Zoekresultaat: 3 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Onderneming en Financiering x
Wetenschap en praktijk

Selectieve betalingen in het zicht van (mogelijke) insolventie – ruim baan voor de bestuurder?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Ontvanger/Roelofsen, faillissement, bestuurdersaansprakelijkheid, Ingwersen q.q./Kromme Leek c.s., verhaalsfrustratie
Auteurs Mr. L.M. Linskens en Mr. S.C.M. van Thiel
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bestuurder van een bv of nv wordt in tijden van financiële krapte veel vrijheid gegund om zelf te bepalen welke schuldeisers hij wel en welke hij (nog) niet voldoet. Deze vrijheid wordt slechts begrensd door de wet (pauliana) en door de jurisprudentie omtrent selectieve betalingen. Op grond van die jurisprudentie is een bestuurder die in een situatie waarin er blijvend meer schulden dan middelen zijn gelieerde crediteuren boven andere crediteuren behandelt, in beginsel persoonlijk aansprakelijk jegens die andere crediteuren. In de literatuur is bepleit dat deze ‘in beginsel’-regel zou moeten gelden voor alle betalingen die een bestuurder verricht nadat het faillissement van de vennootschap onvermijdelijk is geworden. Uit het arrest Ingwersen q.q./Kromme Leek c.s., dat eerder dit jaar werd gewezen, volgt dat de Hoge Raad hier echter geen aanleiding voor zag. In deze bijdrage staat de vraag centraal of dit betekent dat de Hoge Raad de bestuurder zelfs in een dergelijke situatie nog ruim baan geeft om zijn eigen keuzes te maken. Aan het einde wordt bezien hoe de lagere jurisprudentie tot nu toe hierop heeft gereageerd.


Mr. L.M. Linskens
Mr. L.M. (Lisa) Linskens is advocaat bij Evers Soerjatin te Amsterdam.

Mr. S.C.M. van Thiel
Mr. S.C.M. (Stein) van Thiel is advocaat bij Evers Soerjatin te Amsterdam.
Wetenschap

Access_open De processuele positie van de aansprakelijk gestelde bestuurder

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, bewijspositie, gezag van gewijsde
Auteurs Mr. H.J. Vetter
SamenvattingAuteursinformatie

    Recente rechtspraak roept de vraag op welke verweermogelijkheden een op grond van art. 2:11 BW aansprakelijk gestelde bestuurder heeft als de rechtspersoon-bestuurder onherroepelijk is veroordeeld. En hoe is de positie van een op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk gestelde bestuurder die zich wil verweren tegen de omvang van de schade van een crediteur van de rechtspersoon, als de rechtspersoon zelf is veroordeeld bij in kracht van gewijsde gegaan vonnis? In deze bijdrage wordt met een beroep op het leerstuk van het gezag van gewijsde bepleit dat de bestuurder meer ruimte voor verweer heeft dan wel wordt aangenomen.


Mr. H.J. Vetter
Mr. H.J. (Hans) Vetter is rechter in de Rechtbank Den Haag.
Casus

De Hoge Raad en externe bestuurdersaansprakelijkheid: duidelijkheid over Villa Mundo?

Over HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2628, JOR 2014/296 (Hezemans Air Inc. /J.J. van der Meer) en HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2627, JOR 2014/325 (RCI Financial Services BV/J.E. Kastrop)

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015
Trefwoorden aansprakelijkheidsrecht, bestuurder, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Villa Mundo-uitspraak van 23 november 2012 besliste de Hoge Raad dat iemand die bestuurder is van een rechtspersoon op grond van art. 6:162 BW aansprakelijk kan zijn tegenover een buitenstaander wanneer geen sprake is van een ernstig verwijt. Deze uitspraak leek in contrast te staan met de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, dat bestuurdersaansprakelijkheid pas intreedt als sprake is van een ernstig verwijt. De Villa Mundo-uitspraak is (dan ook) kritisch ontvangen. De Hoge Raad is in twee uitspraken van 5 september 2014, Tulip Air en Van Rossem Groep en MCD Groep, nogmaals op deze kwestie ingegaan. Uit deze uitspraken blijkt dat de Hoge Raad de weg van een al te gemakkelijk beroep op de Villa Mundo-norm heeft afgesloten. Maar ook na deze uitspraken is nog niet volledig duidelijk wanneer een bestuurder van een rechtspersoon wordt beschermd door de rechtsregel dat hij pas aansprakelijk is als hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt, en wanneer iemand die – bijvoorbeeld als bestuurder – is betrokken bij een rechtspersoon tegenover een buitenstaander aansprakelijk kan zijn, ook zonder dat hem een ernstig verwijt treft.


C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.