Zoekresultaat: 24 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht x Jaar 2011 x

Prof. dr. J.M.G. Frijns
Prof. dr. J.M.G Frijns is bijzonder hoogleraar Financial Markets and Corporate Governance aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

NMa en NZa: houd je bij je leest!

Een analyse van de mededingingsbevoegdheden van beide toezichthouders aan de hand van het Samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden samenwerkingsprotocol, mededingingsbevoegdheden, NMa, NZa, samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2010 zijn de NMa en de NZa een nieuw samenwerkingsprotocol overeengekomen. Hierin is vastgelegd hoe beide toezichthouders zullen omgaan met situaties waarin hun mededingingsbevoegdheden elkaar raken dan wel overlappen. Uit de kernafspraken blijkt dat beide toezichthouders weinig idee hebben als het gaat om de vraag hoe hun mededingingsbevoegdheden zich tot elkaar verhouden. In drie van de vier afspraken die gericht zijn op het voorkomen van dubbel toezicht is helemaal geen sprake van dubbel toezicht. De afspraken met betrekking tot de wijze waarop de NZa haar zienswijzen in concentratiezaken dient in te vullen zijn niet functioneel dan wel contraproductief.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht, Europa instituut, Universiteit Utrecht, lid van het college van OPTA en tevens hoofdredacteur van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

Normontwikkeling door Thematisch Toezicht

De invloed van risicogebaseerde responsiviteit op normontwikkeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden toezicht, normontwikkeling, risico’s, responsiviteit, Inspectie voor de Gezondheidszorg
Auteurs Drs. F.C.J. Neefjes, Prof. dr. R. Bal en Prof. dr. P.B.M. Robben
SamenvattingAuteursinformatie

    Responsiviteit van toezichthouders wordt veelal beschreven in procedurele zin dan wel in de zin van rekening houden met de nalevingsbereidheid van ondertoezichtstaanden. In dit artikel introduceren wij een derde vorm van responsiviteit, gericht op het type risico dat centraal staat in het toezicht. In dit artikel wordt de invloed van risicogebaseerde responsiviteit op normontwikkeling door ondertoezichtstaanden onderzocht. Het kwalitatief onderzoek bestaat uit een analyse van twee Thematisch Toezichtsprojecten van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en laat een samenhang zien tussen de mate van responsiviteit en het type risico dat centraal staat in het Thematisch Toezicht. Naarmate er een betere match is tussen de aard van de interacties die de inspectie aangaat met het veld enerzijds en de aard van de risico’s die centraal staan in het toezicht, blijkt het toezicht door te werken in normontwikkeling. Hoewel wordt gepleit voor het gebruik van het concept van risicogebaseerde responsiviteit in het toezicht, is nader onderzoek nodig naar de werkingsmechanismen en de effecten daarvan.


Drs. F.C.J. Neefjes
Drs. F.C.J. Neefjes is inspecteur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg, Amsterdam.

Prof. dr. R. Bal
Prof. dr. R. Bal is hoogleraar bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. P.B.M. Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is werkzaam bij de Afdeling Onderzoek en Innovatie, Inspectie voor de Gezondheidszorg en hoogleraar bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Kennisneming door de rechter van vertrouwelijke stukken buiten partijen om

CBb 14 oktober 2011, nr. AWB 10/85 en 10/86

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden kennisneming vertrouwelijk stukken, verzoek beperkte kennisneming, Wholesale Line Rental 2009-2011
Auteurs Mr. E.J. Daalder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze Notenkraker staat de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 14 oktober 2011 (nr. AWB 10/85 en 10/86) centraal. Deze uitspraak van het CBb geeft inzicht in de wijze waarop het CBb met verzoeken tot beperkte kennisneming omgaat.


Mr. E.J. Daalder
Mr. E.J. Daalder is advocaat te Den Haag en lid van de redactie van Tijdschrift voor Toezicht.
Discussie

Moet een toezichthouder zich onthouden van moralistisch getinte uitlatingen en stemmingsargumenten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Auteurs Prof. mr. M. de Cock Buning, Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven en Mr. R.W.M. Craemer
Auteursinformatie

Prof. mr. M. de Cock Buning
Prof. mr. M. de Cock Buning is als hoogleraar Intellectuele Eigendom verbonden aan de Universiteit Utrecht; zij is Commissaris bij het Commissariaat van de Media en lid van de redactie van Tijdschrift voor Toezicht.

Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven
Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven is als hoogleraar Europees Bestuursrecht verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Mr. R.W.M. Craemer
Mr. R.W.M. Craemer is voormalig hoofdofficier van justitie van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie.
Artikel

Naar een Nederlandse Omgevingsautoriteit

Een pleidooi voor onafhankelijk milieutoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden toezicht, milieutoezicht, milieuhandhaving, Europees milieurecht, eerlijke concurrentieverhoudingen
Auteurs Prof. mr. G.A. Biezeveld en Mr. M.C. Stoové
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt onderzocht in hoeverre verband bestaat tussen de mate van effectiviteit van milieutoezicht en de mate van onafhankelijkheid van dit toezicht. Aanleiding zijn onder meer diverse milieu-incidenten (Thermphos, Probo Koala) en het niet op orde zijn van het milieutoezicht. Voor bestuurders is milieutoezicht een haast onmogelijke opgave. De organisatie van het milieutoezicht wordt getoetst aan de Nederlandse en Europese eisen aan toezicht. Geconcludeerd wordt dat gebrek aan onafhankelijkheid van milieutoezicht een belangrijke oorzaak van de bestaande problemen is. De auteurs doen aanbevelingen voor het oprichten van een Nederlandse Omgevingsautoriteit.


Prof. mr. G.A. Biezeveld
Prof. mr. G.A. Biezeveld is bijzonder hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en coördinerend milieu-officier van justitie bij het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Tevens is hij redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.

Mr. M.C. Stoové
Mr. M.C. Stoové is senior beleidsmedewerker bij het Functioneel Parket. Eerder heeft zij gewerkt als bestuursrechtadvocaat, met als specialisatie milieurecht en ruimtelijke-ordeningsrecht.
Discussie

Onafhankelijkheid van toezicht is wel/niet essentieel

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Auteurs Mr. C.A. Fonteijn en Prof. J.M. Barendrecht
Auteursinformatie

Mr. C.A. Fonteijn
Mr. C.A. Fonteijn is voorzitter van de raad van bestuur van de NMa, collegevoorzitter van de OPTA en voorzitter van BEREC (Body of European Regulators for Electronic Communications).

Prof. J.M. Barendrecht
Prof. J.M. Barendrecht is hoogleraar privaatrecht aan de UvT (TISCO, Tilburg Institute for the Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems) en 2011 Rule of Law Chair bij het Hague Institute for the Internationalisation of Law.
Artikel

Het Europese recht als hoeder van de onafhankelijkheid van nationale toezichthouders

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden toezicht, politieke onafhankelijkheid, Europees recht, beleidsregels, casusposities
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow en Prof. mr. S.A.C.M. Lavrijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In diverse Europese richtlijnen op het gebied van gereguleerde sectoren zijn waarborgen opgenomen die de onafhankelijkheid van nationale toezichthouders dienen te garanderen. De onafhankelijkheid van deze nationale toezichthouders dient ertoe bij te dragen dat de Europese regels op een consistente en voorspelbare wijze, los van politieke agenda’s en individuele belangen, worden uitgevoerd en concurrentie op de betrokken markten op transparante wijze tot stand komt. In dit artikel zal aan de hand van enkele casusposities uit de Nederlandse, Duitse en Franse praktijk worden geïllustreerd wat het belang van deze Europese onafhankelijkheidswaarborgen is.


Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht, Europa instituut, Universiteit Utrecht, lid van het college van OPTA en tevens hoofdredacteur van Tijdschrift voor Toezicht.

Prof. mr. S.A.C.M. Lavrijssen
Prof. mr. S.A.C.M. Lavrijssen is hoogleraar Consument en Energie bij het Centrum voor Energievraagstukken van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Interne onafhankelijkheid binnen de boezem van toezichthoudende organisaties

Over de positie van bestuurders bij het nemen van boetebesluiten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden bestuurlijke boete, interne onafhankelijkheid, functiescheidingseis
Auteurs Mr. E.J. Daalder
SamenvattingAuteursinformatie

    De Awb kent bevoegdheden toe aan toezichthouders. Dat zijn individuele personen die als zodanig zijn aangewezen. In de wet en in de rechtspraak is voorzien in een functiescheidingseis: degene die een overtreding constateert, mag vervolgens niet zelf voor de overtreding een bestuurlijke boete opleggen. De vraag is of die eis ook geldt voor de bestuurder van de toezichthoudende organisatie, die ook verantwoordelijkheid draagt voor de wijze waarop de individuele toezichthouder zijn werk doet. Deze vraag wordt aan de hand van rechtspraak besproken. Conclusie is dat met het hanteren van een functiescheidingseis bij bestuurders zeer terughoudend moet worden omgesprongen.


Mr. E.J. Daalder
Mr. E.J. Daalder is advocaat te Den Haag en lid van de redactie van Tijdschrift voor Toezicht.
Redactioneel

Onafhankelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Auteurs Prof. mr. dr. J.A. de Bruijn
Auteursinformatie

Prof. mr. dr. J.A. de Bruijn
Prof. mr. dr. J.A. de Bruijn is hoogleraar bestuurskunde aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management en is tevens redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.

Prof. dr. J. de Ridder
Prof. dr. J. de Ridder is bijzonder hoogleraar bestuurlijk toezicht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

‘Naming and Shaming’ door de OPTA: kunnen nog niet onherroepelijk geworden boetes openbaar worden gemaakt?

ABRvS 10 november 2010, LJN BO3468

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden naming and shaming, boetebesluit, punitieve sanctie
Auteurs Mr. A. Danopoulos en Mr. D. van Tilborg
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze notenkraker staat de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 november 2010 (LJN BO3468) centraal. Deze uitspraak is van belang voor de mogelijkheid voor bestuursorganen om nog niet onherroepelijk geworden boetebesluiten te publiceren inclusief de naam van de betrokken (rechts)personen. Rondom de publicatie van nog niet onherroepelijk geworden boetebesluiten speelt een aantal vragen, waarop de uitspraak gedeeltelijk antwoord geeft. Het gaat onder meer om de vraag of de publicatie kan worden gebaseerd op de wet. Daarnaast speelt de vraag of de openbaarmaking moet worden gezien als een punitieve sanctie. De auteurs bespreken in deze bijdrage de overwegingen van de Afdeling met betrekking tot de vragen die spelen rondom het publiceren van boetebesluiten en de consequenties daarvan voor de praktijk.


Mr. A. Danopoulos
Mr. dr. A. Danopoulos is advocaat op het gebied van het economisch bestuursrecht, toezicht en het bestuurlijk sanctierecht bij AKD.

Mr. D. van Tilborg
Mr. D. van Tilborg is advocaat op het gebied van het economisch bestuursrecht, toezicht en het bestuurlijk sanctierecht bij AKD.

    In de Rubriek Opinie legt de redactie van het Tijdschrift voor Toezicht een stelling voor aan twee experts over een toezichtonderwerp. Dit keer een stelling over de beperking van de aansprakelijkheid van financiële toezichthouders. Minister De Jager van Financiën heeft recent aangekondigd dat de aansprakelijkheid van AFM en DNB beperkt zou moeten worden tot gevallen waarbij sprake is van opzet en grove schuld. Een wetsvoorstel voor wijziging in die zin van de WFT zal in augustus bij de Tweede Kamer worden ingediend. Leidt dit tot meer open en kritisch toezicht? Wordt risicomijdend gedrag om eventuele claims te vermijden, voorkomen? Of is het (moreel) verwerpelijk om als overheid je aansprakelijkheid te beperken jegens burgers en bedrijven? Hierover volgt een stevige gedachtewisseling tussen prof. mr. R.M. Wibier, hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder het (internationaal) financieel recht, aan de Universiteit Tilburg en tevens advocaat te Amsterdam en prof. C.E. du Perron, hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder het financieel- en aansprakelijkheidsrecht en deken aan de Universiteit van Amsterdam.


Prof. mr. R.M. Wibier
Prof. mr. R.M. Wibier is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder het (internationaal) financieel recht, aan de Universiteit Tilburg.

Prof. C.E. du Perron
Prof. C.E. du Perron is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder het financieel- en aansprakelijkheidsrecht en deken aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Handhaving van internationaal en Europees milieurecht: de rol van overheden in de Deep Water Horizon- en Probo Koala-zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden publiekrechtelijke verantwoordelijkheid overheden, internationaal en Europees recht, olierampen, illegale afvaluitvoer
Auteurs Prof. dr. F.A. Nelissen en Dr. W.Th. Douma
SamenvattingAuteursinformatie

    Milieurampen in de oliesector worden vooral vanuit de verantwoordelijkheid van betrokken bedrijven bezien. Of overheden méér hadden kunnen en moeten doen blijft vaak onderbelicht. Dat geldt voor de BP olieramp in de Golf van Mexico en voor de illegale stort van Trafigura afval in Ivoorkust. De rol van de Amerikaanse federale overheid respectievelijk van de Nederlandse en Estse overheden (die toestonden dat de Probo Koala naar Afrika kon vertrekken), kreeg minder aandacht. Ingegaan wordt op de publiekrechtelijke verantwoordelijkheid van de respectievelijke overheden. In het licht van de toepasselijke regels van internationaal en Europees milieurecht wordt geconcludeerd dat de Verenigde Staten en Europese overheden onvoldoende optraden als goede toezichthouders.


Prof. dr. F.A. Nelissen
Prof. dr. F.A. Nelissen is directeur van het T.M.C. Asser Instituut en hoogleraar Internationaal Milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Dr. W.Th. Douma
Dr. W.Th. Douma is senior onderzoeker EU-Recht/Internationaal Handelsrecht bij het T.M.C. Asser Instituut.

    In een column geeft een redacteur of auteur zijn of haar visie op een bepaald onderwerp.


Prof. dr. P.B.M. Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is werkzaam bij de Afdeling Onderzoek en Innovatie, Inspectie voor de Gezondheidszorg en bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Evaluatie van de theorie en praktijk van het nieuwe onderwijstoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Evaluatie, toezichtmodel, risicoanalyse, Governance, onderwijs
Auteurs Dr. I.F. de Wolf en Drs. J.J.H. Verkroost
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel evalueert de theorie en praktijk van het Nederlandse onderwijstoezicht. We focussen hierbij op drie belangrijke wijzigingen, namelijk (a) het risicogerichte toezicht, (b) de bestuursaanpak en (c) de uitbreiding van het interventierepertoire. Het artikel laat zien dat zeer zwakke scholen zich over het algemeen verbeteren en dat er eerste indicaties zijn van een daling van het totaal aantal zeer zwakke scholen. Het toezicht is daarnaast vooral efficiënter geworden: er is minder toezichtlast voor scholen en het toezicht wordt gedaan met minder inspecteurs. Verder blijkt de risicoanalyse betrouwbaar en valide, maar gevoelig voor strategisch gedrag. De detectiesnelheid is met de risicoanalyse verbeterd, maar de risicoanalyse kent wel veel valse positieven. De rol van de besturen rond kwaliteitsverbetering is versterkt en verbeterafspraken met besturen worden als effectief ervaren. Bij een deel van de besturen ontbreekt wel een bruikbare verantwoording. Verder kan betere positionering van leerlingen en ouders in theorie tot meer kwaliteitsverbetering op scholen leiden, maar is hiervan in de praktijk nauwelijks sprake.


Dr. I.F. de Wolf
Dr. I.F. de Wolf is werkzaam aan Stanford University (USA) / Universiteit van Amsterdam en is programmamanager R&D bij de Inspectie van het Onderwijs.

Drs. J.J.H. Verkroost
Drs. J.J.H. Verkroost is coördinerend inspecteur bij de Inspectie van het Onderwijs.

    In een column geeft een redacteur of auteur zijn of haar visie op een bepaald onderwerp.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Prof. mr. J.G. Sijmons is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij Nijsingh advocaten-notarissen N.V.
Artikel

Zorgspecifieke fusietoets is overbodig en ongewenst

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden fusie, zorgspecifieke fusietoets, Zeeuwse ziekenhuisfusie, toezichtkader NMa
Auteurs Dr. M. Varkevisser en Prof. dr. F.T. Schut
SamenvattingAuteursinformatie

    Het fusietoezicht van de NMa in de gezondheidszorg staat veelvuldig ter discussie. Minister Schippers (VWS) is van plan een zorgspecifieke fusietoets in te voeren om de tendens tot schaalvergroting in de zorgsector tegen te gaan. Bij deze fusietoets, die vooraf gaat aan een eventuele fusietoets door de NMa, moet de IGZ beoordelen welke effecten een zorgfusie naar verwachting heeft op de kwaliteit en bereikbaarheid van zorg. Hoewel het toezicht op zorgfusies inderdaad beter kan, is de invoering van een zorgspecifieke fusietoets overbodig en ongewenst. Zoals de beoordeling van de Zeeuwse ziekenhuisfusie laat zien, brengt een zwaardere rol voor de IGZ bij afwezigheid van eenduidige en objectieve criteria ten aanzien van de vereiste (minimum)kwaliteit het risico met zich mee dat zorgfusies om redenen van vermeende kwaliteitsvoordelen te gemakkelijk worden goedgekeurd. De tendens tot schaalvergroting wordt door de zorgspecifieke fusietoets dus eerder versterkt dan verzwakt. Een zorgspecifieke fusietoets is daarom niet alleen overbodig maar ook ongewenst. Het recent aangescherpte toezichtkader biedt de NMa voldoende houvast om fusies te verbieden die de keuzemogelijkheden in de zorg te sterk beperken.


Dr. M. Varkevisser
Dr. M. Varkevisser is universitair hoofddocent bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. F.T. Schut
Prof. dr. F.T Schut is hoogleraar bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Diversen

Synergie tussen toezicht en innovatie

Naar een ander perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden toezicht, toezichtfalen, cybernetisch of lerend perspectief, innovatief vermogen, zorginnovatie
Auteurs Prof. dr. K. Putters en M. Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Om de gezondheidszorg in de toekomst toegankelijk, betaalbaar en van hoge kwaliteit te houden is er een grote behoefte aan zorginnovaties. Momenteel is er echter grote onvrede over het gebrekkige innovatieve vermogen van de zorg en over de traagheid waarmee innovaties ter beschikking komen aan patiënten. Dit essay beschrijft toezichtfalen als mogelijke verklaring hiervoor. Het huidige toezicht voldoet niet omdat het ingevuld is vanuit een verkeerd perspectief op toezicht en innovatie. Toezichthouders hebben een te sterke focus op de scheiding van machten en verantwoording binnen de keten. Dit heeft tot gevolg dat toezicht innovatie remt, dat een integraal zicht op effecten van innovatie ontbreekt en dat er kansen om de zorg innovatiever te maken onbenut blijven. Een alternatieve invulling van toezicht op basis van een lerend perspectief past beter bij de onzekere en risicovolle aard van innovatieprocessen. Een nadere invulling hiervan is in staat de onvrede over het gebrekkige innovatieve vermogen weg te nemen.


Prof. dr. K. Putters
Prof. dr. K. Putters is hoogleraar Management van zorginstellingen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

M. Janssen
M. Janssen MSc is promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op het terrein van zorginnovatie.
Toont 1 - 20 van 24 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.