Zoekresultaat: 24 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht x Jaar 2012 x
Artikel

Drijvende woning in het algemeen een roerende zaak

HR 9 maart 2012, LJN BV8198 (Marina)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2012
Trefwoorden drijvende woning, roerende zaak, schip, portacabin, art. 3:3 BW
Auteurs Mr. I.A.F. Hendriksen
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 9 maart 2012 (LJN BV8198) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een drijvende woning (‘marina’) in het algemeen een roerende zaak is. In deze bijdrage betoogt de auteur dat op deze kwalificatie het een en ander valt af te dingen. Voorts blijken drijvende woningen in het belastingrecht, het huurrecht en het bestuursrecht op een verschillende wijze te worden behandeld. Uit praktijk- en rechtszekerheidsoogpunt is dit een onwenselijke situatie.


Mr. I.A.F. Hendriksen
Mr. I.A.F. Hendriksen is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Draagplicht in concernverhoudingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2012
Trefwoorden hoofdelijkheid, draagplicht, concernfinanciering, regres, omslag
Auteurs Mr. R.M. de Winter en Mr. S. Timmerman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het 13 juli 2012 gewezen arrest Janssen q.q./JVS Beheer besproken, waarin de Hoge Raad antwoord geeft op de vraag hoe de onderlinge draagplicht tussen hoofdelijk aansprakelijke concernvennootschappen moet worden vastgesteld indien daarover geen afspraken zijn gemaakt tussen partijen. Verder wordt stilgestaan bij enkele gevolgen van dit arrest voor de praktijk.


Mr. R.M. de Winter
Mr. R.M. de Winter is werkzaam bij De Nederlandsche Bank.

Mr. S. Timmerman
Mr. S. Timmerman is werkzaam bij De Nederlandsche Bank.
Artikel

Vijf jaar ‘taalkundige uitleg’ van commerciële contracten; een overzicht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2012
Trefwoorden uitleg, interpretatie, overeenkomst, contract, Haviltex
Auteurs Mr. M.S. Breeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in deze bijdrage in op de ontwikkeling van de ‘taalkundige’ uitleg van commerciële contracten in de jurisprudentie van de Hoge Raad. Hij bespreekt hiertoe vijf arresten van de Hoge Raad die in de afgelopen vijf jaar na de arresten Meyer Europe/PontMeyer en Derksen/Homburg zijn gewezen.


Mr. M.S. Breeman
Mr. M.S. Breeman is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Belastingplan 2013: de beoogde versterking van het bodemvoorrecht van de fiscus

Juridische en economische implicaties

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2012
Trefwoorden bodemvoorrecht fiscus, stil pandrecht, eigendomsvoorbehoud, bodemverhuur, Pauliana, Invorderingswet 1990
Auteurs Mr. R. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Als gevolg van een voorgenomen aanpassing van de Invorderingswet 1990 in het kader van het Belastingplan 2013 worden de rechten van financiers met een stil pandrecht en eigendomsvoorbehoud ondergeschikt gemaakt aan het bodemvoorrecht van de fiscus. Met het oog op de te verwachten juridische en economische implicaties pleit de auteur voor opschorting en heroverweging van de voorgestelde aanpassing.


Mr. R. van den Bosch
Mr. R. van den Bosch is als bedrijfsjurist werkzaam voor ING Bank.
Artikel

Wettelijke aansprakelijkheidsbeperking voor DNB en AFM

Hoe hoog komt de nieuwe lat te liggen?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden aansprakelijkheidsbeperking DNB en AFM, uitleg opzet en grove schuld
Auteurs Mr. S. Sahtie
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de in juli 2012 aangenomen wet besproken waarmee de aansprakelijkheid van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) wordt beperkt tot kort gezegd opzet en grove schuld. De auteur gaat in op de uitleg van de begrippen opzet en grove schuld en onderzoekt hoe hoog de nieuwe lat voor aansprakelijkheid komt te liggen ten opzichte van de aanvankelijk geldende norm van een ‘behoorlijk en zorgvuldig handelende toezichthouder’. Ook wordt ingegaan op onder andere het causaliteitsvereiste, de omkeringsregel en enkele relevante ontwikkelingen op Europeesrechtelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat DNB en AFM op grond van de nieuwe wettelijke regeling vrijwel immuun zijn gemaakt voor aansprakelijkheid.


Mr. S. Sahtie
Mr. S. Sahtie is Legal Counsel bij ABN AMRO Bank N.V. en was daarvoor als jurist werkzaam bij De Nederlandsche Bank (DNB).
Artikel

Banesto/Caldéron Camino – Unierechtelijke geboden en verboden bij toetsing aan Europees consumentenrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden ambtshalve toetsing, consumentenrecht, Unierecht, partiële nietigheid, conversie, betalingsbevelprocedure
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest Banesto van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 juni 2012 nader ingegaan op de verplichtingen die vanuit het EU-recht rusten op nationale rechters bij toetsing aan Europees consumentenrecht.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Arbitraal beding in algemene voorwaarden niet per definitie onredelijk bezwarend in business-to-consumer verhoudingen

Denk niet zwart, denk niet grijs, denk niet zwart-wit, maar in de kleur van ... de concrete omstandigheden van het geval

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden arbitraal beding, arbitragebeding, onredelijk bezwarend, Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, zwarte lijst
Auteurs Mr. dr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    De geldigheid van arbitrale bedingen in algemene voorwaarden die de consument de toegang tot de overheidsrechter ontzeggen, staat al geruime tijd ter discussie. Hoewel de regeling betreffende algemene voorwaarden in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek reeds in 1992 is ingevoerd en de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten vanaf 1993 is ingetreden, is er tot nu toe geen eenduidig antwoord mogelijk op de vraag of een arbitraal beding in business-to-consumer verhoudingen onredelijk bezwarend is. In deze bijdrage wordt aan de hand van HR 21 september 2012, LJN BW6135 (Van Marrum/de opdrachtgever) nader ingegaan op de vraag of een arbitraal beding in algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is voor de consument.


Mr. dr. E.-J. Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Kwalificatie effectenleaseproducten als koop op afbetaling; mogelijke gevolgen voor aandelengerelateerde beloningen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2012
Trefwoorden effectenlease, koop op afbetaling, toestemmingsvereiste, aandelengerelateerde beloningen
Auteurs Mr. I.D.J. Willemars
SamenvattingAuteursinformatie

    In een arrest van 23 december 2011 heeft de Hoge Raad bepaald dat effectenleaseproducten, bestaande uit een lening- en een koopelement, met verschillende rentetermijnen en aflossing ineens, als koop op afbetaling kunnen kwalificeren. Onderzocht wordt of dit gevolgen heeft voor de toekenning van aandelengerelateerde beloningen.


Mr. I.D.J. Willemars
Mr. I.D.J. Willemars is advocate bij Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen te Rotterdam.

Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon
Charlotte Pavillon is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Groningen Centre for Law and Governance (RUG). Mijn dank gaat uit naar Jesse Meindertsma voor zijn waardevolle bijdrage aan de totstandkoming van dit artikel.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar privaatrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. E.H. Hondius
Prof. Mr. E.H. Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De zelfstandige betekenis van lid 4 van art. 7:658 BW

HR 23 maart 2012, RvdW 2012, 447 (Davelaar/Allspan)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, art. 7:658 lid 4 BW, zzp’er, zorgplicht
Auteurs Mr. A. Kolder en Mr. R.K.R. Zwols
SamenvattingAuteursinformatie

    Kan een zelfstandige arbeidskracht ook de bescherming inroepen van lid 4 van art. 7:658 BW? Op 23 maart 2012 heeft de Hoge Raad zich hierover moeten uitspreken. In deze bijdrage wordt in het licht van het oordeel van de Hoge Raad stilgestaan bij de toepassingsvoorwaarden van het artikellid. Ook wordt aandacht besteed aan de (vervolg)vraag naar de – op een zorgplichtschending gebaseerde – aansprakelijkheid van de inlener/opdrachtgever conform lid 1-3 van art. 7:658 BW.


Mr. A. Kolder
Mr. A. Kolder is advocaat bij Houkes c.s. Advocaten te Emmen en duaal promovendus en docent privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. R.K.R. Zwols
Mr. R.K.R. Zwols is advocaat bij Houkes c.s. Advocaten te Emmen.
Artikel

Onderwijsinstelling aansprakelijk voor ontoereikende dekking van schoolongevallenpolis?

Enkele beschouwingen naar aanleiding van HR 28 oktober 2011, LJN BQ2324, RvdW 2011, 1313 (Beganovic/Stichting ROC van Twente)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden onderwijsinstelling, verzekerings- en/of waarschuwingsplicht, zorgplicht, onderwijsovereenkomst, onrechtmatige daad
Auteurs Mr. S. Voskamp
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens een door een school (ROC) georganiseerde kartwedstrijd vindt een ongeval plaats. Studente lijdt schade en spreekt het ROC aan wegens het niet hebben van een toereikende schoolongevallenverzekering. Dienen onderwijsinstellingen zich te verzekeren voor risicovolle activiteiten, of te waarschuwen dat een adequate dekking ontbreekt? De Hoge Raad oordeelt van niet. Was er wellicht een andere uitkomst geweest als aan de vordering schending van de onderwijsovereenkomst dan wel gevaarzettend handelen van de school ten grondslag was gelegd?


Mr. S. Voskamp
Mr. S. Voskamp is als docent burgerlijk recht werkzaam bij de afdeling Civiel Recht van de Universiteit Leiden.

    Een overeenkomst kan de rechtspositie van een derde in principe niet wijzigen. Dit wordt wel aangeduid als het beginsel van de ‘relativiteit van de overeenkomst’. In deze bijdrage wordt ingegaan op de wijze waarop dit beginsel op het moment in de literatuur wordt benaderd en de praktische relevantie hiervan.


Mr. A.P. Koburg
Mr. A.P. Koburg is advocaat bij Houthoff Buruma te Rotterdam.

Mr. W. Dijkshoorn
Mr. W. Dijkshoorn is jurist bij de directie Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

Samenhangende overeenkomsten en de gevolgen voor de mogelijkheden van ontbinding en opschorting

HR 20 januari 2012, LJN BU3162 (AgfaPhoto Finance/Foto Noort c.s.) en HR 3 februari 2012, LJN BU4907 (Euretco/Naeije)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden samenhangende overeenkomsten, opschorting, ontbinding, opeisbaarheid vordering, rechtsgevolg
Auteurs Mr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad maakt in AgfaPhoto Finance/Foto Noort c.s. duidelijk dat het bereik van het argument van de nauwe samenhang tussen de overeenkomsten begrensd is voor wat betreft het rechtsgevolg dat aan de samenhang wordt verbonden. De Hoge Raad heeft zich twee weken na AgfaPhoto Finance/Foto Noort c.s. in Euretco/Naeije opnieuw uitgelaten over samenhangende overeenkomsten en de gevolgen voor de mogelijkheden van ontbinding en opschorting. Een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis uit de ene overeenkomst kan de opschorting rechtvaardigen van een verplichting die voortvloeit uit een daarmee samenhangende overeenkomst. Eventuele onzekerheid omtrent het bestaan en de omvang van een mogelijke vordering uit wanprestatie doet niet af aan de opeisbaarheid van die vordering. Een en ander staat ook niet in de weg aan de aanvaarding van een beroep op een opschortingsrecht.


Mr. E.-J. Zippro
Mr. E.-J. Zippro is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek.
Artikel

De persoonlijke aansprakelijkheid van de faillissementscurator: is er eindelijk (volledige) duidelijkheid?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden faillissementscurator, curator, persoonlijke aansprakelijkheid, Maclou, persoonlijk verwijt
Auteurs Mr. E.M. van Orsouw
SamenvattingAuteursinformatie

    De boodschap van de Hoge Raad in het onderhavige arrest is duidelijk: persoonlijke aansprakelijkheid van de curator komt niet al te snel in beeld. Dat is op zich een weinig verrassende boodschap. Het arrest verdient niettemin bespreking, omdat het op twee punten een nadere precisering geeft van de bekende Maclou-norm en ook een aanvullend vereiste geeft ten aanzien van deze Maclou-norm. Dit vereiste van ‘een persoonlijk verwijt’ verdient bovendien nadere aandacht.


Mr. E.M. van Orsouw
Mr. E.M. van Orsouw is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

HR 8 juli 2011, LJN BQ1684, RvdW 2011/905 (G4/Hanzevast): art. 6:277 BW (g)een overbodige bepaling

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden art. 6:277 BW, art. 6:74 BW, positief contractsbelang, zuivering van het verzuim, schadevergoeding bij ontbinding
Auteurs Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht op vergoeding van het positief contractsbelang bij ontbinding wegens wanprestatie vloeit voort uit zowel art. 6:74 BW als art. 6:277 BW. Voor het peilmoment van de schade heeft de schuldeiser de keuze tussen het moment van intreden van het verzuim (art. 6:74 BW) en het moment van ontbinding (art. 6:277 BW).


Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Redelijkheid en billijkheid en hun overlap met verwante wettelijke bepalingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Open normen, Redelijkheid en billijkheid, Samenloop
Auteurs Mr. V. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    De overbekendheid van de redelijkheid en billijkheid leidt ertoe dat daarop vaak een beroep wordt gedaan, ook in gevallen waarin wellicht een andere open norm beschikbaar was. Aan de hand van de wetsgeschiedenis en rechtspraak van de Hoge Raad wordt onderzocht of en in hoeverre die eenzijdige keuze tot problemen kan leiden.


Mr. V. van den Brink
Mr. Van den Brink is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem.
Artikel

Gemengde overeenkomsten

De betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk: kwalificatie van overeenkomsten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Gemengde overeenkomsten, Kwalificatie van overeenkomsten, Samenloop, Bijzondere overeenkomsten, Benoemde overeenkomsten
Auteurs Mr. M.E. Hinskens-van Neck en Mr. L.A.R. Siemerink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de voorganger van het Maandblad voor Vermogensrecht is geschreven over gemengde overeenkomsten, de samenloop van verschillende door de wet benoemde bijzondere overeenkomsten, waarvoor art. 6:215 BW een grondslag biedt. Deze bijdrage bouwt hierop voort. Daartoe wordt ingegaan op de samenloop van verschillende wetsbepalingen en op de samenloop van overeenkomsten, om daarna in te gaan op de norm van art. 6:215 BW. Vervolgens wordt aan de hand van jurisprudentie de betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk besproken.


Mr. M.E. Hinskens-van Neck
Mr. Hinskens-van Neck en mr. Siemering zijn gerechtsauditeurs bij de Hoge Raad der Nederlanden. Deze bijdrage is door hen geschreven op persoonlijke titel.

Mr. L.A.R. Siemerink
Mr. Siemerink is redactielid van MvV.
Toont 1 - 20 van 24 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.