Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 12 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses x
Artikel

Access_open Boek 10 BW – een grote stap in de codificatie van het internationaal privaatrecht

Achtergronden en enige kanttekeningen

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Boek 10 BW internationaal privaatrecht, codificatie, algemene bepalingen, redelijkheid en billijkheid ook voor het IPR?, tweedeling BW-RV geschikt voor IPR?, verhouding tot het buitenlandse IPR
Auteurs Prof. mr. A.V.M. Struycken
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari 2012 zal er een Boek 10 BW zijn dat de codificatie bevat van een groot deel van het Nederlandse IPR. Het gaat om een consolidatie van een reeks IPR-wetten die sedert 1980 tot stand zijn gekomen. Aandacht wordt besteed aan het proces van voorbereiding van Boek 10, aan de functie van de redelijkheid en billijkheid in het IPR, aan de geschiktheid van het BW als onderdak voor het IPR, aan de verhouding tot het buitenlandse IPR en aan enige algemene bepalingen.


Prof. mr. A.V.M. Struycken
Prof. mr. A.V.M. Struycken is emeritus hoogleraar burgerlijk recht, internationaal privaatrecht en rechtsvergelijking aan de Radboud Universiteit Nijmegen en oud-voorzitter van de Staatscommissie voor Internationaal Privaatrecht.
Artikel

Access_open Bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken naar Nederlands, Duits en Amerikaans recht

Is het mogelijk en wenselijk een Europees openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken te creëren?

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden pandrecht, fiduciaire eigendomsoverdracht, zekerheidsrechten, Europees vermogensrecht, goederenrecht, publiciteit
Auteurs Mr. M.A. Heilbron
SamenvattingAuteursinformatie

    Is het mogelijk en wenselijk een Europees openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken te creëren? Dat is de vraag die in dit artikel aan de orde komt. Zij past binnen een bestaand debat over de toekomst van het zekerhedenrecht in het Europees privaatrecht. Om tot een antwoord op deze vraag te komen worden de rechtsstelsels van drie landen op het gebied van stille zekerheidsrechten vergeleken: dat van Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten. Deze landen kennen momenteel onderling zeer verschillende systemen voor zekerheidsrechten op roerende zaken. Er wordt nagegaan of er in de Europese Unie behoefte bestaat aan harmonisatie van (delen van) het zekerhedenrecht en zo ja, of deze zou kunnen plaatsvinden door middel van de invoering van een openbare registratie voor zekerheidsrechten. Openbare registratie heeft publieke kenbaarmaking van zekerheidsrechten tot gevolg. Er zal worden onderzocht of het goederenrechtelijke publiciteitsbeginsel voldoende rechtvaardiging biedt voor het in het leven roepen van een openbaar register voor zekerheidsrechten.
    Naar de mening van de auteur is een openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten de meest wenselijke keuze voor het zekerhedenrecht in de EU. Dat komt met name doordat registratie bestaande bezwaren omtrent stille zekerheidsrechten weg zal nemen en een dergelijk recht overal in de EU erkend zal worden. Dat brengt naar haar mening de meeste rechtszekerheid voor het zekerhedenrecht.


Mr. M.A. Heilbron
Mr. M.A. Heilbron is afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam in het privaatrecht.
Artikel

Access_open Contra non valentem agere, non currit praescriptio

De vordering van degene die niet in staat is zijn vordering geldend te maken, verjaart niet

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden verjaring, kennis omtrent de schade en de verantwoordelijke persoon, onmogelijkheid te ageren, contra non valentem-regel, Bemoti-zaak
Auteurs Prof. mr. E.J.H. Schrage
SamenvattingAuteursinformatie

    Het instituut van de verjaring beoogt mede de rechtszekerheid en de billijkheid te dienen. Aldus de Hoge Raad in een recent arrest, waarin het beroep op verjaring van de vordering wegens ernstig lichamelijk letsel werd gehonoreerd (de Bemoti-zaak). In het woordje en zit echter veel springstof verborgen. Het kan de grootst mogelijke eenheid suggereren (‘waar werd oprechter trouw dan tussen man en vrouw, ter wereld ooit gevonden?’, vroeg Vondel zich af); hetzelfde woordje en kan echter de grootst mogelijke tegenstelling verdoezelen (zoals in de uitdrukkingen water en vuur, hemel en hel). Dat laatste lijkt zich voor te doen in deze zaak. Misschien is de rechtszekerheid die met het arrest in de Bemoti-zaak is gediend, wel de zekerheid van onrecht. Aan de hand van enige buitenlandse voorbeelden, een tot op de veertiende eeuw teruggaand rechtsbeginsel dat heden ten dage een typerende karaktertrek van het instituut van de verjaring in Frankrijk en Louisiana vormt, en een recent rapport van de Zuid-Afrikaanse Law Commission betoogt de auteur dat toepassing van de korte verjaringstermijn er niet toe mag leiden dat de toegang tot de rechter wordt afgesloten in gevallen waarin gewichtige redenen het tijdig aanhangig maken van de vordering verhinderden.


Prof. mr. E.J.H. Schrage
Prof. mr. E.J.H. Schrage is emeritus hoogleraar Privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam, oud-hoogleraar Romeins recht aan de Vrije Universiteit en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Amsterdam.
Artikel

Access_open Een gesloten systeem van originaire verkrijging?

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2011
Trefwoorden originaire verkrijging, gesloten stelsel, rechtsverkrijging
Auteurs Mw. mr. J.B. Spath
SamenvattingAuteursinformatie

    Originaire verkrijgingen kennen veel verschillende verschijningsvormen. Desondanks blijkt niet elke (feitelijke) verandering van zaken van een passende juridische oplossing te kunnen worden voorzien door toepassing van de erkende vormen. Dit roept de vraag op of sprake is van een gesloten stelsel van originaire verkrijgingen of dat een meer open wettelijk stelsel kan worden onderscheiden dat zich leent voor aanvulling. Door middel van een rechtsvergelijkende benadering wordt in de bijdrage naar een antwoord op de vraag gezocht.


Mw. mr. J.B. Spath
Mw. mr. J.B. Spath is universitair docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen en onderzoeker bij het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht.

Prof. mr. B. Wessels
Artikel

Access_open Wie betaalt, bepaalt, of niet soms?

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 03 2006
Trefwoorden Eigenaar, Sloop, Gemeente, Verminking, Verzet, Persoonlijkheidsrecht, Auteur, Reputatie, Aantasting werk, Auteursrecht
Auteurs Schrage, E.J.H.

Schrage, E.J.H.
Jurisprudentie

Access_open Over de constitutionaliteit van adverse possession, bevrijdende en verkrijgende verjaring en goederenrecht in het algemeen: EHRM 25 november 2005, Pye tegen het Verenigd Koninkrijk

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 01 2006
Trefwoorden Goederenrecht, Europees hof voor de rechten van de mens, Eigendom, Verkrijgende verjaring, Algemeen belang, Verjaring, Gebruiksrecht, Rechtspraak, Registratie, Schadevergoeding
Auteurs Milo, J.M.

Milo, J.M.
Jurisprudentie

Access_open Toepasselijkheid van algemene voorwaarden in het internationale kooprecht. Kan het Holleman/De Klerk-verweer in het internationale kooprecht gevoerd worden? HR 28 januari 2005, C03/290HR (Vergo/Grootscholten)

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 03 2005
Trefwoorden Algemene voorwaarden, Verdrag, Overeenkomst, Voorwaarde, Contract, Koopovereenkomst, Toepasselijk recht, Burgerlijk recht, Toestemming, Aanvaarding
Auteurs Wissink, M.H. en Wechem, T.H.M. van

Wissink, M.H.

Wechem, T.H.M. van
Artikel

Access_open Een voorstel voor Europese beginselen voor verticale overeenkomsten: relevant voor de Nederlandse praktijk?

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 02 2006
Trefwoorden Overeenkomst, Distributieovereenkomst, Opzegging, Opzegtermijn, Distributeur, Verticale overeenkomst, Principaal, Agentuurovereenkomst, Agentuur, Vergoeding
Auteurs Beekman, E.

Beekman, E.
Artikel

Access_open Res in transitu

Een onderzoek naar de exacte reikwijdte van artikel 8 van de op 1 mei 2008 in werking getreden Wet conflictenrecht goederenrecht (WCG) en naar de geschiktheid van de daarin gekozen aanknopingsfactor

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2010
Trefwoorden goederenrechtelijke regime betreffende vervoerde zaken, res in transitu, artikel 8 WCG
Auteurs M.T.W. Wijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    Onderzoek naar de exacte reikwijdte van artikel 8 WCG, waarin het toepasselijke goederenrechtelijke regime met betrekking tot vervoerde zaken wordt aangewezen, en de geschiktheid van de daarin gekozen aanknopingsfactor. Aan de hand van een casus wordt geschetst welke onduidelijkheden er bestaan betreffende de reikwijdte van het artikel. Ingevolge het onderzoek naar de parlementaire geschiedenis, jurisprudentie en literatuur wordt geconcludeerd dat beter kan worden aangeknoopt aan de ‘nieuwe’ tot overdracht of vestiging verplichtende overeenkomst die tijdens transport wordt gesloten en niet zoals artikel 8 WCG voorschrijft, aan de overeenkomst die aan het vervoer ten grondslag ligt. Harmonisatie van het goederenrechtelijke met het verbintenisrechtelijke statuut is het resultaat.


M.T.W. Wijnen
Mw. M.T.W. Wijnen (1986) heeft van 2005 tot 2008 het bachelor togatraject gevolgd aan de Universiteit Utrecht, departement rechtsgeleerdheid. Sinds 2008 volgt zij bij dezelfde instelling de Master Nederlands Privaatrecht. Naar verwachting zal zij de opleiding in juli 2010 afronden.
Artikel

Access_open A letter of comfort: does it offer any comfort?

Een beschouwing over de letter of comfort naar Nederlands recht met een blik over de grens

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2010
Trefwoorden letter of comfort, patronaatsverklaring, uitleg, toepasselijk recht
Auteurs Mr. dr. S.A. Kruisinga en Mr. L. Leber
SamenvattingAuteursinformatie

    Een letter of comfort, ook wel patronaatsverklaring genoemd, is een verklaring die door een moedermaatschappij kan worden afgegeven als onderdeel van de zekerheidsstelling in het kader van kredietverstrekking aan haar dochter. De bedoeling van een dergelijke verklaring is de kredietverstrekker gerust te stellen terzake de terugbetaling van het krediet door de dochter. Een comfort letter kan ook door de moedermaatschappij worden afgegeven als going concern verklaring in verband met de waardering van de bezittingen en schulden van de dochter. Gezien het huidig economisch klimaat is de verwachting gewettigd dat accountants vaker een dergelijke verklaring van de moedermaatschappij zullen vragen alvorens een goedkeurende verklaring te kunnen afgeven. De inhoud van comfort letters is echter niet vastomlijnd. De positie van de letter of comfort in het Nederlandse recht staat in deze bijdrage centraal.


Mr. dr. S.A. Kruisinga
Mw. mr. dr. S.A. Kruisinga is verbonden aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. L. Leber
Mw. mr. L. Leber is verbonden aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Tussentijdse beëindiging van duurovereenkomsten voor bepaalde tijd

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2010
Trefwoorden duurovereenkomsten voor bepaalde tijd, opzegging, onvoorziene omstandigheden, artikel 6:258 BW, artikel 6:248 BW, Mondia/Calanda, Vereniging voor de Effectenhandel/CSM
Auteurs D.J. Beenders en P.W. den Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    Duurovereenkomsten voor bepaalde tijd kunnen tussentijds worden beëindigd door onder meer opzegging op grond van artikel 6:248 BW en ontbinding door de rechter op grond van artikel 6:258 BW. Steeds geldt daarbij het criterium van onvoorziene – in de zin van niet-verdisconteerde – omstandigheden, die van dusdanige aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. In dit overzichtsartikel wordt allereerst ingegaan op de verhouding tussen de hiervoor genoemde grondslagen voor tussentijdse beëindiging en wordt betoogd dat een partij in beginsel vrij is om een van beide grondslagen te kiezen. Vervolgens wordt het voornoemde criterium van onvoorziene omstandigheden nader onder de loep genomen en worden, mede aan de hand van recente rechtspraak, drie gezichtspunten geformuleerd die relevant lijken bij de invulling van dit criterium: inhoud en aard van de overeenkomst, aard en onderlinge verhouding van partijen en de gewichtigheid van de belangen over en weer.


D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is als PhD-fellow verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Leiden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.