij of naar aanleiding van concernfinanciering geen afspraken omtrent de draagplicht of het niet-ontstaan van regresrechten zijn gemaakt, de vraag of (en in welke mate) de concernschuld een concernmaatschappij aangaat aan de hand van het profijtbeginsel dient te worden vastgesteld. Het gaat daarbij om het antwoord op de vraag aan wie overeenkomstig de bedoeling van partijen de tegenwaarde van de geldlening ten goede is gekomen. Dat een concernvennootschap toegang heeft tot het krediet betekent nog niet dat zij hier ook van heeft geprofiteerd in die zin dat haar ‘de tegenwaarde van die schuld ten goede is gekomen’. De auteur concludeert dat met dit arrest het dwaalspoor naar het aannemen van solidariteit – draagplicht voor gelijke delen – is afgesneden.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht.
Praktijk

Securitisaties en Islamitisch financieren

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2012
Trefwoorden securitisaties en islamitisch financieren
Auteurs Mr. E.F. Coomans-Piscaer
SamenvattingAuteursinformatie

    Als gevolg van de economische en regulatoire veranderingen van de laatste jaren zijn de investeringsmogelijkheden van Europese investeerders beperkter geworden. Om nieuwe investeerders aan te trekken, zou er gezocht kunnen worden naar investeerders van buiten Europa, zoals investeerders uit het Midden-Oosten en Azië. Een groot gedeelte van de investeerders uit het Midden-Oosten en Azië investeert slechts in structuren die gebaseerd zijn op de beginselen van het islamitisch financieren. Om de Nederlandse securitisatiestructuur voor dergelijke investeerders interessant te maken, dient deze te voldoen aan de vereisten van het islamitisch financieren. Het artikel behandelt globaal de securitisatiestructuur die in Nederland en in het islamitisch financieren worden gebruikt. Ook worden een paar knelpunten aangehaald die van belang kunnen zijn bij het aanpassen van de Nederlandse securitisatiestructuur aan de beginselen van het islamitisch financieren.


Mr. E.F. Coomans-Piscaer
Mr. Coomans-Piscaer is Advocaat bij Loyens & Loeff N.V.
Casus

Ongewenste paulianadreiging voor redders in nood

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2012
Trefwoorden pauliana, faillissementspauliana, wetenschap, benadeling, herfinanciering
Auteurs Mr. T. Hekman en mr. J. de Koning Gans
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de herfinanciering van een noodlijdende onderneming zal een bank (aanvullende) zekerheden verlangen. Komt de onderneming ondanks het nieuw verkregen krediet alsnog te failleren, dan kan een curator de verstrekte zekerheden trachten te vernietigen met een beroep op de faillissementspauliana. De Hoge Raad heeft zich laatstelijk over deze problematiek uitgesproken in ABN AMRO/Van Dooren q.q. III. In deze bijdrage komen de auteurs tot de conclusie dat de door de Hoge Raad ingeslagen weg onwenselijk is. Ook wordt door hen betoogd dat de in ABN AMRO/Van Dooren q.q. III geformuleerde maatstaf geen toepassing zou moeten vinden bij bonafide reddingsoperaties door de bank.


Mr. T. Hekman
Mr. T. Hekman is advocaat bij AKD te Amsterdam.

mr. J. de Koning Gans
Mr. J. de Koning Gans is advocaat bij Post Advocaten te Barneveld.
Casus

De verpanding van absoluut toekomstige vorderingen

HR 3 februari 2012, LJN BT6947 (Dix q.q./ING)

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2012
Trefwoorden stil pandrecht, verzamelpandakte, Selbsteintritt, rangregeling, Registratiewet
Auteurs Mr. F. van Buchem en Mr. B. de Man
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft op 3 februari 2012 in het arrest Dix q.q./ING geoordeeld dat banken, voor zover zij beschikken over een geldige volmacht, vorderingen van kredietnemers op derden via een verzamelpandakte rechtsgeldig aan zichzelf kunnen verpanden. Bevestigd is aldus dat via de verzamelpandakteconstructie ook absoluut toekomstige vorderingen binnen het systeem van art. 3:239 BW stil kunnen worden verpand. In deze bijdrage onderzoeken de auteurs de wenselijkheid van een wetswijziging, inhoudende dat ook absoluut toekomstige vorderingen stil kunnen worden verpand.


Mr. F. van Buchem
Mw. mr. F. van Buchem is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

Mr. B. de Man
Mr. B. de Man is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Casus

‘To hedge or not to hedge’; de toekomst van de derivatenmarkt

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2012
Trefwoorden derivaten, derivatentransacties, clearing, EMIR
Auteurs Mr. C.H. Schot
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt de effecten van de toekomstige derivatenwetgeving voor ondernemingen. Allereerst wordt uiteengezet wat de huidige situatie is ten aanzien van de juridische vormgeving van derivatentransacties (de nulsituatie). Vervolgens wordt gekeken wat de nieuwe wetsvoorstellen inhouden. Tot slot wordt er ingegaan op de effecten van deze wetgevingsdrang op de eindgebruikers, de (mogelijke) nieuwe eindsituatie en eventuele knelpunten voor ondernemingen en andere eindgebruikers. De bijdrage beperkt zich tot over the counter-derivaten, derivaten die niet via de beurs worden verhandeld.


Mr. C.H. Schot
Mw. mr. C.H. Schot is advocaat-partner bij Baker & McKenzie te Amsterdam.
Artikel

Het einde van flitskredieten?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2012
Trefwoorden consumentenkrediet, Wet op flitskredieten, flitskredieten, Kredietovereenkomst
Auteurs Mr. M. van Vliet
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de uitwerking van de wet ter implementatie van de Europese richtlijn inzake consumentenkrediet. In de parlementaire stukken bij de wet wordt meerdere malen aangegeven dat het de bedoeling is om flitskredieten in Nederland uit te bannen. De wet zou, volgens de minister van Financiën, een afdoende middel moeten zijn om dit doel te bereiken. In deze bijdrage onderzoek ik, na een korte beschouwing van de wetgeving, in welke mate dit doel bereikt is. De focus van deze bijdrage ligt op het onderzoeken van vijf verschillende constructies die momenteel door verschillende marktpartijen worden toegepast, met als doel om deze wetgeving te omzeilen.


Mr. M. van Vliet
Mr. M. van Vliet is recent afgestudeerd aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit van Utrecht.
Artikel

De regulering van en het toezicht op ratingbureaus in de Europese Unie

De wijziging van Verordening (EG) nr. 1060/2009 inzake ratingbureaus, ESMA en het nieuwe wijzigingsvoorstel: de definitieve aanpak van de belangrijkste problemen in de ratingmarkt?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2012
Trefwoorden voorstel tot wijziging verordening inzake ratingbureaus, credit rating agencies, ESMA, toezicht, handhaving
Auteurs Mr. J.C. Jaakke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het op 15 november door de Commissie aangenomen voorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1060/2009 inzake ratingbureaus besproken. Na het van kracht worden van Verordening 1060/2009 is er een eerste wijziging aangebracht die de registratie van en het toezicht op ratingbureaus in de Europese Unie overdraagt aan het ondertussen opgerichte ESMA (European Securities and Markets Authority). Met het nieuwe voorstel beoogt de Commissie eindelijk de grootste problemen aan te pakken. Deze aanpak van de Commissie wordt in deze bijdrage kritisch besproken.


Mr. J.C. Jaakke
Mr. J.C. Jaakke is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Effecten van de kredietcrisis op (rechtsgevolgen van) financieringsovereenkomsten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2009
Trefwoorden kredietcrisis, onvoorziene omstandigheden, redelijkheid en billijkheid, financieringsovereenkomsten, loan agreements, kredietovereenkomsten
Auteurs Mr. A.T.G.M. Venrooy en Mr. P.S. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan Venrooy en Bakker stil bij de vraag of en in hoeverre – in het licht van de huidige kredietcrisis – de redelijkheid en billijkheid respectievelijk onvoorziene omstandigheden effect hebben op (rechtsgevolgen van) financieringsovereenkomsten. In dit verband kijken de auteurs naar zowel de eenvoudige kredietovereenkomst als de meer uitgebreide – op LMA standaard gebaseerde – loan agreement.


Mr. A.T.G.M. Venrooy
Mr. A.T.G.M. Venrooy is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Mr. P.S. Bakker
Mr. P.S. Bakker is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Financiering en derivaten

Valkuilen in de ISDA-documentatie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2009
Trefwoorden financiering, ISDA, interest rate swap, derivaten
Auteurs Mw. mr. C.H. Schot
SamenvattingAuteursinformatie

    In geval van substantiële leningen aan ondernemingen is het gebruikelijk in de markt dat de kredietgever vereist dat de onderneming het variabel renterisico op de lening ‘hedged’. Dit houdt in dat de variabele rente die in verband met de financiering moet worden betaald, wordt geruild voor een vaste rente door middel van een interest rate swap. Veelvoorkomend probleem bij deze transacties is dat de gebruikte (standaard)leningdocumentatie (LMA) niet is afgestemd op de (standaard)derivatendocumentatie (ISDA). In haar bijdrage bespreekt Schot de achtergronden van en tegenstrijdigheden tussen de genoemde typen documentatie. Tevens benoemt zij de valkuilen voor hun onderlinge afstemming en geeft zij aan hoe hierop adequaat te anticiperen.


Mw. mr. C.H. Schot
Mw. mr. C. Schot is advocaat en werkzaam bij Houthoff Buruma te Amsterdam. De auteur bedankt Ellen Gerretsen (student rechten aan de UvA en (oud) paralegal bij Houthoff Buruma) voor de input geleverd voor dit artikel en de plezierige samenwerking.
Artikel

Jurisprudentie Effectenrecht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 69 2006
Trefwoorden marktmisbruik, verbod, aandeel, nietigheid, zorgplicht, toezicht, effectenrecht, overeenkomst, voorkennis, effectenverkeer
Auteurs C.W.M. Lieverse

C.W.M. Lieverse
Artikel

Collisie van persoonlijke en goederenrechtelijke zekerheden

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 67 2005
Trefwoorden bank, borg, medeschuldenaar, schuldenaar, subrogatie, betaling, borgtocht, schuld, schuldeiser, draagplicht
Auteurs F.E.J. Beekhoven van den Boezem

F.E.J. Beekhoven van den Boezem
Artikel

Aansprakelijkheid moedermaatschappij voor haar dochter

HR 21 december 2001, nummer C99/341, Rechtspraak van de Week 2002, 6

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 54 2002
Trefwoorden dochter, houdstervennootschap, bestuurder, schuldeiser, aansprakelijkheid, moeder, bank, dochtermaatschappij, onrechtmatig handelen, betaling
Auteurs A.E.H. Van der Voort Maarschalk

A.E.H. Van der Voort Maarschalk
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.