Zoekresultaat: 9 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Caribisch Juristenblad x Jaar 2011 x

Dr. H.J. van Kooten
Dr. H.J. van Kooten is lid van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is raadsheer in het gerechtshof te Amsterdam.
Artikel

Enkele aspecten van het voorstel tot wijziging van de Lar

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Lar, Awb, bestuursprocesrecht, wijzigingsvoorstel, staatkundige hervorming
Auteurs Mr. J.Th. Drop
SamenvattingAuteursinformatie

    Een vlak voor de staatkundige hervorming van de Nederlandse Antillen ingediend voorstel tot wijziging van de Lar is niet meer door de Staten van dat land in behandeling genomen. Het voorstel is gebaseerd op ervaringen uit de praktijk en komt tegemoet aan kritiek door gebleken leemtes in de rechtsbescherming te ondervangen. Daarnaast wordt de positie van de bestuursrechter als beslechter van het geschil versterkt. Het wijzigingsvoorstel is gebaseerd op vergelijkbare bepalingen uit de Nederlandse Awb, die hun nut in de praktijk al hebben bewezen.


Mr. J.Th. Drop
Mr. J.Th. Drop is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba.

Mr. P.E. de Kort
Mr. P.E. de Kort is lid van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Gescheiden machten

Koloniaal bestuur en de onafhankelijkheid van rechtspraak op Aruba, 1816-1919

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Aruba, machtenscheiding, vredegerecht, kantongerecht, Gerecht in Eerste Aanleg
Auteurs Drs. L. Alofs
SamenvattingAuteursinformatie

    In de koloniale samenlevingen staat de uitvoerende macht boven de rechterlijke macht. Deze bijdrage beschrijft de verzelfstandiging van de rechtspraak op Aruba tussen 1816 en 1919 op basis van de notulen van de rechtsprekende organen en omliggende archiefstukken. Tussen 1824 en 1848 had het Vredegerecht rechtsprekende, wetgevende en uitvoerende taken. In 1848 kwam een aparte wetgevende Adviserende Commissie tot stand en in 1869 een kantongerecht. Onafhankelijkheid van de rechterlijke macht werd ongedaan gemaakt door het gegeven dat de gezaghebber veelal aan het hoofd van de rechtsprekende organen stond. In 1919 kwam daarin verandering met de oprichting van het Gerecht in Eerste Aanleg.


Drs. L. Alofs
Drs. Luc Alofs is cultureel antropoloog, docent aan het Instituto Pedagogico Arubano en curator van het Historisch Museum Aruba. Hij promoveert in 2011 op een historische studie getiteld Onderhorigheid en separatisme; koloniaal bestuur en lokale politiek op Aruba, 1816 en 1955, Leiden: Rijksuniversiteit Leiden 2011.

Mr. P.E. de Kort
Mr. P.E. de Kort is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Vrijheid van discriminerende uitingen?

De zaak Wilders

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Autonomie, uitingsvrijheid, discriminatieverbod, schadebeginsel, aanstoot
Auteurs Prof. dr. C.W. Maris
SamenvattingAuteursinformatie

    In Vrijheid van discriminerende uitingen? De zaak Wilders bespreekt C.W. Maris het lopende strafproces tegen de Nederlandse politicus Geert Wilders vanuit het rechtsfilosofische schadebeginsel. Wilders is beschuldigd van beledigen en aanzetten tot discriminatie van moslims. Wilders zelf beroept zich op uitingsvrijheid. Volgens de auteur is Wilders’ beeld van de islam bezijden de waarheid. Niettemin verleent het schadebeginsel in dit geval voorrang aan de vrijheid van meningsuiting boven het recht om niet te worden gediscrimineerd. Aanstoot of belediging is onvoldoende reden voor een strafrechtelijk verbod. Voor zover er schade dreigt, kan die beter worden beperkt door tegenargumenten dan door een verbod.


Prof. dr. C.W. Maris
Prof. dr. C.W. Maris is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Staatsrechtelijke consequenties van de toekenning van een UPG-status aan de Caribische eilandgebieden

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2011
Trefwoorden ultraperifeer gebied (UPG), Europees recht, koninkrijksverhoudingen, toezicht, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.G. Hoogers, prof. mr. H.E. Bröring en dr. D. Kochenov
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over de gevolgen van de keuze voor de status van ultraperifeer gebied (UPG) voor het constitutionele ordeningsmodel van het Statuut. Aan de orde komen de bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor de implementatie en toepassing van Europees recht en de gevolgen in geval van niet nakoming van dit recht. Wie is aansprakelijk? Wat betekent dat voor de Koninkrijksverhoudingen? Zijn nieuwe toezichts- en regresvoorzieningen noodzakelijk? De bijdrage maakt duidelijk dat de (sterk ontwikkelde) Europese rechtsorde en de (zwak ontwikkelde) rechtsorde van het Koninkrijk zich moeizaam tot elkaar verhouden.


Mr. H.G. Hoogers
Mr. H.G. Hoogers is universitair hoofddocent staatsrecht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. Bröring is hoogleraar integrale rechtsbeoefening verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

dr. D. Kochenov
Dr. D. Kochenov is universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

J.W.H. van Wijk
J.H.W. van Wijk is cassatieadvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. in Den Haag.

Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is raadsheer in het gerechtshof te Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.