Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 47 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving x
Artikel

Access_open De EncroChat-jurisprudentie: teleurstelling voor advocaten, overwinning voor justitie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2022
Trefwoorden EncroChat, cryptotelefoon, hackbevoegdheid, recht op een eerlijk proces, internationaal vertrouwensbeginsel
Auteurs Prof. mr. dr. B.W. Schermer en Prof. mr. dr. J.J. Oerlemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel biedt een overzicht van de EncroChat-jurisprudentie, waar de auteurs zich met name richten op de onderzoekswensen van de verdediging. Daarbij worden eerst de details van de EncroChat-operatie uiteengezet. Vervolgens wordt op de bezwaren van de verdediging ingegaan met betrekking tot de rechtmatigheid van de onderzoekshandelingen in de EncroChat-operatie en de onderzoekswensen ten aanzien van de toegang tot de gegevens. Het artikel sluit af met een beschouwing van de bevindingen.


Prof. mr. dr. B.W. Schermer
Prof. mr. dr. B.W. Schermer is hoogleraar privacy en cybercrime bij het Centrum voor Recht en Digitale Technologie van de Universiteit Leiden (eLaw@Leiden) en partner bij juridisch adviesbureau Considerati.

Prof. mr. dr. J.J. Oerlemans
­Prof. mr. dr. J.J. Oerlemans is bijzonder hoogleraar inlichtingen en recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het ­Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het gebruik van resultaten uit de Encro­Chat-­hack in de Duitse strafrechtspleging

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2022
Trefwoorden cryptocommunicatie, bewijsuitsluiting, EncroChat, cryptofoon
Auteurs D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Anders dan vele Nederlandse advocaten (in Nederlandse strafzaken) slaagde een Duitse advocaat (in een Duitse strafzaak) erin de resultaten van de EncroChat-hack uit te laten sluiten van het bewijs. Dit is precies wat vele Nederlandse advocaten hebben geprobeerd te bereiken, en daarom is het interessant te bekijken hoe de beoordeling van de EncroChat-hack in Duitsland plaatsvindt en waarom het Landgericht Berlijn tot de bovengenoemde beslissing is gekomen.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is als universitair docent verbonden aan ­het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het ­Montaigne Centrum voor Rechtstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Oprichter van cryptotelefoonaanbieder Ennetcom veroordeeld

Annotatie bij Rb. Rotterdam 21 september 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:9085

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2022
Trefwoorden Ennetcom, cryptotelefoon, PGP, détournement de pouvoir, privacy
Auteurs Prof. mr. dr. J.J. Oerlemans
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak richt zich op de oprichter van Ennetcom en de leverancier van cryptotelefoons. In deze annotatie worden de volgende drie elementen uit de uitspraak besproken en becommentarieerd: (1) de rechtmatigheid van het veiligstellen van de berichten; (2) de vraag is of er sprake is van misbruik van bevoegdheden (détournement de pouvoir); en (3) de vraag of het aanbieden van de cryptotelefoons een illegale activiteit is.


Prof. mr. dr. J.J. Oerlemans
Prof. mr. dr. J.J. Oerlemans is bijzonder hoogleraar inlichtingen en recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht
Artikel

Cryptofoons, privacyvriendelijke applicaties en het vermoeden van onschuld

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2022
Trefwoorden cryptofoons, vermoeden van onschuld, bewijslast, privacy
Auteurs Dr. S. Royer en R. Vanleeuw LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan de auteurs in op de draagwijdte van het vermoeden van onschuld in de Europese rechtspraak van het Europees Hof en zij passen die toe in de context van cryptofoons. Ook enkele vraagstukken die hiermee verband houden, zoals de rechtspraak over decryptiebevelen en het verbod op anonieme vooraf betaalde belkaarten, worden geanalyseerd. Tot slot beantwoorden de auteurs de vraag in welke mate geldende principes kunnen worden doorgetrokken naar de gebruikers van zogenaamde privacyvriendelijke applicaties, zoals Signal en Telegram.


Dr. S. Royer
Dr. S. Royer is postdoctoraal onderzoeker aan het Centre for IT and IP Law en geaffilieerd met het Instituut voor Strafrecht, beiden onderdeel van KU Leuven.

R. Vanleeuw LLM
R. Vanleeuw is onderzoeker aan het Centre for IT and IP Law, onderdeel van KU Leuven.

    Een reactie op drie artikelen waarin het inzagerecht van de verdediging in grote datasets centraal staat. Na het schetsen van een wettelijk kader, zal aan de hand van de strafzaak TandemII worden geschetst hoe de praktijk zich verhoudt tot het verdragsrechtelijk kader. Vervolgens wordt ingegaan op de werking, validiteit en forensische betrouwbaarheid van de zoekmachine Hansken en de mogelijkheden tot contra-expertise. Ten slotte wordt besproken hoe gewerkt wordt aan de door de verdediging gewenste inzage op afstand en welke haken en ogen daaraan verbonden zijn.


Mr. M.M. Egberts
Mr. M.M. Egberts is landelijk officier van justitie digitale opsporing.
Trending Topics

Bulkbevoegdheden en strafrechtelijk onderzoek

Lessen uit de jurisprudentie van het EHRM voor de normering van grootschalige data-analyse

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2022
Trefwoorden bulk-hacking, bulkinterceptie van communicatie, grootschalige data-analyse, normering, EHRM
Auteurs Dr. M. Galič
SamenvattingAuteursinformatie

    Bulkbevoegdheden, zoals bulkinterceptie van communicatie en bulk-hacking, worden steeds vaker gebruikt, niet alleen in zaken van nationale veiligheid, maar ook in strafrechtelijke onderzoeken naar zware criminaliteit. De EncroChat-hack is daar een recent voorbeeld van. De vraag die echter nog moet worden beantwoord is: hoe moeten deze bevoegdheden, die tot grootschalige data-analyse in strafrechtelijke onderzoeken leiden, worden genormeerd zodat zij in overeenstemming zijn met artikel 8 EVRM? Twee recente arresten van het EHRM met betrekking tot bulkinterceptie bieden enkele lessen. Zij laten zien dat bulkbevoegdheden moeten worden beschouwd als een proces dat ‘end-to-end-waarborgen’ vereist en een gedetailleerde regulering van alle verwerkingsfasen, te weten de verzameling, de selectie, de analyse en het gebruik (waaronder het delen) van de data.


Dr. M. Galič
Dr. M. Galič is universitair docent Privacy en Straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Access_open Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2021

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2022
Auteurs Mr. J. Boonstra, Mr. dr. S.S. Buisman, Mr. A.A. Feenstra e.a.

Mr. J. Boonstra

Mr. dr. S.S. Buisman

Mr. A.A. Feenstra

Mr. dr. I. Koopmans

Mr. V.S.Y. Liem

Prof. mr. M. Nelemans

Mr. dr. J.S. Nan

Mr. dr. E. Sikkema

Mr. dr. drs. B. van der Vorm

Mr. dr. W.S de Zanger
Artikel

Kwalitatieve en transparante fraudebestrijding

Een verkennend onderzoek naar handhavingscriteria voor fraudedelicten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2021
Trefwoorden fraude, handhavingscriteria, optimum remedium, hybride rechtspleging
Auteurs Mr. dr. S.S. Buisman
SamenvattingAuteursinformatie

    Fraude is een complex en wijdverspreid probleem. Terwijl de criminaliteitscijfers de afgelopen jaren zijn gedaald, neemt het aantal fraudegevallen met rasse schreden toe. Het is dan ook niet verwonderlijk dat beleidsmakers hard willen optreden tegen fraudeurs. Echter, zaken zoals de toeslagenaffaire hebben laten zien dat het beleid daarin vaak doorschiet en dat de menselijke maat met enige regelmaat uit het oog verloren wordt. Daarom zou een set van handhavingscriteria dienen te worden ontwikkeld voor transparante en kwalitatieve handhaving van fraudedelicten. In dat kader wordt in dit artikel wordt een eerste verkennend onderzoek gedaan naar de gehanteerde handhavingscriteria bij fraudedelicten.


Mr. dr. S.S. Buisman
Mr. dr. S.S. Buisman is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open De politie als winkelier van smartphones met ‘versleutelde’ communicatiemiddelen: de inzet van de opsporingshandelingen getoetst aan het legaliteitsbeginsel

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2021
Trefwoorden digitale opsporing, legaliteitsbeginsel, Privacy, Operation Trojan Shield, ANOM-smartphone
Auteurs Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius, Mr. I.N. De Wit, D.A.G. Van Toor PhD LLM BSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Met Operation Trojan Shield hebben de (Nederlandse) autoriteiten de populariteit van cryptophones perfect uitgebuit. In deze bijdrage wordt onderzocht welke wettelijke grondslag gebruikt zou kunnen zijn bij (1) de ontwikkeling van de hardware en de daarop geïnstalleerde software; (2) de verspreiding van de toestellen; (3) het verkrijgen van vertrouwelijke communicatie doordat de toestellen zijn gebruikt; en (4) de analyse van de inhoud van de verstuurde en ontvangen communicatie. De inzet van deze handelingen wordt ten slotte beoordeeld in het licht van het legaliteitsbeginsel zoals dat volgt uit artikel 8 lid 2 EVRM.


Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius
Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius is verbonden als docent Straf(proces)recht aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. I.N. De Wit
Mr. I.N. de Wit is verbonden als docent Straf(proces)recht aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

D.A.G. Van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

Mr. T. Beekhuis
Mr. T. Beekhuis is verbonden als promovenda aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.
Trending Topics

Cybersecurity en ‘datagedreven’ opsporing: stand van zaken met betrekking tot de interceptie van versleutelde cryptocommunicatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2021
Trefwoorden cybercrime, encryptie, internationale samenwerking, datagedreven opsporingsonderzoek, interceptie
Auteurs Mr. J.S. Boeser
SamenvattingAuteursinformatie

    Er is op dit moment veel te doen op het gebied van cybercrime en cybersecurity. Cyberaanvallen vormen een toenemende dreiging voor onze samenleving. Ook encryptie (de versleuteling van communicatie) levert de nodige uitdagingen op voor opsporingsdiensten. In een digitaliserende samenleving worden ‘datagedreven opsporing’ en digitaal bewijs steeds belangrijker. Tegelijkertijd roept dergelijk opsporingsonderzoek eveneens principiële vragen op, met name in het licht van de positie van de verdediging. In deze Trending Topics staat een typerend voorbeeld van ‘datagedreven’ onderzoek centraal, waar de afgelopen tijd veel om te doen is (geweest): de interceptie van versleutelde ‘cryptocommunicatie’. Reden voor een overzicht van de stand van zaken.


Mr. J.S. Boeser
Mr. J.S. Boeser is advocaat bij Van Doorne N.V. in Amsterdam.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2021

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J.S. Boeser, mr. J. Boonstra e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J.S. Boeser

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger
Artikel

Access_open Strafvorderlijke normering van preventief optreden op basis van datakoppeling

Een analyse aan de hand van de casus ‘Sensingproject Outlet Roermond’

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Trefwoorden datakoppeling, privacy, opsporing, preventief politieoptreden, dataprotectierecht
Auteurs Prof. mr. L. Stevens, Prof. mr. M. Hirsch Ballin, Mr. dr. M. Galič e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage doen wij onderzoek naar de vraag hoe preventief politieoptreden op basis van datakoppeling zou moeten worden genormeerd. Onze analyse is gebaseerd op het Sensingproject Outlet Roermond. Wij stellen dat bestaande wetgeving onvoldoende in staat is de privacy van burgers te beschermen als die burgers ten behoeve van preventief politieoptreden in een algoritmische risicogroep worden geplaatst. Om die reden moet nieuwe regelgeving mede worden gebaseerd op een nieuw concept: group privacy. Ook stellen wij dat een nieuwe wettelijke grondslag recht zal moeten doen aan strafvorderlijke basisbeginselen nu preventief optreden op grond van datakoppeling moet worden gezien als opsporing.


Prof. mr. L. Stevens
Prof. mr. L. Stevens is hoogleraar straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. mr. M. Hirsch Ballin
Prof. mr. M. Hirsch Ballin is hoogleraar straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. M. Galič
Mr. dr. M. Galič is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. S.S. Buisman
Mr. dr. S.S. Buisman is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. B. Groothoff
Mr. B. Groothoff is docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. Y. Hamelzky
Mr. Y. Hamelzky is docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. C. Lucas
Mr. C. Lucas is PhD-onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. K. Rasul
Mr. K. Rasul is docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. S. Verijdt
Mr. S. Verijdt is docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

De gedwongen biometrische ontgrendeling van een elektronische gegevensdrager: rechtsbescherming gezocht?!

Noot bij HR 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:202

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden biometrische ontgrendeling, nemo-teneturbeginsel, onderzoek aan de smartphone, rechtsbescherming, inbeslagname
Auteurs Mr. T. Beekhuis en D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Annotatie bij HR 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:202. In deze annotatie wordt ingegaan op de gedwongen biometrische ontgrendeling van een smartphone en het daaropvolgende onderzoek aan de gegevens op de smartphone. Kanttekeningen worden geplaatst bij de mate van rechtsbescherming die een verdachte toekomt.


Mr. T. Beekhuis
Mr. T. Beekhuis is verbonden als promovenda aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.

D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent straf(proces)recht aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

    Het ontgrendelen van elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk staat nog steeds in de schijnwerpers van de rechtswetenschap en de rechtspraktijk. Uit de literatuur is een duidelijke meerderheidsopvatting te distilleren, namelijk dat de verdachte verplicht kan worden elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk te ontgrendelen, maar dat van een verplichting zijn wachtwoord af te staan geen sprake kan zijn. Verschillende nationale gerechten hebben dezelfde conclusie getrokken. Ondanks de duidelijke meerderheidsopvatting werd tegen een van de eerste uitspraken, een vonnis van de rechtbank Noord-Holland, cassatie in het belang van de wet ingesteld waarin advocaat-generaal Bleichrodt onlangs concludeerde. In deze bijdrage wordt de zojuist genoemde conclusie besproken, in het licht van de afwezigheid van een fundamentele bezinning op de normering van opsporingsbevoegdheden in de digitale wereld.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het toezicht op de opsporing

Enkele aspecten van het toezicht door de officier van justitie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden vormverzuimen, toezicht, rechterlijke controle, normering, opsporingsonderzoek
Auteurs Mr. dr. M. Samadi
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad staat een terughoudende rechterlijke controle van het vooronderzoek voor. Aan deze opstelling ligt de gedachte ten grondslag dat de controle op de strafvorderlijke overheid vooral een taak is van andere instanties, zoals de officier van justitie en in meer algemene zin het OM. Alom wordt aangenomen dat de officier van justitie een belangrijke verantwoordelijkheid heeft in dezen. Over hoe in de praktijk invulling wordt gegeven aan deze taak is echter weinig bekend. Dit artikel bespreekt op basis van eerder verricht onderzoek een aantal aspecten van het toezicht dat door de officier van justitie wordt uitgeoefend op de opsporing.


Mr. dr. M. Samadi
Mr. dr. M. Samadi is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De (niet-)ontvankelijkheid van het OM en het rechterlijk pardon

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden vormverzuimen, niet-ontvankelijkheid, rechterlijk pardon, 359a Sv
Auteurs Mr. dr. J.M.W. Lindeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad stelt hoge eisen aan de niet-ontvankelijkverklaring van het OM. De wetgever lijkt in de moderniseringsoperatie van het Wetboek van Strafvordering iets meer ruimte te willen geven voor situaties waarin de rechter al te grof is misleid, maar waarin door herstel van de vormverzuimen de waarheidsvinding niet wezenlijk is aangetast. Intussen lijken rechters soms middels een zogenaamd rechterlijk pardon (art. 9a Sr) verholen niet-ontvankelijkheid uit te spreken. Hoe zit dat?


Mr. dr. J.M.W. Lindeman
Mr. dr. J.M.W. Lindeman is universitair hoofddocent straf(proces)recht en is verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J. Boonstra, mr. dr. S.S. Buisman e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger
Artikel

Access_open Het voorstel voor een nieuw regelgevend kader voor de gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2020
Trefwoorden samenwerkingsverbanden, gegevensverwerking, AVG, privacy, integraliteit
Auteurs Dr. mr. M.P. Beijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat nader in op de betekenis van het wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden. De focus ligt op de vraagstukken die spelen rondom de bescherming van persoonsgegevens. Al geruime tijd bestaan er verschillende samenwerkingsverbanden, zoals de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s), die beogen bij te dragen aan de ‘integrale’ aanpak van belangrijke maatschappelijke problemen (zoals de ondermijnende criminaliteit). Toch zijn er maar beperkte grondslagen voor de gegevensuitwisseling van dergelijke samenwerkingsverbanden. Dit artikel legt nader uit welke problemen er spelen vanuit privacyrechtelijk oogpunt, waar het relevante nationale en Unierechtelijke toetsingskader uit bestaat, en vervolgens wat de meerwaarde van dit wetsvoorstel is.


Dr. mr. M.P. Beijer
Dr. mr. M.P. Beijer is werkzaam als wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State en daarnaast als research fellow bij het Onderzoekcentrum voor Staat en Recht bij de Radboud Universiteit.
Artikel

In(ternet)filtratie: een roep om meer waarborgen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden digitale infiltratie, infiltratie(bevoegdheid), Lijst Ia Opiumwet, Operatie Bayonet, Hansa Market
Auteurs Mr. S.B.H. van Overveld, Mr. I.C. Smits en Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius
SamenvattingAuteursinformatie

    Door middel van een grootschalige digitale infiltratieoperatie werd de dark market ‘Hansa’ in 2017 door de Nederlandse politie en het Openbaar Ministerie opgerold. De politie maakte gebruik van de bevoegdheid die haar op grond van artikel 126h Sv toekomt: de ‘klassieke’ infiltratiebevoegdheid. Kan deze infiltratiebevoegdheid zonder meer worden aangewend in een digitale context, of klinkt in dat geval een roep om meer waarborgen?


Mr. S.B.H. van Overveld
Mr. S.B.H. (Sophie) van Overveld is als docent Straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. I.C. Smits
Mr. I.C. (Isabel) Smits is als docent Straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius
Mr. C.M. (Celine) Taylor Parkins-Ozephius is als docent Straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Samenwerkingsverbanden en de strafrechtspleging

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden samenwerkingsverbanden, verdedigingsrechten, nemo tenetur-beginsel, onrechtmatig bewijs, convenanten
Auteurs Prof. mr. M.J.J.P. Luchtman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel ‘Gegevensuitwisseling in samenwerkingsverbanden’ beoogt kaders te bieden voor de multilaterale samenwerking tussen strafrechtelijke, bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke actoren ter bestrijding van ongewenste maatschappelijke fenomenen, waaronder de bestrijding van fraude. Het voorstel richt zich uitsluitend op de normering van de gegevensverwerking die onder de vlag van die samenwerkingsverbanden plaatsvindt. In dit artikel wordt betoogd dat die benadering te beperkt is. Dat wordt geïllustreerd met een analyse van de mogelijke gevolgen van het voorstel voor de verdedigingsrechten en het bewijsrecht, in het bijzonder het leerstuk van het onrechtmatig verkregen bewijs.


Prof. mr. M.J.J.P. Luchtman
Prof. mr. M.J.J.P. Luchtman is hoogleraar Transnationale rechtshandhaving en fundamentele rechten aan de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 47 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.