Zoekresultaat: 7 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift ARBAC x

    This article deals with employee board-level representation (EBLR) in the case of a cross-border merger. Article 16 CBM Directive (Tenth Directive 2005/56/EC) contains a provision to preserve this form of employee participation on national level. One of the fundamental principles of this article is the so called 'before and after principle'. This means that a cross-border merger may not be used to escape from already existing rights on employee participation. This article discusses the role of article 16 CBM Directive in the context of Dutch company law from the point of view of this fundamental principle. I will focus on two aspects: (i) the application of the said article and (ii) the embedding thereof in Dutch company law. This will lead to the conclusion that article 16 CBM Directive does not always protect what it should protect according to its objectives.


mr. Femke Laagland

    Een bekende uitzondering op het uitgangspunt van toezicht in twee feitelijke instanties is het appelverbod bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Krachtens art. 7:685 lid 11 BW kan tegen een ontbindingsbeschikking hoger beroep noch cassatie worden ingesteld. Dit roept vragen op met betrekking tot de rechtsbescherming van werknemers en werkgevers, mede gegeven de eisen die daaraan vanuit art. 6 EVRM gesteld kunnen worden. De auteur onderzoekt of het appelverbod in overeenstemming is met de voornoemde hogere norm en of eventuele misslagen in de ontbindingsbeschikking, ondanks het wettelijk appelverbod, hersteld kunnen worden. Aandacht wordt besteed aan de mogelijkheden van doorbreking van het appelverbod, herstel, herroeping en het leerstuk van de onrechtmatige rechtspraak. Onderzocht wordt of, en zo ja, voor welke gebreken in de ontbindingsbeschikking en de ontbindingsprocedure deze acties uitkomst kunnen bieden.


mr. Vivian Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. (Vivian) Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Een procesrechtelijke bijzonderheid in de ontbindingsprocedure van art. 7:685 BW ziet op de niet integrale toepasselijkheid van het wettelijk bewijsrecht van afdeling 9, titel 2 uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Volgens de memorie van toelichting bij de Wet tot herziening van het burgerlijk procesrecht kan de spoedeisendheid van de ontbindingsprocedure zich tegen toepassing van het wettelijke bewijsrecht verzetten. In dit artikel wordt allereerst betoogd dat niet iedere ontbindingsprocedure per definitie spoedeisend is en zich tegen de toepasselijkheid van het wettelijk bewijsrecht verzet en tevens dat in een spoedeisende ontbindingsprocedure onderscheid moet worden gemaakt tussen bewijsregels die wel en die niet aan een spoedige beslissing in de ontbindingsprocedure in de weg staan. Vervolgens onderzoekt de auteur of de ontbindingsprocedure wat betreft de bewijsvoering in overeenstemming is met art. 6 EVRM en het recht van de Europese Unie.


mr. Vivian Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. (Vivian) Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Analysis of recent European and Dutch case-law, dealing with issues of applicable law of international labour contracts.


Prof. Dr. Veerle Mrs. Van Den Eeckhout

    The Dutch Labour Inspectorate, that is allotted with the task of supervising the Dutch Working Conditions Legislation, is one of the public bodies currently envisaged by the Dutch government for a reduction in staff. Also, the Inspectorate is being amalgamated with two other supervising bodies under the responsibility of the minister of Social Affairs. This article analyses whether these developments are in line with international labour law (notably ILO convention 81, the Labour Inspection Convention 1947). It is asserted that both the reduction in staff and the reorganisation constitute a breach of ILO Convention 81. Instead of reducing the number of inspectors, the number should in fact be doubled to meet the ILO Standard in this respect. Also, the Inspectorate should be given the means to further build its expertise (notably in the field of occupational diseases and emerging risks). Furthermore, the independence from politically motivated policies should be strenghtened.


Dr. Jan Popma

    In the Netherlands, the legal consequences of a transfer of undertaking are especially unclear - or even: unreasonable - in the case of collective labour agreements. At the current state of affairs, employers will be bound by rights and obligations contained in those agreements even after the agreement itself has expired. Moreover, employees may, under certain circumstances, pick their labour conditions from different collective agreements and pick the most favourable ones (cherry picking). The author seeks to find a solution to these and other problems relating to the transfer of collective labour agreements.


Ronald Mr. Beltzer
R.M. Beltzer is UHD arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht aan de UvA.

    In this article, I will plead two 'new' proceedings against an inferior permission to terminate employment: (1) an appeal to the nullity of the permission to terminate employment and (2) an appeal to the nullity of the withdrawal. These procedures offer the employee an adequate remedy in the light of article 6 ECHR, in contrast with the claims for unfair dismissal (in Dutch: kennelijk onredelijk ontslag) and wrongful government act.


mr. Vivian mrs. Bij de Vaate
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.