Zoekresultaat: 25 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Onderneming en Financiering x Jaar 2014 x
Casus

Enkele opmerkingen over instemmingsrechten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Instemmingsrechten, Flex-bv, Wet tot vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht, Verpanding, Aandelen
Auteurs Prof. mr. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de invoering van de Wet tot vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht kennen we bij de bv zogenoemde instemmingsrechten. In deze bijdrage wordt het rechtskarakter van deze instemmingsrechten – vennootschapsrechtelijk zowel als vermogensrechtelijk – onderzocht. De conclusie is dat de aan de aandelen verbonden instemmingsrechten bij verpanding van het aandeel kunnen overgaan naar de pandhouder.


Prof. mr. J.B. Huizink
Prof. mr. J.B. Huizink is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het Zuidas Instituut voor Financieel recht en Ondernemingsrecht (ZIFO).
Praktijk

Crowdfunding, mede mogelijk gemaakt door de wetgever?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Crowdfunding, Financieringsmogelijkheden, AFM, DNB, Wft
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op het fenomeen crowdfunding en het wettelijk kader. Hierbij wordt ingegaan op de Europese en nationale ontwikkelingen op het gebied van crowdfunding en wordt gekeken naar de mogelijkheden voor de toekomst, waarbij enkele suggesties worden gedaan. Wordt crowdfunding de nieuwe standaard voor financieren?


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Finnius Advocaten te Amsterdam.
Casus

Tegenstrijdig belang: statuten en reglementen van beursvennootschappen onderzocht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Tegenstrijdig belang, Beursvennootschap, Statuten, Reglement, Stemverbod, Corporate Governance Code
Auteurs Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de regeling van het tegenstrijdig belang van bestuurders en commissarissen in de statuten van beursvennootschappen. Aanleiding is de inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht op 1 januari 2013 en de veronderstelling dat deze statuten intussen zijn aangepast. Dat blijkt maar ten dele het geval. In meer dan de helft van de onderzochte statuten figureren namelijk nog verouderde, op vertegenwoordiging betrekking hebbende bepalingen inzake het tegenstrijdig belang, soms zelfs in statuten die zijn gewijzigd na 1 januari 2013. De niet aangepaste statuten zijn misleidend als informatiebron over de te volgen handelwijze bij tegenstrijdig belang.
    Een andere bevinding is dat suggesties uit de vakliteratuur voor een adequate statutaire regeling van het tegenstrijdig belang nauwelijks zijn gevolgd.
    Ook de reglementen voor bestuurders en commissarissen van beursvennootschappen zijn onder de loep genomen. De reglementen blijken op het punt van tegenstrijdig belang doorgaans gemodelleerd te zijn naar de Corporate Governance Code. Niettemin bevat een zestal reglementen ook nog verouderde, misleidende bepalingen over het tegenstrijdig belang.


Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn is hoogleraar International Company Law aan de Universiteit en Utrecht en is verbonden aan AKD advocaten en notarissen
Casus

De Ontwerpregeling ter bescherming van derivatenbeleggers tegen faillissement van de tussenpersoon nader beschouwd

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Derivaten, Intermediary risk, Afgescheiden vermogen, Matched Principal, Lastgeving
Auteurs Mr. E.W. Kuijper
SamenvattingAuteursinformatie

    Het consultatiedocument Wijzigingswet financiële markten 2016 omvat een regeling ter bescherming van derivatenbeleggers tegen faillissement van de tussenpersoon. Voorgesteld wordt de regeling op te nemen in de Wge. De regeling beoogt het Nederlandse recht in lijn te brengen met de regels die de MiFID en de EMIR stellen inzake de bescherming van derivatenbeleggers. De auteur beschouwt de voorgestelde regeling nader en signaleert enkele aandachtspunten. Uit de bijdrage blijkt dat het opstellen van een regeling die past binnen het vermogensrecht en aansluit bij de praktijk geen eenvoudige opgave is.


Mr. E.W. Kuijper
Mr. E.W. Kuijper is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht (Universiteit Utrecht). Daarvoor was zij werkzaam als bedrijfsjurist bij KAS BANK te Amsterdam.
Casus

Governance en bescherming van banken

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden banken, publiek belang, publiek aandeelhouderschap, privatisering, Interventiewet, overheidsinvloed, vijandige overnames, beschermingsconstructies, certificering
Auteurs Prof. mr. D.F.M.M. Zaman, Mr. G.M. Portier en Mr. dr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de vraag welke publiek- en privaatrechtelijke mogelijkheden er bestaan om op permanente wijze een bank (of andere financiële instelling) te beschermen tegen beleid dat niet gericht is op het publieke belang. Daarbij worden mogelijke publiek- en privaatrechtelijke instrumenten vergeleken en geplaatst in een nationaal- en Europeesrechtelijk kader. Aangezien publiekrechtelijke instrumenten uit hoofde van de Interventiewet slechts onder bepaalde voorwaarden inzetbaar zijn (dreigende insolventie van de onderneming of instabiliteit van het financieel stelsel) en traditionele beschermingsconstructies slechts kunnen worden ingezet ter voorkoming van vijandige overnames, zien de auteurs mogelijkheden voor het gebruik van aanvullende privaatrechtelijke instrumenten ter stimulering van beleid van banken gericht op het publieke belang.


Prof. mr. D.F.M.M. Zaman
Prof. mr. D.F.M.M. Zaman is notaris te Rotterdam, (bijzonder) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Utrecht en (gewoon) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. G.M. Portier
Mr. G.M. Portier is notaris te Amsterdam.

Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. Nijland is universitair docent aan de Universiteit Leiden.
Praktijk

Gedrag in het prudentieel toezicht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden prudentieel toezicht, gedrag en cultuur, governance, Wet op het financieel toezicht
Auteurs Dr. A.E.H.M. Wijngaards en Mr. M.A.A. Khan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het toezicht op gedrag is een onderdeel van het nieuwe, vooruitblikkende toezicht dat DNB sinds de financiële crisis heeft ingericht. Dit artikel bespreekt de rol van het toezicht op gedrag in het prudentieel toezicht van DNB, en de manier waarop DNB hier invulling aan geeft. Ook wordt de juridische basis voor het toezicht op gedrag in nationale en internationale wet- en regelgeving uitgewerkt. Het artikel besluit met een bespreking van de belangrijkste uitdagingen en toekomstige ontwikkelingen voor het toezicht op gedrag.


Dr. A.E.H.M. Wijngaards
Dr. A.E.H.M. Wijngaards is beleidsadviseur governance bij DNB.

Mr. M.A.A. Khan
Mr. M.A.A. Khan is voormalig afdelingshoofd governance & accounting bij DNB, en is thans werkzaam als financial expert bij het IMF.
Casus

Bankenbelasting

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden bankenbelasting, banken, resolutieheffing 2014, depositogarantiestelsel, bonuscultuur banken, Basel III
Auteurs Prof. dr. J.N. Bouwman
SamenvattingAuteursinformatie

    De kredietcrisis heeft in Nederland in 2012 geleid tot de invoering van een bankenbelasting. Deze belasting treft zogenoemde ongedekte schulden waarmee banken hun bedrijf financieren. Banken zijn bankenbelasting verschuldigd voor zover hun ongedekte schulden een doelmatigheidsvrijstelling overtreffen. De bankenbelasting wordt verhoogd indien aan het bestuur een bovenmatige bonus wordt toegekend. Andere landen hebben heffingen ingevoerd die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse bankenbelasting. Om samenloop van deze heffingen tegen te gaan zijn maatregelen getroffen ter voorkoming van dubbele bankenbelasting. De techniek van de Nederlandse bankenbelasting en de voorkoming van dubbele bankenbelasting staan in deze bijdrage centraal.
    Aan de invoering van de bankenbelasting zijn in de parlementaire geschiedenis doelstellingen en randvoorwaarden verbonden. Deze worden ook in de bijdrage besproken. Betwijfeld kan worden of zij volledig zijn gerealiseerd met de invoering van de huidige bankenbelasting.


Prof. dr. J.N. Bouwman
Prof. dr. J.N. Bouwman is hoogleraar Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Praktijk

De wenselijkheid van beheerst beloningsbeleid in de financiële sector

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden beheerst beloningsbeleid, bonusplafond, beloningen, financiële ondernemingen
Auteurs Mr. drs. A.M. Helstone
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen zes jaar heeft de regulering van variabele beloning bij financiële ondernemingen na de val van Lehman Brothers niet stilgestaan. In dit verband wordt er met name in Nederland een niet-aflatende strijd voor beheerst beloningsbeleid in de financiële sector gevoerd. Deze bijdrage richt zich op de belangrijkste initiatieven voor regulering van beloningen bij financiële ondernemingen van de afgelopen zes jaar. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de recente voornemens van de Nederlandse wetgever om een bonusplafond van 20% te introduceren voor alle medewerkers die werkzaam zijn in de financiële sector. Daarbij wordt ook ingegaan op de vraag in hoeverre het wenselijk is dat deze nieuwe regels naast de bestaande regels zullen worden geïntroduceerd.


Mr. drs. A.M. Helstone
Mr. drs. A.M. Helstone is advocaat en partner bij Stibbe te Amsterdam.
Praktijk

Regulering na Lehman

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden kredietcrisis, toezichtregels, wijzigingen, ontwikkelingen, trends
Auteurs Mr. drs. C. Riekerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een overzicht van relevante regelgeving die tot stand is gekomen naar aanleiding van (de lessen uit) het faillissement van Lehman Brothers. Het overzicht kent een onderverdeling in vier categorieën. Te weten ‘toezicht en systeem’, ‘soliditeit’, ‘transparantie’ en ‘integriteit en kwaliteit’. Op basis van het overzicht wordt een aantal trends gesignaleerd met betrekking tot de beschreven regelgeving.


Mr. drs. C. Riekerk
Mr. drs. C. Riekerk is advocaat bij Finnius advocaten te Amsterdam.
Casus

Financial Transaction Tax (FTT): de gevolgen van de extraterritoriale werking voor Nederlandse financiële instellingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Financial Transaction Tax, financiële instellingen, extraterritoriale werking, belastingheffing financiële transacties, voorstel FTT-richtlijn
Auteurs Mr. R.P.C. Adema
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 14 februari 2013 heeft de Europese Commissie een herziene versie gepubliceerd van het voorstel voor een gemeenschappelijk systeem voor de heffing van FTT. Nederland doet hier vooralsnog niet aan mee. Desalniettemin kunnen Nederlandse financiële instellingen – en de spaarproducten en oudedagsvoorzieningen van deze instellingen – wel worden getroffen door de FTT. Dit komt door de territoriale werking van het voorstel. In deze bijdrage worden de gevolgen hiervan uiteengezet.


Mr. R.P.C. Adema
Mr. R.P.C. Adema is als universitair docent verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Verder is hij als fiscalist werkzaam bij Deloitte en maakt deel uit van Deloitte’s FSI Tax Group in Amsterdam. Zijn onderzoek richt zich met name op het internationaal en Europees recht.
Wetenschap

De (bijzondere) zorgplicht van banken jegens ondernemers bij renteswaptransacties

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Bijzondere zorgplicht, renteswaptransacties, renteswaps, verhouding publiekrechtelijke zorgplichten en privaatrechtelijke zorgplichten, reikwijdte bijzondere zorgplicht
Auteurs Mw. mr. V.Y.E. Caria
SamenvattingAuteursinformatie

    In twee recente uitspraken van de Rechtbank Oost-Brabant en het Hof Den Bosch stond de vraag centraal wat de reikwijdte van de zorgplicht van de banken is jegens ‘professionele’ cliënten met wie zij een renteswaptransactie zijn aangegaan. Zij hebben vastgesteld dat banken de bijzondere zorgplicht niet alleen jegens particulieren, maar ook jegens ondernemingen in acht dienen te nemen. In deze bijdrage wordt besproken hoe de bijzondere zorgplicht in deze uitspraken wordt toegepast. Ook het belang van de uitspraken voor de verhouding tussen publiekrechtelijke gedragsnormen en de civielrechtelijke bijzondere zorgplicht komt aan de orde. Het is volgens de auteur te betwijfelen of de bescherming van ondernemers wel past binnen de reikwijdte van de civielrechtelijke bijzondere zorgplicht.


Mw. mr. V.Y.E. Caria
Mw. mr. V.Y.E. Caria is als promovenda verbonden aan het Hazelhoff Centre for Financial Law, Universiteit Leiden.
Wetenschap

Het enquêterecht en het toetsen van besluiten in arbitrage

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Arbitrage, vernietigen, besluiten, enquêtegeschillen, beroepsrecht, art 2:16 BW, art 26 WOR, geschillenregeling, Groenselect, Erasmus/Harbour
Auteurs Mr. H.R. Pleiter
SamenvattingAuteursinformatie

    Het vernietigen van besluiten is evenals het enquêterecht vanwege de openbare orde non-arbitrabel. De erga omnes-werking van de uitspraak/voorzieningen staat aan de arbitrabiliteit in de weg. De auteur betoogt dat de praktijk baat kan hebben bij een geval-tot-gevalbenadering ten aanzien van arbitrabiliteit van enquêtegeschillen. Met het vernieuwde bv-recht is beoogd de betrokkenen ruimte te geven bij het regelen van de rechtsgevolgen binnen de vennootschap; de rechter moet dit respecteren. De auteur stelt dat met implementatie van het beroepsrecht van art. 26 WOR in Boek 2 BW de erga omnes-werking niet langer aan arbitrabiliteit van besluiten in de weg zal staan.


Mr. H.R. Pleiter
Mr. H.R. Pleiter heeft dit artikel geschreven volgend op zijn afstudeerscriptie. Het artikel is inhoudelijk afgerond in mei 2014.
Wetenschap

Instructiebevoegdheid en de aansprakelijkheid van de moedervennootschap als medebeleidsbepaler van haar dochter-bv op grond van art. 2:248 lid 7 BW: een kwestie van balans

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Aansprakelijkheid moedervennootschap, instructie bevoegdheid, medebeleidsbepaler, hechte concernverhoudingen, dochter BV, bestuursautonomie, beleidsbepaling
Auteurs Mw. mr. D. Mokhberolsafa
SamenvattingAuteursinformatie

    Het geven van concrete instructies kan de moedervennootschap eerder in de gevarenzone brengen om door de curator als medebeleidsbepaler van haar dochter-bv in de zin van art. 2:248 lid 7 BW aansprakelijk te worden gesteld. De aanwezigheid van een concrete instructie kan immers de feitelijke ondergeschiktheidspositie van het dochterbestuur aan de moedervennootschap in zoverre onderstrepen, dat de moedervennootschap eerder gezien kan worden als degene die feitelijk het bestuur uitoefent. Zodoende kan zij als medebeleidsbepaler worden gekwalificeerd en door de rechter aansprakelijk worden gehouden op grond van art. 2:248 lid 7 BW.


Mw. mr. D. Mokhberolsafa
Mw. mr. Mokhberolsafa heeft dit artikel geschreven in het kader van haar afstudeerscriptie. Dit artikel is inhoudelijk afgerond in mei 2014.
Praktijk

Prijs- en waardebepaling van aandelen in besloten vennootschappen in ondernemingsrechtelijke procedures

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Prijsbepaling, waardebepaling, blokkeringsregeling, uitkoopprocedure, geschillenregeling
Auteurs Mr. J. van Borssum Waalkes en Drs. E. van der Schans
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk blijkt de prijs- en waardebepaling van aandelen in besloten vennootschappen in het kader van ondernemingsrechtelijke procedures tussen scheidende aandeelhouders, bij gebreke van statutaire en/of contractuele prijsbepalingsregels, niet zelden een kostbare, tijdrovende aangelegenheid met een onzekere uitkomst, waardoor de rechtszekerheid in het gedrang komt. Aan de hand van een analyse van het huidig wettelijk kader en de rechtspraak omtrent prijs- en waardebepaling van aandelen in ondernemingsrechtelijke procedures doen auteurs een tweetal voorstellen voor aanpassing van de wettelijke regelingen omtrent prijs- en waardebepaling om de gesignaleerde problematiek te mitigeren.


Mr. J. van Borssum Waalkes
Mr. J. van Borssum Waalkes is advocaat bij Boekel De Nerée te Amsterdam.

Drs. E. van der Schans
Drs. E. van der Schans is financieel deskundige (tevens gerechtelijk deskundige)/schade-expert bij Horatio Assurance Group B.V.
Praktijk

Verzekeringssecuritisatie; wie wekt de entiteit voor risicoacceptatie tot leven?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden securitisatie, special purpose vehicle, spv, special purpose reinsurance vehicle, sprv, herverzekering, verzekeringssecuritisatie, entiteit voor risico-acceptatie
Auteurs Mr. R.P.L.M. Koopman en Mr. J.C. Lussenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Ongeveer zes jaar na de introductie van de entiteit voor risicoacceptatie in de Nederlandse toezichtwetgeving is er in de praktijk nog geen gebruik gemaakt van deze bijzondere entiteit. Bovendien lijkt de populariteit van verzekeringssecuritisatie in Nederland achter te blijven bij sommige andere landen in Europa en daarbuiten. In deze bijdrage wordt uitgebreid stilgestaan bij twee vormen van verzekeringssecuritisatie: securitisatie van verzekeringspremies en securitisatie van verzekeringsrisico's. Vanuit een praktisch oogpunt wordt bekeken hoe verzekeringssecuritisatie naar Nederlands recht kan worden vormgegeven. Daarbij wordt onder andere aandacht besteed aan de rol die een entiteit voor risicoacceptatie in een securitisatietransactie kan spelen.


Mr. R.P.L.M. Koopman
Mr. R.P.L.M. Koopman is advocaat bij Baker & McKenzie te Singapore.

Mr. J.C. Lussenburg
Mr. J.C. Lussenburg is advocaat bij Baker & McKenzie te Amsterdam.
Praktijk

Irrevocables

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2014
Trefwoorden irrevocable, openbaar bod, vrijstellingsbesluit, stemafspraak
Auteurs Mr. J.A.C. van Veersen
SamenvattingAuteursinformatie

    In openbare biedingen wordt veelal gebruik gemaakt van irrevocable undertakings. Dit zijn overeenkomsten tussen de bieder en grootaandeelhouders van de doelvennootschap die bereid zijn hun stukken in het openbaar bod aan te melden. Dergelijke afspraken vergroten de slagingskans van het bod, omdat daardoor bij aanvang al duidelijk is dat de grootste aandeelhouders de geboden prijs kennelijk redelijk vinden. Omdat de irrevocable in de praktijk is ontstaan en vrij specifiek is voor publieke M&A, leek het de auteur nuttig de belangrijkste elementen van dit document, alsmede het regulatoir kader daarvan op een rijtje te zetten.


Mr. J.A.C. van Veersen
Mr. J.A.C. van Veersen is advocaat bij Loyens & Loeff in Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.