Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 16 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht x
Artikel

Access_open Tien aanpassingen aan het Nederlands procesrecht in het licht van de datagedreven samenleving en autonome systemen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden autonome systemen, datagedreven besluitvorming, profilering, procesrecht
Auteurs Bart van der Sloot en Sascha van Schendel
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland transformeert naar een datagedreven samenleving. De politie, de Belastingdienst en uitkeringsinstanties experimenteren met Big Data; private partijen, zoals sociale media, banken, en medische organisaties gebruiken algoritmes en profielen om beleidskeuzes te maken. Daarbij worden beleidskeuzes steeds meer geautomatiseerd. Uit de substantiële hoeveelheden data die worden verzameld worden patronen, correlaties en waarschijnlijke verbanden tussen verschillende datapunten gedestilleerd. De profielen die op basis daarvan worden vervaardigd worden gebruikt om keuzes te maken over toekomstige gevallen. Hierdoor wordt het besluit- en beleidsvormingsproces in toenemende mate gestandaardiseerd. De hoop is dat de door data-analyse geïnformeerde besluiten kwalitatief beter zullen zijn en dit de uitvoering van het beleid effectiever en efficiënter zal maken. In onderzoek dat is verricht in opdracht van het ministerie van Justitie en veiligheid wordt geconcludeerd dat tien veranderingen aan het Nederlands recht nodig zijn om deze transitie in goede banen te leiden.


Bart van der Sloot
Dr. B. van der Sloot is senior researcher aan het Tilburg Institute for Law, Technology and Society (TILT) van Tilburg University.

Sascha van Schendel
S. van Schendel is promovendus aan het Tilburg Institute for Law, Technology and Society (TILT) van Tilburg University.
Artikel

Onderzoek naar de mogelijke juridische integratie van de Elektriciteits-, Gas- en Warmtewet en een uniform toezicht op de energiesector

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Integrale energiewet, energietransitie, toezicht, ACM
Auteurs Saskia Lavrijssen, Frits van der Velde, Patrick Köpsel Sanz e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft de belangrijkste bevindingen weer van een onderzoek naar de vraag in hoeverre integratie van de Nederlandse Gas-, Elektriciteits- en Warmtewet en de stroomlijning van het toezicht hierop mogelijk is. Op basis van de bevindingen van dit onderzoek zijn drie belangrijke conclusies te trekken. Allereerst bestaan grote mogelijkheden tot integratie van de Gaswet en Elektriciteitswet 1998 en de uniformering van het toezicht hierop. Desalniettemin bestaan ook barrières tot integratie. Zo leiden de begripsomschrijvingen van de kernbegrippen tot problemen voor integratie. Dit probleem wordt verergerd door de recente inwerkingtreding van de Europese netwerkcodes door de Europese Commissie, die buiten het bestek van dit onderzoek vallen. Daarnaast bestaan grote verschillen tussen de Warmtewet enerzijds en de Gas- en Elektriciteitswet anderzijds, omdat de bepalingen uit de Warmtewet een gebrek aan vergelijkbare artikelen vertonen. Daarom kan worden geconcludeerd dat de huidige Warmtewet nog niet te integreren is met de huidige Elektriciteitswet 1998 en Gaswet. Ten derde komen de meeste belemmeringen voort uit Nederlands beleid. Dit betekent dat de Nederlandse wetgever de ruimte heeft om de verschillende bepalingen aan te passen en te integreren. Op basis van bovenstaande conclusies en wanneer er speciale aandacht aan het begrippenkader wordt gegeven lijkt het mogelijk om een integrale energiewet met geharmoniseerd toezicht door de Autoriteit Consument en Markt in de elektriciteits- en gasmarkt te creëren, mits de grenzen van het Europees recht en technologische kenmerken van de markten worden gerespecteerd.


Saskia Lavrijssen
Prof. dr. S. Lavrijssen is hoogleraar Economic Regulation and Market Governance aan Tilburg University.

Frits van der Velde
Drs. F. van der Velde is senior beleidsadviseur bij VEMW.

Patrick Köpsel Sanz
Patrick Köpsel Sanz is master student aan Tilburg University.

Glenn Heusschen
Glenn Heusschen is master student aan Tilburg University.
Casus

Ontwikkeling van een afwegingskader vertrouwen voor toezichthouders

Lessen uit de praktijk van de IGJ

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Vertrouwen, Toezicht, operationaliseren, afwegingskader, gezondheidszorg
Auteurs Sandra Spronk, Heleen Buijze, Paul Zwietering e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Diverse toezichthouders hebben vertrouwen in ondertoezichtstaanden gekozen als uitgangspunt. Inspecteurs van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) vinden vertrouwen een lastig te hanteren begrip. Tegelijk geven zij aan dat vertrouwen wel een grote rol speelt bij hun oordeel en handhaving. Ze missen echter handvatten om de afweging van vertrouwen in de zorgaanbieder te kunnen expliciteren en te onderbouwen. Dit is voor de IGJ aanleiding om vanuit het perspectief van de IGJ praktijkonderzoek te doen naar het begrip vertrouwen. Dit leidt tot het afwegingskader.


Sandra Spronk
Dr. S. Spronk is adviseur Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Heleen Buijze
Drs. P.H. Buijze is Inspecteur Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Paul Zwietering
Dr. P.J. Zwietering is Inspecteur Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Roland Friele
Dr. ir. R.D. Friele is adjunct-directeur en hoogleraar Nivel/Tranzo Tilburg University.

Paul Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is hoogleraar iBMG, Erasmus Universiteit.

    Digitale gegevensuitwisseling tussen toezicht- en opsporingsinstanties betekent een nieuwe manier van werken. Voor welke vragen staat de uitvoeringspraktijk en is die er klaar voor? En hoe staat het met de wetgeving? In dit artikel staat de praktijk bij de totstandkoming van Inspectieview Milieu centraal. Dit traject is een voorbeeld van hoe het elders gaat of zou kunnen gaan. Maar er is meer nodig… In eerste instantie een brede verkenning naar de manier waarop toezicht en opsporing met elkaar samenwerken en op welke wijze ICT daarbij kan ondersteunen. Een belangrijke vervolgvraag is wat daar wettelijk nog voor nodig is. De uitvoeringspraktijk hoeft daar niet op te wachten. Er kan al gestart worden met een gezamenlijke ‘Gedragscode samenwerking en informatie-uitwisseling toezicht en opsporing’ zodat niemand meer het wiel hoeft uit te vinden.


Mr. Caroline Coolen
Mr. C.J. Coolen (1971) is Privacy Officer bij het Nederlands Forensisch Instituut. Daarvoor heeft zij bij het Openbaar Ministerie/Functioneel Parket gewerkt aan de totstandkoming van samenwerkings- en privacyafspraken tussen toezichthouders, gemeenten, opsporingsdiensten en private partijen op het gebied van fraude, ondermijning en milieucriminaliteit. Zij is betrokken bij verschillende (interdepartementale) werkgroepen, verkenningen en wetgevingstrajecten over informatie-uitwisseling en privacy.
Artikel

Als de inspecteurs slapen

Mysteryshoppen door jongvolwassenen bij handhaving tabak- en alcoholwetgeving en de casus van overtredingen van het rookverbod in cafés in de avond en nacht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden rookverbod, horeca, naleving, mysteryshop, Nederland
Auteurs Dr. Gera Nagelhout, Prof. dr. Marc Willemsen, Dr. Joris van Hoof e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Mysteryshoppen is de standaard bij onderzoek naar naleving van tabak- en alcoholwetgeving. Vaak worden jongvolwassenen ingezet, zodat verkopers of eigenaren minder snel vermoeden dat een inspectie of observatie gaande is. In twee pilotstudies hebben we gebruikgemaakt van de mysteryshopmethode om te onderzoeken in hoeverre naleving van het rookverbod samenhangt met het tijdstip van het cafébezoek. Beide pilotstudies lieten zien dat het aantal overtredingen verdubbelde na 23.00 uur. Bij het gebruik van de mysteryshopmethode voor onderzoeks- of handhavingsdoeleinden moet daarom rekening gehouden worden met het feit dat de steekproef van bezoekmomenten bepalend kan zijn voor de uitkomsten.


Dr. Gera Nagelhout
Dr. G.E. Nagelhout is post-doc onderzoeker bij de Universiteit Maastricht (CAPHRI) en tevens werkzaam bij de Alliantie Nederland Rookvrij.

Prof. dr. Marc Willemsen
Prof. dr. M.C. Willemsen is hoogleraar tabaksontmoediging bij de Universiteit Maastricht (CAPHRI) en tevens werkzaam bij de Alliantie Nederland Rookvrij.

Dr. Joris van Hoof
Dr. J.J. van Hoof is universitair docent aan de Universiteit Twente, faculteit Gedragswetenschappen.

Dr. Marcel Pieterse
Dr. M.E. Pieterse is universitair hoofddocent aan de Universiteit Twente, faculteit Gedragswetenschappen.
Artikel

Online-opsporing en ontmoediging van vuurwerkdaders

Combinatie preventie en repressie via een publiek-private samenwerking

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden illegaal vuurwerk, VeiligheidNL, Task Force Opsporing Vuurwerkbommenmakers (TFOVB), leerpunten internetopsporing, publiek-private samenwerking, vuurwerkdaders ontmoedigen
Auteurs Cees Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste drie jaarwisselingen zijn door de Task Force Opsporing Vuurwerkbommenmakers (TFOVB) vernieuwende online interventies uitgevoerd, waarmee (potentiële) vuurwerkdaders werden opgespoord en ontmoedigd om zwaar illegaal knalvuurwerk en vuurwerkbommen te bestellen, maken, verhandelen en afsteken. Uniek in de TFOVB was de publiek-private samenwerking bij de opsporing en ontmoediging van (potentiële) vuurwerkdaders. Het artikel beschrijft opzet, uitvoering en resultaten van de interventies, die zich hebben gericht op het afbreken van het online podium van vuurwerkdaders en op het ontmoedigen van (potentiële) bestellers van zwaar illegaal knalvuurwerk bij Poolse webwinkels. De beoogde meerwaarde die de samenwerking had voor de deelnemende organisaties was groot. De successen en leerpunten van de TFOVB-aanpak zijn eveneens voorstelbaar bij de inzet van online opsporingsmethoden voor andere thema’s en andere dadergroepen.


Cees Meijer
C. Meijer is zelfstandig communicatieadviseur en voormalig coördinator TFOVB. Hij is medeoprichter van Consument en Veiligheid (inmiddels VeiligheidNL) en sinds 1983 verantwoordelijk voor de jaarlijkse vuurwerkcampagnes.
Artikel

Ruimte voor strategie

De relatie tussen toezicht en media nader bezien

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Media, Medialogica, Percepties
Auteurs Dr. Martijn van der Steen, Prof. dr. Erik-Hans Klijn, Prof. dr. Mark van Twist e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt de relatie tussen toezicht en de media. De auteurs zetten in dit artikel rond dit thema twee stappen. De eerste stap is dat ze de relatie tussen media en toezicht bezien voorbij het vaak gevestigde beeld van de problematische medialogica, die het toezicht – en het beleid – vooral in de weg zit. In de tweede stap betogen ze hetzelfde, maar dan meer empirisch. Hun onderzoek geeft inzicht in de percepties van professionals uit het toezicht over media.


Dr. Martijn van der Steen
Dr. M. (Martijn) van der Steen is co-decaan en adjunct-directeur van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in Den Haag.

Prof. dr. Erik-Hans Klijn
Prof. dr. E.H. (Erik-Hans) Klijn is als Hoogleraar Bestuurskunde verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).

Prof. dr. Mark van Twist
Prof. dr. M.J.W. (Mark) van Twist is als Hoogleraar Bestuurskunde verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en is decaan van de NSOB.

Arno van Wijk
A. (Arno) van Wijk (MSc) is als onderzoeker verbonden aan de NSOB.

Drs. Jorren Scherpenisse
Drs. J. (Jorren) Scherpenisse is als onderzoeker verbonden aan de NSOB.

Prof. mr. J. Legemaate
Prof. mr. J. Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en lid van de raad van toezicht van het Jeroen Bosch Ziekenhuis te ’s-Hertogenbosch.
Artikel

Toezichthouders op de tram

Een studie naar de handhaving van het ov-verbod in Amsterdam en Rotterdam

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden beveiligers, handhavers, boa’s, openbaar vervoer, ov-verbod
Auteurs Dr. R. van Steden, Mr. drs. M.B. Schuilenburg, L. Leemeijer MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Zogeheten ‘nieuwe toezichthouders’ in de vorm van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) en particuliere beveiligers moeten in Amsterdamse en Rotterdamse trams service verlenen en huisregels handhaven. Bij overtreding van deze huisregels kunnen zij in het uiterste geval een openbaarvervoerverbod (ov-verbod) aan reizigers opleggen. Onderhavige studie laat zien welke haken en ogen daar in de praktijk aan zitten.


Dr. R. van Steden
Dr. R. van Steden is universitair docent aan de afdeling Bestuurswetenschappen (Faculteit der Sociale Wetenschappen) van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. drs. M.B. Schuilenburg
Mr. drs. M.B. Schuilenburg is universitair docent aan de afdeling Criminologie (Faculteit Rechten) van de Vrije Universiteit Amsterdam.

L. Leemeijer MSc
L. Leemeijer MSc heeft Criminologie gestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

L. Loots MSc
L. Loots MSc heeft Bestuurswetenschappen gestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

A. van der Rest
Ir. A. van der Rest is Manager Health, Safety and Environmental Affairs bij Shell Nederland B.V.
Diversen

Beoordeling effectiviteit ‘Nieuwe Stijl’

Een praktijkperspectief op het beoordelen van de effectiviteit van een toezichthouder

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden toezichthouder, effectiviteit, toezicht, beoordeling
Auteurs Ir. B.P.A. van Mil, Ir. A.E. Dijkzeul en Ir. M. Noordink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een praktijkperspectief gegeven op de beoordeling van de effectiviteit van toezichthouders. Uit evaluaties van markttoezichthouders en rijksinspecties is naar voren gekomen dat het bepalen van de effectiviteit van een toezichthouder niet stopt bij het ‘tellen en turven’ van de input, throughput, output en outcome en het vervolgens leggen van causale verbanden daartussen. Immers, die verbanden zijn niet eenduidig en de evaluator die dat impliceert, doet onvoldoende recht aan de complexiteit van de werkelijkheid. Het gaat erom of een toezichthouder intelligente afwegingen maakt ten aanzien van een aantal lastige vraagstukken rond effectiviteit en deze kan expliciteren. In deze bijdrage wordt aangegeven wat die lastige vraagstukken zijn en wat vervolgens de vijf belangrijke invalshoeken zijn om te beoordelen of de desbetreffende toezichthouder daar doeltreffend en doelmatig mee omgaat.


Ir. B.P.A. van Mil
Ir. B.P.A. van Mil is managing partner bij Kwink Groep en was onlangs onder meer projecteider van de evaluatie van de NMa.

Ir. A.E. Dijkzeul
Ir. A.E. Dijkzeul is managing partner bij Kwink Groep.

Ir. M. Noordink
Ir. M. Noordink is managing partner bij Kwink Groep.
Artikel

NMa en NZa: houd je bij je leest!

Een analyse van de mededingingsbevoegdheden van beide toezichthouders aan de hand van het Samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden samenwerkingsprotocol, mededingingsbevoegdheden, NMa, NZa, samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2010 zijn de NMa en de NZa een nieuw samenwerkingsprotocol overeengekomen. Hierin is vastgelegd hoe beide toezichthouders zullen omgaan met situaties waarin hun mededingingsbevoegdheden elkaar raken dan wel overlappen. Uit de kernafspraken blijkt dat beide toezichthouders weinig idee hebben als het gaat om de vraag hoe hun mededingingsbevoegdheden zich tot elkaar verhouden. In drie van de vier afspraken die gericht zijn op het voorkomen van dubbel toezicht is helemaal geen sprake van dubbel toezicht. De afspraken met betrekking tot de wijze waarop de NZa haar zienswijzen in concentratiezaken dient in te vullen zijn niet functioneel dan wel contraproductief.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Diversen

Nieuw toezicht op de advocatuur?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden zelfregulering, systeemtoezicht, toezicht op advocaten, advocatuur, De Hoogd
Auteurs Mr. M. de Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de totstandkoming van de Advocatenwet van 23 juni 1952 is de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) ingesteld en is wettelijk geregeld dat het toezicht op de advocatuur wordt uitgeoefend door Raden van toezicht, de bestuurders van de plaatselijke orden van advocaten. De leden van de Raden van toezicht worden gekozen uit de leden van de orde. Dit systeem van zelfregulering staat ter discussie, sinds de Minister van Justitie in een brief aan de Tweede Kamer van 5 maart 2010 zijn visie heeft gegeven op de “in de toekomst wenselijke en mogelijke aanpassingen van de wettelijke regelingen van het toezicht op notarissen, advocaten en gerechtsdeurwaarders”. De visie behelst onder meer de introductie van een nieuwe toezichthouder die controle uitoefent op de naleving van wettelijke voorschriften door advocaten. Wat echter ontbreekt in deze visie is een overtuigende onderbouwing om op zoek te gaan naar een alternatief voor het bestaande systeem en daarmee een legitimatie om de keuze te laten vallen op het andere uiterste van het spectrum van toezichtstijlen. In dit essay plaatst de auteur het bestaande toezichtsysteem, de controle hierop en de visie van de Minister in het kader van het algemeen toezichtsrecht. Zij komt tot de conclusie dat een te wankele basis bestaat voor een drastische oversteek van intern naar extern toezicht.


Mr. M. de Rijke
Mr. M. de Rijke is advocaat en partner bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Artikel

Afwegingskader bij het gebruik van zelfreguleringsinstrumenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden zelfregulering, wetgeving, afwegingskader, economisch perspectief
Auteurs Prof. dr. B.E. Baarsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft beleidsmakers en ondernemers(organisaties) handvatten om te kunnen beoordelen of zelfregulering een haalbare en wenselijke optie is. Stel er is een probleem. Niet zo maar een probleem, maar een probleem waarbij een publiek belang in het geding is. Hoe kan dit probleem dan het best worden opgelost, met overheidsregulering (wetgeving) of met zelfregulering? En als zelfregulering een optie is, welk van de vele beschikbare instrumenten heeft dan de voorkeur? Wat zijn de risico’s en kansen van de verschillende soorten afspraken? Deze vragen kunnen worden beantwoord met het in dit artikel beschreven afwegingskader. Het kader is vanuit een economisch perspectief opgesteld.


Prof. dr. B.E. Baarsma
Prof. dr. B.E. Baarsma is algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek en bijzonder hoogleraar Marktwerking- en mededingingseconomie aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de UvA en tevens redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

De Inspectie voor de Gezondheidszorg en het tuchtrecht

Meer uniformiteit bij het indienen van tuchtzaken en minder jaarlijkse fluctuatie in aantal tuchtklachten gewenst

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden tuchtrecht, Inspectie voor de Gezondheidszorg, uniformiteit, effectiviteit, besluitvorming
Auteurs Dr. ir. F.A.G. Hout, R. Stibane, Msc., Mr. dr. B.J.M. Frederiks e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Onderzocht is hoe de inspectie omgaat met de bevoegdheid om tegen een beroepsbeoefenaar een klacht bij het tuchtcollege in te dienen. Klachten van de inspectie worden veel vaker gegrond verklaard dan tuchtklachten van burgers en het tuchtrecht heeft een specifieke rol ten opzichte van andere instrumenten die de inspectie kan inzetten. Het jaarlijkse aantal ingediende tuchtzaken door de inspectie fluctueert echter sterk en inspecteurs gebruiken niet dezelfde overwegingen bij het inzetten van het tuchtrecht. Een eenduidig(er) beleid, onderbouwing van de besluitvorming en een richtlijn van ten minste twintig tuchtklachten per jaar verdient aanbeveling.


Dr. ir. F.A.G. Hout
Dr. ir. F.A.G. Hout is onderzoeker/adviseur Inspectie voor de Gezondheidszorg ten tijde van het onderzoek.

R. Stibane, Msc.
R. Stibane, Msc. is beleidsadviseur Kubiek, stagiaire ten tijde van het onderzoek.

Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Mr. dr. B.J.M. Frederiks is universitair docent gezondheidsrecht, afdeling Sociale Geneeskunde, VU medisch centrum.

Prof. mr. J. Legemaate
Prof. mr. J. Legemaate is bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht, afdeling Sociale Geneeskunde, VU medisch centrum en KNMG.

Prof. dr. P.B.M. Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is directeur Kenniscentrum, Inspectie voor de Gezondheidszorg en instituut Beleid & Management Gezondheidszorg Erasmus Universiteit.
Jurisprudentie

Onvoldoende toezicht op een advocaat die het geld van zijn cliënten onzorgvuldig beheert

Rb. Den Haag 16 september 2009, NJF 2010, 8, LJN BJ8974

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden tuchtrecht, vrije beroepsoefenaren, bestuursorganen
Auteurs Mr.dr. E.J. Daalder
SamenvattingAuteursinformatie

    In toenemende mate worden ook vrije beroepsbeoefenaars onderworpen aan toezicht door bestuursorganen. Traditioneel kennen vrije beroepsbeoefenaren een, soms wettelijk geregeld, tuchtrecht. Omdat het tuchtrecht in de praktijk niet wordt gezien als een voldoende effectieve vorm van toezicht, wordt gezocht naar andere mogelijkheden om de beroepsgroep te reguleren, meestal in de vorm van het introduceren van toezicht door een onafhankelijke toezichthouder.


Mr.dr. E.J. Daalder
Mr.dr. E.J. Daalder is werkzaam als advocaat bij Pels Rijcken en tevens redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.