Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 311 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving x
Jurisprudentie

Onduidelijkheid over toepassingsbereik Blokkeringsverordening blijft voortbestaan

Annotatie bij HvJ EU 21 december 2021, C-124/20 (Bank Melli Iran/Telekom Deutschland GmbH), ECLI:EU:C:2021:1035

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2022
Trefwoorden sancties, Blokkeringsverordening, Sanctiewet, Iran, Blocking statute
Auteurs Mr. V.J.C. de Bruijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJ EU verduidelijkt de Blokkeringsverordening voor sancties van de VS met betrekking tot o.a. Iran. Het HvJ EU oordeelt dat (i) partijen de Blokkeringsverordening kunnen inroepen bij nationale rechters, (ii) dat als uit het bij de rechtbank beschikbare bewijs prima facie volgt dat bij de contractbeëindiging gevolg is gegeven aan geblokkeerde sancties, de opzeggende partij moet bewijzen dat hij niet die bedoeling had, en (iii) dat bij de vraag of een opzegging geldig is, ook de mogelijke impact van VS-sancties voor de opzeggende partij meegewogen moet worden. De precieze betekenis van gevolg geven aan geblokkeerde sancties blijft echter onduidelijk.


Mr. V.J.C. de Bruijn
Mr. V.J.C. de Bruijn is advocaat en partner bij AKD N.V.
Jurisprudentie

De weigering van een jachtakte door de korpschef van de politie als een bestraffende sanctie?

Annotatie bij ABRvS 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1748

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2022
Trefwoorden jachtakte, korpschef, bestuurlijke maatregel, Wet natuurbescherming, Wet wapens en munitie
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de korpschef van de politie is geweigerd een jachtakte te verlenen. De reden hiervoor ligt in het feit dat de aanvrager van de jachtakte is veroordeeld wegens overtreding van de Wet wapens en munitie. Op grond hiervan mag de korpschef geen jachtakte verlenen aan de aanvrager. Voorts is deze weigering niet aan te merken als een bestraffende sanctie.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht. Hij is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De bevoegdheid tot ‘onderzoeken’ in strafrecht en bestuursrecht

Kent ons recht een drieledig zoekstelsel?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2022
Trefwoorden doorzoeken, opsporing, toezicht, Onderzoek vervoermiddelen, Awb, Wet op de accijns, WED, WWM
Auteurs Mr. dr. E. Gritter
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op het ‘zoekstelsel’ zoals dit geldt in de strafvordering en in het bestuursrecht. Na een analyse van zoekbevoegdheden uit het Wetboek van Strafvordering, de Wet op de economische delicten, de Wet wapens en munitie, de Algemene wet bestuursrecht en de Wet op de accijns komt de auteur tot de conclusie dat het strafrecht en het bestuursrecht systematisch gezien een vergelijkbaar drieledig zoekstelsel kennen, bestaande uit zoekend rondkijken (gekoppeld aan een betredingsbevoegdheid), doorzoeken (dat zowel in het bestuursrecht als in het strafrecht een steunbevoegdheid is) en ‘onderzoeken’, dat een zelfstandige bevoegdheid is die onder omstandigheden op een feitelijke doorzoeking mag neerkomen.


Mr. dr. E. Gritter
Mr. dr. E. Gritter is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de Vakgroep Strafrecht & Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Interveniëren met effect?

Twee perspectieven op de aanpak van financieel-economische criminaliteit door het Functioneel Parket

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2022
Trefwoorden effectieve interventies, financieel-economische criminaliteit, functioneel Parket, recidive, Publiek-Private Samenwerking
Auteurs Mr. drs. A. de Crom, Mr. T.P.M. Meekel en Dr. J.H.R. van Onna
SamenvattingAuteursinformatie

    Het belang van het voorkomen en bestrijden van fraude, milieucriminaliteit en witwassen is evident, maar de wijze waarop is niet eenvoudig. Het overgrote deel van deze strafzaken wordt gedaan door het Functioneel Parket (FP). Het FP beoogt te interveniëren met effect in deze zaken, om zo maatschappelijk effect te bereiken. Hiervoor is het van belang zicht te hebben op de verschillende interventiemogelijkheden en om kennis te ontwikkelen over de effectiviteit daarvan. In dit artikel wordt dit vraagstuk vanuit twee perspectieven verkend: de handhavingsdoelen die men nastreeft, specifiek het voorkomen van recidive, en vanuit de samenwerking met derden, specifiek met private partijen.


Mr. drs. A. de Crom
Mr. drs. A. de Crom is trainee aan de Academie voor Wetgeving en is werkzaam als wetgevingsjurist bij het Ministerie van Justitie & Veiligheid.

Mr. T.P.M. Meekel
­Mr. T.P.M. Meekel is werkzaam als trainee bij het Openbaar Ministerie.

Dr. J.H.R. van Onna
­Dr. J.H.R. van Onna is senior adviseur en onderzoeker bij het Functioneel Parket. Daarnaast is hij research fellow aan de Vrije Universiteit.
Redactioneel

De burgemeester als ziektebestrijder?

Onduidelijkheden over de voorgestelde sluitingsbevoegdheid van de burgemeester in artikel 58na Wet publieke gezondheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2022
Trefwoorden corona, burgemeester, sluitingsbevoegdheid, bestuursstrafrecht, Wet publieke gezondheid
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Om het corona-virus nog meer te kunnen aanpakken is een nieuwe sluitingsbevoegdheid voor de burgemeester voorgesteld in artikel 58na Wet publieke gezondheid. Hiermee krijgt de burgemeester derhalve ook een rol als ziektebestrijder. In dit redactioneel worden onduidelijkheden over deze sluitingsbevoegdheid besproken en wordt geconcludeerd dat deze bevoegdheid nader moet worden doordracht.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Fiscaal boete- en strafrecht: openbaar, maar toch geheim

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2022
Trefwoorden geheimhouding, fiscale boete, fiscaal strafrecht, openbaarheid, fiscale strafbeschikking
Auteurs Dr. B.M. van der Sar
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij het opleggen van fiscale boetes en bij de opsporing, vervolging en berechting van de bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten is de strikte fiscale geheimhoudingsverplichting van artikel 67 AWR onverkort van toepassing. Gezien de gewenste openbaarheid als gevolg van de doelstelling van zichtbare, generale preventie uit het fiscaal boete- en strafrecht kan dit soms leiden tot fricties. Aan de hand van zijn proefschrift bespreekt de auteur in deze bijdrage enkele sprekende voorbeelden van openbaarheid in het fiscale boete- en strafrecht, waarbij wordt gekeken in hoeverre dit wel aansluit bij de strikte fiscale geheimhoudingsplicht van artikel 67 AWR.


Dr. B.M. van der Sar
Dr. B.M. van der Sar is verbonden aan de Unit Landelijk Toezicht en Economische Handhaving van de Belastingdienst/Grote Ondernemingen.
Artikel

Crypto-fraude: hoe wordt dit strafrechtelijk beteugeld?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2022
Trefwoorden crypto, fraude, strafrecht, pump and dump, cryptovaluta
Auteurs Mr. J.A. Zwinkels
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verkend hoe crypto-fraude strafrechtelijk wordt beteugeld. Na een beschrijving van een aantal crypto-begrippen en vormen van crypto-fraude worden de relevante strafbaarstellingen toegelicht. Ook wordt ingegaan op toekomstige regelgeving die de cryptomarkt in vergaande markt zal reguleren en welk effect dit zal hebben op de bestrijding van crypto-fraude.


Mr. J.A. Zwinkels
Mr. J.A. Zwinkels is advocaat bij Ivy Advocaten te Amsterdam.
Trending Topics

De Wet confiscatie criminele goederen – een ondermijning van het strafrecht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2022
Trefwoorden Wet confiscatie criminele goederen, NCBC, onschuldpresumptie, zwijgrecht, nemo tenetur-beginsel
Auteurs Mr. V.C. Langenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op basis van de (nieuwe) Wet confiscatie criminele goederen wordt het mogelijk om goederen van een persoon die afkomstig zijn van enig strafbaar feit aan de Staat te laten vervallen, zonder dat sprake is van een voorafgaande strafrechtelijke veroordeling. In dit artikel wordt ingegaan op de problemen die zich kunnen voordoen bij het invoeren van de Wet confiscatie criminele goederen in zijn huidige vorm. Door toepassing van de NCBC-procedure (non conviction based confiscation), naast een parallel lopende strafzaak, kan de rechtsbescherming van verdachten namelijk ernstig in het gedrang komen.


Mr. V.C. Langenburg
Mr. V.C. Langenburg is advocaat bij Jaeger Advocaten-Belastingkundigen.
Artikel

Eendaadse samenloop van fiscale en commune feiten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2022
Trefwoorden vervolgingsuitsluitingsgrond, vervolgingsbeletsel, samenloop, eendaadse, restrictief
Auteurs Mr. D.J. Franssen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in recente rechtspraak (impliciet) bevestigd dat het in artikel 69 lid 4 AWR vervatte vervolgingsbeletsel zich niet mede uitstrekt over een op artikel 225 lid 1 Sr toegespitste tenlastelegging. Deze rechtspraak getuigt niet van een restrictieve interpretatie van artikel 69 lid 4 AWR, nu het vervolgingsbeletsel ziet op eendaadse samenloop van fiscale en commune feiten.


Mr. D.J. Franssen
Mr. D.J. Franssen is advocaat te Amsterdam.
Artikel

Executieve jurisdictie: het (grote) obstakel in grensoverschrijdende opspo­ringsonderzoeken naar (gebruikers van) cryptoaanbieders?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2022
Trefwoorden executieve jurisdictie, EncroChat, Rechtshulp, JIT, grensoverschrijdend opsporingsonderzoek
Auteurs Mr. L.W. Verbeek en Mr. T. Beekhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens het grensoverschrijdende opsporingsonderzoek naar (gebruikers van) cryptoaanbieders worden opsporingsautoriteiten voor complexe juridische vraagstukken gesteld wanneer zij rechtsmacht willen uitoefenen buiten de eigen landsgrenzen. Immers, autoriteiten zijn bij het uitoefenen van executieve jurisdictie gebonden aan hun eigen territorium, terwijl het onderzoek naar (gebruikers van) cryptoaanbieders een internationaal karakter kent. In de EU zijn verschillende mogelijkheden ontwikkeld om grensoverschrijdend op te sporen. In deze bijdrage worden twee van deze mogelijkheden: een rechtshulpverzoek en het oprichten van een Joint Investigation Team geanalyseerd. Bij beide mogelijkheden stuiten opsporingsautoriteiten op bezwaren. De auteurs concluderen dat het grensoverschrijdend opsporingsonderzoek noopt tot een efficiëntere Europeesrechtelijke onderzoeksaanpak.


Mr. L.W. Verbeek
Mr. L.W. Verbeek is medewerker bij het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad der Nederlanden. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.

Mr. T. Beekhuis
Mr. T. Beekhuis is verbonden als promovenda aan het Willem ­Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.
Redactioneel

Het enkele gebruik van cryptophones als basis voor procesrechtelijke concepten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2022
Trefwoorden cryptocommunicatie, redelijk vermoeden van schuld, recidivegevaar, EncroChat, cryptofoon
Auteurs D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren gebruiken criminelen veelvuldig dure cryptodiensten. In het redactioneel wordt beoordeeld of het enkele gebruik van een speciale cryptodienst voldoende is om een redelijk vermoeden van schuld en het recidivegevaar als grond voor voorlopige hechtenis aan te nemen.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is als universitair docent verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het ­Montaigne Centrum voor Rechtstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open De EncroChat-jurisprudentie: teleurstelling voor advocaten, overwinning voor justitie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2022
Trefwoorden EncroChat, cryptotelefoon, hackbevoegdheid, recht op een eerlijk proces, internationaal vertrouwensbeginsel
Auteurs Prof. mr. dr. B.W. Schermer en Prof. mr. dr. J.J. Oerlemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel biedt een overzicht van de EncroChat-jurisprudentie, waar de auteurs zich met name richten op de onderzoekswensen van de verdediging. Daarbij worden eerst de details van de EncroChat-operatie uiteengezet. Vervolgens wordt op de bezwaren van de verdediging ingegaan met betrekking tot de rechtmatigheid van de onderzoekshandelingen in de EncroChat-operatie en de onderzoekswensen ten aanzien van de toegang tot de gegevens. Het artikel sluit af met een beschouwing van de bevindingen.


Prof. mr. dr. B.W. Schermer
Prof. mr. dr. B.W. Schermer is hoogleraar privacy en cybercrime bij het Centrum voor Recht en Digitale Technologie van de Universiteit Leiden (eLaw@Leiden) en partner bij juridisch adviesbureau Considerati.

Prof. mr. dr. J.J. Oerlemans
­Prof. mr. dr. J.J. Oerlemans is bijzonder hoogleraar inlichtingen en recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het ­Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het gebruik van resultaten uit de Encro­Chat-­hack in de Duitse strafrechtspleging

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2022
Trefwoorden cryptocommunicatie, bewijsuitsluiting, EncroChat, cryptofoon
Auteurs D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Anders dan vele Nederlandse advocaten (in Nederlandse strafzaken) slaagde een Duitse advocaat (in een Duitse strafzaak) erin de resultaten van de EncroChat-hack uit te laten sluiten van het bewijs. Dit is precies wat vele Nederlandse advocaten hebben geprobeerd te bereiken, en daarom is het interessant te bekijken hoe de beoordeling van de EncroChat-hack in Duitsland plaatsvindt en waarom het Landgericht Berlijn tot de bovengenoemde beslissing is gekomen.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is als universitair docent verbonden aan ­het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het ­Montaigne Centrum voor Rechtstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Oprichter van cryptotelefoonaanbieder Ennetcom veroordeeld

Annotatie bij Rb. Rotterdam 21 september 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:9085

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2022
Trefwoorden Ennetcom, cryptotelefoon, PGP, détournement de pouvoir, privacy
Auteurs Prof. mr. dr. J.J. Oerlemans
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak richt zich op de oprichter van Ennetcom en de leverancier van cryptotelefoons. In deze annotatie worden de volgende drie elementen uit de uitspraak besproken en becommentarieerd: (1) de rechtmatigheid van het veiligstellen van de berichten; (2) de vraag is of er sprake is van misbruik van bevoegdheden (détournement de pouvoir); en (3) de vraag of het aanbieden van de cryptotelefoons een illegale activiteit is.


Prof. mr. dr. J.J. Oerlemans
Prof. mr. dr. J.J. Oerlemans is bijzonder hoogleraar inlichtingen en recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht
Artikel

Cryptofoons, privacyvriendelijke applicaties en het vermoeden van onschuld

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2022
Trefwoorden cryptofoons, vermoeden van onschuld, bewijslast, privacy
Auteurs Dr. S. Royer en R. Vanleeuw LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan de auteurs in op de draagwijdte van het vermoeden van onschuld in de Europese rechtspraak van het Europees Hof en zij passen die toe in de context van cryptofoons. Ook enkele vraagstukken die hiermee verband houden, zoals de rechtspraak over decryptiebevelen en het verbod op anonieme vooraf betaalde belkaarten, worden geanalyseerd. Tot slot beantwoorden de auteurs de vraag in welke mate geldende principes kunnen worden doorgetrokken naar de gebruikers van zogenaamde privacyvriendelijke applicaties, zoals Signal en Telegram.


Dr. S. Royer
Dr. S. Royer is postdoctoraal onderzoeker aan het Centre for IT and IP Law en geaffilieerd met het Instituut voor Strafrecht, beiden onderdeel van KU Leuven.

R. Vanleeuw LLM
R. Vanleeuw is onderzoeker aan het Centre for IT and IP Law, onderdeel van KU Leuven.

    Een reactie op drie artikelen waarin het inzagerecht van de verdediging in grote datasets centraal staat. Na het schetsen van een wettelijk kader, zal aan de hand van de strafzaak TandemII worden geschetst hoe de praktijk zich verhoudt tot het verdragsrechtelijk kader. Vervolgens wordt ingegaan op de werking, validiteit en forensische betrouwbaarheid van de zoekmachine Hansken en de mogelijkheden tot contra-expertise. Ten slotte wordt besproken hoe gewerkt wordt aan de door de verdediging gewenste inzage op afstand en welke haken en ogen daaraan verbonden zijn.


Mr. M.M. Egberts
Mr. M.M. Egberts is landelijk officier van justitie digitale opsporing.
Trending Topics

Bulkbevoegdheden en strafrechtelijk onderzoek

Lessen uit de jurisprudentie van het EHRM voor de normering van grootschalige data-analyse

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2022
Trefwoorden bulk-hacking, bulkinterceptie van communicatie, grootschalige data-analyse, normering, EHRM
Auteurs Dr. M. Galič
SamenvattingAuteursinformatie

    Bulkbevoegdheden, zoals bulkinterceptie van communicatie en bulk-hacking, worden steeds vaker gebruikt, niet alleen in zaken van nationale veiligheid, maar ook in strafrechtelijke onderzoeken naar zware criminaliteit. De EncroChat-hack is daar een recent voorbeeld van. De vraag die echter nog moet worden beantwoord is: hoe moeten deze bevoegdheden, die tot grootschalige data-analyse in strafrechtelijke onderzoeken leiden, worden genormeerd zodat zij in overeenstemming zijn met artikel 8 EVRM? Twee recente arresten van het EHRM met betrekking tot bulkinterceptie bieden enkele lessen. Zij laten zien dat bulkbevoegdheden moeten worden beschouwd als een proces dat ‘end-to-end-waarborgen’ vereist en een gedetailleerde regulering van alle verwerkingsfasen, te weten de verzameling, de selectie, de analyse en het gebruik (waaronder het delen) van de data.


Dr. M. Galič
Dr. M. Galič is universitair docent Privacy en Straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Trending Topics

Op weg naar een nieuw regime voor uitbesteding van KYC-verplichtingen op grond van de Wwft

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2022
Trefwoorden Wwft, uitbesteding, cliëntenonderzoek, transactiemonitoring, witwassen
Auteurs Mr. J.J. Strijder en Mr. S.J. Lopik
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren is een grote interesse ontstaan voor verplichtingen die voortkomen uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Dit komt onder andere door de toenemende eisen die de wetgever op grond van de Wwft stelt aan de poortwachtersfunctie van allerlei organisaties, zoals banken en accountants. Daarnaast is de Wwft een speerpunt van diverse autoriteiten geworden, en is het Openbaar Ministerie (OM) tot aanzienlijke schikkingen voor Wwft-overtredingen gekomen. Veel instellingen hebben in de afgelopen jaren dan ook fors geïnvesteerd om aan de toenemende eisen op het gebied van know your customer (KYC) te voldoen. Dit roept de vraag op of KYC-werkzaamheden kunnen worden uitbesteed aan gespecialiseerde dienstverleners die dit werk mogelijk beter en kostenefficiënter kunnen uitvoeren. Mocht een instelling besluiten om tot uitbesteding over te gaan, dan moet dit zorgvuldig gebeuren. De Wwft kent hiertoe regels en verschillende autoriteiten bieden enkele handvatten. In de praktijk laat de handzaamheid hiervan echter niet zelden te wensen over. In deze bijdrage gaan wij in op het uitbestedingsregime onder de Wwft en kijken wij naar de veranderingen die op dit gebied op komst lijken te zijn.


Mr. J.J. Strijder
Mr. J.J. Strijder is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.

Mr. S.J. Lopik
Mr. S.J. Lopik is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam en buitenpromovendus aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open De compliancemonitor als transactievoorwaarde: heeft de Nederlandse wetgever geleerd van de ervaringen in de Verenigde Staten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2022
Trefwoorden compliancemonitor, transactie, strafbaarheid van rechtspersonen, Verenigde Staten, evaluatie Wet OM-afdoening
Auteurs Mr. I.M. Braam, Mr. K.T. Bottse en Prof. mr. R.M.I. Lamp
SamenvattingAuteursinformatie

    Het conceptwetsvoorstel naar aanleiding van de evaluatie van de Wet OM-afdoening introduceert de mogelijkheid voor het Openbaar Ministerie om bij een transactie als voorwaarde het naleven van aanwijzingen in het kader van gedragstoezicht gericht op compliancebeleid op te leggen. In de bijbehorende memorie van toelichting wordt verduidelijkt dat hierbij onder meer aan de aanstelling van een compliancemonitor kan worden gedacht. In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre het conceptwetsvoorstel op dit punt aansluit bij internationale ontwikkelingen, specifiek de ervaringen die in de Verenigde Staten – een voorloper op dit gebied – met de compliancemonitor zijn opgedaan.


Mr. I.M. Braam
Mr. I.M. Braam is werkzaam als advocaat bij de Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Amsterdam.

Mr. K.T. Bottse
Mr. K.T. Bottse is werkzaam als advocaat bij de Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Amsterdam.

Prof. mr. R.M.I. Lamp
Prof. mr. R.M.I. Lamp is werkzaam als advocaat bij de Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Amsterdam.
Artikel

Gewikt en gewogen: de vergoeding van advocaatkosten (530 Sv)

Over de verhouding tussen de vergoeding van kosten van rechtsbijstand ex artikel 530, tweede lid, Sv en de onschuldpresumptie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2022
Trefwoorden kosten van rechtsbijstand, artikel 530 Sv, onschuldpresumptie, (gronden van) billijkheid, gebleken onschuld
Auteurs Mr. K.M.G. Demandt en Mr. C.A.M. Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    De gewezen verdachte moet na een vrijspraak of sepot vaak nogmaals de strijd aangaan. Dit keer om onder andere zijn advocaatkosten vergoed te krijgen. De strafrechter toetst in kostenvergoedingsprocedures of gronden van billijkheid aanwezig zijn om een schadevergoeding toe te kennen. Deze billijkheidstoets lijkt echter steeds vaker uit te monden in een meer inhoudelijke beoordeling van de strafzaak, hetgeen haaks staat op de eerdere vrijspraak of het eerdere sepot. Om duidelijk te maken dat de gehanteerde billijkheidsmaatstaven (in bepaalde gevallen) op gespannen voet staan met de onschuldpresumptie, toetsen wij in dit artikel aan de uitgangspunten van het EHRM. Volgens ons is het tijd voor een meer marginale toetsing waarbij billijkheid inderdaad de boventoon voert.


Mr. K.M.G. Demandt
Mr. K.M.G. Demandt is werkzaam als advocaat bij Hertoghs advocaten.

Mr. C.A.M. Janssen
Mr. C.A.M. Janssen is werkzaam als advocaat bij Hertoghs advocaten.
Toont 1 - 20 van 311 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 15 16
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.