Zoekresultaat: 22 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving x Jaar 2016 x
Artikel

Ontneming in het milieustrafrecht

Een overzicht van de omstandigheden die de rechter meeweegt bij de berekening van wederrechtelijk verkregen voordeel in het milieustrafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Ontneming, Milieu, Milieustrafrecht, Ontnemingsmaatregel, Wederrechtlijk verkregen voordeel
Auteurs Mr. M. Velthuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel geeft een overzicht van de gepubliceerde jurisprudentie van opgelegde ontnemingsmaatregelen in het milieustrafrecht en de omstandigheden die de rechter bij de berekening van de hoogte van het ontnemingsbedrag betrekt. Uit de besproken uitspraken blijkt dat de uiteindelijk opgelegde ontnemingsmaatregel soms slechts een fractie betreft van het initieel berekende bedrag in de ontnemingsrapportage. De auteur bepleit een kritische beoordeling van de ontnemingsrapportage en het hanteren van realistische uitgangspunten bij de berekening van wederrechtelijk verkregen voordeel in het milieustrafrecht.


Mr. M. Velthuis
Mr. M. Velthuis is advocaat bij Stibbe, werkzaam op de afdeling Corporate Criminal Law.
Artikel

Een extra termijn van de Brzo-omgevingsdiensten voor het indienen van het VR: gunst of niet?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden strafrecht, handhaving, vertrouwensbeginsel, Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo), Gedogen
Auteurs Mr. B. d’Hooghe en mr. C.J. IJdema
SamenvattingAuteursinformatie

    Bedrijven die onder het zwaarste regime van het nieuwe Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (hierna Brzo 2015) vallen, hadden vóór 1 juni 2016 een veiligheidsrapport moeten indienen dat aan de eisen van het Brzo 2015 voldoet. Dat was in de praktijk problematisch omdat inwerkingtreding van de Regeling risico’s zware ongevallen 2015 lang op zich heeft laten wachten en de PGS 6-richtlijn nog niet definitief is aangepast. Om die reden hebben de Brzo-omgevingsdiensten aan bestaande inrichtingen laten weten dat een ‘begunstigingstermijn’ zal worden geboden tot en met 1 januari 2017 om te voldoen aan het Brzo 2015. Wij hebben onderzocht of Brzo-bedrijven op basis van de brief inderdaad langer de tijd mochten nemen om een nieuw veiligheidsrapport in te dienen, of dat zij daardoor op het verkeerde been zijn gezet.


Mr. B. d’Hooghe
Mr. B. d’Hooghe en mr. C.J. IJdema zijn advocaat bij Adriaanse van der Weel advocaten.

mr. C.J. IJdema
Artikel

Succes- en faalfactoren bij het strafrechtelijk afpakken van crimineel vermogen bij milieucriminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Milieucriminaliteit, Milieu(straf)recht, Afpakken, Strafrechtelijk afpakken, Financieel rechercheren
Auteurs N. van Zanden, MSc en Dr. R. Neve
SamenvattingAuteursinformatie

    Het besef dat milieucriminaliteit hoofdzakelijk wordt gepleegd om er geld mee te verdienen is, anders dan bij ‘traditionele’ vormen van georganiseerde criminaliteit zoals drugs- en mensenhandel, van betrekkelijk recente datum. Om die reden is er langere tijd minder geïnvesteerd in financiële capaciteit bij milieuteams bij de Nationale Politie, Inspectie Leefomgeving en Transport en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. De laatste jaren is getracht om deze achterstand in te lopen. In dit artikel wordt de huidige stand van zaken besproken aangaande de financiële focus en het strafrechtelijk afpakken van crimineel vermogen bij milieucriminaliteit.


N. van Zanden, MSc
N. van Zanden, MSc, is operationeel specialist bij de Nationale Politie, Dienst Informatieknooppunt Landelijke Recherche (vakgebieden: milieu en cybercrime). Daarnaast is zij op projectbasis verbonden aan de Politieacademie te Apeldoorn.

Dr. R. Neve
Dr. R. Neve is senior onderzoeker bij de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie.
Artikel

De procespositie van de rechtspersoon in het (milieu)strafrechtelijk vooronderzoek

Enkele opmerkingen uit de losse pols

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden vooronderzoek, zwijgrecht, rechtspersoon, procespositie, daderschap rechtspersoon
Auteurs Mr. dr. L.E.M. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het is tijd voor bezinning op de procespositie van de rechtspersoon in het vooronderzoek en op de wijze waarop daar in de praktijk mee wordt omgegaan. De keuzes die een natuurlijk persoon kan maken ter bepaling van zijn proceshouding in het vooronderzoek, blijken in de praktijk niet of nauwelijks voorhanden voor de rechtspersoon. Een goede rechtvaardiging daarvoor is – met in het achterhoofd dat het uitgangspunt dat in het vooronderzoek aan de rechtspersoon dezelfde rechten zouden moeten toekomen als aan de natuurlijke persoon – niet aanwezig. Ter illustratie wordt ingegaan op een voorbeeld uit de milieustrafrechtelijke praktijk.


Mr. dr. L.E.M. Hendriks
Mr. dr. L.E.M. Hendriks is advocaat te Maastricht en raadsheer-plaatsvervanger Hof Arnhem-Leeuwarden.
Diversen: Trending Topics

De Wet op de kansspelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Wet op de kansspelen, kansspel, gokken, Kansspelautoriteit, Internetgokzuilen
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers
SamenvattingAuteursinformatie

    Actuele ontwikkelingen op het gebied van rechtspraak en wetgeving inzake de Wet op de kansspelen.


Prof. mr. H.J.B. Sackers
Prof. mr. H.J.B. Sackers is hoogleraar bestuurlijk sanctierecht aan de Radboud Universiteit en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Nice to know or need to know

Noodzakelijke strafrechtelijke gegevens voor bestuursrechtelijke sancties

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Motiveringsbeginsel, (verstrekking) politiegegevens, (herstellende of bestraffende) sanctie, Bestuurlijke Rapportage, Bewijsleer
Auteurs Mr. P. Ronteltap
SamenvattingAuteursinformatie

    Vaak zijn strafrechtelijke gegevens nodig voor de bestuursrechtelijke aanpak van georganiseerde criminaliteit. Door de geheimhoudingsplicht mogen de politie en het Openbaar Ministerie niet meer gegevens verstrekken dan noodzakelijk. Daarom onderzoekt het artikel welke soort gegevens nodig zijn voor het onderbouwen van de meest voorkomende sancties. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen herstellende en bestraffende sancties. Het artikel sluit af met de conclusie dat de huidige wijze van informatieverstrekking niet vrij is van risico’s.


Mr. P. Ronteltap
Mr. Pieter Ronteltap is Specialist Bestuursrecht bij de Nationale Politie, eenheid Limburg.
Jurisprudentie

Noot bij Rb. Amsterdam 9 maart 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1199

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Lex certa-beginsel, legaliteitsbeginsel, Wet wapens en munitie, Regeling wapens en munitie, Motivering vrijspraak
Auteurs Mr. dr. J.S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    De rechtbank acht artikel 3 sub a Regeling wapens en munitie te vaag, onder meer omdat voor de burger niet duidelijk is wanneer een (luchtdruk)wapen een sprekende gelijkenis vertoont met een echt wapen. De annotator meent dat dat oordeel rechtens onjuist is en dat de motivering van de gegeven vrijspraak de eerste drie vragen van artikel 350 Sv door elkaar haalt.


Mr. dr. J.S. Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair docent straf(proces)recht aan de Erasmus School of Law en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten.
Diversen: Trending Topics

Het UBO-register

Achtergrond en stand van zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden UBO, UBO-register, witwassen, begunstigde, Wwft
Auteurs T.R. van Roomen LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In de vierde Europese anti-witwasrichtlijn wordt aan lidstaten de verplichting opgelegd om een centraal register in te stellen met informatie over de uiteindelijk begunstigden van vennootschappen en andere juridische entiteiten – het zogenaamde UBO-register. Inmiddels heeft de minister van Financiën de contouren gepresenteerd van het Nederlandse UBO-register. Dit artikel bevat een overzicht van de achtergrond en stand van zaken.


T.R. van Roomen LLM
Mevrouw mr. T.R. van Roomen is advocaat bij Jones Day te Amsterdam.
Artikel

Dit lijkt sprekend (nergens) op...

De achtergrond van twee strafzaken over de sprekende gelijkenis van luchtdrukwapens en de Wet wapens en munitie: Rb. Amsterdam 9 maart 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1199 en Hof Den Haag 25 mei 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1469.

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Wet wapens en munitie, Regeling wapens en munitie, luchtdrukwapens, sprekende gelijkenis, Categorie I, ten zevende
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet wapens en munitie stelt voorwerpen strafbaar die een sprekende gelijkenis vertonen met een vuurwapen. In veel gevallen geldt dit luchtdrukwapens. Het bezit van luchtdrukwapens is in beginsel geoorloofd. In recente rechtspraak worden criteria zichtbaar waaraan de rechter de ‘sprekende gelijkenis’ toetst.


Prof. mr. H.J.B. Sackers
Prof. mr. H.J.B. Sackers is UHD straf(proces)recht en hoogleraar bestuurlijk sanctierecht aan de Radboud Universiteit. Van zijn hand verscheen in 2012 een monografie over de Wet wapens en munitie. Hij is als toetsingsdeskundige Wet wapens en munitie verbonden aan het Nederlands Register Gerechtelijke Deskundigen en tevens redacteur van dit tijdschrift.
Redactioneel

Versterk de civielrechtelijke fraudebestrijding door de curator!

Fraudebestrijding door de curator

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Faillissementsfraude, Garantstellingsregeling curatoren, Fraudespreekuur, Fraude, Curator
Auteurs Mr. W.J.B. van Nielen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 14 juli 2015 is het wetsvoorstel versterking positie curator bij de Tweede Kamer ingediend, dat in het kader staat van het bestrijden van faillissementsfraude, het verbeteren van de informatiepositie van de curator en het institutionaliseren van een fraudesignalerende rol.
    De kern van het wetsvoorstel betreft het verankeren van de fraudesignalerende taak van de curator, waarmee hij de plicht krijgt om onrechtmatigheden te onderzoeken en er eventueel melding van te doen. Dit versterkt de positie van de curator uiteraard niet. Het ministerie kan de civiele aanpak door de curator echter bevorderen door de curator te voorzien in financiering, welke zijn grondslag kan vinden in de verruiming van de Garantstellingsregeling curatoren. Ten slotte is begin 2012 het project regionale ‘fraudespreekuren’ opgezet.


Mr. W.J.B. van Nielen
Mr. W.J.B. van Nielen is advocaat/partner bij FERMM advocaten, fraudecurator te Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Het nemo-teneturbeginsel en de verhouding met de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude

Een analyse naar de verhouding tussen het nemo-teneturbeginsel en nieuwe strafbaarstellingen van de meld- en inlichtingenplicht uit de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Nemo-teneturbeginsel, faillissementsfraude, Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude, meewerkverplichting, Artikel 6 EVRM
Auteurs E.M. van Gelder LLB en D.A.G. van Toor LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden de nieuwe strafbaarstellingen uit de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude, inhoudende een inlichtingen- en administratieplicht, in het licht van het nemo-teneturbeginsel geanalyseerd. Deze strafbaarstellingen verplichten de failliet inlichtingen en administratie over te dragen aan de curator op straffe van een gevangenisstraf. De vraag is of deze strafbaarstellingen de Straatsburgse toets kunnen doorstaan.


E.M. van Gelder LLB
E.M. van Gelder volgt de Legal Research Master aan de Universiteit Utrecht en was tot juli 2016 als student-assistent werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen.

D.A.G. van Toor LLM BSc
D.A.G. van Toor is als onderzoeksmedewerker verbonden aan de Universität Bielefeld.
Artikel

Feitelijk leidinggeven

Hoe een weinig vernieuwend arrest toch veel nieuws kan brengen; een kritische beschouwing

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden feitelijk leidinggeven, deelneming, aansprakelijkstelling, (voorwaardelijk) opzet, zorgplicht
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    In diens recente overzichtsarrest blijft de Hoge Raad in weerwil van tegengeluiden vanuit de lagere rechtspraak en de literatuur vasthouden aan het opzetvereiste voor feitelijk leidinggeven. Daarmee wordt het deelnemingskarakter van deze aansprakelijkheidsfiguur nogmaals bevestigd. Die bevestiging is geheel terecht, maar het (waarschijnlijk onbedoelde neven)gevolg van de huidige benadering van dat opzetvereiste is wel dat de ondermaats presterende leidinggevende beter af is dan zijn normconform of bovenmaats presterende collega. Dit specifieke punt vergt nog redressering door de Hoge Raad en zou verholpen kunnen worden door een meer zorgplichtgerichte benadering van voorwaardelijk opzet.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De auteur is in juni 2016 gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op een proefschrift naar de strafrechtelijke aansprakelijkheid van leidinggevenden van ondernemingen.
Artikel

Witwassen, ontneming & fiscale delicten anno 2016

De complicaties bij witwassen & ontneming van voordelen uit belastingfraude

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Fiscale delicten, Ontneming, Witwassen, Belastingfraude, Kwalificatie-uitsluitingsgrond
Auteurs Mr. V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
SamenvattingAuteursinformatie

    Ontneming van voordelen uit belastingfraude leidt niet zelden tot complicaties. Niet-betaalde belasting levert een voordeel uit misdrijf op dat kan worden witgewassen. Waar de onbetaalde belasting zich in het vermogen bevindt, kan niet exact worden aangewezen. Het gehele vermogen wordt zodoende ‘besmet’, maar dat betekent nog niet dat het gehele (groten)deels legale vermogen ook als ‘uit misdrijf afkomstig’ kan worden ontnomen. Voor de reikwijdte van de ontnemingsmaatregel is ook de specifieke kwalificatie als opbrengsten uit fiscale delicten van belang, aangezien die niet via de strafrechtelijke route maar alleen via belastingheffing mogen worden ‘ontnomen’. Tot slot betoogt de auteur dat legaliteit en rechtszekerheid aan de ontneming voor verjaarde (fiscale) delicten in de weg zou moeten staan.


Mr. V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
Mr. V.S. Huygen van Dyck-Jagersma is fiscaal straf- en procesadvocaat bij Jaeger Advocaten-belastingkundigen.
Artikel

De sanctionering van wildlife crime

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden CITES, Wet natuurbescherming, Flora- en faunawet, Illegale handel, Wildlife crime
Auteurs Mr. H.J. van den Noort
SamenvattingAuteursinformatie

    De illegale handel in wilde dieren en planten is uitgegroeid tot een van de meest winstgevende vormen van georganiseerde criminaliteit. In februari 2016 heeft de Europese Commissie een EU-actieplan tegen de illegale handel in wilde dieren en planten gepresenteerd. Een van de prioriteiten van het EU-actieplan is om bestaande regels toe te passen. Dit artikel beschrijft de in Nederland geldende regels met betrekking tot de illegale handel in wilde dieren en planten.


Mr. H.J. van den Noort
Mr. H.J. van den Noort is advocaat bij Jones Day in Amsterdam. Met dank aan mr. J.T.N.M. Durenkamp.
Artikel

De bestraffende handhaving van de Omgevingswet: bestuurlijke strafbeschikking of bestuurlijke boete?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden strafrecht, bestuursrecht, omgevingsrecht, handhaving, sanctiestelsels
Auteurs Prof. mr. B.F. Keulen en Prof. mr. H.E. Bröring
SamenvattingAuteursinformatie

    In juni 2014 is het voorstel voor de Omgevingswet bij de Tweede Kamer ingediend. Aanvankelijk was het kabinet van plan over de volle breedte van de Omgevingswet de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete in te voeren. De Raad van State heeft zich daar in zijn advies tegen gekeerd. Dat heeft het kabinet ertoe gebracht opdracht te geven tot nader onderzoek. Dit artikel bouwt voort op dat onderzoek, dat vanaf de zomer van 2014 tot in maart 2015 is uitgevoerd door medewerkers van de Groningse rechtenfaculteit, onder wie de auteurs van dit artikel. In deze bijdrage richten wij ons vooral op de voorstellen die in de slotbeschouwing zijn gedaan. Het accent ligt op de samenwerking tussen bestuurlijke en justitiële autoriteiten.


Prof. mr. B.F. Keulen
Prof. mr. B.F. Keulen is hoogleraar Straf(proces)recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. Bröring is hoogleraar Integrale rechtsbeoefening aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Van feitgecodeerde naar beleidsgebaseerde bestuurlijke strafbeschikkingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden bestuurlijke strafbeschikking, strafrecht, bestuurlijke boete, Omgevingswet, Openbaar Ministerie
Auteurs Mr. drs. P.W.S. Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    De huidige toepassing van de bestuurlijke strafbeschikking kent knelpunten: te weinig feiten, met rigide feitomschrijvingen en vaste tarieven, zodat onvoldoende rekening kan worden gehouden met specifieke omstandigheden. Voor meer passende bestraffing wordt in het onderzoeksrapport Punitieve handhaving van de Omgevingswet een meer open bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid voorgesteld. In dit artikel wordt dit voorstel gesteund. Door niet meer te werken met de systematiek van feitcodes maar met meer algemene omschrijvingen en bandbreedtes voor boetes, en dus met meer beleidsvrijheid kan het instrument van de bestuurlijke strafbeschikking leiden tot een bredere inzet van de kennis en capaciteit van het bestuur binnen de strafvordering.


Mr. drs. P.W.S. Boer
Mr.drs. P.W.S. Boer is raadadviseur bij de directie wetgeving en juridische zaken van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?

Als gekozen wordt voor de bestuurlijke strafbeschikking, dan moet de behandeling van het verzet kunnen worden toevertrouwd aan het bestuursorgaan

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, sanctierecht, (bestuurlijke) boete, (bestuurlijke strafbeschikking, Omgevingswet
Auteurs Mr. B.M. Kocken
SamenvattingAuteursinformatie

    In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is door de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek verricht naar mogelijke sanctiestelsels voor de Omgevingswet. In het eindrapport De punitieve handhaving van de Omgevingswet gaan de opstellers in op de vraag: moet de bestuurlijke boete brede toepassing in het omgevingsrecht krijgen, of dient te worden gekozen voor verruiming en vernieuwing van de bestuurlijke strafbeschikking? Voorgesteld wordt onder meer de behandeling van het verzet onder omstandigheden toe te vertrouwen aan het bestuursorgaan. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de vraag of dit voorstel in de Omgevingswet zou moeten worden overgenomen. Tevens wordt ingegaan op de sancties in het huidige omgevingsrecht en op de vraag: bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?


Mr. B.M. Kocken
Mr. B.M. Kocken is advocaat te Amsterdam.
Artikel

De Wet Bibob en de onschuldpresumptie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Wet Bibob, onschuldpresumptie, 6 EVRM, bestuurlijke aanpak misdaad, bestuursstrafrecht
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar staande jurisprudentie van de Afdeling is een weigering of intrekking van een beschikking op grond van de Wet Bibob niet aan te merken als een ‘criminal charge’. Hieruit kan niet de conclusie worden getrokken dat de onschuldpresumptie niet van toepassing is op de Wet Bibob. Uit een belangrijke uitspraak van de Afdeling uit 2015 blijkt dat de onschuldpresumptie in een Bibob-procedure kan worden geschonden. De gevolgen van deze uitspraak voor de Bibob-praktijk zijn beperkt.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is docent straf(procesrecht) aan de Tilburg University.
Artikel

Het nemo-teneturbeginsel

Rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad vergeleken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden nemo-teneturbeginsel, zwijgrecht, EHRM, Hoge Raad
Auteurs D.A.G. van Toor LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nemo-teneturbeginsel en het zwijgrecht zijn internationaal erkende onderdelen van het eerlijk-procesrecht. Deze rechten spelen een belangrijke rol in zaken waarin sfeercumulatie en/of -overgang bestaat van het bestuurs- en het strafrecht. Vaak gaat het dan om in een administratieve procedure verplicht afgelegde verklaring of overdragen document dat ook als bewijs voor een strafbaar feit in een strafzaak wordt gebruikt. De precieze betekenis van en afscheiding tussen het nemo-teneturbeginsel en het zwijgrecht wordt al jaren bediscussieerd. Daarom wordt in dit artikel de rechtspraak van het EHRM en de Hoge Raad met betrekking tot deze rechten vergelijken.


D.A.G. van Toor LLM BSc
D.A.G. van Toor LLM BSc is onderzoeker Straf(proces)recht & Criminologie aan de Universität Bielefeld, docent Straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht en redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Artikel

Geiten in de regen en ander dierenleed

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Wet dieren, welzijn, gezondheid, onthouden van de nodige zorg
Auteurs Mr. J.L. Baar
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 2.2 lid 8 Wet dieren bepaalt dat een dier niet de nodige zorg mag worden onthouden. Overtreding van deze norm kan zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk worden gehandhaafd. De ‘nodige zorg’ is echter een breed en vaag begrip. In het artikel wordt getracht aan dat begrip nader invulling te geven. Hoe kan nu worden vastgesteld of al dan niet de nodige zorg verleend is. Daartoe worden in de eerste plaats de wetssystematiek en wetsgeschiedenis besproken. Nu artikel 2.2 lid 8 Wet dieren een welzijnsbepaling is, wordt ook het welzijnsbegrip nader ingevuld. Vervolgens wordt het ‘nodige zorg’ begrip besproken aan de hand van jurisprudentie. Geconcludeerd wordt dat de vraag of de nodige zorg is verleend, in sterke mate wordt beantwoord aan de hand van het welzijn van het dier.


Mr. J.L. Baar
Mr. J.L. Baar is advocaat bij Hoogendam Advocaten te Den Haag en behandelt zowel straf- als bestuursrechtzaken, met regelmaat zaken met betrekking tot de Wet dieren.
Toont 1 - 20 van 22 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.