Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 13 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses x
Artikel

Access_open Internetveilingen – geen easy riding

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 3 2010
Trefwoorden internetveiling, derdenwerking overeenkomsten, toepasselijkheid algemene voorwaarden, e-commerce, aanvullende werking redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat een bespreking van de juridische figuur van de internetveiling centraal. De verhouding tussen de bij de veiling betrokken personen, de derdenwerking van de veilingvoorwaarden, de noodzaak van de aanwezigheid van de notaris of deurwaarder, aspecten van elektronisch contracteren en de toepasselijkheid van algemene voorwaarden worden besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. (Jan) Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Jurisprudentie

Access_open Toepassing van artikel 6:80 lid 1 aanhef en onder b BW bij verplichtingen uit duurovereenkomsten

Een bespreking van HR 9 juli 2010, NJ 2010, 417 (Nissan/Nieuwkoop)

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 3 2010
Trefwoorden niet-nakoming, verzuim, tekortkoming, opeisbaarheid, duurovereenkomsten
Auteurs Mr. V.C. van Ginkel-Claessens en Mr. A. Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    In het op 9 juli 2010 gewezen Nissan/Nieuwkoop-arrest (NJ 2010, 417) heeft de Hoge Raad zijn eerdere oordelen over de toepassing van het verzuimvereiste bij duurovereenkomsten bevestigd. In dit arrest heeft de Hoge Raad daaraan toegevoegd dat de gevolgen van niet-nakoming dus ook intreden indien de prestatie van de schuldenaar op dat moment nog niet opeisbaar was en om die reden nog niet is uitgebleven. De auteurs gaan in deze bijdrage in op dit arrest en staan stil bij de vraag wat de consequenties van deze toevoeging zijn.


Mr. V.C. van Ginkel-Claessens
Mr. V.C. (Vivian) van Ginkel-Claessens is werkzaam als advocaat bij Baker & McKenzie Amsterdam N.V. op de sectie Litigation & Arbitration.

Mr. A. Mulder
Mr. A. (Anika) Mulder is werkzaam als advocaat bij Baker & McKenzie Amsterdam N.V. op de sectie Litigation & Arbitration.
Artikel

Access_open Wie niet waagt, die niet wint

De spanning tussen autonomie en bescherming van de sporter in het aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2010
Trefwoorden aansprakelijkheid, sport, zorgplicht, onrechtmatige daad, exoneratie
Auteurs Mr. R.H.C. van Kleef
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de spanning tussen de eigen verantwoordelijkheid van de sporter en de omvang van de zorgplicht van organisaties in het aansprakelijkheidsrecht behandeld. Hierbij zal de stelling worden ingenomen dat schade opgelopen in zogenaamde niet-contactsportsituaties niet enkel aan de algemene gevaarzettingscriteria moet worden getoetst, maar dat hierbij aan de ‘sportomstandigheid’ speciale waarde moet worden toegekend.


Mr. R.H.C. van Kleef
Mw. mr. R.H.C. van Kleef studeert sportrecht (LLM, droit du sport) aan de Universiteit van Neuchâtel (Zwitserland).
Artikel

Access_open Algemene bankvoorwaarden: modernisering, maar geen vernieuwing

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Algemene Bankvoorwaarden, informatieplicht, titel 7.7B BW, zekerheidsrechten, beëindiging kredietrelatie
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 november 2009 gelden de Algemene Bankvoorwaarden 2009, die de Algemene Bankvoorwaarden 1995 vervangen. De Algemene Bankvoorwaarden 2009 bevatten een modernisering ten opzichte van de voorwaarden uit 1995. Er is rekening gehouden met de bepalingen van titel 7.7B BW. Opmerkelijk is voorts de schrapping van de aansprakelijkheidsbeperking. De belangrijkste onderdelen uit de Algemene Bankvoorwaarden 1995 zijn niet gewijzigd, zodat de onder die voorwaarden gewezen rechtspraak haar gelding blijft behouden. De reikwijdte van de voorwaarden is evenwel beperkt, omdat de specifieke bankproducten hun eigen voorwaarden kennen die boven de algemene bankvoorwaarden prevaleren.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Artikel

Access_open Doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht in drievoud

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden rechtsmachtverdeling, privaatrecht, publiekrecht, bestuursrechtelijke geldschulden
Auteurs Dr. mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan in verhoudingen tussen een burger en de overheid drie vormen van doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht. De eerste vorm van doorwerking hangt samen met de rechtsmachtverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter. De tweede vorm van doorwerking hangt samen met de voorrang van publiekrechtelijke normen in het privaatrecht. Deze voorrang kan op twee manieren worden bereikt. Het is mogelijk dat publiekrechtelijke normen op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien gebruik gemaakt wordt van een privaatrechtelijke bevoegdheid. Een andere wijze waarop deze voorrang kan worden bewerkstelligd is het opnemen van een regeling in het publiekrecht van materie die ook in het BW is geregeld. De derde vorm van doorwerking betreft de doorwerking van publiekrechtelijke regels via open normen in het privaatrecht. Met het oog op de toekomst rijst de vraag welke van deze drie vormen van doorwerking in de toekomst zullen blijven bestaan en welke het meest prominent zullen worden.


Dr. mr. M.W. Scheltema
Dr. mr. M.W. Scheltema is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.
Jurisprudentie

Access_open In het verlengde van het Saelman-arrest: HR 31 oktober 2003, RvdW 2003, 169 (Saelman/Academisch Ziekenhuis VU)

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 02 2004
Trefwoorden Verjaringstermijn, Verjaring, Schuldeiser, Schade, Redelijkheid en billijkheid, Schuldenaar, Aansprakelijke persoon, Academisch ziekenhuis, Ouders, Overmacht
Auteurs Jong, G.T. de

Jong, G.T. de
Titel

Access_open Ambtshalve toetsing van overeenkomsten aan het kartelverbod

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 01 2005
Trefwoorden Overeenkomst, Hof van justitie EG, Europees recht, Mededingingsrecht, Mededinging, Kartelverbod, Contract, Lidstaat, Publicatieblad van de europese unie, Marktaandeel
Auteurs Krans, H.B., Vedder, H.H.B. en Wissink, M.H.

Krans, H.B.

Vedder, H.H.B.

Wissink, M.H.
Jurisprudentie

Access_open De ingebrekstellingseis onder druk: HR 22 oktober 2004, RvdW 2004, 119 (Endlich/Bouwmachines)

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 01 2005
Trefwoorden Schuldenaar, Ingebrekestelling, Schuldeiser, Tekortkoming, Nakoming, Gebrek, Herstel, Niet-nakoming, Schade, Overeenkomst
Auteurs Vries, G.J.P. de

Vries, G.J.P. de
Titel

Access_open Harmonisatie van het overeenkomstenrecht in Europa en artikel 95 van het EG-Verdrag als rechtsbasis daarvoor: HvJ EG 14 december 2004, C-434/02 (Arnold André) en C-210/03 (Swedish Match)

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 02 2005
Trefwoorden Verdrag, Lidstaat, Verbod, Europese commissie, Europese unie, Wetgeving, Interne markt, Mededeling, Publicatieblad van de europese unie, Contract
Auteurs Hardy, R.R.R.

Hardy, R.R.R.
Artikel

Access_open Rechtsverwerking en gerechtvaardigd vertrouwen

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 02 2006
Trefwoorden Rechtsverwerking, Verjaring, Betaling, Contract, Redelijkheid en billijkheid, Rechtsvordering, Verjaringstermijn, Schuldeiser, Verzekeraar, Bull
Auteurs Schrage, E.J.H.

Schrage, E.J.H.
Artikel

Access_open Wie het eerst hokt, hokt het best? Opschorting vs. ontbinding bij wederzijdse tekortkomingen: HR 11 januari 2008, LJN BB7195, C06/159

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 02 2008
Trefwoorden Ontbinding, Opschorting, Verkoper, Niet-nakoming, Nakoming, Wanprestatie, Tekortkoming, Overeenkomst, Schuldeiserverzuim, Opschortingrecht
Auteurs Lok, M.E.C.

Lok, M.E.C.
Artikel

Access_open A letter of comfort: does it offer any comfort?

Een beschouwing over de letter of comfort naar Nederlands recht met een blik over de grens

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2010
Trefwoorden letter of comfort, patronaatsverklaring, uitleg, toepasselijk recht
Auteurs Mr. dr. S.A. Kruisinga en Mr. L. Leber
SamenvattingAuteursinformatie

    Een letter of comfort, ook wel patronaatsverklaring genoemd, is een verklaring die door een moedermaatschappij kan worden afgegeven als onderdeel van de zekerheidsstelling in het kader van kredietverstrekking aan haar dochter. De bedoeling van een dergelijke verklaring is de kredietverstrekker gerust te stellen terzake de terugbetaling van het krediet door de dochter. Een comfort letter kan ook door de moedermaatschappij worden afgegeven als going concern verklaring in verband met de waardering van de bezittingen en schulden van de dochter. Gezien het huidig economisch klimaat is de verwachting gewettigd dat accountants vaker een dergelijke verklaring van de moedermaatschappij zullen vragen alvorens een goedkeurende verklaring te kunnen afgeven. De inhoud van comfort letters is echter niet vastomlijnd. De positie van de letter of comfort in het Nederlandse recht staat in deze bijdrage centraal.


Mr. dr. S.A. Kruisinga
Mw. mr. dr. S.A. Kruisinga is verbonden aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. L. Leber
Mw. mr. L. Leber is verbonden aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Arrest inzake de vaststellingsovereenkomst

Een toeschietelijke Hoge Raad (HR 27 maart 2009 RvdW 2009, 462)

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden executiegeschil, vaststellingsovereenkomst, uitleg, garantie, dwangsommen, verjaring, dwingend recht, strijd openbare orde goede zeden
Auteurs Mr. M.W. Bijloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Merck, Sharpe en Dohme (MSD) en Euromedica zijn verwikkeld in een inbreukprocedure. Bij kort gedingvonnis van 9 juli 1999 wordt Euromedica veroordeeld om de inbreuk op de merkrechten van MSD te staken op verbeurte van een dwangsom van ƒ 10.000 per overtreding met een maximum van ƒ 1.000.000. Nadat MSD vervolgens – op basis van een gestelde overtreding van het verbod door Euromedica – maatregelen wilde treffen om dwangsommen te incasseren, heeft Euromedica een kort geding procedure aanhangig gemaakt tot staking van deze executie. De president van de rechtbank wijst deze vordering toe. Na wijzen van arrest door het gerechtshof in het hoger beroep komen partijen overeen dat MSD tegen overlegging van een bankgarantie van ƒ 1.000.000 door Euromedica af zou zien van executie van de dwangsommen, totdat bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak zou zijn komen vast te staan dat (i) Euromedica inbreuk had gepleegd op de rechten van MSD in cassatie, en (ii) Euromedica dwangsommen verschuldigd was op grond van het kort geding vonnis van 9 juli 1999. Nadat bij onherroeplijke rechterlijke uitspraak was komen vast te staan dat Euromedica wel degelijk inbreuk maakte en derhalve de dwangsommen verschuldigd was, stelde Euromedica zich op het standpunt dat de dwangsommen inmiddels verjaard waren en verzocht zij de rechtbank Haarlem om een verklaring van recht met die strekking. De rechtbank wees de vordering af, maar het gerechtshof Amsterdam wees de vordering in hoger beroep toe. In cassatie oordeelde de Hoge Raad dat de overeenkomst tussen partijen waarbij afstand werd gedaan van executie van de dwangsommen tegen overlegging van een bankgarantie moet worden aangemerkt als een vaststellingsovereenkomst ex art. 7:900 BW. Als gevolg daarvan werd de verhouding tussen partijen niet langer beheerst door het vonnis van 9 juli 1999 en de aansluitende procedures, maar door de vaststellingsovereenkomst. Op deze vaststellingsovereenkomst is de relevante verjaringsbepaling niet van toepassing. Nu is betreffende verjaringsbepaling van dwingend recht, maar op basis van art. 7:902 BW is een vaststellingsovereenkomst ook geldig als zij in strijd mocht blijken met dwingend recht.Er kunnen naar aanleiding van dit arrest van de Hoge Raad twee conclusies worden getrokken: ten eerste dat er in de visie van de Hoge Raad sprake van een vaststellingsovereenkomst kan zijn ondanks dat het niet zeker is of partijen zulks hebben beoogd. Verder is het onduidelijk waar de Hoge Raad de grens trekt ten aanzien van (de toepassing van) artikel 7:902 BW.


Mr. M.W. Bijloo
Mr. M.W. Bijloo is advocaat bij Baker & McKenzie Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.