Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 44 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Onderneming en Financiering x
Wetenschap

De Wet opheffing verpandingsverboden

Een kritische bespreking van de nieuwe regeling van art. 3:83 lid 3 en 4, 3:94 lid 5 en 3:239 lid 5 BW, alsmede van het overgangsrecht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2020
Trefwoorden cessie- en verpandingsverboden, Overdraagbaarheid, Nietigheid, Vormvoorschrift, goederenrecht
Auteurs Mr. dr. M.H.E. Rongen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aandacht geschonken aan het wetsvoorstel ‘Wet opheffing verpandingsverboden’. Na inwerkingtreding van de wet kunnen de overdraagbaarheid en verpandbaarheid van een geldvordering op naam die voortkomt uit de uitoefening van een beroep of bedrijf niet meer door een beding tussen schuldenaar en schuldeiser worden uitgesloten of beperkt. De Wet opheffing verpandingsverboden beoogt de kredietmogelijkheden van het bedrijfsleven te vergroten door zeker te stellen dat bedrijfsmatig verkregen geldvorderingen als onderpand voor financieringen kunnen worden ingezet. De nieuwe regeling, de daarin opgenomen uitzonderingen en het overgangsrecht worden kritisch besproken.


Mr. dr. M.H.E. Rongen
Mr. dr. M.H.E. (Martijn) Rongen is senior legal counsel bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C. de Groot
Mr. C. (Cees) de Groot is werkzaam bij de afdeling Ondernemingsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Wetenschap en praktijk

Privacyuitdagingen in de M&A-praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2020
Trefwoorden persoonsgegevens, privacy, overnames, due diligence, transactiedocumentatie
Auteurs Mr. C.E.F. van Waesberge en Mr. R.Y. Kamerling
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoeken de auteurs de betekenis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) voor de fusie- en overnamepraktijk. Uit literatuuronderzoek blijkt dat onder M&A-professionals weinig aandacht voor de AVG bestaat. De auteurs zetten relevante wetgeving, literatuur en jurisprudentie af tegen de eigen praktijkervaringen en concluderen dat de omgang met persoonsgegevens in de M&A-praktijk nog veel te wensen overlaat. Daarom formuleren zij praktische aandachtspunten en adviezen voor de verschillende stadia van een M&A-transactie (achtereenvolgens de pretransactiefase, de transactiedocumentatie, de interim-periode na ondertekening en de fase na voltooiing van de transactie).


Mr. C.E.F. van Waesberge
Mr. C.E.F. (Céline) van Waesberge is advocaat in het Data Protection & Privacy-team van Loyens & Loeff te Rotterdam.

Mr. R.Y. Kamerling
Mr. R.Y. (Ruben) Kamerling is advocaat in de Corporate-praktijkgroep van Loyens & Loeff te Rotterdam.
Wetenschap en praktijk

Access_open Verplichte melding van belasting ‘constructies’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden verplichte melding, belastingconstructies, DAC 6
Auteurs Mr. N.J. Schutte
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze zomer is het wetsvoorstel tot implementatie van Richtlijn (EU) 2018/822 waarin de zogeheten mandatory disclosure wordt geïntroduceerd bij de Tweede kamer ingediend. Kort gezegd is dat de verplichting om grensoverschrijdende belastingbesparende constructies te melden. Dit wetsvoorstel is geamendeerd en op 14 november 2019 door de Tweede kamer en op 18 december 2019 door de Eerste kamer aangenomen.1x Stb. 2019, 509. Voorafgaand aan de indiening van het wetsvoorstel is een conceptwettekst beschikbaar gesteld voor internetconsultatie. In dit artikel worden de hoofdlijnen van de richtlijn en daarmee ook van het wetsvoorstel toegelicht. Daarna bespreekt de auteur het advies van de Raad van State. Ten slotte wordt ingegaan op de reactie die de regering in de memorie van toelichting op deze commentaren heeft gegeven. De conclusie luidt dat er wel enige verduidelijking heeft plaatsgevonden, maar dat er geen enkele inhoudelijke wijziging ten opzichte van de conceptwettekst aan te wijzen valt. Voor een groot aantal onderdelen is dat begrijpelijk omdat de richtlijn geen beleidsruimte laat, maar waar die beleidsruimte wél bestaat, heeft de regering gekozen voor maximale bevoegdheden van de Belastingdienst en disproportionele sanctiemogelijkheden.

Noten

  • 1 Stb. 2019, 509.


Mr. N.J. Schutte
Mr. N.J. (Nico) Schutte is wetenschappelijk docent belastingrecht bij de Rijksuniversiteit Groningen.
Wetenschap en praktijk

(On)zekerheden bij het financieren van het product-als-dienstmodel

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden zekerheden, circulaire economie, product-als-dienstmodel, natrekking, financiering
Auteurs Mr. dr. C.H.A. van Oostrum
SamenvattingAuteursinformatie

    Ondernemingen die ondernemen conform de uitgangpunten van de circulaire economie ervaren moeilijkheden bij het aantrekken van vreemd vermogen. Dit komt omdat hun innovatieve verdienmodellen voor kredietverstrekkers onzekerheden bevatten. Deze onzekerheden komen ook tot uitdrukking bij het op waarde schatten van de geboden zekerheden. Deze problematiek speelt met name bij circulaire ondernemingen met een product-als-dienstmodel. De problematiek komt voort uit het gegeven dat deze ondernemingen het product-als-dienstmodel toepassen op producten die een lage waarde vertegenwoordigen of die vatbaar zijn voor natrekking. Dit in tegenstelling tot ondernemingen met een traditionele toepassing van het product-als-dienstmodel zoals auto­lea‍semaatschappijen. In dit artikel bespreekt de auteur onzekerheden die een rol spelen bij het bieden van zekerheid voor de financiering van het product-als-dienstmodel zoals dat wordt toegepast door circulaire ondernemingen. Ook wordt ingegaan op mogelijke oplossingen die zijn aangedragen in de literatuur en de praktijk.


Mr. dr. C.H.A. van Oostrum
Mr. dr. C.H.A. (Chris) van Oostrum is als docent/onderzoeker verbonden aan de Hogeschool Inholland.
Praktijkberichten

De Verordening inzake screening van overnames in de EU – de gevolgen voor de M&A-praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Screening mechanisme, Buitenlandse directe investeringen, FDI, Europese CFIUS
Auteurs Mr. W.M. Kros
SamenvattingAuteursinformatie

    De Verordening tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de EU (Verordening 2019/452) is op 19 maart 2019 aangenomen door het Europees Parlement en zal met ingang van 11 oktober 2020 van toepassing zijn. De Verordening stelt een raamwerk vast waarbinnen de EU-lidstaten en de Europese Commissie samenwerken aan de screening van investeringen van buiten de EU. Alhoewel de EU-lidstaten zelf verantwoordelijk blijven voor het al
    dan niet screenen van foreign direct investments zal de Verordening waarschijnlijk zorgen voor een uitgebreider en langduriger screening proces omdat belangen van betrokken EU lidstaten in overweging genomen moeten worden.


Mr. W.M. Kros
Mr. W.M. (Wouter) Kros is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Praktijk

Regulering van betaaldienstverlening onder PSD II – is tech eating everything?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden PSD II, stand van zaken, betaalinitiatiedienst, rekeninginformatiedienst, open banking
Auteurs Mr. J. den Hamer en Mr. R. Middelburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 januari 2016 is de herziene richtlijn betaaldiensten (PSD II) in werking getreden. Deze richtlijn vervangt de richtlijn betaaldiensten van 2007 (PSD). Met PSD is destijds een vergunningplicht geïntroduceerd voor een nieuw type financiële onderneming: de betaaldienstverlener. PSD II beoogt twee nieuwe, innovatieve betaaldiensten, namelijk betaalinitiatie- en rekeninginformatiediensten, te reguleren om zodoende de interne markt voor betalingsverkeer te versterken. PSD II zal ‘open banking’ stimuleren.


Mr. J. den Hamer
Mr. J. den Hamer is advocaat op de sectie Banking & Finance van Dentons Boekel.

Mr. R. Middelburg
Mr. R. Middelburg is advocaat op de sectie Banking & Finance van Dentons Boekel.
Praktijk

Nationale publieke belangen in de telecomsector afdoende beschermd tegen ongewenste zeggenschap?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie, telecomsector, publieke belangen, vitale vennootschappen
Auteurs Mr. dr. J. Nijland en Mr. dr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ambtelijk voorontwerp van de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie is een belangrijke ontwikkeling op het gebied van economische (staats)politiek. De wet is wetstechnisch nog niet ‘af’ (vergelijk ook de reacties op de internetconsultatie over het voorontwerp), en gaat over alleen de telecommunicatiesector. De nu voorgestelde regeling zou kunnen dienen als basis voor een meer algemene regeling die ook andere sectoren van de economie (of zelfs individueel aan te duiden ondernemingen) kan beschermen tegen maatschappelijk gezien ongewenste overnames die risico’s kunnen opleveren voor de nationale veiligheid of de openbare orde.


Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. Nijland is als universitair docent verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. C. de Groot
Mr. dr. C. de Groot is als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Casus

Van zorginstellingen, zorgverzekeraars en patiëntenverenigingen en het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden stichting, vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, aansprakelijkheid, raad van commissarissen
Auteurs Mr. dr. A.G.H. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    In juni 2016 is het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) aangeboden aan de Tweede Kamer. Deze bijdrage gaat in op de vraag welke gevolgen dit wetsvoorstel heeft voor zorginstellingen, zorgverzekeraars en patiëntenverenigingen. De WBTR heeft vooral gevolgen voor zorginstellingen en in mindere mate voor patiëntenverenigingen en nog minder voor zorgverzekeraars. Aanpassing van het Uitvoeringsbesluit WTZi is gewenst. Een monistisch bestuursmodel voor zorginstellingen moet mogelijk zijn en het schriftelijk vastleggen van de overwegingen bij een tegenstrijdig belang moet van dwingend recht worden. Aanpassing van het wetsvoorstel is gewenst op het punt van de aansprakelijkheid van bestuurders van (patiënten)verenigingen in faillissement.


Mr. dr. A.G.H. Klaassen
Mr. dr. A.G.H. Klaassen is universitair docent ondernemingsrecht. Zij doceert het vak Organisatie en bestuur van de zorg in de master Recht van de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam; zij is lid van raden van toezicht in de eerstelijnsgezondheidszorg en oud-bestuurder van een patiëntenvereniging.
Praktijk

De nieuwe hypotheekmarkt

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2016
Trefwoorden hypothecair krediet, Hypotheekrichtlijn, verantwoorde kredietverstrekking, (bijzondere) zorgplicht, kredietwaardigheidstoets
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest en Mr. Q.A.G. Masius
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft veranderingen op de Nederlandse hypotheekmarkt. Allereerst worden juridische implicaties van hypotheekmarktontwikkelingen beschreven. Daarna wordt de invloed van de Hypotheekrichtlijn/EBA-richtsnoeren op bestaand Nederlands recht beschreven ten aanzien van verantwoorde kredietverstrekking, precontractuele informatie en de zorgplicht om overkreditering te voorkomen. De implementatie van de richtlijn heeft als gevolg dat aanbieders veranderingen dienen door te voeren ten aanzien van informatieverstrekking, gegevensbewaring en het hypotheekaanvraagproces. Daarnaast wijst het artikel op hiaten: er bestaat onzekerheid over het lot van bestaande Nederlandse wetgeving/codes; daarnaast ontvangen consumenten nog steeds te veel informatie.


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Trivvy Advocatuur te Amsterdam.

Mr. Q.A.G. Masius
Mr. Q.A.G. Masius is promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en medewerker bij het HU-lectoraat Schulden en Incasso te Utrecht.
Casus

Enkele gedachten over de arbeidsovereenkomst in het concern

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden arbeidsovereenkomst, concern, werknemer
Auteurs Prof. dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    De werknemer in het concern heeft veelal niet alleen te maken met degene met wie hij de arbeidsovereenkomst ondertekende, maar ziet zich tevens geconfronteerd met allerhande ‘derden’ die direct of indirect hun invloed uitoefenen op de arbeidsovereenkomst. Denk aan de situatie dat de werkgever niet meer in staat is het loon te betalen omdat de moedervennootschap al haar leningen heeft opgeëist. Een ander concernonderdeel kan zelfs in het geheel niet als derde worden ervaren, bijvoorbeeld in de veelvoorkomende situatie dat de werknemer binnen een concern feitelijk permanent werkt binnen een andere vennootschap dan die waarmee hij de arbeidsovereenkomst sloot. De centrale vraag van de auteur is of het recht voldoende rekening houdt met de arbeidsovereenkomst binnen het concern.


Prof. dr. R.M. Beltzer
Prof. dr. R.M. Beltzer is hoogleraar Arbeid & Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Praktijk

De accountant: immer een belangrijke poortwachter

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden accountant, poortwachter, vertrouwensman, maatschappelijk verkeer, reputatie
Auteurs Prof. dr. mr. M. Pheijffer en Prof. dr. R.J.M. Jeurissen
SamenvattingAuteursinformatie

    De accountant is een belangrijke actor in het maatschappelijk verkeer: hij voegt vertrouwen toe aan de financiële verantwoording van ondernemingen en andere organisaties. De auteurs gaan in hun bijdrage met name in op wat onder het ‘publiek belang’ en de ‘poortwachtersfunctie’ van de accountant dient te worden verstaan. De auteurs betogen dat naast de controlerende taak van de accountant, diens signalerende en waarschuwende rol van betekenis is. Indien de accountant die rol goed weet te vervullen, levert hij maatschappelijk bezien toegevoegde waarde. Die kan worden versterkt door de implementatie van de door de werkgroep Toekomst accountantsberoep voorgestelde maatregelen, 53 in getal.


Prof. dr. mr. M. Pheijffer
Prof. dr. mr. M. Pheijffer RA is hoogleraar Accountancy aan Nyenrode Business Universiteit en hoogleraar Forensische Accountancy aan de Universiteit Leiden.

Prof. dr. R.J.M. Jeurissen
Prof. dr. R.J.M. Jeurissen is hoogleraar Bedrijfsethiek aan Nyenrode Business Universiteit.
Casus

Continuïteit van ondernemingen en pre-pack – hoe een idee een Europese richtlijn mist

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015
Trefwoorden faillissement, doorstart, pre-pack, overgang van onderneming
Auteurs R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Zoals bij elk nieuw fenomeen geldt ook voor de pre-pack dat juridische onduidelijkheden bestaan. Een voor de praktijk belangrijke vraag is of er redenen zijn aan te nemen dat een voortzetting van de onderneming door middel van een zogenoemde pre-pack een overgang van onderneming zou kunnen impliceren. De auteur stelt dat, ondanks de bewoordingen van art. 7:666 BW, een categorische uitsluiting van de regels met betrekking tot overgang van onderneming in faillissement wellicht in strijd is met Europese regels.


R.M. Beltzer
Prof. dr. R.M. Beltzer is hoogleraar Arbeid & Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Casus

Bankenbelasting

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden bankenbelasting, banken, resolutieheffing 2014, depositogarantiestelsel, bonuscultuur banken, Basel III
Auteurs Prof. dr. J.N. Bouwman
SamenvattingAuteursinformatie

    De kredietcrisis heeft in Nederland in 2012 geleid tot de invoering van een bankenbelasting. Deze belasting treft zogenoemde ongedekte schulden waarmee banken hun bedrijf financieren. Banken zijn bankenbelasting verschuldigd voor zover hun ongedekte schulden een doelmatigheidsvrijstelling overtreffen. De bankenbelasting wordt verhoogd indien aan het bestuur een bovenmatige bonus wordt toegekend. Andere landen hebben heffingen ingevoerd die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse bankenbelasting. Om samenloop van deze heffingen tegen te gaan zijn maatregelen getroffen ter voorkoming van dubbele bankenbelasting. De techniek van de Nederlandse bankenbelasting en de voorkoming van dubbele bankenbelasting staan in deze bijdrage centraal.
    Aan de invoering van de bankenbelasting zijn in de parlementaire geschiedenis doelstellingen en randvoorwaarden verbonden. Deze worden ook in de bijdrage besproken. Betwijfeld kan worden of zij volledig zijn gerealiseerd met de invoering van de huidige bankenbelasting.


Prof. dr. J.N. Bouwman
Prof. dr. J.N. Bouwman is hoogleraar Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Van ruilen komt huilen? Renteswaps in de rechtspraak

Een bespreking van de renteswap-jurisprudentie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2013
Trefwoorden renteswaps, rentederivaten, renteswap-jurisprudentie, hedging, risico’s van renteswaps
Auteurs L.A. van Amsterdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Problemen met rentederivaten halen de laatste tijd opvallend vaak het nieuws. Ging het in eerste instantie om renteswaps met een speculatief karakter en een noodzakelijkerwijs daaraan verbonden risico, steeds vaker ziet de berichtgeving op ondernemingen die meenden dat zij zich met behulp van een renteswap juist tegen (rente)risico’s hadden ingedekt. Dit heeft geleid tot een aantal uitspraken waarin deze financiële instrumenten centraal staan. In dit artikel wordt ingegaan op de achtergrond en werking van renteswaps, de risico’s die ze met zich kunnen meebrengen, en de hoofdlijnen uit de renteswap-jurisprudentie.


L.A. van Amsterdam
L.A. van Amsterdam is studentmedewerker bij het Amsterdam Center for Law & Economics.
Artikel

De bescherming voor grensoverschrijdende investeerders op grond van bilaterale investeringsverdragen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2013
Trefwoorden BIT, investeringsbescherming, arbitrage, investeringsarbitrage
Auteurs Mr. M. van de Hel-Koedoot en Mr. B.R.D. Hoebeke
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wereldwijde netwerk van Nederlandse bilaterale investeringsverdragen (bilateral investment treaties, ofwel ‘BITs’) biedt bescherming aan (Nederlandse) investeerders die investeren in landen waarmee Nederland een BIT heeft gesloten. Een BIT houdt beschermingsnormen in die een toetsingskader vormen voor het gedrag van een investeringontvangende staat (de gaststaat) ten opzichte van deze buitenlandse investering. Indien een gaststaat één of meer van deze normen schendt, kan een door een BIT beschermde buitenlandse investeerder zelf – op grond van de desbetreffende BIT – de gaststaat aansprakelijk stellen voor de door hem geleden schade. De in BITs opgenomen arbitrageovereenkomst biedt de buitenlandse investeerder hiervoor een neutraal forum. Als gevolg van het Verdrag van Lissabon en de standpunten van de Europese Commissie ten aanzien van BITs tussen lidstaten zijn veranderingen op komst voor de door Nederland gesloten BITs. Dit artikel houdt een algemene introductie in van de in BITs opgenomen bescherming van investeerders door middel van internationale arbitrage, waarbij tevens zal worden stilgestaan bij de recente ontwikkelingen in Europees verband.


Mr. M. van de Hel-Koedoot
Mr. M. van de Hel-Koedoot is advocaat te Rotterdam.

Mr. B.R.D. Hoebeke
Mr. B.R.D. Hoebeke is advocaat te Rotterdam.
Artikel

Financiële dienstverlening binnen groepsverband bezien vanuit fiscaal perspectief

Met de nadruk op de onzakelijke lening

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden onzakelijke lening, afwaarderingsverlies, groepsgarantie
Auteurs Drs. S. den Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het certificaathouders-uitkoop-arrest van 9 mei 2008 heeft de Hoge Raad een nieuw begrip in het fiscaal recht geïntroduceerd: de onzakelijke lening. Onder de onzakelijke lening wordt in dit verband verstaan een geldverstrekking aan een gelieerde partij die onder zodanige voorwaarden en omstandigheden heeft plaatsgevonden dat daarbij door die geldverstrekking een debiteurenrisico wordt gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Daar een dergelijke lening niet geacht wordt te zijn verstrekt uit zakelijke motieven, maar uit aandeelhoudersmotieven is een afwaarderingsverlies – als liggende in de aandeelhouderssfeer – fiscaal niet aftrekbaar. In deze bijdrage wordt allereerst aangegeven welke plaats de onzakelijke lening in het fiscaal recht inneemt te midden van de zakelijke lening en de lening die fiscaal volledig wordt geherkwalificeerd in eigen vermogen. Vervolgens wordt ingegaan op een viertal vragen die het certificaathouders-uitkoop-arrest heeft opgeroepen en de gevolgen van het arrest voor andere vormen van financiële dienstverlening binnen groepsverband. Afgesloten wordt met een aantal aandachtspunten voor de praktijk.


Drs. S. den Boer
Drs. S. den Boer is werkzaam als fiscalist bij Simmons & Simmons te Amsterdam.
Artikel

Schermutselingen rond standaardvoorwaarde 16 van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting

HR 13 augustus 2004, nr. 39383

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 64 2004
Trefwoorden fiscale eenheid, standaardvoorwaarden, vennootschapsbelasting, aandeel, dochter, overdracht, aflossing, vervreemding, voorwaarde, kwijtschelding
Auteurs J.N. Bouwman

J.N. Bouwman
Artikel

Het cliëntenonderzoek in de WWFT: een terugblik op het afgelopen jaar

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden witwassen, WWFT, cliëntenonderzoek, kredietinstellingen
Auteurs Mw. mr. M.L. van Duijvenbode
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 augustus 2008 is de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) in werking getreden. De voornaamste vernieuwing die de WWFT heeft gebracht, is de introductie van het cliëntenonderzoek, ook wel bekend als Customer Due Diligence (CDD). Na een coulanceperiode van een halfjaar is de WWFT nu effectief slechts een halfjaar op stoom. In deze bijdrage wordt de ontwikkeling van het cliëntenonderzoek in de (inter)nationale antiwitwasregelgeving besproken. Hiernaast wordt er ingegaan op de belangrijkste veranderingen die de WWFT heeft gebracht op het gebied van cliëntenonderzoek en hoe kredietinstellingen het afgelopen jaar met deze veranderingen zijn omgegaan.


Mw. mr. M.L. van Duijvenbode
Mw. mr. M.L. van Duijvenbode is als beleidsmedewerker werkzaam bij de afdeling Integriteit, directie Financiële Markten van het ministerie van Financiën. Haar bijdrage in dit nummer heeft zij op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Naar herstel van vertrouwen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Adviescommissie Toekomst Banken, governance en risk management, maatschappelijke rol banken, toezicht en regulering, toekomst banken Nederland
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 7 april 2009 verscheen het rapport ‘Naar herstel van vertrouwen’ van de Adviescommissie Toekomst Banken. Deze commissie is in november 2008 ingesteld door het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Het was de belangrijkste taak van de commissie aanbevelingen te doen ter verbetering van het functioneren van de Nederlandse bancaire sector en zo handvatten te bieden voor het herstel van vertrouwen in de banken. Een belangrijk begin van herstel van vertrouwen in de bancaire sector is dat in dit rapport de maatschappelijke rol van banken wordt onderschreven. Positief is ook dat in het rapport het accent wordt gelegd op de eigen verantwoordelijkheid van de banken en wordt onderkend dat de kredietcrisis is veroorzaakt door het structureel onderschatten van risico’s, vooral door banken. Ook de aanbeveling dat banken bij de afweging van belangen het primaat weer bij de klant moeten leggen, wordt besproken. In zijn bijdrage gaat Oostwouder na of aanbevelingen uit dit rapport door de commissie door middel van het comply or explain-beginsel dwingend kunnen worden opgelegd. Vervolgens bespreekt hij diverse aanbevelingen uit dit rapport kritisch en beantwoord onder meer de vraag of (de gedachte achter) het primaat van de klant hierin consequent wordt doorgevoerd.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht en redacteur van O&F. Hij coördineert samen met prof. dr. E.J.J. Schenk, hoogleraar economische organisatie aan de Universiteit Utrecht, het multidisciplinair onderzoeksprogramma Corporate Governance, Corporate Control and Performance.
Toont 1 - 20 van 44 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.