Zoekresultaat: 33 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht x Jaar 2013 x
Artikel

Van 403-verklaringen, achterstelling en afhankelijkheid

403-perikelen rondom de onteigening van SNS

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2013
Trefwoorden 403-verklaring, achterstelling, afhankelijkheid, SNS REAAL, rangorde
Auteurs Mr. S. Timmerman en Mr. R.M. de Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden enkele aspecten van de 403-verklaring behandeld, die ook aan de orde zijn gekomen in de schadeloosstellingsprocedure bij de Ondernemingskamer naar aanleiding van de onteigening van SNS. Het betreft de vraag of een vordering uit hoofde van een 403-verklaring als een zelfstandig recht moet worden beschouwd en de vraag welke rang een vordering uit hoofde van een 403-verklaring inneemt.


Mr. S. Timmerman
Mr. S. Timmerman is werkzaam bij de Nederlandsche Bank.

Mr. R.M. de Winter
Mr. R.M. de Winter is werkzaam bij de Nederlandsche Bank.
Artikel

Bank, zorgplicht en derden: enkele lessen voor de bancaire praktijk

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2013
Trefwoorden bank, zorgplicht, derden, beleggersbescherming, onderzoeksplicht
Auteurs Mr. A.J.C.M. Meijs
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bank heeft een zorgplicht jegens derden wanneer zij zich realiseert dat mogelijk door een cliënt zonder een vereiste Wft-vergunning wordt gehandeld, waardoor derden schade kunnen ondervinden. De bank moet dan onderzoek doen naar de cliënt. Nadat de bank onderzoek heeft gedaan en ervan overtuigd is dat er niet overeenkomstig de vergunningsplicht wordt gehandeld, moet de bank aan dat gevaar voor beleggers adequaat een einde maken. In de jurisprudentie zijn verschillende mogelijkheden aan de orde geweest, maar zij zijn niet allemaal even adequaat.


Mr. A.J.C.M. Meijs
Mr. A.J.C.M. Meijs is in april 2013 afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen op de bancaire zorgplicht jegens derden.
Artikel

Directe horizontale werking van primair Unierecht in de praktijk

Een illustratie aan de hand van de verdragsbepalingen inzake het vrije verkeer van goederen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2013
Trefwoorden directe horizontale werking, Unierecht, nietigheid, recht op schadevergoeding, ambtshalve toepassing
Auteurs Mr. drs. T.S. Hoyer
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage maakt inzichtelijk welke mogelijkheden het Unierecht de praktijk biedt. Een illustratie aan de hand van de verdragsbepalingen inzake het vrije verkeer van goederen laat zien hoe het Unierecht kan leiden tot de nietigheid van een rechtshandeling, een recht op schadevergoeding of een plicht tot ambtshalve toepassing.


Mr. drs. T.S. Hoyer
Mr. drs. T.S. Hoyer studeerde Onderneming & Recht en Biomedische Wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Ambtshalve toepassing van consumentenbeschermend EU-recht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2013
Trefwoorden ambtshalve, rechtsstrijd, matiging, onderzoeksplicht, consumenten
Auteurs Mr. dr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoe ver reikt de plicht tot ambtshalve toepassing van consumentenrecht? Uit recente jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad volgt dat deze ook rust op de appèlrechter. In deze bijdrage wordt besproken welke gevolgen deze jurisprudentie heeft voor de feitenrechters en hoe zij daar invulling aan kunnen geven.


Mr. dr. A.G.F. Ancery
Mr. dr. A.G.F. Ancery is werkzaam bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

De gevolgen van samenhang tussen een leningsovereenkomst en een renteswap

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden samenhangende overeenkomsten, Jans/FCN, swap, lening, lotsverbondenheid
Auteurs Mr. R.J.W. Analbers
SamenvattingAuteursinformatie

    Vonnis van de Rechtbank Noord-Nederland van 20 maart 2013: samenhang tussen een leningsovereenkomst en een renteswap leidt volgens de rechtbank niet tot lotsverbondenheid tussen die overeenkomsten. De auteur bespreekt het vonnis aan de hand van het leerstuk van de samenhangende overeenkomsten, zoals dit voor het eerst door de Hoge Raad is aanvaard in het arrest Jans/FCN.


Mr. R.J.W. Analbers
Mr. R.J.W. Analbers is advocaat bij Rutgers & Posch te Amsterdam en adviseert en procedeert op het gebied van het vermogensrecht en insolventierecht.
Artikel

De vermogensrechtelijke koers van het cognossement

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden handelsrecht, cognossement, Europees privaatrecht, derdenbeding, traditio longa manu
Auteurs Mr. H. Logmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In de bijdrage komt de verhouding tussen het handelsrecht en het vermogensrecht aan de orde. Die verhouding wordt geïllustreerd met de vraag op welke wijze een cognossement aan order moet worden ingepast in het goederen- en verbintenissenrecht. De gevonden dogmatische constructies passen bij enkele actuele trends in het vermogensrecht, namelijk een toegenomen aandacht voor business-to-business-verhoudingen en de aanzetten die gegeven zijn om te komen tot een Europees privaatrecht.


Mr. H. Logmans
Mr. H. Logmans is medewerker bij het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad.
Artikel

De Interventiewet en de grenzen van het algemeen vermogensrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden Interventiewet, SNS, onteigening, eigendom, overdracht, actio pauliana
Auteurs Mr. B. Bierens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de Interventiewet kan De Nederlandsche Bank (DNB) een bank of verzekeraar die in problemen verkeert, overdragen aan een andere private financiële instelling en kan de minister van Financiën eventueel overgaan tot nationalisatie. Hoewel het grootste deel van de Interventiewet in de publiekrechtelijke Wet op het financieel toezicht (Wft) is opgenomen, is deze wet ook vermogensrechtelijk van belang. Deze bijdrage verkent enkele vermogensrechtelijke aspecten.


Mr. B. Bierens
Mr. B. Bierens is jurist bij Rabobank Nederland en als fellow verbonden aan het Instituut voor Financieel Recht (IFR), onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Bail-in: over de (wettelijke) beperking van rechten van crediteuren

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden crediteuren, bail-in, kredietinstelling, afwikkeling, onteigening
Auteurs Mr. drs. A.D.S. Hoeblal en Mr. J.J.A. Wiercx
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ingrijpen in de positie van crediteuren door het bail-in-instrument vormt aanleiding voor onze bijdrage. Deze bijdrage schetst een beeld van het bail-in-instrument en de gevolgen voor crediteuren van kredietinstellingen. Bail-in vormt – ondanks de genoemde nadelen – een meer dan welkome aanvulling op het bestaande instrumentarium.


Mr. drs. A.D.S. Hoeblal
Mr. drs. A.D.S. Hoeblal is werkzaam bij De Nederlandsche Bank NV.

Mr. J.J.A. Wiercx
Mr. J.J.A. Wiercx is werkzaam bij De Nederlandsche Bank NV.
Artikel

Rabobank/Donselaar en de parallelle schuld

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden Rabobank/Donselaar, Rabobank/Visser, executoriale kracht, parallelle schuld, partijautonomie
Auteurs Mr. M.R.J. Linck
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nadere beschouwing over de vormgeving van zekerhedendocumentatie met het oog op de executoriale kracht daarvan naar aanleiding van de beslissing van de Hoge Raad inzake Rabobank/Donselaar. Ter illustratie past de auteur de criteria van de Hoge Raad toe op een ‘parallelle schuld’ hypotheekakte.


Mr. M.R.J. Linck
Mr. M.R.J. Linck is advocaat te Amsterdam

    De Hoge Raad wees op 12 april jl. een arrest over de schadevergoeding die een ontvanger moet betalen als hij toerekenbaar niet in staat is de ingevolge een naderhand vernietigde rechtshandeling ontvangen prestatie aan de betaler terug te geven. In deze bijdrage wordt het arrest onder de loep genomen.


Mr. F. Damsteegt-Molier
Mr. F. Damsteegt-Molier is rechter bij de Rechtbank Rotterdam. Deze bijdrage heeft zij op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Regels over de werking van de redelijkheid en billijkheid?

Een analyse van de rechtspraak van de Hoge Raad

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden redelijkheid en billijkheid, open norm, subregel, proportionele aansprakelijkheid, arbitragebeding
Auteurs Mr. P.T.J. Wolters
SamenvattingAuteursinformatie

    Soms is de redelijkheid en billijkheid afhankelijk van regels die een vast rechtsgevolg koppelen aan de aanwezigheid van een omstandigheid. Deze bijdrage is gericht op het creëren van duidelijkheid over de rol van deze ‘harde subregels’. Zij besteedt in het bijzonder aandacht aan de rechtspraak van de Hoge Raad.


Mr. P.T.J. Wolters
Mr. P.T.J. Wolters is onderzoeker bij het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De Aanbestedingswet 2012, een terechte verdere begrenzing van de contractsvrijheid voor aanbestedende diensten?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Aanbestedingswet 2012, proportionaliteit, MKB, contractsvrijheid, beperking
Auteurs Mr. J.H. Hollenbeek Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Aanbestedingswet 2012 bevat bepalingen die leiden tot een verdergaande beperking van de contractsvrijheid voor aanbestedende diensten dan voorheen het geval was onder het Bao en Bass. In deze bijdrage zal worden ingegaan op de vraag in hoeverre deze verdergaande beperking van de contractvrijheid gerechtvaardigd is in het licht van het uitgangspunt van contractsvrijheid tussen partijen.


Mr. J.H. Hollenbeek Brouwer
Mr. J.H. Hollenbeek Brouwer is werkzaam bij De Nederlandsche Bank
Artikel

Totstandkoming van overeenkomsten en afbreken van onderhandelingen in de context van een gereguleerde aanbestedingsprocedure

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden aanbesteding, Aanbestedingswet 2012, totstandkoming van overeenkomsten, afbreken van onderhandelingen
Auteurs Prof. mr. C.E.C. Jansen en Mr. S. Prent
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook overeenkomsten die worden aanbesteed komen tot stand door aanbod en aanvaarding. De aanbesteder aanvaardt het aanbod van de winnende inschrijver met een afzonderlijke wilsverklaring na(ast) de mededeling van de gunningsbeslissing. Die aanvaarding moet schriftelijk plaatsvinden. Wanneer de aanbesteder na de mededeling van de gunningsbeslissing alsnog besluit af te zien van zijn voornemen om het aanbod van de winnende inschrijver te aanvaarden, moet de aldus ontstane situatie worden afgewikkeld met behulp van het privaatrechtelijk leerstuk van afgebroken onderhandelingen. Het publiekrechtelijk aanbestedingsrecht werkt vervolgens door in dat leerstuk door kleur te geven aan de wijze waarop het, in de specifieke context van een gereguleerde aanbesteding, moet worden toegepast.


Prof. mr. C.E.C. Jansen
Prof. mr. C.E.C. Jansen is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, hoogleraar privaatrechtelijk bouwrecht aan de Universiteit van Tilburg, raadsheer plaatsvervanger in het Hof Den Bosch en vicevoorzitter van de Commissie van Aanbestedingsexperts.

Mr. S. Prent
Mr. S. Prent is docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Beide auteurs verrichten onderzoek in het kader van het onderzoeksprogramma ‘Public Contracts: Law & Governance’.
Artikel

Private aanbestedingen: (weer) vrijheid blijheid?

Een pleidooi voor meer redelijkheid en billijkheid naar aanleiding van het arrest KLM/Schoonmaakdiensten, HR 3 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2900

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden private aanbesteding, contractsvrijheid, precontractuele redelijkheid en billijkheid, aanbestedingsrechtelijke beginselen, leuren
Auteurs Prof. mr. J.M. Hebly en Mr. J.W.A. Meesters
SamenvattingAuteursinformatie

    Private opdrachtgevers die aanbesteden, worden steeds meer gebonden geacht aan Europese aanbestedingsrechtelijke beginselen. Met een arrest van de Hoge Raad over een private aanbesteding door KLM lijkt het tij gekeerd. De vraag is echter of de vrijheden die KLM zich voorbehield, te verenigen zijn met de precontractuele redelijkheid en billijkheid.


Prof. mr. J.M. Hebly
Prof. mr. J.M. Hebly is advocaat bij Houthoff Buruma en tevens hoogleraar bouw- en aanbestedingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. J.W.A. Meesters
Mr. J.W.A. Meesters is advocaat bij Houthoff Buruma.
Artikel

De invloed van bestuursrechtelijke normen op het privaatrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden verhouding publiek-privaatrecht, private regulering, toezicht, open normen
Auteurs Mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Het publiekrecht (bestuursrecht) kan op verschillende wijzen doorwerken in het privaatrecht, onder meer via privaatrechtelijke open normen en het behartigen van publieke belangen door private entiteiten. Beide nemen een grote vlucht. Dat creëert nieuwe uitdagingen in het grensgebied tussen het (internationale en nationale) publiek- en privaatrecht.


Mr. M.W. Scheltema
Mr. M.W. Scheltema is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en deeltijdhoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Eigendomsvoorbehoud, overdracht en verpanding van eigendom onder opschortende voorwaarden

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden eigendomsvoorbehoud, overdracht, verpanding, opschortende voorwaarden, voorwaardelijk eigendom
Auteurs Mr. A.H. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Een eigendomsvoorbehoudskoper verkrijgt een recht dat uitgroeit tot het volledige eigendomsrecht als de prestatie is voldaan, een faillissement van de verkoper verhindert dit niet. De eigendomsvoorbehoudskoper verkrijgt een eigendomsverwachtingsrecht waarover hij in goederenrechtelijke zin kan beschikken. Het eigendomsverwachtingsrecht is een goederenrechtelijk recht dat zich systematisch het best laat beschrijven als beperkt recht.


Mr. A.H. Scheltema
Mr. A.H. Scheltema is advocaat bij NautaDutilh.
Artikel

Uitleg en wenselijkheid van het cessie- en verpandingsverbod

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden cessieverbod, verpandingsverbod, goederenrechtelijke werking, contractsvrijheid, uitleg
Auteurs Mr. A.E. Goossens
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan de wenselijkheid van de goederenrechtelijke werking van een niet-overdraagbaarheidsbeding. Ook wordt het verband tussen een niet-overdraagbaarheidsbeding en een niet-verpandbaarheidsbeding besproken en wordt beoordeeld of ingrijpen door de wetgever geboden is.


Mr. A.E. Goossens
Mr. A.E. Goossens is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

‘Degene die recht zoekt, doet dat in gebondenheid’

Over redelijkheid en billijkheid en Wiarda’s ‘Drie typen van rechtsvinding’

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden rechtsvinding, vage normen, redelijkheid en billijkheid, rechter
Auteurs Mr. dr. P.S. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de rechtsvinding ten aanzien van de redelijkheid en billijkheid centraal. Betoogd wordt dat de rechter zich bij toepassing van deze norm niet kan verlaten op een louter ‘billijkheids- en zedelijkheidsgevoel’, maar actief op zoek moet gaan naar manieren om zijn oordeel te objectiveren en voor de rechtsgemeenschap aanvaardbaar en navolgbaar te maken.


Mr. dr. P.S. Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam en advocaat te Amsterdam.
Artikel

‘Elk voordeel heeft zijn nadeel’, of toch niet?

Het berekenen van de goodwillvergoeding bij beëindiging van een agentuurovereenkomst

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden handelsagent, agentuurovereenkomst, klantenvergoeding, provisie, goodwillvergoeding
Auteurs Mr. D.E. Alink
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest T-Mobile/Klomp heeft de Hoge Raad uiteengezet hoe de klantenvergoeding ex art. 7:442 BW wordt bepaald. De door de handelsagent verloren provisie speelt daarbij een belangrijke rol. Toch mag niet worden geconcludeerd dat het nadeel van de handelsagent leidend is; bepalend is het voordeel van de principaal.


Mr. D.E. Alink
Mr. D.E. Alink is gerechtsauditeur bij de Hoge Raad en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Den Haag.
Artikel

Het fiduciaverbod nieuw leven ingeblazen?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden fiduciaverbod, zekerheidseigendom, voorwaardelijke eigendom, eigendomsvoorbehoud, cessie
Auteurs Mr. O. Salah
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van recente rechtspraak van lagere instanties besproken of het fiduciaverbod nieuw leven is ingeblazen. De auteur behandelt daarbij de ontwikkeling van de fiduciaire eigendomsoverdracht onder het oud BW, de invoering van het fiduciaverbod in 1992 en de relativering ervan over de afgelopen twee decennia.


Mr. O. Salah
Mr. O. Salah is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam, promovendus aan de Universiteit van Tilburg en Junior Fellow van het European Banking Center.
Toont 1 - 20 van 33 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.