Zoekresultaat: 9 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Caribisch Juristenblad x Jaar 2011 x
Artikel

De strafrechter als executierechter in het kader van het strafvorderlijk kort geding (art. 43 Sv)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2011
Trefwoorden executierechter, strafvorderlijk kort geding, voorwaardelijke invrijheidsstelling, elektronisch toezicht
Auteurs Mr. F.J.P. Lock
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of artikel 43 Wetboek van Strafvordering (‘strafvorderlijk kort geding’) zich ook uitstrekte over de executiefase bestond discussie. Inmiddels is het vaste jurisprudentie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. In het artikel geeft de auteur, tot juli 2011 lid van het Hof, een overzicht van de rechtspraak van het Hof in procedures ex artikel 43 Sv over kwesties die de executie van vrijheidsstraffen betreffen. De vraag wordt behandeld welke kwesties de executie aangaande door het Hof wel en welke niet onder de reikwijdte van artikel 43 Sv worden gebracht. Met name wordt aandacht besteed aan beslissingen aangaande voorwaardelijke invrijheidsstelling en elektronisch toezicht en de toetsing daarvan door de rechter. Ook wordt (mogelijke) toekomstige wetgeving op dit terrein besproken. De auteur komt tot de conclusie dat thans een duidelijk toetsingskader voor beslissingen aangaande executie van vrijheidsstraffen ontbreekt. Het Hof heeft een zekere lijn ingezet. Veel beslissingen aangaande de executie kunnen via de weg van artikel 43 Sv aan de strafrechter worden voorgelegd. Een duidelijk criterium voor de beoordeling welke beslissingen daarvan zijn uitgesloten, is er (nog) niet. Ten aanzien van de beslissingen die wel kunnen worden voorgelegd lijkt het Hof (steeds meer) een marginale, administratiefrechtelijke toets aan te leggen. Ten aanzien van beslis- en beroepstermijnen ontbreekt de nodige duidelijkheid. Met het oog op de rechtsbescherming en de rechtszekerheid van de gedetineerde dient ook aan de resterende onduidelijkheid zoveel mogelijk een einde te worden gemaakt.


Mr. F.J.P. Lock
Mr. F.J.P. Lock was tot 1 augustus 2011 lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Thans is hij raadsheer in het Gerechtshof te Arnhem.


Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is als hoogleraar Staats- en Bestuursrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en als bijzonder hoogleraar Staats- en bestuursrecht verbonden aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen.
Artikel

Gescheiden machten

Koloniaal bestuur en de onafhankelijkheid van rechtspraak op Aruba, 1816-1919

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Aruba, machtenscheiding, vredegerecht, kantongerecht, Gerecht in Eerste Aanleg
Auteurs Drs. L. Alofs
SamenvattingAuteursinformatie

    In de koloniale samenlevingen staat de uitvoerende macht boven de rechterlijke macht. Deze bijdrage beschrijft de verzelfstandiging van de rechtspraak op Aruba tussen 1816 en 1919 op basis van de notulen van de rechtsprekende organen en omliggende archiefstukken. Tussen 1824 en 1848 had het Vredegerecht rechtsprekende, wetgevende en uitvoerende taken. In 1848 kwam een aparte wetgevende Adviserende Commissie tot stand en in 1869 een kantongerecht. Onafhankelijkheid van de rechterlijke macht werd ongedaan gemaakt door het gegeven dat de gezaghebber veelal aan het hoofd van de rechtsprekende organen stond. In 1919 kwam daarin verandering met de oprichting van het Gerecht in Eerste Aanleg.


Drs. L. Alofs
Drs. Luc Alofs is cultureel antropoloog, docent aan het Instituto Pedagogico Arubano en curator van het Historisch Museum Aruba. Hij promoveert in 2011 op een historische studie getiteld Onderhorigheid en separatisme; koloniaal bestuur en lokale politiek op Aruba, 1816 en 1955, Leiden: Rijksuniversiteit Leiden 2011.

Dr. H.J. van Kooten
Dr. H.J. van Kooten is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is raadsheer in het gerechtshof te Amsterdam.
Artikel

Belastingheffing in Caribisch Nederland

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2011
Trefwoorden belastingregeling Nederland, hybride stelsel, zelfbeschikkingsrecht, vijf fiscale stelsels, eenvoud
Auteurs Mr. J. Adeler en prof. dr. P. Kavelaars
SamenvattingAuteursinformatie

    Met ingang van 10 oktober 2010 zijn de Nederlandse Antillen opgehouden te bestaan. Curaçao en St. Maarten zijn als zelfstandige landen binnen het Koninkrijk verdergegaan. Bonaire, St. Eustatius en Saba – de BES of Caribisch Nederland – maken voortaan deel uit van Nederland als bijzondere gemeenten. Zij hebben daartoe per 1 januari 2011 een geheel eigen fiscaal stelsel gekregen. De auteurs gaan in deze bijdrage nader in op de bijzonderheden van het fiscale stelsel op de BES, de onlosmakelijke samenhang met het (Europees-)Nederlandse fiscale stelsel en plaatsen tot slot enkele kanttekeningen.


Mr. J. Adeler
Mr. J. Adeler is werkzaam bij Deloitte.

prof. dr. P. Kavelaars
Prof. dr. P. Kavelaars is werkzaam bij Deloitte en verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. E. Ys
Mr. E. Ys is adviseur bij ENNIA-groep.

Mr. P.E. de Kort
Mr. P.E. de Kort is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

J.W.H. van Wijk
J.H.W. van Wijk is cassatieadvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. in Den Haag.

Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is raadsheer in het gerechtshof te Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.