Zoekresultaat: 23 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht x Jaar 2010 x
Jurisprudentie

Verduisteren en verzwijgen: hoe ver reikt de toepassing van artikel 3:194 lid 2 BW?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden toepassingsbereik artikel 3:194 lid 2 BW, verzwijgen en verduisteren, wettelijke verdeling
Auteurs Mw. prof. mr. B.E. Reinhartz
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 3:194 lid 2 BW geeft als sanctie voor het verzwijgen of verduisteren van gemeenschappelijke goederen dat degene die de verzwijging of verduistering pleegt, zijn aandeel in het verduisterde of verzwegene verbeurt aan de andere deelgenoot/deelgenoten. Recentelijk is er in verschillende tijdschriften aandacht besteed aan de werking van deze bepaling in het relatievermogensrecht. In deze bijdrage wordt ingegaan op de functie van dit artikel in het relatievermogensrecht, waarna de vraag naar de toepassing in het erfrecht nadere aandacht krijgt. Daarbij rijst onder meer de vraag of deze bepaling ook kan werken als er een wettelijke verdeling is.


Mw. prof. mr. B.E. Reinhartz
Mw. prof. mr. B.E. Reinhartz is hoogleraar notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het legaat van vruchtgebruik en de inferieure making

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden legaat van vruchtgebruik, legitieme portie, beperkt recht, inferieure makingen
Auteurs Mr. P.C. van Es
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de aandacht uit naar de precieze wettelijke basis van de bevoegdheid van de legitimaris bepaalde (inferieure) makingen te verwerpen zonder dat de waarde hiervan in mindering komt van zijn legitieme. Het gaat hierbij om makingen die aan de legitimaris slechts het vruchtgebruik (of een ander beperkt recht) op goederen van de nalatenschap geven of hem die goederen doen verkrijgen, bezwaard met een recht van vruchtgebruik (of een ander beperkt recht). Bij de behandeling van deze materie wordt ook in breder verband aandacht besteed aan de vraag of een beperkt recht al dan niet een latent onderdeel uitmaakt van het vermogen waartoe de volle eigendom behoort.


Mr. P.C. van Es
Mr. P.C. van Es is universitair hoofddocent notarieel recht aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Een oude OBV; vaststelling van de vorderingen van de kinderen en legitieme naar oud of naar nieuw recht?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden ouderlijke boedelverdeling, wettelijke verdeling, vaststelling vordering, legitieme portie, overgangsrecht
Auteurs Prof. mr. E.E.A. Luijten en Mw. prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage kozen wij een vonnis van de Rechtbank Assen, d.d. 8 september 2010, zaaknummer/rolnummer , aan de hand waarvan wij enige beschouwingen geven over de vaststelling van de vorderingen van de kinderen bij een oude ouderlijke boedelverdeling in een uiterste wil die dateert van 2002 of eerder, terwijl de erflater is overleden na 1 januari 2003. In de te bespreken casus was ook een twistpunt of op de legitieme portie, waarin een van de kinderen was gesteld in deze uiterste wil, de oude of de nieuwe legitieme-regeling toegepast diende te worden.


Prof. mr. E.E.A. Luijten
Prof. mr. E.E.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de RU Nijmegen.

Mw. prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. W.R. Meijer is hoogleraar privaatrecht aan de OU Nederland te Heerlen.
Artikel

Internationale testamenten en het Haags Testamentsvormenverdrag 1961

Beoordeling van de formele geldigheid van testamentaire beschikkingen in Nederland, nu en in de toekomst

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden internationaal erfrecht/IPR-erfrecht, Haags Testamentsvormenverdrag 1961, Boek 10 BW, Europese Erfrechtverordening, (internationale) testamentsvormen, formele geldigheid testamenten
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    De formele geldigheid van testamentaire beschikkingen moet in internationale gevallen in Nederland worden beoordeeld aan de hand van het Haags Testamentsvormenverdrag 1961, waarvan de inhoud op hoofdlijnen wordt besproken. De ophanden zijnde ontwikkelingen op het gebied van het internationaal erfrecht in de vorm van de invoering van Boek 10 BW en de Europese Erfrechtverordening zouden hierin verandering kunnen brengen. De auteur toont aan dat dit vooralsnog niet het geval lijkt te zijn: Boek 10 BW verwijst enkel naar het verdrag en de vormgeldigheid van testamenten wordt niet door het in de verordening aangewezen recht beheerst. Geanalyseerd wordt of dit ten aanzien van de Europese Erfrechtverordening nu wel zo’n gelukkige keuze is, welke vraag ten slotte ontkennend wordt beantwoord.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen (j.g.knot@rug.nl).
Jurisprudentie

De kantonrechter kiest voor een ruime uitleg van artikel 4:35 BW

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Som ineens, Art. 4:35, Minderjarige(n), Levensonderhoud, Kinderalimentatie, Wettelijke verdeling, Art. 4:13
Auteurs Mr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van een beschikking van de kantonrechter te Amsterdam van 30 september 2010 (zaaknummer VB 138306). De casus betreft een erflater die krachtens versterferfrecht als zijn erfgenamen heeft achtergelaten een echtgenote en een dertienjarige dochter geboren uit een eerder huwelijk dat door echtscheiding is geëindigd. De wettelijke verdeling (art. 4:13) is van toepassing. De kantonrechter geeft aan de woorden “voor zover deze nodig is” in art. 4:35 een ruime uitleg. Ondanks het bestaan van een ouder en stiefouder die in staat zijn in het levensonderhoud van de dochter te voorzien, wordt de som ineens van art. 4:35 vastgesteld. De schrijver gaat in op verschillende aspecten van de beschikking.


Mr. J.H.M. ter Haar
Mr. J.H.M. (Hans) ter Haar is docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

De verwijzingsregel van artikel 1 van het Haags Testamentsvormenverdrag 1961

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, verwijzingsregel, uiterste wil, formele geldigheid, artikel 1 lid 3 Haags Testamentsvormenverdrag 1961, begrip woonplaats
Auteurs Mr. W. Breemhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Het besproken arrest heeft in de kern betrekking op de toepassing van artikel 1 lid 3 van het Haags Testamentsvormenverdrag 1961. Volgens deze verdragsbepaling wordt het antwoord op de vraag of een testateur woonplaats op een bepaalde plaats had, bepaald door het recht van die plaats.


Mr. W. Breemhaar
Mr. W. Breemhaar is vice-president van het Gerechtshof Leeuwarden.
Artikel

Verdeling met toedeling van vruchtgebruik

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden verdeling, gemeenschap, vruchtgebruik, nalatenschap, overdrachtsbelasting
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de vraag of het civielrechtelijk mogelijk is bij de verdeling van een gemeenschap aan een van de deelgenoten het vruchtgebruik van een tot de gemeenschap behorende onroerende zaak toe te delen, waarbij aan de overige deelgenoten de hoofdgerechtigdheid tot deze zaak wordt toegedeeld. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, is de verkrijging van het vruchtgebruik bij de verdeling van een huwelijksgemeenschap of nalatenschap op grond van artikel 3 lid 1 onderdeel b Wbr (‘verkrijging krachtens verdeling’) een van heffing van overdrachtsbelasting uitgezonderde verkrijging.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is werkzaam als kandidaat-notaris bij Greenille in Rotterdam (djmaasland@greenille.nl).
Artikel

De ex-echtgenoot van een deelgenoot in de verdeling van een nalatenschap: ‘in’ of ‘out’?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden verdeling nalatenschap, oudere en jongere gemeenschappen, artikel 3:170 BW, bijzondere verknochtheid
Auteurs Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    Mede op basis van twee recente uitspraken geeft de auteur inzicht in de gevolgen van het al dan niet uitsluiten van de ex-echtgenoot van een erfgenaam bij de verdeling van een nalatenschap. Daarbij stelt de auteur onder meer de vraag hoe de belangen van de ex-echtgenoot worden behartigd als deze niet bevoegd zou zijn aan de verdeling van de nalatenschap mee te werken. Wat gebeurt er vervolgens met de levering van de bij de verdeling toegedeelde goederen? Kan men om artikel 3:170 lid 2 BW heen? De notariële praktijk zal vooral artikel 3:195 BW ter harte nemen: een verdeling waaraan een van de deelgenoten of degenen die moesten meewerken aan de verdeling, niet hebben deelgenomen, is nietig dan wel vernietigbaar.


Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld
Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld is juridisch directeur van Netwerk Notarissen, kandidaat-notaris en docent bij het Centrum voor Notarieel Recht aan de RU Nijmegen.
Jurisprudentie

Wanneer eindigt de bevoegdheid tot beheer van de executeur?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden executeur, boedelbeschrijving, rekening en verantwoording, bewind, beneficiaire aanvaarding
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Mw. prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage vragen wij (wederom) aandacht voor de positie van de executeur. In de erfrechtelijke jurisprudentie neemt de executeur een belangrijke plaats in, zoals ook blijkt uit het aantal uitspraken waarin executele aan de orde kwam, dat wij reeds in dit tijdschrift bespraken.1x Zie jaargang 2005, nr 2, p. 37, jaargang 2007, nr 1, p. 15 en nr 5, p. 94, jaargang 2008, nr 5, p. 76, jaargang 2009, nr 3, p. 51 en nr 5, p. 80, alsmede jaargang 2010, nr 3, p. 45. Is één van de erfgenamen tot executeur benoemd, dan doet zich de vraag voor in hoeverre de combinatie van erfgenaamschap en executeurschap een gelukkige is. Naar onze mening dient deze vraag in het algemeen ontkennend te worden beantwoord. In de casus van het hier te bespreken vonnis was de executeur geen erfgenaam, maar wel legataris. Het wantrouwen van de erfgenamen was echter ook hier groot. Aan de orde was de vraag wanneer een executeur klaar is met zijn werkzaamheden. De beantwoording van deze vraag is niet alleen hier aanleiding tot conflicten, waarbij erfgenamen zich eerder op het standpunt stellen dan de executeur zelf, dat hij zijn opdracht heeft voltooid. De rechter zal dan in het uiterste geval de oplossing moeten geven.

Noten

  • 1 Zie jaargang 2005, nr 2, p. 37, jaargang 2007, nr 1, p. 15 en nr 5, p. 94, jaargang 2008, nr 5, p. 76, jaargang 2009, nr 3, p. 51 en nr 5, p. 80, alsmede jaargang 2010, nr 3, p. 45.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de RU Nijmegen.

Mw. prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. Meijer is hoogleraar privaatrecht aan de OU Nederland te Heerlen.
Artikel

De Europese verklaring van erfrecht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden internationaal erfrecht/IPR-erfrecht, Europese Erfrechtverordening, (Europese) verklaring van erfrecht, afwikkeling nalatenschappen
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    De op handen zijnde Europese Erfrechtverordening introduceert onder meer een Europese verklaring van erfrecht. Doel daarvan is de grensoverschrijdende boedelafwikkeling binnen de EU sneller en efficiënter te kunnen doen plaatsvinden. In deze bijdrage wordt aan de hand van het thans voorliggende voorstel uitgebreid stilgestaan bij de behoefte aan een dergelijke verklaring, de procedurele gang van zaken, alsmede de inhoud en de rechtsgevolgen van de verklaring. De conclusie luidt dat de komst van een Europese erfrechtverklaring positief moet worden gewaardeerd, maar dat het huidige voorstel op diverse punten aanscherping en verduidelijking behoeft.


Mr. J.G. Knot
Universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen; j.g.knot@rug.nl.
Artikel

Enkele aspecten van het vruchtgebruiktestament in 2010

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden vruchtgebruiklegaat, aanmerkelijk belangaandelen, doorschuifregeling, afgifte legaat, eigen woning, blote eigendom, WOZ-waarde
Auteurs Mr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het vruchtgebruiktestament en gaat daarbij in op een aantal wijzigingen die in 2009 en 2010 in de Successiewet 1956 en in de Wet IB 2001 zijn doorgevoerd en die voor de uitvoering van dergelijke testamenten van belang zijn.


Mr. K.M.L.L. van de Ven
Mr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en is tevens werkzaam als kandidaat-notaris bij Metis Notarissen Maastricht Airport.
Jurisprudentie

De onzekere datum van overlijden

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden erfrecht, onderbewindstelling/bewind, Volmacht, Overdracht
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en mw. prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een uitspraak besproken die handelt over een onderbewindstelling van het vermogen van de rechthebbende in de zin van artikel 1:431 BW, waarbij de bewindvoerder een onder zijn bewind vallende onroerende zaak verkoopt, terwijl de rechthebbende vóór de levering overlijdt.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de RU Nijmegen.

mw. prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. W.R. Meijer is emeritus hoogleraar aan de Open Universiteit Nederland te Heerlen.
Artikel

De testamentaire stichting

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden stichting, erfrecht, uiterste wilsbeschikking
Auteurs Mr. T.F.H. Reijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    De wet geeft de mogelijkheid bij uiterste wilsbeschikking een stichting op te richten. Door middel van een dergelijke stichting kunnen erfrechtelijke moeilijkheden worden opgelost of voorkomen. Uitgebreid wordt ingegaan op de oprichtingsvereisten en de gevolgen van gebreken daarin. Voorts wordt stilgestaan bij eisen die gesteld kunnen worden aan de inhoud van de statuten en de wijze van benoeming en ontslag van bestuurders. Tot slot komen ook enkele praktische aspecten aan de orde, waaronder die ten aanzien van de algemeen nut beogende instelling.


Mr. T.F.H. Reijnen
Mr. T.F.H. Reijnen is verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht, Radboud Universiteit Nijmegen (theo@reijenadvies.nl).
Jurisprudentie

De benoeming van een executeur-testamentair bij codicil

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden erfrecht, executeur-testamentair, codicil, bevoegdheden executeur, geldigheid, overgangsrecht
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en mw. prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Besproken wordt een tweetal uitspraken, die beide betrekking hebben op de benoeming van een executeur-testamentair volgens het oude erfrecht in een codicil. Daarbij is allereerst het overgangsrecht aan de orde. In de tweede plaats is van belang de geldigheid van het codicil en ten slotte de bevoegdheden van de executeur, wiens benoeming bij codicil onder het huidige recht als geldig beoordeeld wordt.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de RU Nijmegen.

mw. prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. Meijer is hoogleraar privaatrecht aan de OU Nederland te Heerlen.
Jurisprudentie

Herenigd schilderij onderwerp van internationale erfrechtelijke puzzel

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden IPR-erfrecht: bijzonder erfrechtregime, IPR-voorrangsregels, wijziging last, natrekking
Auteurs Mw. prof. mr. B.E. Reinhartz
SamenvattingAuteursinformatie

    Een schilderij, dat decennialang uit twee aparte delen bestond, is weer samengevoegd in een intensieve restauratie. Op een deel van het schilderij rust een testamentaire last betreffende een tentoonstellingsverplichting op grond van een Monegaskisch testament; het andere deel behoort toe aan een andere partij. In deze bijdrage wordt besproken hoe om te gaan met de last die niet compatibel is met de wensen van de andere eigenaar. Daarbij wordt de nadruk gelegd op vragen van internationaal privaatrecht en Nederlands goederenrecht.


Mw. prof. mr. B.E. Reinhartz
Mw. prof. mr. B.E. Reinhartz is hoogleraar aan de UvA.
Artikel

Vruchtgebruik met vervreemdings- en verteringsbevoegdheid

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden vruchtgebruiktestament, vervreemdings- en verteringsbevoegdheid, schenk- en erfbelasting, inkomstenbelasting, waardering
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    In tegenstelling tot het klassieke vruchtgebruik, dat primair is gericht op instandhouding van het vermogen, wordt in de testamentenpraktijk steeds vaker vruchtgebruik met vervreemdings- en verteringsbevoegdheid geadviseerd en toegepast. Deze bijdrage bevat een civielrechtelijke analyse van vruchtgebruik met vervreemdings- en verteringsbevoegdheid, waarbij de grenzen van de verteringsbevoegdheid worden verkend en ingegaan wordt op de verhouding tussen verteringsbevoegdheid en de zorg van een goed vruchtgebruiker. Ook wordt in de bijdrage ingegaan op een aantal fiscale aspecten, te weten de waardering van vruchtgebruik met verteringsbevoegdheid voor zowel de schenk- en erfbelasting als de inkomstenbelasting en de betaling van de door vruchtgebruiker en hoofdgerechtigden verschuldigde belasting.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is kandidaat-notaris bij Greenille te Rotterdam (djmaasland@greenille.nl).
Artikel

Analogische wetstoepassing en overgangsrecht met betrekking tot artikel 4:52 BW

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden uiterste wilsbeschikking, echtgenoot, aanstaande echtgenoot, scheiding van tafel en bed, echtscheiding, vervallen van een uiterste wilsbeschikking
Auteurs Mr. W. Breemhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Er is geen plaats voor analogische toepassing van artikel 4:52 BW, dat bepaalt dat een ten behoeve van een echtgenoot of aanstaande echtgenoot gemaakte uiterste wilsbeschikking vervalt door een daarna ingetreden echtscheiding of scheiding van tafel en bed. Evenmin is plaats voor toepassing van deze bepaling op dergelijke, onder het oude recht gemaakte beschikkingen van een erflater die onder het huidige recht overlijdt.


Mr. W. Breemhaar
Mr. W. Breemhaar is vice-president van het Gerechtshof Leeuwarden.
Jurisprudentie

De uitleg van een polis levensverzekering en de erfrechtelijke gevolgen daarvan

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden levensverzekering, Begunstiging, leer van het eigen recht, leer van het afgeleide recht
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en mw. prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een vonnis van de Rechtbank Utrecht besproken, waarbij de bekende vraag werd beantwoord of een uitkering levensverzekering de nalatenschap van de erflater op wiens leven de verzekering was gesloten, passeert of dat de derde die als begunstigde is aangewezen, een eigen recht op de uitkering heeft.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de RU Nijmegen.

mw. prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. Meijer is hoogleraar privaatrecht aan de OU Nederland te Heerlen.
Artikel

Rentebepalingen in de gewijzigde Successiewet 1956

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden rentebepalingen, samengestelde rente, direct opeisbare lening, testamentaire rente, fictieve schenking, aangiftetermijn
Auteurs Mw. mr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de rentebepalingen in de gewijzigde Successiewet 1956. Bestaande testamenten zullen in verband met de wijzigingen moeten worden aangepast om gecompliceerde berekeningen bij successieaangiften te voorkomen. Laagrentende of renteloze leningen moeten op korte termijn eveneens worden aangepast teneinde een fictieve schenking te voorkomen.


Mw. mr. K.M.L.L. van de Ven
Mw. mr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en tevens kandidaat-notaris bij Metis notarissen.
Artikel

De schenking onder opschortende voorwaarde in het licht van de vernieuwde Successiewet 1956

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden opschortende voorwaarde, Successiewet 1956, internationale consequenties, overgangsrecht
Auteurs Prof. dr. F. Sonneveldt en mw. mr. drs. B.B.A. de Kroon LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari jl. is de herziene Successiewet 1956 (hierna: SW 1956) in werking getreden. Een van de onderwerpen waarvoor in de herziene wet een geheel nieuwe benadering geldt, betreft schenkingen onder opschortende voorwaarde. Op verzoek van de redactie bespreken wij in deze bijdrage de gevolgen van de herziene wet ten aanzien van dergelijke schenkingen. Daarbij besteden wij in het bijzonder aandacht aan de mogelijke consequenties die de vernieuwde wetgeving met zich meebrengt voor internationale casusposities.


Prof. dr. F. Sonneveldt
Prof. dr. F. Sonneveldt is partner/aandeelhouder Mazars Paardekooper Hoffman N.V. te Rotterdam, hoogleraar Successiewet en Estate Planning aan de Universiteit van Leiden en bijzonder hoogleraar Successiewet en Estate Planning aan de Universiteit van Utrecht (e-mail: frans.sonneveldt@mazars.nl).

mw. mr. drs. B.B.A. de Kroon LL.M
Mw. mr. drs. B.B.A. de Kroon LL.M is estate planner bij Mazars Paardekooper Hoffman N.V. te Rotterdam en docent Successiewet en Estate Planning aan de Universiteit van Leiden (e-mail: bianca.dekroon@mazars.nl).
Toont 1 - 20 van 23 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.