Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 273 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Onderneming en Financiering x
Wetenschap

Van WCAM naar WAMCA: class actions in Nederland?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2019
Trefwoorden WAMCA, massaschade, collectief verhaal, collectieve actie, schadevergoedingsrecht
Auteurs Mr. dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 19 maart 2019 is de wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) door de Eerste Kamer aangenomen. Inwerkingtreding wordt verwacht voor 1 oktober 2019. Na de inwerkingtreding van de WAMCA zal het collectief vorderen van schadevergoeding mogelijk zijn. De WAMCA is een belangrijke ontwikkeling op het gebied van het collectief schadevergoedingsrecht in Europa, maar is vatbaar voor verbetering, vooral op het terrein van finaliteit, governance-eisen, financiering en hoger beroep.


Mr. dr. A. van der Krans
Mr. dr. A. (Anatoli) van der Krans is advocaat bij Corona Legal te Amsterdam.
Wetenschap

Smallsteps: de uitspraak, de Nederlandse rechtspraak en voorgestelde regelgeving

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2019
Trefwoorden behoud van werknemersrechten, overgang van onderneming, pre-packaged deal, Smallsteps-uitspraak, Wet overgang van onderneming in faillissement
Auteurs Mr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn uitspraak van 22 juni 2017 in de Smallsteps-zaak besliste het Hof van Justitie van de Europese Unie dat de Europese richtlijn betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen ook van toepassing is wanneer de overgang van de onderneming plaatsvindt door middel van een zogenoemde pre-packaged deal. De latere Nederlandse rechtspraak beperkt de reikwijdte van de Smallsteps-uitspraak zo veel mogelijk. Op 29 mei 2019 is het voorontwerp Wet overgang van onderneming in faillissement gepubliceerd. Dit voorontwerp is mede een reactie op de Smallsteps-uitspraak, maar lijkt strijdig te zijn met de richtlijn.


Mr. C. de Groot
Mr. C. (Cees) de Groot is werkzaam bij de afdeling Ondernemingsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Wetenschap

Twee heren (in één transactie) dienen, mag dat nu wel of (soms) toch niet?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2019
Trefwoorden tegenstrijdig belang, belangenverstrengeling, Bruil, corporate governance, Wet bestuur en toezicht rechtspersonen
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder en Mr. T. Spronk
SamenvattingAuteursinformatie

    De wet bevat geen duidelijke definitie voor het begrip ‘tegenstrijdig belang’. Ook de wetsgeschiedenis biedt onvoldoende aanknopingspunten voor een eenduidige interpretatie van dit begrip en zijn toepassing. De minister verwijst wel naar het in 2007 gewezen Bruil-arrest. Hieruit blijkt dat ook in het sinds 2013 geldende recht moet worden uitgegaan van de in dit arrest aangenomen verschuiving van de abstracte leer naar de materiële leer. Dit neemt niet weg dat er twijfels ontstaan over de ex-antetoepassing van de ex post geformuleerde Bruil-norm, de specifieke invulling van het materiële begrip en de verhouding tussen de tegenstrijdig-belangregeling en de Linders/Hofstee-regels. Deze onduidelijkheid wordt versterkt door de verschillende interpretaties van dit begrip in de governancecodes en recente uitspraken van de Ondernemingskamer en de Governancecommissie Gezondheidszorg. Een verheldering van dit begrip door de wetgever in het kader van de behandeling van het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen zou derhalve gewenst zijn.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

Mr. T. Spronk
Mr. T. (Tess) Spronk is wetenschappelijk docent bij de sectie ondernemingsrecht van de Erasmus School of Law.
Praktijkberichten

Virtuele valuta in een regulatoir hoekje

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Wwft, vergunningplicht witwassen, virtuele valuta, anti-witwasrichtlijn
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt besproken in welk financieelrechtelijk hoekje virtuele valuta vallen en de activiteiten met betrekking tot virtuele valuta en welke criteria daarvoor belangrijk zijn. In dit kader worden de cryptoplatformen besproken en de partijen die virtuele valuta beheren of middelen beheren ter belegging in virtuele valuta. In dit verband wordt ingegaan op de komende vergunningplicht voor bepaalde cryptoplatformen en op de Wwft-verplichtingen die in dit verband ook voor die partijen zullen gelden.


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. (Jonneke) van Poelgeest is advocaat bij Trivvy Advocatuur te Amsterdam.
Casus

Het goedkeuringsrecht voor deelnemingen in art. 2:107a (en 2:164/274) BW: Mylan/Meda revisited

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2019
Trefwoorden art. 2:107a BW, deelneming (in een vennootschap), goedkeuringsrecht, geconsolideerde jaarrekening, verandering van identiteit of karakter vennootschap
Auteurs Mr. C. de Groot en Dr. T.L.M. Verdoes
SamenvattingAuteursinformatie

    Art. 2:107a BW geeft de algemene vergadering van een naamloze vennootschap een goedkeuringsrecht met betrekking tot bestuursbesluiten die leiden tot een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de vennootschap. Een van de gevallen waarin dit goedkeuringsrecht een rol speelt, betreft een besluit tot het nemen of afstoten van een deelneming in een andere vennootschap ter waarde van ten minste een derde van de activa volgens de balans of de geconsolideerde balans. Dit geval lijkt duidelijk, maar is gecompliceerd. Dit komt omdat de waardering van een deelneming op de balans en die op de geconsolideerde balans beduidend van elkaar kunnen verschillen.


Mr. C. de Groot
Mr. C. (Cees) de Groot is werkzaam bij de afdeling Ondernemingsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Dr. T.L.M. Verdoes
Dr. T.L.M. (Tim) Verdoes is werkzaam bij de afdeling Bedrijfswetenschappen van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit leiden.
Redactioneel

Symboolwetgeving

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden symboolwetgeving
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
Auteursinformatie

Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.
Wetenschap en praktijk

Bevoegde rechter en toepasselijk recht bij de actio pauliana

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden actio pauliana, bevoegde rechter, forum shopping, toepasselijk recht
Auteurs Mr. drs. P. van Asperen
SamenvattingAuteursinformatie

    In oktober 2018 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) duidelijk gemaakt in welke lidstaat partijen een vraagstuk over de actio pauliana aan een rechter kunnen voorleggen. In eerdere arresten gaf het HvJ vooral aan wat niet mogelijk was. Volgens het HvJ volgt de bevoegdheid van een rechter mede uit de contractuele relatie tussen schuldeiser en schuldenaar. Dit betekent dat de schuldeiser veelal in de eigen lidstaat naar de rechter kan stappen. De schuldeiser heeft de mogelijkheid van forum shopping. Het HvJ zegt niets over het toepasselijke recht. Aannemelijk is dat het recht dat de actio pauliana beheerst, wordt bepaald door het recht dat op de benadelende rechtshandeling van toepassing is.


Mr. drs. P. van Asperen
Mr. drs. P. (Peter) van Asperen is senior jurist bij de Autoriteit Consument & Markt en als buitenpromovendus internationale financiering verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

Het aantrekken van kapitaal door de uitgifte van obligaties door een MKB-onderneming

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden uitgifte obligaties MKB-onderneming, MTF, MKB-groeimarkt, beleggingsonderneming
Auteurs Mr. J.M. Brussen en Mr. I.P.M.J. Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Alternatieve financieringsvormen voor MKB-ondernemingen staan de laatste jaren volop in de belangstelling. In dit artikel komen de (nieuwe) mogelijkheden voor MKB-ondernemingen om financiering ‘op te halen’ aan bod. Er wordt ingegaan op het uitgeven van obligaties via een MTF-platform, via het ‘MKB-groeimarktregime’ en via een beleggingsonderneming. Daarbij wordt ook ingegaan op de praktische haalbaarheid daarvan. Denk daarbij aan de (doorlopende) verplichtingen (en de naleving daarvan), lasten en kosten voor MKB-ondernemingen.


Mr. J.M. Brussen
Mr. J.M. (Jocelyn) Brussen is Senior Legal Counsel bij Rabobank NL.

Mr. I.P.M.J. Janssen
Mr. I.P.M.J. (Ilse) Janssen is Legal Counsel bij Rabobank NL en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Onderzoekcentrum Onderneming & Recht.
Wetenschap en praktijk

Wet bescherming bedrijfsgeheimen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2018
Trefwoorden bedrijfsgeheim, IE-recht, onrechtmatige daad, innovatie, vertrouwelijkheid
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder, Mr. L.A.E. Thonen en Mr. M. Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 8 juni 2016 werd de Richtlijn (EU) 2016/943 vastgesteld ‘betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan’. Het wetsvoorstel tot implementatie van deze Richtlijn werd door de Eerste Kamer op 16 oktober 2018 als hamerstuk afgedaan.
    In dit artikel wordt de Wet bescherming bedrijfsgeheimen besproken en antwoord gegeven op (onder meer) de volgende vragen: Wat is een bedrijfsgeheim? Waarom moeten bedrijfsgeheimen worden beschermd? Waartegen worden bedrijfsgeheimen beschermd? Op welke wijze worden bedrijfsgeheimen beschermd? Hoe en waar is de verjaring van een rechtsvordering tot bescherming van een bedrijfsgeheim geregeld?


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

Mr. L.A.E. Thonen
Mr. L.A.E. (Linda) Thonen is kandidaat-notaris bij Loyens en Loeff te Amsterdam.

Mr. M. Kool
Mr. M. (Mariska) Kool is advocaat bij Loyens en Loeff te Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

Accountant en fraude

Enige beschouwingen naar aanleiding van de uitspraken inzake de aansprakelijkheidstelling van PwC in haar hoedanigheid van accountant van de Fairfield-fondsen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2018
Trefwoorden accountant, fraude, aansprakelijkheid, zorgplicht, tuchtrecht
Auteurs Mr. J.E. Brink-van der Meer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op de vraag of een accountant wordt geacht fraude te ontdekken bij een wettelijke controle in de zin van art. 2:393 BW. De problematiek wordt besproken aan de hand van de uitspraken inzake de aansprakelijkheidstelling van PwC in haar hoedanigheid van accountant van de Fairfield-fondsen. De auteur staat uitvoerig stil bij de zorgplicht van de accountant. Hierbij is relevant of de accountant de controle van de jaarrekeningen heeft uitgevoerd, zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam controlerend accountant mag worden verwacht. Voorts wordt uitgewerkt in hoeverre de civiele rechter betekenis mag toekennen aan het oordeel van een tuchtrechter.


Mr. J.E. Brink-van der Meer
Mr. J.E. (Annelies) Brink-van der Meer is docent Ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en zal op 23 januari 2019 haar proefschrift inzake accountantsaansprakelijkheid verdedigen.
Wetenschap en praktijk

Smart contracts

Voer voor juristen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2018
Trefwoorden blockchain, smart contract
Auteurs Mr. J. Naves
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen twee jaren heeft de blockchaintechnologie veel aandacht gekregen. In één adem met deze technologie wordt vaak het smart contract genoemd. De naam veronderstelt impact op de werkzaamheden van juristen. Maar is dat wel zo? De reikwijdte van het begrip smart contract zoals dat in een blockchaincontext wordt gebruikt, is dermate breed dat veel softwareprotocollen als zodanig kunnen worden aangeduid. Lang niet al deze protocollen hebben juridische betekenis. In dit artikel geeft de auteur nadere duiding aan het begrip smart contract en de betekenis daarvan voor de juridische praktijk.


Mr. J. Naves
Mr. J.L. (Jeroen) Naves is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag gespecialiseerd in technologie en recht.
Wetenschap en praktijk

Overeenkomst en faillissement

Rien ne va plus?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden faillissement, overeenkomst, verifieerbare vorderingen
Auteurs Mr. dr. F. Damsteegt-Molier
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Credit Suisse/Jongepier q.q. gaat (onder meer) over de vraag hoe moet worden omgegaan met vorderingen die na de datum van het faillissement uit hoofde van een lopende overeenkomst ontstaan. In dit artikel wordt stilgestaan bij de achtergrond van het arrest en wordt bezien wat nu de stand van zaken is op het gebied van de overeenkomst in faillissement. Ook worden de praktische gevolgen van de beslissing van de Hoge Raad belicht. Geconcludeerd wordt dat het arrest een bevestiging is van eerdere rechtspraak op dit punt en dat daarmee de vraag rest of een wetswijziging noodzakelijk is.


Mr. dr. F. Damsteegt-Molier
Mr. dr. F. (Femke) Damsteegt-Molier is senior-rechter/rechter-commissaris insolventiezaken bij de Rechtbank Rotterdam en als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Wetenschap

Access_open Bij bestuurdersaansprakelijkheid hoort geen klachtplicht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, klachtplicht
Auteurs Prof. mr. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage over de klachtplicht wordt betoogd dat art. 6:89 BW niet van toepassing is op claims uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid. Op juridisch-dogmatische gronden zou daar voor art. 2:9 BW wellicht nog wel iets te zeggen zijn, maar voor art. 2:138 (248) en 6:162 BW in veel mindere mate, nu de uit deze bepalingen voortvloeiende verplichtingen niet kwalificeren als verbintenissen. Belangrijker is evenwel dat voor alle drie de vormen van bestuurdersaansprakelijkheid toepasselijkheid van art. 6:89 BW – gelet op de ratio van de klachtplicht – niet aanvaardbaar en dus onwenselijk is.


Prof. mr. J.B. Huizink
Prof. mr. J.B. (Jan Bernd) Huizink is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Wetenschap

Het trustkantoor als bestuurder en ‘omgaan’ in het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht (HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:470)

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, taakverdeling, stelplicht, collegialiteitsbeginsel, bewaarnemingsrol
Auteurs Mr. dr. W.A. Westenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage vervolgt de auteur zijn kritiek op de rechtspraak van de Hoge Raad over het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht, nu naar aanleiding van een recent arrest waarin een trustbestuurder door derden werd aangesproken. De auteur constateert dat te veel gewicht is toegekend aan de taakverdeling binnen het bestuur en dat de stelplicht die bij externe bestuurdersaansprakelijkheid zou moeten gelden, is miskend. Daarnaast laat de auteur zien dat bij de beoordeling van externe aansprakelijkheid van bestuurders van buitenlandse rechtspersonen tevens dient te worden gekeken naar de wettelijke normen die volgens het recht van die buitenlandse rechtspersonen op bestuurders rusten.


Mr. dr. W.A. Westenbroek
Mr. dr. W.A. (Winand) Westenbroek is advocaat bij Westlegal te Amsterdam en tevens verbonden aan de Erasmus School of Law.
Wetenschap en praktijk

Grensoverschrijdende omzettingen

Polbud in perspectief

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Polbud, vrijheid van vestiging, grensoverschrijdende omzetting, zetelverplaatsing, vestigingsvrijheid
Auteurs Mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op het Polbud-arrest van 25 oktober 2017 over een verplaatsing van de statutaire zetel, waarin het HvJ EU een nadere invulling geeft aan de mogelijkheid van een grensoverschrijdende omzetting op basis van de vrijheid van vestiging van art. 49 en 54 VWEU. Dit artikel bevat een analyse over de betekenis van het Polbud-arrest, mede in het perspectief van het geldende recht met betrekking tot grensoverschrijdende omzettingen.


Mr. H. Koster
Mr. H. (Harold) Koster is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en aan de Universiteit van Dubai.
Wetenschap en praktijk

De rol van de OR bij (aandelen)overnames: lessons learned uit de recente jurisprudentie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden ondernemingsraad, adviesrecht ondernemingsraad, fusie, aandelenoverdracht
Auteurs Mr. dr. I. Zaal
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren heeft de Ondernemingskamer een aantal belangwekkende beschikkingen voor de overnamepraktijk gewezen. In deze bijdrage geeft de auteur een overzicht van de medezeggenschapsrechtelijke aspecten van een (aandelen)overname. Zij gaat onder meer in op: het tijdstip van advisering, de informatie die aan de OR moet worden verstrekt, en het begrip medeondernemerschap.


Mr. dr. I. Zaal
Mr. dr. I. (Ilse) Zaal is universitair docent arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Wetenschap

Access_open Third party litigation funding

De voordelen, aandachtspunten en aanbevelingen om risico’s te beheersen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden third party litigation funding, litigation funding, procesfinanciering
Auteurs Mr. dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    Third party litigation funding (TPLF, of procesfinanciering door derden) is de rechtsverhouding waarbij een derde zich tegen een in het vooruitzicht gestelde beloning verplicht om een eiser in een civiele procedure of arbitrage van financiering te voorzien om de kosten van procederen te dekken. TPLF kan de toegang tot de rechter vergroten, de onderhandelingskracht vergroten, een preventief effect hebben en een one-shot player laten transformeren in een repeat player. Een deel van de bezwaren tegen procesfinanciering is ongefundeerd, of overdreven. Omdat procesfinanciers hoge eisen stellen aan de (ver)haalbaarheid, omvang en beperking van risico’s is het onwaarschijnlijk dat TPLF zal leiden tot een claimcultuur. TPLF zorgt wel voor een driepartijenverhouding, die mogelijk voor complicaties kan zorgen. Ook kan TPLF grote consequenties voor de gefinancierde hebben, zeker in een volledig ongereguleerde markt als de Nederlandse. Grotere partijen moeten over het algemeen worden geacht deze consequenties te kunnen overzien en daarop te kunnen anticiperen. Consumenten en kleinere partijen zouden echter meer bescherming behoeven. Een gedragscode kan hierbij behulpzaam zijn en helpen misstanden op voorhand te voorkomen. Als deze handschoen door procesfinanciers in Nederland wordt opgepakt, kan TPLF een nuttige bijdrage leveren aan de borging van de toegang tot het recht.


Mr. dr. A. van der Krans
Mr. dr. A. (Anatoli) van der Krans is advocaat bij Corona Legal te Amsterdam.
Praktijk

Het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden sanering van de kosten van wederkerige overeenkomsten, WHOA, hypothetisch faillissement, liquidatiewaarde versus going concern-waarde, ongelijke behandeling van schuldeisers
Auteurs Mr. B.S.J.M. van Gangelen en Mr. G.H Gispen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaan de auteurs aan de hand van een concrete casus in op het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’ (hierna: de WHOA). De auteurs staan stil bij een aantal materiële criteria waaraan het akkoord volgens de regels van de WHOA dient te voldoen en plaatsen daarbij enkele kanttekeningen. De auteurs concluderen dat de WHOA de schuldenaar – en soms ook de schuldeisers – een flexibel maar potentieel vérstrekkend instrument in handen geeft om met enige mate van precisie zijn bovenmatige kosten en schulden te saneren buiten surseance en faillissement.


Mr. B.S.J.M. van Gangelen
Mr. B.S.J.M. (Barbara) van Gangelen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.

Mr. G.H Gispen
Mr. G.H. (Gerhard) Gispen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.
Praktijk

(On)mogelijkheden van verpanding van onderhanden werk

Enkele beschouwingen over verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de overeenkomst tot aanneming van werk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden ontstaansmoment, vorderingen, geneeskundige behandelingsovereenkomst, aanneming van werk, onderhanden werk
Auteurs Mr. M.R. van der Zee
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Famed/Kreikamp q.q., over de verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst, geeft aanleiding voor een algemene beschouwing over de verpanding van ‘onderhanden werk’. Cruciaal voor een rechtsgeldige verpanding van onderhanden werk is of überhaupt een vordering uit hoofde van het onderhanden werk ontstaat. In het artikel wordt stilgestaan bij de overwegingen van de Hoge Raad in het arrest Famed/Kreikamp q.q. Vervolgens wordt ingegaan op de verpanding van onderhanden werk onder de overeenkomst van aanneming van werk en of in dat kader het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q. relevant kan zijn. Voorzichtig geconcludeerd wordt dat, voor zover partijen in de overeenkomst van aanneming van werk niets zijn overeengekomen over de vordering uit hoofde van onderhanden werk, aansluiting zou kunnen worden gezocht bij het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q.


Mr. M.R. van der Zee
Mr. M.R. van der Zee is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn in Den Haag.
Toont 1 - 20 van 273 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 13 14
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.