Zoekresultaat: 3 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses x Jaar 2010 x
Jurisprudentie

Access_open Ambtshalve toetsing van een beding in polisvoorwaarden

Kritische kanttekeningen bij HR 23 april 2010 (LJN BL 6024) in het licht van Europese jurisprudentie

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2010
Trefwoorden ambtshalve toetsing, polisvoorwaarden, algemene voorwaarden, verzekeringsovereenkomst, kernbeding
Auteurs Mr. dr. T.H.M. van Wechem en Mr. A.L.J.A. Schreuder
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het arrest van het Europese hof van Justitie Pannon (HvJ EU 4 juni 2009, C-243/08 (Pannon), NJ 2009, 395 m.nt. Mok) is duidelijk dat de nationale rechter gehouden is tot een ambtshalve toetsing van een beding in een consumentenovereenkomst, zodra hij feitelijk en rechtens over de voor de toetsing noodzakelijke gegevens beschikt. Het HvJ EU heeft echter nog niet aangegeven wanneer de rechter geacht moet worden om over deze voor de beoordeling noodzakelijke gegevens te beschikken. Die vraag staat ondermeer centraal in een conclusie die advocaat-generaal Trstenjak heeft genomen in een zaak waarover het HvJ EU nog dient te beslissen.
    Auteurs stellen – in het licht van het bovenstaande – in hun artikel het arrest van de Hoge Raad van 23 april 2010 centraal (HR 23 april 2010, LJN BL6024 (X/Fortis AG)). In dat arrest oordeelde de Hoge Raad dat het hof een polisvoorwaarde niet ambtshalve hoefde te toetsen. Auteurs concluderen aan de hand van diverse arresten van het HvJ EU – waaronder ook het recente arrest van 3 juni 2010 (C-484/08) – dat dat oordeel van de Hoge Raad in het licht van de Europese rechtspraak bevreemdt. Dit geldt temeer nu de nationale rechters er volgens de auteurs te weinig oog voor hebben gehad dat ook de kwalificatie algemene voorwaarde of kernbeding als voorvraag in het kader van de – ambtshalve – toetsing had moeten worden meegenomen.


Mr. dr. T.H.M. van Wechem
Mr. dr. T.H.M van Wechem is als legal counsel verbonden aan Baker & McKenzie Amsterdam N.V. en directeur van Law@Work B.V.

Mr. A.L.J.A. Schreuder
Mr. A.L.J.A. Schreuder is als advocaat werkzaam bij Baker & McKenzie Amsterdam N.V.
Artikel

Access_open Algemene bankvoorwaarden: modernisering, maar geen vernieuwing

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Algemene Bankvoorwaarden, informatieplicht, titel 7.7B BW, zekerheidsrechten, beëindiging kredietrelatie
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 november 2009 gelden de Algemene Bankvoorwaarden 2009, die de Algemene Bankvoorwaarden 1995 vervangen. De Algemene Bankvoorwaarden 2009 bevatten een modernisering ten opzichte van de voorwaarden uit 1995. Er is rekening gehouden met de bepalingen van titel 7.7B BW. Opmerkelijk is voorts de schrapping van de aansprakelijkheidsbeperking. De belangrijkste onderdelen uit de Algemene Bankvoorwaarden 1995 zijn niet gewijzigd, zodat de onder die voorwaarden gewezen rechtspraak haar gelding blijft behouden. De reikwijdte van de voorwaarden is evenwel beperkt, omdat de specifieke bankproducten hun eigen voorwaarden kennen die boven de algemene bankvoorwaarden prevaleren.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Artikel

Access_open Tussentijdse beëindiging van duurovereenkomsten voor bepaalde tijd

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2010
Trefwoorden duurovereenkomsten voor bepaalde tijd, opzegging, onvoorziene omstandigheden, artikel 6:258 BW, artikel 6:248 BW, Mondia/Calanda, Vereniging voor de Effectenhandel/CSM
Auteurs D.J. Beenders en P.W. den Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    Duurovereenkomsten voor bepaalde tijd kunnen tussentijds worden beëindigd door onder meer opzegging op grond van artikel 6:248 BW en ontbinding door de rechter op grond van artikel 6:258 BW. Steeds geldt daarbij het criterium van onvoorziene – in de zin van niet-verdisconteerde – omstandigheden, die van dusdanige aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. In dit overzichtsartikel wordt allereerst ingegaan op de verhouding tussen de hiervoor genoemde grondslagen voor tussentijdse beëindiging en wordt betoogd dat een partij in beginsel vrij is om een van beide grondslagen te kiezen. Vervolgens wordt het voornoemde criterium van onvoorziene omstandigheden nader onder de loep genomen en worden, mede aan de hand van recente rechtspraak, drie gezichtspunten geformuleerd die relevant lijken bij de invulling van dit criterium: inhoud en aard van de overeenkomst, aard en onderlinge verhouding van partijen en de gewichtigheid van de belangen over en weer.


D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is als PhD-fellow verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Leiden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.