Zoekresultaat: 24 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht x Jaar 2017 x
Artikel

Beperking van de horizontale natrekking bij landsgrensoverschrijdende opstallen en netwerken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2017
Trefwoorden natrekking, lex rei sitae, netwerk, zakelijke rechten
Auteurs Mr. drs. L.W.J. Hoppenbrouwers, Mr. K.A. de Groot en Mr. dr. M.M.G.B. van Drunen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken diverse vragen met betrekking tot horizontale natrekking van landsgrensoverschrijdende opstallen en netwerken. Hierbij passeren naast juridisch-dogmatische vragen enige praktijkgerelateerde vragen de revue. De auteurs bepleiten een strikte toepassing van de lex rei sitae, wat leidt tot een beperking van de horizontale natrekking door de landsgrens.


Mr. drs. L.W.J. Hoppenbrouwers
Mr. drs. L.W.J. Hoppenbrouwers MRICS is notaris verbonden aan Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. K.A. de Groot
Mr. K.A. de Groot is kandidaat-notaris bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. dr. M.M.G.B. van Drunen
Mr. dr. M.M.G.B. van Drunen is kandidaat-notaris bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid en corporate governance

Hebben bestuurders wat te vrezen als ze de Corporate Governance Code schenden?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2017
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, Corporate Governance Code, corporate governance, bestuurder, commissaris
Auteurs Mr. drs. R.T.L. Vaessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Afgelopen jaar was er veel aandacht voor de nieuwe Corporate Governance Code. De Code kent veel bepalingen die het handelen van bestuurders en commissarissen normeren. Dit artikel behandelt de vraag of bestuurders en commissarissen op dit moment vaak aansprakelijk worden gesteld vanwege schending van de Corporate Governance Code, en of zij in dat geval in rechte wat te vrezen hebben.


Mr. drs. R.T.L. Vaessen
Mr. drs. R.T.L. Vaessen is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Het swappen van mededelingsplichten

Over de invloed van MiFID I/II en de Wft op het leerstuk van dwaling

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2017
Trefwoorden renteswaps, dwaling, mededelingsplicht, artikel 6:228 BW
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Renteswaps staan volop in de belangstelling. Vaak wordt getracht een renteswap te vernietigen met een beroep op dwaling. In deze bijdrage wordt ingegaan op de wisselwerking tussen de informatieplichten uit de Wft en de mededelingsplicht van art. 6:228 BW.


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is als gerechtsauditeur verbonden aan de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Het begroten van de schadevergoeding in een collectieve actie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2017
Trefwoorden schadevergoeding, partijdebat, collectief, procesrecht, maatman
Auteurs Mr. A.J. Rijsterborgh
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bij de Tweede Kamer ingediend wetsvoorstel (34608) beoogt het mogelijk te maken om een collectieve schadevergoedingsactie in te stellen. In deze bijdrage wordt betoogd dat – met inachtneming van het abstracte karakter van het partijdebat in een collectieve actie – het begroten van deze schadevergoeding wel zeer nauwgezet dient te gebeuren.


Mr. A.J. Rijsterborgh
Mr. A.J. Rijsterborgh is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Spiegelbeeldige gerechtigdheid, op de grens van de gemeenschap

Een verkenning hoe moet worden omgegaan met het geval waarin een goed onder spiegelbeeldige voorwaarden aan twee personen toebehoort

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2017
Trefwoorden gemeenschap, kwaliteitsrekening, spiegelbeeldige gerechtigdheid, spiegelbeeldige voorwaarden
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage behandelt de auteur het arrest Stichting derdengelden/Ontvanger. De auteur onderzoekt naar aanleiding van dit arrest de grenzen van het begrip gemeenschap en bepleit dat er ruimte is om de gemeenschapsregeling ook toe te passen op dergelijke gevallen van spiegelbeeldige gerechtigdheid.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is juridisch adviseur bij ING te Amsterdam.
Artikel

Wanneer start de korte verjaringstermijn?

De Hoge Raad houdt koers. HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:552 (De Mispelhoef)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2017
Trefwoorden verjaring, rechtsvordering, aansprakelijkheid, schade, onrechtmatige daad
Auteurs Mr. J.M. Fluitsma en Mr. dr. R.D. Lubach
SamenvattingAuteursinformatie

    Niettegenstaande een andere conclusie van de A-G houdt de Hoge Raad vast aan zijn eigen rechtspraak inzake de start van de korte verjaringstermijn van art. 3:310 BW. Daarmee is een juiste balans gevonden tussen de beide rationes van de verjaringsregeling, de rechtszekerheid en de billijkheid.


Mr. J.M. Fluitsma
Mr. J.M. Fluitsma is als advocaat verbonden aan Nysingh advocaten-notarissen in Arnhem.

Mr. dr. R.D. Lubach
Mr. dr. R.D. Lubach is als advocaat verbonden aan Nysingh advocaten-notarissen in Arnhem.
Artikel

Persoonlijke zekerheden in concernfinancieringen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2017
Trefwoorden hoofdelijkheid, borgtocht, garantie, regres, subrogatie
Auteurs Mr. A.R. van Uhm
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt de verschillen tussen diverse voor de financieringspraktijk relevante persoonlijke zekerheidsrechten. Vanuit het perspectief van de financier zijn deze verschillen niet zo wezenlijk als soms wordt verondersteld. Daarnaast komen de rechtsgevolgen bij uitwinning van persoonlijke zekerheidsrechten aan bod, de zorgplicht van de bank bij deze uitwinning, en worden tips gegeven om regres en subrogatie te voorkomen.


Mr. A.R. van Uhm
Mr. A.R. van Uhm is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.
Artikel

Schijn van vertegenwoordiging: naar een nadere invulling van het risicobeginsel

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2017
Trefwoorden vertegenwoordiging, risicobeginsel, opgewekte schijn, toedoen, art. 3:61 BW
Auteurs Mr. drs. P.A. Fruytier
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het arrest ING/Bera kan gerechtvaardigde schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid ook worden gebaseerd op omstandigheden die voor risico van de pseudovertegenwoordigde komen. In dit artikel tracht de auteur mede aan de hand van een drietal recente arresten en de algemene grondslagen voor risicotoerekening een aanzet te geven voor een verdere invulling van dit risicobeginsel.


Mr. drs. P.A. Fruytier
Mr. drs. P.A. Fruytier is (cassatie)advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Schuld en schadevergoeding

Hoe kleurt de zwaarte van de schuld van de aansprakelijke partij het schadevergoedingsdebat?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2017
Trefwoorden schuld, opzet, schade(vergoeding), redelijkheid, aard van de aansprakelijkheid
Auteurs Mr. A.I. Schreuder
SamenvattingAuteursinformatie

    In het schadevergoedingsrecht duikt de mate van de schuld van de aansprakelijke partij steeds op als (mogelijk) relevante factor. Bezien wordt hoe dit element het schadevergoedingsdebat kleurt. De conclusie luidt dat de betekenis van deze factor uiteindelijk beperkt lijkt, vooral omdat hij zich alleen in uiterste vormen goed laat onderscheiden.


Mr. A.I. Schreuder
Mr. A.I. Schreuder is promovenda bij de sectie Burgerlijk Recht van de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    In deze bijdrage wordt sinds het verschijnen van het proefschrift Motive Matters! (2012) over opzettelijk tekortschieten na een korte terugblik een drietal ontwikkelingen besproken waarbij de schuldenaar op een of andere wijze opzettelijk de contractuele vertrouwensband doorbreekt of lijkt te doorbreken.


Mr. drs. M. van Kogelenberg
Mr. drs. M. van Kogelenberg is werkzaam als universitair docent privaatrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Persoonlijke aansprakelijkheid van de curator in verband met verpande vorderingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2017
Trefwoorden pro se, aansprakelijkheid, curator, pandhouder, inning
Auteurs Mr. E.A.L. van Emden
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel onderzoekt wanneer de curator persoonlijk aansprakelijk is jegens de schuldeiser aan wie vorderingen zijn verpand. Eerst wordt de toetsingsmaatstaf geanalyseerd. Daarna wordt ingezoomd op de situaties van actieve inning, betwisting van het pandrecht, opvordering van de afgezonderde incasso-opbrengst, weigering van informatie en termijnstelling ex art. 58 Fw.


Mr. E.A.L. van Emden
Mr. E.A.L. van Emden is advocate bij NN Advocaten (Nationale-Nederlanden) te Den Haag
Artikel

Rechterlijke discretie voor de privaatrechtelijke reactie op ongewenst gedrag

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2017
Trefwoorden privaatrecht, remedies, discretie
Auteurs Prof. mr. ir. T.F.E. Tjong Tjin Tai
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur geeft in dit artikel een quasifilosofische reflectie op de juridische reacties op ongewenst gedrag in het privaatrecht aan de hand van de tweedeling tussen ‘kwaad’ en ‘slecht’ gedrag.


Prof. mr. ir. T.F.E. Tjong Tjin Tai
Prof. mr. ir. T.F.E. Tjong Tjin Tai is hoogleraar privaatrecht aan Tilburg University en onderzoeker bij het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht (TIP).
Artikel

In pari delicto; als de pot de ketel verwijt

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2017
Trefwoorden in pari delicto, nemo auditur, unclean hands, eigen schuld, relativiteit
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en Mr. dr. B.M. Paijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Het aloude adagium in pari delicto wordt in de jurisprudentie maar zelden in expliciete bewoordingen gebruikt. Het heeft in Nederland echter wel degelijk betekenis. Onbetamelijk gedrag van de benadeelde zou zelfs vaker reeds bij de vestiging van aansprakelijkheid in beeld moeten komen, en niet pas bij de omvang van aansprakelijkheid.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar burgerlijk recht aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht en parttime raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

Mr. dr. B.M. Paijmans
Mr. dr. B.M. Paijmans is advocaat bij Doelen Advocatuur en onbezoldigd universitair docent aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Nieuwe piketpalen bij aansprakelijkheidsvorderingen tegen indirecte bestuurders via art. 2:11 BW

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2017
Trefwoorden art. 2:11 BW, indirecte bestuurder, ernstig verwijt, bestuurdersaansprakelijkheid, disculpatie
Auteurs Mr. Y.A. Wehrmeijer en Mr. J.P.W.M. van Heijningen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad slaat nieuwe piketpalen. In het geval van externe bestuurdersaansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder is de indirecte bestuurder hoofdelijk aansprakelijk via art. 2:11 BW. Een persoonlijk ernstig verwijt van de indirecte bestuurder is daarvoor niet nodig. De indirecte bestuurder kan zich wel beroepen op een disculpatiegrond, waarvoor hij de stelplicht en bewijslast draagt.


Mr. Y.A. Wehrmeijer
Mr. Y.A. Wehrmeijer en mr. J.P.W.M. van Heijningen zijn advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam, werkzaam in de praktijkgroep Corporate & Commercial Litigation.

Mr. J.P.W.M. van Heijningen
Artikel

Finaliteit bij hoofdelijkheid? Een gewaarschuwd mens telt voor twee

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden hoofdelijke aansprakelijkheid, massaschadeclaim, regres, art. 6:14 BW, schikking
Auteurs Mr. D.J. Beenders, Mr. A.D. Polkerman en Mr. W. Hofstee
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoofdelijkheid kan het bereiken van een schikking met een finaal karakter voor een individuele (hoofdelijke) schuldenaar compliceren, specifiek in geval van zogenoemde massaschadeclaims. Een individuele schikking met een schuldeiser raakt regresvorderingen van de overige hoofdelijke schuldenaren op de schikkende schuldenaar in beginsel niet. De auteurs beschrijven hoe een schikkende schuldenaar ook finaliteit in deze regresverhouding kan trachten te bevorderen en zij geven diverse wenken in dit verband die in de praktijk mogelijk van pas komen.


Mr. D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders zijn advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. A.D. Polkerman
Mr. A.D. Polkerman zijn advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. W. Hofstee
Mr. W. Hofstee zijn advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Niet-contractuele aansprakelijkheid Unie voor fouten Europese Ombudsman

Schending zorgvuldigheidsbeginsel en redelijke termijn altijd een voldoende gekwalificeerde schending?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden Unieaansprakelijkheid, voldoende gekwalificeerde schending, overheidsaansprakelijkheid, lidstaataansprakelijkheid
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Staelen/Ombudsman heeft het Hof van Justitie geoordeeld over de aansprakelijkheid van de Europese Ombudsman. Het arrest is interessant vanwege de overwegingen over het vereiste van de voldoende gekwalificeerde schending. Dit heeft ook betekenis voor de situatie waarin de Nederlandse overheid in strijd handelt met het Unierecht.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij Zippro Meijer Citteur te Amsterdam.
Artikel

Uitleg in commerciële verhoudingen naar Nederlands en Engels recht: de betekenis van ‘business common sense’ als gezichtspunt

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden uitleg, Haviltex, commerciële verhoudingen, rechtsvergelijking, Engels recht
Auteurs Mr. drs. M. van Kogelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de Nederlandse uitspraak Parkking Ontwikkeling B.V. c.s./Alberts q.q. en de Engelse uitspraak Wood v Capita Insurance Services, respectievelijk gewezen door de Hoge Raad en het Supreme Court. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de vraag of, en zo ja in welke mate, in uitlegkwesties in professionele, commerciële verhoudingen rekening gehouden wordt met ‘zakelijke logica’, ofwel ‘business common sense’. Met andere woorden: kent de rechter gewicht toe aan het argument dat het vanuit commercieel oogpunt onwaarschijnlijk is dat een van beide partijen een bepaalde uitleg heeft voorgestaan?


Mr. drs. M. van Kogelenberg
Mr. drs. M. van Kogelenberg is werkzaam als universitair docent privaatrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Verkrijgende verjaring, tussen rechtszekerheid en individuele rechtvaardigheid

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden verkrijgende verjaring, goede trouw, onrechtmatige daad, schadevergoeding in natura
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Gemeente Heusden/X geeft een baanbrekend oordeel over de rechten van degene die zijn goed is verloren als gevolg van verkrijgende verjaring. Deze persoon kan zijn goed ná de verjaringstermijn bij wege van schadevergoeding in natura opvorderen bij degene die het als gevolg van verkrijgende verjaring heeft verkregen, mits deze persoon wist aan wie het goed toebehoorde en het desondanks in bezit heeft genomen en niet heeft teruggegeven.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is juridisch adviseur bij ING te Amsterdam.
Artikel

Eigendomsvoorbehoud, verpandingen en voorwaardelijk eigendomsrecht

De grens tussen goederenrecht en verbintenissenrecht en mogelijke toepassingen (Rabobank/Reuser)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden overdracht, eigendomsvoorbehoud, eigendom onder opschortende voorwaarde, verpanding, voorwaarde
Auteurs Mr. A.H. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in Rabobank/Reuser bij de overdracht onder eigendomsvoorbehoud het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde erkend en wel als goederenrechtelijk werkende recht (werking jegens derden). Hij schept duidelijkheid en maakt daarmee de toepassing van het eigendomsvoorbehoud en overdracht onder voorwaarden beter hanteerbaar voor de praktijk. Wel zal aan de hand van het arrest nog nadere invulling moeten worden gegeven aan de inhoud van de bevoegdheden van het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde.


Mr. A.H. Scheltema
Mr. A.H. Scheltema is advocaat bij NautaDutilh in Amsterdam.
Artikel

Eigen schuld geen effect?

Over standaardisering in de afweging van wederzijdse verantwoordelijkheid in effectenleasezaken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden effectenlease, precontractuele zorgplicht, eigen schuld, art. 6:101 BW, verdelingsmaatstaf
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    Daar de avonturen in de effectenlease voor alle betrokken partijen slecht afliepen, volgden vele procedures over de wederzijdse verantwoordelijkheid van de financiële instellingen en de particuliere beleggers. Door standaardisering en het aandragen van duidelijke maatstaven probeert de Hoge Raad nu een einde te maken aan de vele geschillen die nog lopen. Naar aanleiding van een recent arrest vat deze bijdrage de maatstaven samen voor het bepalen van de omvang van de schadevergoedingsplicht van de aanbieder van effectenleaseproducten.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht. Zij is tevens parttime raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 24 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.