Zoekresultaat: 21 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht x Jaar 2012 x
Artikel

Drijvende woning in het algemeen een roerende zaak

HR 9 maart 2012, LJN BV8198 (Marina)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2012
Trefwoorden drijvende woning, roerende zaak, schip, portacabin, art. 3:3 BW
Auteurs Mr. I.A.F. Hendriksen
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 9 maart 2012 (LJN BV8198) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een drijvende woning (‘marina’) in het algemeen een roerende zaak is. In deze bijdrage betoogt de auteur dat op deze kwalificatie het een en ander valt af te dingen. Voorts blijken drijvende woningen in het belastingrecht, het huurrecht en het bestuursrecht op een verschillende wijze te worden behandeld. Uit praktijk- en rechtszekerheidsoogpunt is dit een onwenselijke situatie.


Mr. I.A.F. Hendriksen
Mr. I.A.F. Hendriksen is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Een dilemma uit de bankpraktijk: verrekenen of uitwinnen?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2012
Trefwoorden verrekening, openbaar pandrecht, actio Pauliana, faillissement
Auteurs Mr. A.C.L. Zwalve
SamenvattingAuteursinformatie

    Als de bank een ruime verrekeningsbevoegdheid heeft en een pandrecht op de vorderingen van de rekeninghouder op haarzelf heeft zij een keuze. Buiten en ten tijde van faillissement heeft een beroep op verrekening praktische voordelen, maar in het zicht van faillissement biedt de uitwinning van het pandrecht meer verhaal.


Mr. A.C.L. Zwalve
Mr. A.C.L. Zwalve is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Belastingplan 2013: de beoogde versterking van het bodemvoorrecht van de fiscus

Juridische en economische implicaties

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2012
Trefwoorden bodemvoorrecht fiscus, stil pandrecht, eigendomsvoorbehoud, bodemverhuur, Pauliana, Invorderingswet 1990
Auteurs Mr. R. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Als gevolg van een voorgenomen aanpassing van de Invorderingswet 1990 in het kader van het Belastingplan 2013 worden de rechten van financiers met een stil pandrecht en eigendomsvoorbehoud ondergeschikt gemaakt aan het bodemvoorrecht van de fiscus. Met het oog op de te verwachten juridische en economische implicaties pleit de auteur voor opschorting en heroverweging van de voorgestelde aanpassing.


Mr. R. van den Bosch
Mr. R. van den Bosch is als bedrijfsjurist werkzaam voor ING Bank.
Artikel

Collectieve afwikkeling van massaschade in faillissement

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2012
Trefwoorden DSB, collectieve afwikkeling van massaschade, faillissement, verificatieprocedure, WCAM-procedure
Auteurs Mr. drs. J.W.A. Biemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van het DSB-faillissement beoogt wetsvoorstel 33 126 (onder meer) de collectieve afwikkeling van massaschade in faillissement te vergemakkelijken door kort gezegd de verificatieprocedure in faillissement te vervangen door de WCAM-procedure. Naast een bespreking van de voorgestelde regeling bevat de bijdrage enkele aanbevelingen voor de wetgever.


Mr. drs. J.W.A. Biemans
Mr. drs. J.W.A. Biemans is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Wettelijke aansprakelijkheidsbeperking voor DNB en AFM

Hoe hoog komt de nieuwe lat te liggen?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden aansprakelijkheidsbeperking DNB en AFM, uitleg opzet en grove schuld
Auteurs Mr. S. Sahtie
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de in juli 2012 aangenomen wet besproken waarmee de aansprakelijkheid van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) wordt beperkt tot kort gezegd opzet en grove schuld. De auteur gaat in op de uitleg van de begrippen opzet en grove schuld en onderzoekt hoe hoog de nieuwe lat voor aansprakelijkheid komt te liggen ten opzichte van de aanvankelijk geldende norm van een ‘behoorlijk en zorgvuldig handelende toezichthouder’. Ook wordt ingegaan op onder andere het causaliteitsvereiste, de omkeringsregel en enkele relevante ontwikkelingen op Europeesrechtelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat DNB en AFM op grond van de nieuwe wettelijke regeling vrijwel immuun zijn gemaakt voor aansprakelijkheid.


Mr. S. Sahtie
Mr. S. Sahtie is Legal Counsel bij ABN AMRO Bank N.V. en was daarvoor als jurist werkzaam bij De Nederlandsche Bank (DNB).
Artikel

Banesto/Caldéron Camino – Unierechtelijke geboden en verboden bij toetsing aan Europees consumentenrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden ambtshalve toetsing, consumentenrecht, Unierecht, partiële nietigheid, conversie, betalingsbevelprocedure
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest Banesto van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 juni 2012 nader ingegaan op de verplichtingen die vanuit het EU-recht rusten op nationale rechters bij toetsing aan Europees consumentenrecht.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Arbitraal beding in algemene voorwaarden niet per definitie onredelijk bezwarend in business-to-consumer verhoudingen

Denk niet zwart, denk niet grijs, denk niet zwart-wit, maar in de kleur van ... de concrete omstandigheden van het geval

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden arbitraal beding, arbitragebeding, onredelijk bezwarend, Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, zwarte lijst
Auteurs Mr. dr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    De geldigheid van arbitrale bedingen in algemene voorwaarden die de consument de toegang tot de overheidsrechter ontzeggen, staat al geruime tijd ter discussie. Hoewel de regeling betreffende algemene voorwaarden in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek reeds in 1992 is ingevoerd en de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten vanaf 1993 is ingetreden, is er tot nu toe geen eenduidig antwoord mogelijk op de vraag of een arbitraal beding in business-to-consumer verhoudingen onredelijk bezwarend is. In deze bijdrage wordt aan de hand van HR 21 september 2012, LJN BW6135 (Van Marrum/de opdrachtgever) nader ingegaan op de vraag of een arbitraal beding in algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is voor de consument.


Mr. dr. E.-J. Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Kwalificatie effectenleaseproducten als koop op afbetaling; mogelijke gevolgen voor aandelengerelateerde beloningen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2012
Trefwoorden effectenlease, koop op afbetaling, toestemmingsvereiste, aandelengerelateerde beloningen
Auteurs Mr. I.D.J. Willemars
SamenvattingAuteursinformatie

    In een arrest van 23 december 2011 heeft de Hoge Raad bepaald dat effectenleaseproducten, bestaande uit een lening- en een koopelement, met verschillende rentetermijnen en aflossing ineens, als koop op afbetaling kunnen kwalificeren. Onderzocht wordt of dit gevolgen heeft voor de toekenning van aandelengerelateerde beloningen.


Mr. I.D.J. Willemars
Mr. I.D.J. Willemars is advocate bij Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen te Rotterdam.
Artikel

Wanneer is fout ook goed fout? Beroepsaansprakelijkheid van advocaten onder de loep

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2012
Trefwoorden beroepsfout, advocaat, maatstaf beroepsaansprakelijkheid, praktijkvoering
Auteurs Mr. J.M.L. van Duin, Mr. T. Novakovski en Mr. C.B. Vreede
SamenvattingAuteursinformatie

    Advocaten worden regelmatig geconfronteerd met beroepsaansprakelijkheidsclaims. De maatstaf van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat wordt ingevuld in de (lagere) rechtspraak. In deze bijdrage wordt de rechtspraak over 2010, 2011 en 2012 in kaart gebracht en geanalyseerd. Deze rechtspraak biedt een aantal handvatten voor de praktijkvoering van advocaten.


Mr. J.M.L. van Duin
Mr. J.M.L. van Duin, mr. T. Novakovski en mr. C.B. Vreede zijn advocaten bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. T. Novakovski

Mr. C.B. Vreede

Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon
Charlotte Pavillon is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Groningen Centre for Law and Governance (RUG). Mijn dank gaat uit naar Jesse Meindertsma voor zijn waardevolle bijdrage aan de totstandkoming van dit artikel.

mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

mr. dr. T.H.M. van Wechem
Mr. dr. T.H.M. van Wechem is verbonden aan Baker & McKenzie advocaten in Amsterdam, directeur van Law@Work B.V en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

    Deze bijdrage bespreekt de remedies uit het GEKR die de koper bij niet-nakoming door de verkoper ten dienste staan. Bezien wordt of de regeling met betrekking tot de remedies vergeleken met het Nederlands recht voordelen kan opleveren voor de koper of de verkoper. Vooral de aandacht verdienen de nakoming, de schadevergoeding en de ontbinding, maar ook zal worden stilgestaan bij enkele algemene punten met betrekking tot de uitoefening van remedies, zoals de klachtplicht. De conclusie luidt dat koper en verkoper allebei geen duidelijke redenen hebben om voor het GEKR te kiezen wat de regeling van de remedies betreft.


Mr. drs. M. van Kogelenberg
Mr. drs. M. van Kogelenberg is wetenschappelijk onderzoeker en docent bij de sectie Burgerlijk Recht, Erasmus School of Law.

dr. T. Heremans
Dr. T. Heremans is Parlementair Assistente bij het Europees Parlement. De visie weergegeven in deze bijdrage is die van de auteur en weerspiegelt niet noodzakelijk de opinie van het Europees Parlement.
Artikel

De regresvordering in de Nederlandse financieringspraktijk na het arrest ASR Verzekeringen/Achmea

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden regres, toekomstige vordering, hoofdelijkheid, ontstaan regresvordering
Auteurs Prof. mr. R.M. Wibier
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht wat het arrest ASR Verzekeringen/Achmea (HR 6 april 2012, LJN BU3784), waarin de Hoge Raad heeft geoordeeld dat de regresvordering op grond van art. 6:10 lid 2 BW ‘pas ontstaat indien de hoofdelijk verbonden schuldenaar de schuld voldoet voor meer dan het gedeelte dat hem aangaat’, betekent voor de financieringspraktijk.


Prof. mr. R.M. Wibier
Prof. mr. R.M. Wibier is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg en advocaat in Amsterdam. E-mail: r.m.wibier@uvt.nl.
Artikel

Onrechtmatigheid in de relatie aandeelhouder-crediteur

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden art. 6:162 BW, aandeelhoudersaansprakelijkheid, bijzondere zorgplicht, doorbraak van aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.W.H. van den Heuvel
SamenvattingAuteursinformatie

    Een aandeelhouder kan op grond van art. 6:162 BW aansprakelijk zijn voor de schade van de crediteuren van de vennootschap in wier kapitaal hij aandelen houdt. Hierbij gaat het meestal om aanzienlijke bedragen. Het is voor hem dan ook belangrijk om te weten onder welke omstandigheden hij het risico loopt onrechtmatig te handelen tegenover de crediteuren. Deze bijdrage zet een aantal van die omstandigheden op een rij.


Mr. M.W.H. van den Heuvel
Mr. M.W.H. van den Heuvel is advocaat bij Allen & Overy te
Artikel

HR 21 oktober 2011, NJ 2011, 494 (DFM/Mobiel Lease)

Eigenaar van stil verpande auto draagt zonder kentekenbewijs deel II de eigendom over: derdenbescherming door art. 3:86 lid 2 BW en dit tegen beschikkingsonbevoegdheid?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden beschikkingsonbevoegdheid, beperkt recht, zakelijk recht, overdracht, bekrachtiging
Auteurs Mr. J.H.M. van Swaaij
SamenvattingAuteursinformatie

    Volkswagendealer en eigenaar van (nagenoeg) nieuwe, stil verpande Volkswagen Transporter draagt zonder kentekenbewijs deel II de eigendom over aan koper. Wordt deze beschermd door art. 3:86 lid 2 BW, en dit tegen beschikkingsonbevoegdheid? Hoe behandelt de Hoge Raad ons fundamentele goederenrecht?


Mr. J.H.M. van Swaaij
Mr. J.H.M. van Swaaij is advocaat (cassatiepraktijk) en juridisch sparringpartner voor advocaten (lawyer’s lawyer) bij Van Swaaij Cassatie & Consultancy te Nijmegen.

    Een overeenkomst kan de rechtspositie van een derde in principe niet wijzigen. Dit wordt wel aangeduid als het beginsel van de ‘relativiteit van de overeenkomst’. In deze bijdrage wordt ingegaan op de wijze waarop dit beginsel op het moment in de literatuur wordt benaderd en de praktische relevantie hiervan.


Mr. A.P. Koburg
Mr. A.P. Koburg is advocaat bij Houthoff Buruma te Rotterdam.

Mr. W. Dijkshoorn
Mr. W. Dijkshoorn is jurist bij de directie Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

Girale betaling, automatische incasso en het recht van storno

HR 16 september 2011, LJN BQ8732 (SNS/Pasman q.q.)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden betalingstransacties, giraal betalingsverkeer, incasso, stornering
Auteurs Mr. dr. B. Bierens
SamenvattingAuteursinformatie

    In HR 16 september 2011 (LJN BQ8732, SNS/Pasman q.q.) oordeelde de Hoge Raad over automatische incasso en de bevoegdheid tot het terugboeken door de bank van geïncasseerde tegoeden (‘stornering’). Deze bevoegdheid kan ook worden uitgeoefend zonder dat sprake is van een overschrijding van de kredietlimiet op de geïncasseerde rekening. Deze bijdrage plaatst het arrest in de bredere context van het giraal betalingsverkeer.


Mr. dr. B. Bierens
Mr. dr. B. Bierens is hoofd Legal Department Wholesale, Corporate Finance, bij Rabobank Nederland.
Artikel

Redelijkheid en billijkheid en hun overlap met verwante wettelijke bepalingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Open normen, Redelijkheid en billijkheid, Samenloop
Auteurs Mr. V. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    De overbekendheid van de redelijkheid en billijkheid leidt ertoe dat daarop vaak een beroep wordt gedaan, ook in gevallen waarin wellicht een andere open norm beschikbaar was. Aan de hand van de wetsgeschiedenis en rechtspraak van de Hoge Raad wordt onderzocht of en in hoeverre die eenzijdige keuze tot problemen kan leiden.


Mr. V. van den Brink
Mr. Van den Brink is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem.
Artikel

Gemengde overeenkomsten

De betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk: kwalificatie van overeenkomsten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Gemengde overeenkomsten, Kwalificatie van overeenkomsten, Samenloop, Bijzondere overeenkomsten, Benoemde overeenkomsten
Auteurs Mr. M.E. Hinskens-van Neck en Mr. L.A.R. Siemerink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de voorganger van het Maandblad voor Vermogensrecht is geschreven over gemengde overeenkomsten, de samenloop van verschillende door de wet benoemde bijzondere overeenkomsten, waarvoor art. 6:215 BW een grondslag biedt. Deze bijdrage bouwt hierop voort. Daartoe wordt ingegaan op de samenloop van verschillende wetsbepalingen en op de samenloop van overeenkomsten, om daarna in te gaan op de norm van art. 6:215 BW. Vervolgens wordt aan de hand van jurisprudentie de betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk besproken.


Mr. M.E. Hinskens-van Neck
Mr. Hinskens-van Neck en mr. Siemering zijn gerechtsauditeurs bij de Hoge Raad der Nederlanden. Deze bijdrage is door hen geschreven op persoonlijke titel.

Mr. L.A.R. Siemerink
Mr. Siemerink is redactielid van MvV.
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.