Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 503 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Onderneming en Financiering x
Wetenschap en praktijk

Wat is de invloed van de coronapandemie op due diligence en contractuele afspraken bij mid-market M&A-transacties?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2022
Trefwoorden M&A, Mid-market, Corona, Due dilligence, contractsbepalingen
Auteurs A. Beljaars en G. Güntekin
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan de auteurs in op de invloed van de corona pandemie en de economische gevolgen ervan op het due diligence onderzoek en contractuele afspraken bij mid-market overnames. De corona pandemie heeft geleid tot een nieuwe dimensie voor juristen en een hernieuwde alertheid voor het verrichten van een due diligenceonderzoek en de te gebruiken contractuele bepalingen. Aan de hand van rechtspraak over de afgelopen twee jaar bekijken de auteurs de contractuele en wettelijke bepalingen die worden gebruikt. Ook doen zij tekstvoorstellen voor contractuele bepalingen die in dat verband in overnamecontracten kunnen worden gebruikt.


A. Beljaars
Mr. A. (Annemarie) Beljaars is advocaat M&A (MKB) bij Rassers Advocaten te Breda.

G. Güntekin
Mr. G. (Günes) Güntekin is advocaat M&A (MKB) bij Rassers Advocaten te Breda.

H.J. Vetter
Mr. H.J. (Hans) Vetter is rechter in de rechtbank Den Haag.
Wetenschap

De SOX in control-regeling in de Verenigde ­Staten: een analyse

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2022
Trefwoorden in control-verklaring, jaarverslaggeving, interne risicobeheersing, accountantscontrole, interne controle
Auteurs T.L.M. Verdoes, M.P. Lycklama à Nijeholt en H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoeken de auteurs de bestaande wettelijke regeling over de in control-verklaring in de Verenigde Staten. Na een bespreking van de relevante bepalingen volgt een analyse van de kritiek op deze regeling en de nadelen en voordelen ervan. De auteurs sluiten af met enkele conclusies.


T.L.M. Verdoes
Dr. T.L.M. (Tim) Verdoes is als universitair docent verbonden aan het Instituut Fiscale en Economische vakken van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Bedrijfswetenschappen, van de Universiteit Leiden.

M.P. Lycklama à Nijeholt
Dr. M.P. (Maaike) Lycklama à Nijeholt is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Ondernemingsrecht, van de Universiteit Leiden. Daarnaast is zij werkzaam als lector voor de Hogeschool Rotterdam.

H. Koster
Prof. mr. H. (Harold) Koster is als hoogleraar Ondernemingsrecht verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht, afdeling Ondernemingsrecht, van de Universiteit Leiden.
Wetenschap

Pandhouder, ken uw grenzen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2022
Trefwoorden D-Reizen, faillissement, separatisten, pandrecht, WHOA
Auteurs M.P.R. Sardjoe
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de bijzondere positie van pandhouders ten opzichte van andere crediteuren (ook in faillissement) en mogelijke begrenzingen van die positie, bijvoorbeeld op grond van de Faillissementswet en de Wet homologatie onderhands akkoord. Daarnaast wordt een specifiek voorbeeld van een begrenzing besproken uit het vonnis in het D-Reizen-faillissement van 28 mei 2021, waarbij de rechtbank toetst of sprake is van misbruik van bevoegdheid door de pandhouder. Dit vonnis wordt eveneens besproken in het licht van andere rechtspraak over dit onderwerp, met als algemene conclusie dat de (separatisten)positie van pandhouders niet onbegrensd is.


M.P.R. Sardjoe
Mr. M.P.R. (Monisha) Sardjoe is advocaat bij Greenberg Traurig LLP te Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

Het vervangen van de zekerhedenagent

De parallel debt revisited

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2021
Trefwoorden trust, zekerheid, security agent, syndicaatslening, overgang
Auteurs G. Kreuze en M. Broere
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreken de auteurs de aandachtspunten die spelen bij een vervanging van de zekerhedenagent onder bijzondere titel aan de hand van een syndicaatslening gedocumenteerd op basis van de modellen van de Loan Market Association en gesecureerd door Nederlandsrechtelijke zekerheden. Ter achtergrond komen de volgende onderwerpen aan bod: (a) de invulling van de rol van zekerheden­agent en (b) het vervangen van de zekerhedenagent. Het zwaartepunt van dit artikel ligt op een vervanging van de zekerhedenagent onder bijzondere titel naar Nederlands recht, maar nu bij toe- en uittreding van de zekerhedenagent vaak Engels recht wordt toegepast, hebben we ervoor gekozen om in dit artikel ook aandacht te besteden aan de Engelse trust en een aantal Engelsrechtelijke aspecten van de overgang van de parallel debt en de daarvoor gevestigde Nederlandsrechtelijke zekerheden.


G. Kreuze
Mr. G. (Gianluca) Kreuze is advocaat bij Loyens en Loeff te Amsterdam.

M. Broere
Mr. M. (Michelle) Broere is advocaat bij Loyens en Loeff te Amsterdam.

    Een moedermaatschappij kan na de intrekking van haar 403-verklaring de overblijvende aansprakelijkheid beëindigen als zij voldoet aan de cumulatieve vereisten ex art. 2:404 lid 3 BW. De huidige regeling voor de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid en de uitleg daarvan in de jurisprudentie zijn echter nodeloos belastend en werken in de hand dat een moedermaatschappij zal proberen om de procedure zo veel mogelijk onder de radar te doorlopen. In deze bijdrage wordt ervoor gepleit dat de regeling op bepaalde punten wordt aangepast of anders wordt uitgelegd in de jurisprudentie.


E.A. van Dooren
Mr. dr. E.A. van Dooren is universitair docent Ondernemingsrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Wetenschap en praktijk

De financiering van ‘Groninger akte’-transacties na het arrest Rabobank/Reuser

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2021
Trefwoorden registergoed, hypotheekrecht, ontbindende voorwaarde, voorwaardelijk eigendom, opschortende voorwaarde
Auteurs M. Broere en M. Heddema
SamenvattingAuteursinformatie

    Uitgaande van de huidige praktijk bij vastgoedtransacties die door middel van de zogeheten ‘Groninger akte’ worden gesloten, vragen wij ons in dit artikel af of analoge toepassing van de rechtsregels uit Rabobank/Reuser leiden tot een meer gebalanceerde uitkomst voor de positie van de inkomende financier en de uitgaande financier als hypotheekhouders. Bij de beantwoording van deze vraag hebben wij een structuur voor ogen waarin de inkomende financier een eersterangs hypotheekrecht verkrijgt op het eigendomsrecht onder ontbindende voorwaarde van de koper en de uitgaande financier een eersterangs hypotheekrecht op het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde van de verkoper.


M. Broere
Mr. M. (Michelle) Broere is advocaat bij Loyens en Loeff te Amsterdam.

M. Heddema
Mr. M. (Mark) Heddema is advocaat bij Loyens en Loeff te Amsterdam.
Wetenschap

Civielrechtelijke aansprakelijkheid van de accountant bij de uitoefening van haar ­niet-wettelijke taak

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2021
Trefwoorden zorgplicht, Derden, tuchtrecht, accountancy, samenstellingsopdracht
Auteurs J.E. Brink-van der Meer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een overgrote meerderheid van de geschillen waarbij de accountant civielrechtelijk aansprakelijk wordt gesteld, heeft betrekking op de niet-wettelijke taak van de accountant. Hierbij komt de samenstellingsopdracht het meest aan de orde. De accountant moet bij de uitoefening van haar taak de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen en kan daarnaast een zorgplicht jegens derden hebben. Ten aanzien van de zorgplicht jegens derden bij de uitoefening van de niet-wettelijke taak is het voorzienbaar gebruik relevant. Slechts bij voorzienbaar gebruik door derden ligt het op de weg van de accountant om waarborgen te treffen. Het oordeel van de tuchtrechter speelt bij procedures met betrekking tot de niet-wettelijke taak een minder grote rol dan bij procedures die zien op de jaarrekeningcontrole.


J.E. Brink-van der Meer
Mr. dr. J.E. (Annelies) Brink-van der Meer is werkzaam bij de Vrije Universiteit als docent ondernemingsrecht en is fellow van het Zuidas Instituut voor Financieel recht en Ondernemingsrecht (ZIFO).
Wetenschap en praktijk

Blind date

Over hoe je als contractspartij van een beleggingsinstelling niet voor verrassingen komt te staan bij de vraag op welk vermogen je vorderingen kunt verhalen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden art. 4:37j Wft, vermogensafscheiding, beleggingsfonds, commanditaire vennootschap, subfonds
Auteurs M.C. Maters en S. Verkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het oog op bescherming van beleggers tegen besmettingsrisico’s bepaalt de Wet op het financieel toezicht (Wft) in artikel 4:37j dat beleggingsinstellingen een afgescheiden vermogen hebben. Bij beleggingsfondsen wordt deze vermogensafscheiding mede bereikt doordat de juridische eigendom van de activa van het fonds wordt gehouden door een separaat opgerichte bewaarentiteit. Ook regelt artikel 4:37j Wft dat de afgescheiden vermogens van verschillende beleggingsinstellingen, of subfondsen daarvan, bij één rechtspersoon kunnen worden ondergebracht. In de praktijk leidt de regeling tot misverstanden over de tenaamstelling van bijvoorbeeld overeenkomsten. Dit artikel beoogt de praktijk enkele handvatten te bieden ter voorkoming van bedoelde misverstanden.


M.C. Maters
Mr. M.C. (Michaël) Maters is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

S. Verkerk
Mr. S. (Sebastiaan) Verkerk is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

Initiatiefwetsvoorstel Spoedwet conditionele eindheffing dividendbelasting

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Nederlands vestigingsklimaat, eindafrekening dividendbelasting, zetelverplaatsing, grensoverschrijdende fusie, grensoverschrijdende splitsing
Auteurs R. Bagci, R.P.C.W.M. Brandsma, P. Ruige e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse belasting op dividenden heeft door het Initiatiefwetsvoorstel Spoedwet conditionele eindheffing dividendbelasting – wederom – de aandacht van de politiek en het (inter)­nationale bedrijfsleven. Invoering van het voorstel zou betekenen dat een vertrek uit Nederland door vennootschappen onder omstandigheden tot een eindafrekening voor de Nederlandse dividendbelasting gaat leiden. Invoering van het voorstel lijkt investeringen in Nederlandse bedrijven door buitenlandse (portfolio-)investeerders minder aantrekkelijk te maken, wat leidt tot een verslechtering van het Nederlandse vestigingsklimaat. De auteurs gaan in op diverse aspecten van het wetsvoorstel.


R. Bagci
Mr. R. (Recep) Bagci is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs. Daarnaast is hij verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

R.P.C.W.M. Brandsma
Prof. dr. R.P.C.W.M. (Roland) Brandsma is partner bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs. Daarnaast is hij verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en Business Universiteit Nyenrode.

P. Ruige
Mr. drs. P. (Pieter) Ruige is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs. Daarnaast is hij verbonden aan de Vrije Universiteit.

H.R. Zuidhof
Mr. H.R. (Hugo) Zuidhof is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs.
Wetenschap

Access_open De beursgenoteerde vennootschap

Faits divers

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden gereglementeerde markt, MiFID II, multilaterale handelsfaciliteit, m/v-quotum, wettelijke bedenktijd
Auteurs C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Een beursgenoteerde vennootschap is een vennootschap waarvan aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of soms ook tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit. In Boek 2 BW en in de Wft komen beide varianten voor. Als sprake is van toelating tot de handel op alleen een gereglementeerde markt gaat het primair om regelgeving waarin de Nederlandse wetgever uitvoering geeft aan Europees recht. Als het gaat om toelating tot de handel op een gereglementeerde markt of soms ook een multilaterale handelsfaciliteit gaat het om regelgeving die een nationale oorsprong heeft. In die laatste gevallen zijn wel weer verschillende varianten denkbaar.


C. de Groot
Mr. C. (Cees) de Groot is werkzaam bij de afdeling Ondernemingsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Wetenschap

Meten en weten

Over het gebruik en de beoordeling door de rechtspraak van benchmarkproducten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden benchmark, zorgplicht, renteswap, Index, krediet
Auteurs N.A. Campuzano
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op het gebruik van benchmarkproducten en de voordelen van benchmarks. Ook gaat hij in op de vraag in hoeverre de Nederlandse civiele rechter bij de beoordeling van de rechten en plichten van (markt)partijen ten aanzien van benchmarkproducten rekening houdt met de voordelen van benchmarks.


N.A. Campuzano
Mr. N.A. (Nick) Campuzano is als PhD-fellow verbonden aan het Hazelhoff Centre for Financial Law van de Universiteit Leiden.
Wetenschap

De lange arm van art. 54 Fw

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2021
Trefwoorden verrekening, verhaal, faillissement, te goeder trouw, omslagmoment
Auteurs L.F.A. Welling-Steffens
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel geeft de auteur een uiteenzetting van het toepassingsbereik van art. 54 Fw aan de hand van de rechtspraak van de Hoge Raad. Hierbij bespreekt zij kritisch het laatste arrest in die reeks (Eurocommerce) over de toepassing van art. 54 Fw op de uitwinning van een pandrecht gevestigd op een vordering op de pandhouder zelf en geeft zij een analyse van de mogelijke gevolgen van deze uitspraak voor de praktijk.


L.F.A. Welling-Steffens
Dr. mr. L.F.A. (Lilian) Welling-Steffens is Of Council/advocaat bij Greenberg Traurig te Amsterdam. Daarnaast is zij verbonden als gastdocent aan de afdeling Privaatrecht van de Rechtenfaculteit aan de Universiteit van Amsterdam.
Wetenschap

In control-regelingen in Nederland en de ­Verenigde Staten: een vergelijkende analyse

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2021
Trefwoorden ondernemingsrecht, in control, in control-verklaring, risico- en beheersingssysteem, accountantscontrole
Auteurs H. Koster, M.P. Lycklama à Nijeholt en T.L.M. Verdoes
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoeken de auteurs de nu al bestaande in control-regelingen in Nederland en vergelijken die met de bestaande wettelijke regeling van de in control-verklaring in de Verenigde Staten. Ook beantwoorden zij de vraag in hoeverre er verschillen tussen beide rechtsstelsels op dit terrein bestaan.


H. Koster
Prof. mr. H. (Harold) Koster is als hoogleraar Ondernemingsrecht verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling Ondernemingsrecht) van de Universiteit Leiden. Hij is tevens verbonden aan de Universiteit van Dubai.

M.P. Lycklama à Nijeholt
Dr. M.P. (Maaike) Lycklama à Nijeholt is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Ondernemingsrecht, van de Universiteit Leiden. Daarnaast is zij werkzaam als lector voor de Hogeschool Rotterdam.

T.L.M. Verdoes
Dr. T.L.M. (Tim) Verdoes is als universitair docent verbonden aan het Instituut Fiscale en Economische vakken van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Bedrijfswetenschappen, van de Universiteit Leiden.
Wetenschap

Conflicten, mensenrechtenschendingen en illegale mineralenhandel: een onderzoek naar (de doelstelling van) Verordening (EU) 2017/821

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2021
Trefwoorden conflictmineralen, mijnbouw, EU-importeurs, Democratische Republiek Congo, Dodd-Frank Act
Auteurs S.J. Kingdon en Prof. mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2021 is Verordening (EU) 2017/821 in werking getreden. De doelstelling van de Verordening is de handel in conflictmineralen nader te reguleren, opdat het verband tussen gewapende conflicten, mensenrechtenschendingen en de illegale exploitatie van conflictmineralen doorbroken kan worden. In dit artikel onderzoeken de auteurs de effectiviteit van de Verordening met betrekking tot haar doelstelling.


S.J. Kingdon
S.J. (Sebastian) Kingdon is masterstudent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. H. Koster
Prof. mr. H. (Harold) Koster is als hoogleraar Ondernemingsrecht verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling Ondernemingsrecht) van de Universiteit Leiden. Hij is tevens verbonden aan de Universiteit van Dubai.
Wetenschap en praktijk

Access_open De Crowdfundingverordening, a brand new beginning

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Crowdfunding, crowdfundingplatform, crowdfundingvergunning, crowdfundingdienstverlener, Europees paspoort
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanaf november 2021 is de Crowdfundingverordening van toepassing. Crowdfundingplatformen hebben dan een vergunning nodig om diensten te kunnen verlenen. In dit artikel wordt ingegaan op de wijzigingen als gevolg van de verordening voor de verschillende bij crowdfunding betrokken partijen.


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. (Jonneke) van Poelgeest is advocaat bij Trivvy Advocatuur te Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

Het belang van de klassenindeling onder de WHOA

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2021
Trefwoorden homologatie, dwangakkoord, klassen, rangregeling, priority rule
Auteurs Mr. M.R. van der Zee en Mr. B. Gideonse
SamenvattingAuteursinformatie

    De WHOA biedt de mogelijkheid om een dwangakkoord buiten surseance van betaling of faillissement op te leggen. De schuldenaar of herstructureringsdeskundige legt het akkoord ter stemming voor aan de schuldeisers en aandeelhouders en indien ten minste één klasse van schuldeisers of aandeelhouders vóór het akkoord stemt, kan de rechter het akkoord homologeren. Een juiste klassenindeling is cruciaal voor het al dan niet slagen van een WHOA-traject. In dit artikel wordt ingegaan op de vrijheid die de schuldenaar of herstructureringsdeskundige heeft bij het vormen van de klassenindeling, de rechterlijke toetsing daarvan en de mogelijke consequenties van die toets.


Mr. M.R. van der Zee
Mr. M.R. (Maaike) van der Zee is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag.

Mr. B. Gideonse
Mr. B. (Benjamin) Gideonse is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag.
Redactioneel

Banken in spagaat

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2021
Auteurs Mr. V.Y.E. Caria
Auteursinformatie

Mr. V.Y.E. Caria
Mr. V.Y.E. (Valentina) Caria is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Wetenschap

Wanprestatie/onrechtmatige daad rechtspersoon = onrechtmatige daad bestuurder?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2021
Trefwoorden aansprakelijkheid, bestuurdersaansprakelijkheid, art. 6:162 BW, subsidiaire aansprakelijkheid, directe aansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.J. Vetter
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestuurder van een rechtspersoon kan op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk zijn tegenover een crediteur van de rechtspersoon en gehouden zijn diens schade te vergoeden. Bestuurdersaansprakelijkheid doet zich in de regel alleen voor bij aanwezigheid van een ‘persoonlijk ernstig verwijt’. Meestal is die aansprakelijkheid een subsidiaire aansprakelijkheid: biedt de rechtspersoon geen verhaal voor de vordering van de crediteur, dan richt hij zijn pijlen op de bestuurder, in de hoop daar wel verhaal te vinden. Zijn er gevallen waarin die aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad niet pas aan de orde komt als de rechtspersoon geen verhaal biedt? De voorbeelden liggen niet voor het oprapen, maar het kan zich voordoen als de rechtspersoon door toedoen van de bestuurder zeer ernstig wanprestatie pleegt of de bestuurder de rechtspersoon opzettelijk onrechtmatig laat handelen. In dergelijke gevallen kan de crediteur de bestuurder dadelijk met de rechtspersoon aansprakelijk stellen, ongeacht of de rechtspersoon verhaal biedt of niet.


Mr. H.J. Vetter
Mr. H.J. (Hans) Vetter is rechter in de rechtbank Den Haag.
Wetenschap

De Wet opheffing verpandingsverboden

Een kritische bespreking van de nieuwe regeling van art. 3:83 lid 3 en 4, 3:94 lid 5 en 3:239 lid 5 BW, alsmede van het overgangsrecht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2020
Trefwoorden cessie- en verpandingsverboden, Overdraagbaarheid, Nietigheid, Vormvoorschrift, goederenrecht
Auteurs Mr. dr. M.H.E. Rongen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aandacht geschonken aan het wetsvoorstel ‘Wet opheffing verpandingsverboden’. Na inwerkingtreding van de wet kunnen de overdraagbaarheid en verpandbaarheid van een geldvordering op naam die voortkomt uit de uitoefening van een beroep of bedrijf niet meer door een beding tussen schuldenaar en schuldeiser worden uitgesloten of beperkt. De Wet opheffing verpandingsverboden beoogt de kredietmogelijkheden van het bedrijfsleven te vergroten door zeker te stellen dat bedrijfsmatig verkregen geldvorderingen als onderpand voor financieringen kunnen worden ingezet. De nieuwe regeling, de daarin opgenomen uitzonderingen en het overgangsrecht worden kritisch besproken.


Mr. dr. M.H.E. Rongen
Mr. dr. M.H.E. (Martijn) Rongen is senior legal counsel bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 503 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 25 26
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.