Zoekresultaat: 10 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht x
Uit het veld

De algoritmische waakhond

Datagedreven mededingingstoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2-3 2018
Trefwoorden algoritme, detectie, mededinging, datagedreven, toezicht
Auteurs Jan Sviták en Erik Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan wij in op de vraag hoe een mededingingsautoriteit datagedreven technieken kan inzetten om effectiever te worden. Machine learning is in de laatste jaren enorm populair geworden, levert vaak snel goede resultaten op en vormt de basis voor succes van vele e-commerce-bedrijven die (bijna) dagelijks machine learning-algoritmes toepassen om de optimale prijzen te bepalen van al hun producten, gegeven historische transacties die concurrenten aanbieden en gelet op de omvang van de eigen voorraad. Machine learning is echter alleen geschikt voor specifieke vraagstukken. Het verschil tussen causaliteit en voorspelkracht speelt daarbij een belangrijke rol. Vaak past een ‘ouderwetse’ statistische analyse beter bij de onderzoeksvraag over oorzaak en gevolg. Voorbeelden van nuttige toepassingen van machine learning-technieken zijn voorspellingsmodellen en verkennende data-analyse, die op nieuwe inzichten kan wijzen of bepaalde gebeurtenissen kan signaleren. Wij bespreken een simpel algoritme toegepast op detectie van veranderingen in prijsdata en laten zien hoe dit tijdrovende handmatige analyses kan vervangen. Een mededingingsautoriteit kan soortgelijke algoritmes als een belangrijke en noodzakelijke aanvulling gebruiken op de ‘ouderwetse’ maar eveneens nuttige statistische analyses voor o.a. opsporing van kartels. De methode is flexibel qua inzet in verschillende markten en toepassingen van diverse aannames over het gedrag van ondernemingen.


Jan Sviták
Dhr. J. Sviták is econometrist bij het Economisch Bureau van de Autoriteit Consument en Markt en extern PhD student aan Tilburg University.

Erik Brouwer
Prof. Dr. E. Brouwer is clusterhoofd big data bij SEO Economisch Onderzoek en bijzondere hoogleraar mededinging en innovatie aan Tilburg University.
Artikel

Doelverschuiving binnen toezichthoudende organisaties: typologie en optreden

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden doelverschuiving, toezichtdoel, verminderde/contraproductieve effecten
Auteurs Kees Huizinga en Martin De Bree
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit conceptuele artikel wordt doelverschuiving binnen toezichthoudende organisaties verkend. Onderscheid wordt gemaakt in drie types doelverschuiving, te weten doelverplaatsing, doelversmalling en doelverbreding. Indicaties voor het optreden van elk van deze types binnen toezichthoudende organisaties worden beschreven. Geconcludeerd wordt dat doelverschuiving de doeltreffendheid van toezicht ongemerkt aanzienlijk negatief kan beïnvloeden.


Kees Huizinga
Drs. K. Huizinga is buitenpromovendus Erasmus Universiteit Rotterdam en Senior adviseur Rijkswaterstaat.

Martin De Bree
Dr. Ing. M.A. de Bree MBA is post-doctorate researcher Rotterdam School of Management/ Erasmus Institute of Business/Regulation Management.
Artikel

Op zoek naar gemeenschappelijke oorzaken van ‘toezichtsincidenten’

De onderschikking van inhoud aan proces en efficiency

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Fyra, parlementaire enquête, vakdeskundigheid
Auteurs Dr. Karin van Wingerde en Prof. mr. Gustaaf Biezeveld
Auteursinformatie

Dr. Karin van Wingerde
Dr. C.G. van Wingerde is universitair docent criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en lid van de redactie van Tijdschrift voor Toezicht.

Prof. mr. Gustaaf Biezeveld
Prof. mr. G.A. Biezeveld is emeritus hoogleraar milieurecht, voormalig officier van justitie en lid van de redactie van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

Betalen versus bepalen

De hernieuwde verhouding tussen de minister en de AFM en DNB vanuit het perspectief van de financiering van toezicht en de politieke onafhankelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden financieel toezicht, bekostiging van toezicht, onafhankelijkheid van toezichthouders, ministeriële verantwoordelijkheid voor financieel toezicht
Auteurs mr. drs. K. Raaijmakers
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op de vraag hoe de onttrekkende beweging van de overheid bij de financiering van financieel toezicht zich verhoudt tot de versteviging van de bevoegdheden van de minister van Financiën ten aanzien van de financieeltoezichthouders. Deze vraag raakt de ministeriële verantwoordelijkheid enerzijds en de politieke onafhankelijkheid van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) anderzijds. Daarnaast past deze vraag in een bredere discussie rondom de financiering van toezicht en het uitoefenen van controle op de toezichthouder door de overheid.
    Per 1 januari 2013 geldt een nieuwe bekostigingssystematiek voor het financieel toezicht. Deze systematiek leidt tot een geringere overheidsbijdrage aan de kosten van financieel toezicht. Blijkens de wetsgeschiedenis is de wijziging met name ingegeven door pragmatisme. Hiermee wordt gebroken met de meer principiële en uniforme overwegingen die tot die tijd ten grondslag lagen aan de doorbelasting van de toezichtkosten. In een tijd waarin financieel toezicht wordt geïntensiveerd, zowel binnen als buiten de Nederlandse landsgrenzen, brengt dit de nodige budgettaire onzekerheid voor onder toezicht staande ondernemingen met zich. De minister heeft de verantwoordelijkheid de ontwikkeling van de toezichtkosten te bewaken. Deze verantwoordelijkheid en de wens om meer invloed te kunnen uitoefenen op het financieel toezicht heeft geleid tot vernieuwing van het ‘toezichtarrangement’ van de minister op AFM en DNB. Ook in deze wijzigingen klinkt pragmatisme door.


mr. drs. K. Raaijmakers
Mr. drs. K. Raaijmakers is werkzaam voor Clear Conduct, een adviesbureau dat zich richt op het verbeteren van toezicht. Daarnaast is zij als wetenschappelijk docent verbonden aan de Master Financieel Recht van de Erasmus School of Law (Erasmus Universiteit Rotterdam).
Artikel

Toezichthouders op de tram

Een studie naar de handhaving van het ov-verbod in Amsterdam en Rotterdam

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden beveiligers, handhavers, boa’s, openbaar vervoer, ov-verbod
Auteurs Dr. R. van Steden, Mr. drs. M.B. Schuilenburg, L. Leemeijer MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Zogeheten ‘nieuwe toezichthouders’ in de vorm van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) en particuliere beveiligers moeten in Amsterdamse en Rotterdamse trams service verlenen en huisregels handhaven. Bij overtreding van deze huisregels kunnen zij in het uiterste geval een openbaarvervoerverbod (ov-verbod) aan reizigers opleggen. Onderhavige studie laat zien welke haken en ogen daar in de praktijk aan zitten.


Dr. R. van Steden
Dr. R. van Steden is universitair docent aan de afdeling Bestuurswetenschappen (Faculteit der Sociale Wetenschappen) van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. drs. M.B. Schuilenburg
Mr. drs. M.B. Schuilenburg is universitair docent aan de afdeling Criminologie (Faculteit Rechten) van de Vrije Universiteit Amsterdam.

L. Leemeijer MSc
L. Leemeijer MSc heeft Criminologie gestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

L. Loots MSc
L. Loots MSc heeft Bestuurswetenschappen gestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Diversen

Meten van de effecten van toezicht

‘Yes we can!’?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden toezicht, effecten, effectmeting
Auteurs Prof. dr. H.B. Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    In de tweede Kaderstellende visie op toezicht uit 2005 is het uitgangspunt ‘minder last, meer effect’, zoals de titel van dat kabinetsstuk luidt. Toezichtslasten moeten worden teruggedrongen en de meerwaarde van toezicht, het effect, moet toenemen. Maar, wat zijn effecten van toezicht? Hoe kunnen toezichtseffecten worden vastgesteld? Waarom is het belangrijk aandacht te schenken aan effecten van toezicht? De Inspectieraad besteedt veel aandacht aan dit onderwerp, hoe kan het dat inspecties en autoriteiten op dat vlak maar langzaam in beweging komen? Gelukkig zijn er ook goede voorbeelden van effectmetingen, ook in de Nederlandse inspectiepraktijk. Dit artikel belicht een aantal van die ‘best practices’ en geeft enkele adviezen en handreikingen.


Prof. dr. H.B. Winter
Prof. dr. H.B. Winter is bijzonder hoogleraar Toezicht aan de faculteit rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen en directeur van onderzoeks- en adviesbureau Pro Facto te Groningen.

Prof. dr. J.M.G. Frijns
Prof. dr. J.M.G Frijns is bijzonder hoogleraar Financial Markets and Corporate Governance aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Evaluatie van de theorie en praktijk van het nieuwe onderwijstoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Evaluatie, toezichtmodel, risicoanalyse, Governance, onderwijs
Auteurs Dr. I.F. de Wolf en Drs. J.J.H. Verkroost
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel evalueert de theorie en praktijk van het Nederlandse onderwijstoezicht. We focussen hierbij op drie belangrijke wijzigingen, namelijk (a) het risicogerichte toezicht, (b) de bestuursaanpak en (c) de uitbreiding van het interventierepertoire. Het artikel laat zien dat zeer zwakke scholen zich over het algemeen verbeteren en dat er eerste indicaties zijn van een daling van het totaal aantal zeer zwakke scholen. Het toezicht is daarnaast vooral efficiënter geworden: er is minder toezichtlast voor scholen en het toezicht wordt gedaan met minder inspecteurs. Verder blijkt de risicoanalyse betrouwbaar en valide, maar gevoelig voor strategisch gedrag. De detectiesnelheid is met de risicoanalyse verbeterd, maar de risicoanalyse kent wel veel valse positieven. De rol van de besturen rond kwaliteitsverbetering is versterkt en verbeterafspraken met besturen worden als effectief ervaren. Bij een deel van de besturen ontbreekt wel een bruikbare verantwoording. Verder kan betere positionering van leerlingen en ouders in theorie tot meer kwaliteitsverbetering op scholen leiden, maar is hiervan in de praktijk nauwelijks sprake.


Dr. I.F. de Wolf
Dr. I.F. de Wolf is werkzaam aan Stanford University (USA) / Universiteit van Amsterdam en is programmamanager R&D bij de Inspectie van het Onderwijs.

Drs. J.J.H. Verkroost
Drs. J.J.H. Verkroost is coördinerend inspecteur bij de Inspectie van het Onderwijs.
Artikel

Zorgspecifieke fusietoets is overbodig en ongewenst

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden fusie, zorgspecifieke fusietoets, Zeeuwse ziekenhuisfusie, toezichtkader NMa
Auteurs Dr. M. Varkevisser en Prof. dr. F.T. Schut
SamenvattingAuteursinformatie

    Het fusietoezicht van de NMa in de gezondheidszorg staat veelvuldig ter discussie. Minister Schippers (VWS) is van plan een zorgspecifieke fusietoets in te voeren om de tendens tot schaalvergroting in de zorgsector tegen te gaan. Bij deze fusietoets, die vooraf gaat aan een eventuele fusietoets door de NMa, moet de IGZ beoordelen welke effecten een zorgfusie naar verwachting heeft op de kwaliteit en bereikbaarheid van zorg. Hoewel het toezicht op zorgfusies inderdaad beter kan, is de invoering van een zorgspecifieke fusietoets overbodig en ongewenst. Zoals de beoordeling van de Zeeuwse ziekenhuisfusie laat zien, brengt een zwaardere rol voor de IGZ bij afwezigheid van eenduidige en objectieve criteria ten aanzien van de vereiste (minimum)kwaliteit het risico met zich mee dat zorgfusies om redenen van vermeende kwaliteitsvoordelen te gemakkelijk worden goedgekeurd. De tendens tot schaalvergroting wordt door de zorgspecifieke fusietoets dus eerder versterkt dan verzwakt. Een zorgspecifieke fusietoets is daarom niet alleen overbodig maar ook ongewenst. Het recent aangescherpte toezichtkader biedt de NMa voldoende houvast om fusies te verbieden die de keuzemogelijkheden in de zorg te sterk beperken.


Dr. M. Varkevisser
Dr. M. Varkevisser is universitair hoofddocent bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. F.T. Schut
Prof. dr. F.T Schut is hoogleraar bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Voor wie of wat is systeemtoezicht zinvol?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden systeemtoezicht, interne borging, zelfregulerend vermogen, risicoanalyse
Auteurs Dr. M.E. Honingh en Dr J.K. Helderman
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zoektocht naar meer doeltreffende en doelmatige arrangementen van overheidstoezicht, gooit ‘systeemtoezicht’ de laatste jaren hoge ogen. Binnen de rijksoverheid en Inspectieraad heeft zich in de afgelopen jaren in korte tijd een generieke beleidstheorie van systeemtoezicht ontwikkeld. Systeemtoezicht is gepresenteerd als ware het de Haarlemmerolie waarmee kwalen behorend bij overheidstoezicht zouden kunnen worden verholpen. Maar is het dat ook? In dit artikel betogen wij aan de hand van empirisch onderzoek in een zestal sectoren dat de beleidstheorie van systeemtoezicht zoals die zich ontwikkeld heeft vooral is gestoeld op verwachtingen in plaats van op empirie.


Dr. M.E. Honingh
Dr. M.E. Honingh is universitair docent bij de opleiding Bestuurskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Dr J.K. Helderman
Dr. J.K. Helderman is universitair docent bij de opleiding Bestuurskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.