Zoekresultaat: 3 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving x
Artikel

‘Ik mag doen wat ik moet doen’

Bevindingen en praktijkimplicaties uit een onderzoek naar de criminele ontwikkeling van fraudeurs

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Fraudeur, Levensloop, Criminologie, Moraliteit, Sociale binding
Auteurs Dr. J. van Onna
SamenvattingAuteursinformatie

    Fraude heeft grote maatschappelijke en financiële gevolgen. Toch is over het proces waarlangs en de redenen waarom managers, bestuurders of ondernemers zich inlaten met serieuze vormen van fraude nog relatief weinig bekend. Deze kennislacune omtrent de criminele ontwikkeling van fraudeurs is onderwerp van onderzoek in een recent afgerond proefschrift. In het artikel worden de belangrijkste bevindingen uit het proefschrift en de aanbevelingen voor de handhaving besproken.


Dr. J. van Onna
Dr. J. van Onna is senior adviseur en onderzoeker bij het Functioneel Parket (Openbaar Ministerie) en research fellow aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Begin september publiceerde de U.S. Department of Justice (DOJ) een nieuwe richtlijn voor federale aanklagers die uiteenzet hoe bij corruptie-onderzoeken, waarbij veelal rechtspersonen als verdachte worden aangemerkt, omgegaan zal (moeten) worden met betrokken natuurlijke personen.


mr. J. Verhaert
Artikelen

Spreken is zilver, zwijgen is goud: een inlichtingenverplichting zonder waarborg fout?

De reikwijdte van het nemo tenetur-beginsel en de (voorgenomen) faillissementswetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2014
Auteurs mr. A. Zeeman en mr. A.A. Feenstra
Samenvatting

    In deze bijdrage zullen wij ingaan op een aantal onderwerpen waarbij de reikwijdte en toepassing van het nemo tenetur-beginsel aan de orde is. Ten eerste is dit het veelbesproken Chambaz-arrest van het EHRM. In dit arrest heeft het EHRM het nemo tenetur-beginsel uitgebreid naar de persoon die ‘niet kan uitsluiten’ dat gevorderd materiaal voor bestraffingsdoeleinden gebruikt zal worden. Vervolgens gaan wij in op de ‘receptie’ van het Chambazarrest in de jurisprudentie van de Hoge Raad. Voor een goed begrip voor de samenhang met voorgaande EHRMarresten wordt voorafgaand aan beide onderwerpen een analyse gegeven van de ‘klassieke’ jurisprudentie ten aanzien van het nemo tenetur-beginsel. Hiernaast besteden wij aandacht aan een nieuwe wending bij de toepassing van het nemo tenetur-beginsel, namelijk de uitwerking in de faillissementspraktijk. Door de recente ontwikkelingen in de jurisprudentie en de focus van het Openbaar Ministerie op faillissementsfraude is de toepassing van het nemo tenetur-beginsel op dit terrein actueel geworden. In de faillissementswetgeving zijn legio verplichtingen opgenomen van een gefailleerde ten opzichte van de curator, terwijl het nemo tenetur-beginsel in die relatie nog betrekkelijk onontgonnen gebied lijkt. Ten slotte zullen wij afronden met een standpunt omtrent de reikwijdte van het nemo tenetur-beginsel, alsmede een waardering hoe de huidige en toekomstige faillissementswetgeving zich verhoudt tot dat beginsel.


mr. A. Zeeman

mr. A.A. Feenstra
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.