Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 77 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Caribisch Juristenblad x
Artikel

Open normen zijn geen vrijbrief voor de rechter

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Hoge Raad, uitspraken, open norm, zorgplicht, financieel recht
Auteurs Mr. K. Frielink
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur doet in zijn artikel een appel op de Hoge Raad der Nederlanden om in zijn uitspraken aannemelijk te maken dat de regel van ongeschreven recht waarop een beroep wordt gedaan, deel uitmaakt van een meer algemene rechtsovertuiging.


Mr. K. Frielink
Mr. K. Frielink is advocaat te Curaçao en werkzaam als gastdocent Verdiepend Ondernemingsrecht aan de University of Curaçao.

    In dit vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie gaat het kort gezegd om de vraag of de rechter alhier acht dient te slaan op behoorlijk in het geding gebrachte producties die in een andere taal dan de Nederlandse zijn gesteld. In casu ging het in een procedure over lichamelijk letsel om producties in de Spaanse taal.


Mr. P. Klik
Mr. P. Klik was voorheen lector aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez en is thans werkzaam als consultant.
Artikel

Access_open De betekenis van de Algemene wet bestuursrecht voor Curaçao

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Awb, Lar, bestuursrecht, Koninkrijk, analoge toepassing
Auteurs Prof. mr. L.J.J. Rogier
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de auteur stil bij het belang van de Nederlandse Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor de rechtspraktijk in Curaçao. Met de Awb wordt nader betekenis gegeven aan bestuursrechtelijke regels die in Curaçao niet zijn opgeschreven of veel minder zijn uitgewerkt. De vragen die rijzen zijn of dat wel altijd kan en zo ja, aan welke grenzen het overnemen of analoog toepassen van regels uit de Awb in Curaçao dan is gebonden.


Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de University of Curaçao. Hij is tevens redactielid van het Caribisch Juristenblad.

Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Ontwikkelingen rondom toelating en uitzetting

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Rijksvisumwet, Landsverordening toelating en uitzetting, van rechtswege toegelaten, niet van toepassingsverklaring, uitlandigheidsvereiste
Auteurs Mr. J. Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    Toelating en uitzetting wordt in het Caribische deel van het Koninkrijk geregeld door de Rijksvisumwet en de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) van de diverse landen. Nader wordt ingegaan op deze juridische tweedeling. Tevens komen twee recente uitspraken aan bod. De eerste handelt over de toekenning van een ‘van rechtswege toegelaten verklaring’ aan Nederlanders die langer dan tien jaar woonachtig zijn in een van de Caribische landen. De Lar-rechter is van mening dat dit een ‘niet van toepassingsverklaring’ behoort te zijn. Ook is de Lar-rechter in de tweede uitspraak van mening dat de strikte toepassing van het uitlandigheidsvereiste bij aanvraag van een vergunning tot toelating gedurende legitiem verblijf geen voorwaarde meer mag zijn.


Mr. J. Sybesma
Mr. J. Sybesma is redactielid van het Caribisch Juristenblad. Dit artikel is geheel op eigen titel geschreven en reflecteert op geen enkele wijze de zienswijze van de CBCS, de RvA, het GHvJ, de FdR UoC, dan wel de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

Access_open Enige opmerkingen over het (nieuwe) erfrecht en nalatenschapsmediation

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2018
Trefwoorden erfrecht, nalatenschapsmediation, langstlevende echtgenoot, hertrouwen, bescherming
Auteurs Prof. dr. mr. G. van der Burght LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de auteur stil bij het nieuwe erfrecht en het oplossen van erfrechtgeschillen, en in het bijzonder bij de complexe structuur van het nieuwe erfrecht, de positie van de langstlevende echtgenoot en de positie van de rechter bij erfenisconflicten.


Prof. dr. mr. G. van der Burght LL.M.
Prof. dr. mr. G. van der Burght LL.M. is juridisch adviseur en (nalatenschaps)mediator te Bloemendaal en docent aan de opleiding Nalatenschapsmediation; emeritus hoogleraar privaat- en notarieel recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en Familie- en erfrecht aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen (thans: University of Curaçao); oud-honorair raadsheer Gerechtshof ’s-Gravenhage; medeoprichter en eerste voorzitter Stichting Nalatenschapsmediation.

Mr. P. Klik
Mr. P. Klik was voorheen lector aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez en is thans werkzaam als consultant.

Mr. dr. J.C. de Wit
Mr. dr. J.C. de Wit is universitair hoofddocent Bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en gastdocent aan de Universiteit van Curaçao.
Artikel

Access_open Toepassing van de pre-pack in Curaçao: wat zijn de spelregels?

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2018
Trefwoorden pre-pack, Faillissementsbesluit 1931, Curaçaose Dok Maatschappij, doorstart, curator
Auteurs Mr. R.M. Bottse
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de pre-packprocedure centraal die is voorafgegaan aan de doorstart van de naamloze vennootschap Curaçaose Dok Maatschappij N.V. Pre-packrichtlijnen scheppen duidelijkheid omtrent het wanneer, waarom en hoe rondom de toepassing van pre-packs. In de richtlijnen zal voor de beoogd curator een stevige rol moeten zijn weggelegd in het voorkomen van diverse aansprakelijkheidsrisico’s. De auteur moedigt het gerecht daarom aan serieus werk te maken van het ontwerpen van pre-packrichtlijnen. Het verdient aanbeveling om daarbij door middel van een consultatieronde de mening van curatoren en andere insolventierechtbeoefenaren te peilen.


Mr. R.M. Bottse
Mr. R.M. Bottse is advocaat bij HBN Law.
Artikel

Voldoet de kwaliteitsregulering van de medische zorg op Aruba?

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Aruba, gezondheidsrecht, gezondheidszorg, kwaliteit, kwaliteitsregulering
Auteurs J.J. Dijkhoff LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtsleer is nauwelijks onderzoek gedaan naar de vraag of na de invoering van de Landsverordening beroepen in de gezondheidszorg en de Landsverordening kwaliteit in de gezondheidszorg een verbetering is te zien ten opzichte van het oude recht. Met dit doel is in deze bijdrage het nieuwe recht met het oude recht vergeleken. De studie bleef beperkt tot de toelating, de beroepsuitoefening en het toezicht en concludeerde in een ontkennend antwoord. De invoering is juridisch een feit, maar in de praktijk kan dit niet staande worden gehouden. Het is duidelijk dat meer onderzoek nodig is voor de verbetering van de kwaliteitsregulering op Aruba.


J.J. Dijkhoff LL.M.
J.J. Dijkhoff LL.M. is alumnus van de Universiteit van Aruba en werkzaam als jurist bij de Directie Volksgezondheid van Aruba. Dit artikel is door de auteur in de hoedanigheid van buitenpromovendus en op persoonlijke titel gemaakt in het kader van een onderzoek naar de kwaliteitsregulering in de gezondheidszorg op Aruba.

Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

    In deze bijdrage staat het arrest HR 7 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2285, NJ 2017/124 (Resort of the World/Maple Leaf) centraal. Alvorens het arrest te bespreken, zal worden ingegaan op het leerstuk van de vereenzelviging in algemene zin, waarbij de in dat kader belangrijke arresten HR 9 juni 1995, NJ 1996/213 (Krijger/Citco) en HR 13 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7480, NJ 2000/698, m.nt. J.M.M. Maeijer (Rainbow) aan bod zullen komen. Geconcludeerd kan worden dat er klemmende redenen moeten zijn om aan de afzonderlijke identiteit van een rechtspersoon voorbij te gaan. Tevens wordt in het arrest bevestigd dat de formele hoedanigheid van de handelende persoon niet beslissend is voor de vraag van toerekening van kennis en dat voor terughoudendheid bij de toerekening van zogeheten interne kennis aan een rechtspersoon geen plaats is.


Mr. dr. P.S. Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is werkzaam bij Spigt Dutch Caribbean en tevens verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Mr. dr. G.C.C. Lewin
Mr. dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Mr. M.W. Josephus Jitta
Mr. M.W. Josephus Jitta is werkzaam als advocaat bij ENSpigt.
Artikel

Enkele opmerkingen over de invoering van de Curaçaose Landsverordening inzake concurrentie en de instelling van een Curaçaose mededingingsautoriteit

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2017
Trefwoorden mededingingsrecht, mededingingsautoriteit, Landsverordening Concurrentie, Fair Trade Authority Curaçao, handhaving
Auteurs Mr. dr. P.S. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat het Curaçaose mededingingsrecht centraal. Er zal worden stilgestaan bij (i) de achtergronden voor invoering van de Landsverordening Concurrentie op Curaçao en de vraag in hoeverre kleinere jurisdicties als die van Curaçao (überhaupt) regels nodig hebben die de economische mededinging reguleren en aan banden leggen, (ii) de belangrijkste verschillen en overeenkomsten tussen de Landsverordening Concurrentie en de Nederlandse Mededingingswet en (iii) de vraag hoe de publiek- en privaatrechtelijke handhaving van de nieuwe landsverordening eruit zal (kunnen gaan) zien.


Mr. dr. P.S. Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is werkzaam bij Spigt Dutch Caribbean en tevens verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. De auteur dankt mr. S. Tuinenga en prof. mr. L.J.J. Rogier voor hun advies en commentaar op een eerdere versie van dit artikel. Dit artikel is, in iets gewijzigde vorm, eerder verschenen in het tijdschrift Markt & Mededinging (M&M 2017, afl. 4).

Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.
Jurisprudentie

De bijzondere zorgplicht van financiële instellingen bij hypothecair krediet aan consumenten nu en in de nabije toekomst

Annotatie bij Gemeenschappelijk Hof van Justitie 22 maart 2016, ECLI:NL:OGHACMB:2016:77 (Fatum Life Aruba/Pietersz)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2017
Auteurs Dr. Carlos Bollen
Auteursinformatie

Dr. Carlos Bollen
Dr. C. Bollen is wetenschappelijk hoofdmedewerker Privaatrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Aruba en redacteur van Caribisch Juristenblad.

Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Bescherming van de consument-koper door de wettelijke garantie van artikel 7:17 BW

Zin en onzin van een servicecontract bij koop

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2017
Trefwoorden consument, wettelijke garantie, commerciële garantie, servicecontract, koop
Auteurs Dr. mr. P. Klik
SamenvattingAuteursinformatie

    De wettelijke bepalingen van de kooptitel, Titel 7.1 BW, beschermen de consument-koper vergaand. Winkeliers in Curaçao doen hieraan afbreuk door onder meer zeer korte garantietermijnen te hanteren en zelfs onnodig en tegen betaling ‘bijkoopgaranties’ of servicecontracten aan te bieden. Nagegaan wordt wat, gelet op de bij consumentenkoop geldende dwingendrechtelijke bepalingen, de voor- en nadelen van servicecontracten zijn en in hoeverre een servicecontract meer bescherming biedt dan de bescherming die de consument-koper al geniet door de garanties die in de wet verankerd zijn.
    Besproken worden de remedies die de wet biedt (de verkoper moet overgaan tot herstel of vervanging binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast van de koper), de wettelijke garantie van artikel 7:17 BW waarbij geschiktheid voor normaal gebruik het uitgangspunt is (waaronder ook een normale levensduur valt), de regel van artikel 7:6a BW dat de verkoper verplicht is te vermelden dat een ‘commerciële garantie’ geen afbreuk doet aan de ‘wettelijke garantie’, en de omkering van de bewijslast in artikel 7:18 lid 2 BW op grond waarvan de zaak vermoed wordt bij aflevering ondeugdelijk geweest te zijn wanneer de non-conformiteit zich binnen zes maanden heeft geopenbaard.
    In deze bijdrage wordt voor Curaçao voorgesteld om in een overleg tussen bijvoorbeeld consumentenorganisatie FpK en vertegenwoordiging van branches tot gedragscodes te komen waarin – rekening houdend met specifieke lokale omstandigheden – een concrete nadere invulling wordt gegeven aan de wettelijke rechten van de consument-koper. Een geschillencommissie zou een logisch sluitstuk daarvan zijn.


Dr. mr. P. Klik
Dr. mr. P. Klik was tot voor kort lector aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez en is thans werkzaam bij Burgers Advocaten te Curaçao en als consultant.
Toont 1 - 20 van 77 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.