Zoekresultaat: 4 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy x

    Hoe was het met de Nederlandse rechtsfilosofie gesteld in de eerste jaren na de bevrijding? In die periode lag binnen de Vereniging voor Wijsbegeerte des Rechts (VWR) het accent op de verhouding tussen recht en gerechtigheid in het licht van het recente verleden. Dit artikel bespreekt interventies van drie actieve VWR-leden in de jaren 1946-1949: C.M.O. van Nispen tot Sevenaer, I. Kisch en G.E. Langemeijer. Gelet op het sterke accent op de relatie tussen recht en moraal in deze periode, is het niet verwonderlijk dat de rechtsfilosofie van Gustav Radbruch destijds binnen de VWR veel bijval kreeg. Wat was Radbruchs invloed op deze drie rechtsfilosofen? Het artikel besluit met een bespreking van de herdenkingsrede die VWR-voorzitter M.P. Vrij in 1949 uitsprak bij het dertigjarig bestaan. Deze rede markeert het eindpunt van vier jaar van intensieve aandacht voor de rechtsfilosofische implicaties van de ervaring van juridisch onrecht.


Wouter Veraart
Wouter Veraart is hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Recht als human condition

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2013
Trefwoorden homo faber, homo agens, human condition, participatory judgment, law-linked justice, existence-linked justice
Auteurs Peter van Schilfgaarde
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper concentrates on the dynamic tension between law as it is ‘made’ by legal professionals, functioning as homo faber, and law as it is experienced by citizens, functioning as homo agens. In between those two worlds, law develops as a human condition, a term borrowed from Hannah Arendt. It is argued that, in regard to law development and administration of justice, the function of homo agens should have priority over the function of homo faber. The two basic faculties that connect the two worlds are judgment and speech. This leads to further thoughts on the character of judgment as ‘participatory judgment,’ the function of ‘middle terms’ in legal language and the concept of ‘shared responsibility.’


Peter van Schilfgaarde
Peter van Schilfgaarde is an Attorney at Law at the Supreme Court of The Netherlands in The Hague and former Professor of Corporate Law at the Universities of Groningen and Utrecht.
Artikel

Access_open Het normatieve karakter van de rechtswetenschap: recht als oordeel

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2009
Trefwoorden legal theory, science, methodology, normativity, knowledge
Auteurs Prof. mr. Carel Smith
SamenvattingAuteursinformatie

    Propositions of law are based upon normative judgement. The interpretation and application of legal provisions rest upon a judgement that determines which weight must be attributed to some point of view or perspective. In this respect, legal theory has a normative character. Its normative character does not preclude legal theory from being a scientific discipline. The scientific character of legal theory is not located in the possibility of testing the correctness of its theories. Rather, legal theory owes it scientific character to the shared standards of production and evaluation of legal arguments: the grammar of justice.


Prof. mr. Carel Smith
Carel Smith is associate professor at the Department of Metajuridica, Faculty of Law, Leiden University.
Artikel

Access_open Op de bres voor rechtszekerheid

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2009
Trefwoorden rechtszekerheid, in dubio pro libertate, Brouwer, rechtspositivisme, constructivisme
Auteurs Marc Loth
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper addresses the principle of legal certainty, which was central in the work of Bob Brouwer. He both regretted and disputed the decline of this principle in the theory and practice of law, trying to defend it against the spirit of the time. I argue that this attempt was in vain, because it opposes recent developments in law, as is illustrated by a notorious case of the European Court of Human Rights. Moreover, these developments invoke a constructivist account of legal certainty, which opposes Brouwer’s legal positivist account. Additionally, this meta-level shows that legal certainty in its classical form is indefensible, which – of course – does not mean that it is senseless altogether. On the contrary, the principle of legal certainty does have meaning in current legal systems, and it is the task of new generations of young scholars to try to get a grip on it. In doing so, they will undoubtedly make use of Brouwer’s work, which excels both in the depth of thinking and the clarity of writing.


Marc Loth
Marc Loth is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.