Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 19 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving x
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J. Boonstra, mr. dr. S.S. Buisman e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger
Artikel

Cybersecurity anno 2020

Het is niet de vraag of je gehackt wordt, maar wanneer

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden cybercrime, cybersecurity, ransomware, (cyber)verzekeringen, losgeld
Auteurs Mr. N. van der Voort en Mr. W.M. Warnaars
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds enkele jaren neemt de dreiging van ransomware wereldwijd toe. Deze kwaadaardige gijzelsoftware kan elke organisatie treffen die geen of onjuiste maatregelen neemt. De laatste jaren is er een nieuwe trend zichtbaar: gerichte aanvallen met gebruik van ransomware op bedrijven (veelal grote multinationals) die een hoger losgeldbedrag kunnen en in sommige gevallen noodzakelijkerwijs zullen betalen. Deze trend is het afgelopen jaar veelvuldig door de media onder de aandacht gebracht en bedrijven zagen zich massaal genoodzaakt na te denken over het afsluiten van een zogenoemde cyberverzekering, met de achterliggende gedachte zich hiermee te beschermen tegen potentiële gevolgschade.
    Deze bijdrage gaat in op cyberincidenten anno 2020, het losgeld-dilemma voor slachtoffers van een geslaagde cyberaanval, de rol die cyberverzekeraars (kunnen) hebben op de cybersecurity(aansprakelijkheid) van bedrijven en enkele beschouwingen voor de toekomst.


Mr. N. van der Voort
Mr. N. van der Voort is advocaat bij Simmons & Simmons Amsterdam op de afdeling Crime, Fraud & Investigations.

Mr. W.M. Warnaars
Mr. W.M. Warnaars is advocaat bij Simmons & Simmons Amsterdam op de afdeling Crime, Fraud & Investigations.
Artikel

‘Private enforcement’ van nalatigheid bij financieel-economische criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden financieel-economische criminaliteit, private enforcement, aansprakelijkheid, nalatigheid, risicomanagement
Auteurs F.J. Erkens FFE MEWI LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland heeft, net als ieder ander land, groot belang bij goed werkende, gereguleerde handelsplatformen. De aantrekkelijkheid van handelsplatformen is mede afhankelijk van de kwaliteit van ‘public and private enforcement’ en juridische mogelijkheden om geschillen te beslechten. De afgelopen periode hebben grote Nederlandse ondernemingen de voorpagina’s van de kranten gehaald door hun (mogelijke) betrokkenheid bij financieel-economische criminaliteit. In deze bijdrage wordt de vraag beantwoord of ‘private enforcement’ van financieel-economische criminaliteit bij ondernemingen wel voldoende resultaat kan opleveren om effectief te zijn en om benadeelde partijen te ondersteunen bij het verhalen van hun schade.


F.J. Erkens FFE MEWI LLM
F.J. Erkens FFE MEWI LLM is partner bij het forensische onderzoeks- en adviesbureau Holland Integrity Group.
Column

Geen bancair klantonderzoek op verzoek van het OM

Aandachtspunten voor een vrijwaring voor het niet-naleven van de wet

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Wwft, Klantonderzoek, Vertrouwensbeginsel, Bank, Vrijwaring
Auteurs Mr. S.J. Lopik en Mr. J.R. Kramer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het OM verzoekt banken steeds vaker om geen klantonderzoekshandelingen, ook wel know your customer- of KYC-handelingen, ten opzichte van een bepaalde klant te verrichten. Dergelijke handelingen zouden in bepaalde gevallen namelijk schadelijk kunnen zijn voor het strafrechtelijk onderzoek. Als een bank bereid is om aan zo’n verzoek van het OM mee te werken, loopt die bank verschillende risico’s op strafrechtelijke aansprakelijkheid. Het OM kan deze risico’s afdekken door de bank hiervoor strafrechtelijk te vrijwaren. In de praktijk neemt het uitonderhandelen van de vrijwaringstekst nog vaak veel tijd in beslag. Een standaardvrijwaring zou dit probleem oplossen.


Mr. S.J. Lopik
Mr. S.J. Lopik is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.

Mr. J.R. Kramer
Mr. J.R. Kramer is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.
Jurisprudentie

Access_open Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

Verkoop van schadelijke waren

De ‘toepassing’ van artikel 174 Wetboek van Strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Schadelijkheid, Opzet, Waren, 174 Sr, Gezondheid
Auteurs Mr. H.J. Gerrits
SamenvattingAuteursinformatie

    De verkoop van schadelijke waren. Wanneer kan worden gesproken van schadelijkheid als bedoeld in 174 Sr en hoe moet het bestanddeel opzet worden gezien bij dit misdrijf? Vanaf het begin van de 21e eeuw lijkt de rechtspraak in ieder geval steeds meer in lijn te komen met de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever. Dit gebeurt door van algemene bekendheid te verklaren wat schadelijk is voor het leven en de gezondheid. De door de wetgever beoogde bescherming van niet-deskundige consumenten tegen behendige handelaren komt verder tot uitdrukking in een ruim toepassingsbereik zoals ontwikkeld in de rechtspraak.


Mr. H.J. Gerrits
Mr. H.J. Gerrits is als jurist werkzaam bij de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Access_open De immuniteit van de feitelijk leidinggever na NJ 2018/134 (Stichtse Vecht)

Een analyse in het licht van de uit artikel 2 EVRM voortvloeiende positieve verplichtingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Feitelijk leidinggeven, Exclusieve bestuurstaak, Stichtse Vecht, Pikmeer, Immuniteit
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de Pikmeerjurisprudentie deelt de feitelijk leidinggever in de immuniteit van het openbare lichaam waaraan deze is verbonden. In de literatuur wordt ten onrechte aangenomen dat die immuniteit onverenigbaar is met de Straatsburgse positieve verplichtingen-rechtspraak. Deze rechtspraak verplicht enkel tot vervolging indien de betrokken overheidsfunctionaris een wezenlijk persoonlijk verwijt wegens dood door schuld kan worden gemaakt. In alle gevallen waarin deze aansprakelijkheidsdrempel is gehaald, kan de immuniteit eenvoudig worden omzeild door de betrokkene uit hoofde van ‘eigen daderschap’ te vervolgen. Alleen voor minder ernstige gevallen blijft de immuniteit overeind, maar in die situaties bestaat geen verplichting tot vervolging.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is werkzaam bij de afdeling Juridische Zaken van de Autoriteit Financiële Markten.
Artikel

De hoogtepunten uit vijf jaren milieustrafrechtjurisprudentie (2013-2018)

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Milieustrafrecht, Jurisprudentie, Milieu, Strafrecht, Handhaving
Auteurs Mr. M. Velthuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de jurisprudentie op het gebied van het milieustrafrecht over de afgelopen vijf jaren (2013-2018). De zaken tegen Odfjell, Trafigura, Dow Benelux en Chemiepack komen aan de orde. Daarnaast wordt jurisprudentie behandeld waaruit volgt dat rechters kritisch beoordelen of het OM ontvankelijk is, of de relevante delictsbestanddelen bewezen kunnen worden, of voldaan is aan de vereisten voor daderschap en/of deelneming en of de overtreding opzettelijk is begaan. Ook worden relevante ontnemingsuitspraken gesignaleerd. De auteur sluit af met een blik op de toekomst.


Mr. M. Velthuis
Mr. M. Velthuis is advocaat bij Stibbe.
Boekbespreking

Zorgen over de zorgplicht

Bespreking proefschrift ’t Hart over zorgplicht bij financiële dienstverlening

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Zorgplicht financiële dienstverleners, Financieel toezicht, AFM, Buitenwettelijk toezicht, Legaliteitsbeginsel
Auteurs Mr. dr. A.G. Mein
SamenvattingAuteursinformatie

    Het proefschrift van ’t Hart omvat een beschrijving en analyse van de zorgplicht voor financiële dienstverleners. Inachtname van die zorgplicht is van groot belang voor de bedrijfsvoering van financiële ondernemingen. Op basis van zijn analyse van de werking van de zorgplicht in de praktijk, doet ’t Hart een aantal voorstellen voor een effectievere en evenwichtiger werking van die zorgplicht. Kritisch is ’t Hart over het toezicht van de AFM op de naleving van de zorgplicht. Dat zou buitenwettelijk zijn en heeft in de praktijk een te grote impact op de invulling van de zorgplicht. In het verlengde daarvan doet hij dan ook voorstellen voor zorgvuldigheid waaraan het toezicht van de AFM in dit verband zou moeten voldoen.


Mr. dr. A.G. Mein
Mr. dr. A.G. Mein is lector Legal Management aan de Faculteit Maatschappij en Recht van de Hogeschool van Amsterdam.
Redactioneel

Strafvervolging van een gemeente: een einde aan de spraakverwarring?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Immuniteit, Publiekrechtelijke rechtspersonen, vervolgbaarheid, overheid, Exclusieve bestuurstaak
Auteurs Mr. dr. E. Sikkema
SamenvattingAuteursinformatie

    De (gedeeltelijke) strafrechtelijke immuniteit van publiekrechtelijke rechtspersonen en de wijze waarop in dat verband het criterium van de exclusieve bestuurstaak moet worden toegepast zijn recent opnieuw ter discussie gesteld. Op 20 februari 2018 wees de Hoge Raad een arrest over dit onderwerp, nadat een vordering tot cassatie in het belang der wet was ingediend tegen het vonnis van de Rechtbank Utrecht in de strafzaak tegen de gemeente Stichtse Vecht. De auteur juicht toe dat de gemeente in deze zaak (deels) vervolgbaar wordt geacht en dat de vervolgbaarheid van lagere overheden niet (nog) verder aan banden wordt gelegd. Het arrest kan de onduidelijkheid over de betekenis en de reikwijdte van de exclusieve bestuurstaak echter niet wegnemen.


Mr. dr. E. Sikkema
Mr. dr. E. Sikkema is universitair docent aan de Unversiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Witwassen en deelname aan een criminele organisatie als vangnet voor indirecte betrokkenheid van ondernemingen bij mensenrechtenschendingen

Een analyse van de aangifte tegen de Rabobank

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Rabobank, Mensenrechten, Witwassen, Criminele organisatie, Concernaansprakelijkheid
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Witwassen en deelname aan een criminele organisatie worden in de literatuur naar voren gebracht als mogelijke opties om indirecte betrokkenheid van Nederlandse ondernemingen bij ernstige mensenrechtenschendingen te redresseren. In deze bijdrage worden die mogelijkheden nader geanalyseerd aan de hand van een concrete casus: de vermeende betrokkenheid van de Rabobank bij witwasactiviteiten voor de Mexicaanse drugskartels in de VS. De aangifte die door SMX Collective is gedaan tegen de bank roept namelijk diverse juridisch interessante vragen op over toerekening in concernverhoudingen; een onderwerp dat tot op heden relatief onderbelicht is gebleven in literatuur en jurisprudentie en derhalve aandacht verdient.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De nieuwe rol van de curator in de fraudebestrijding: knelpunt in de aanloop naar een eventueel strafproces?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Trefwoorden faillissementsfraude, fraudebestrijding, opsporing, nemo-teneturbeginsel, curator
Auteurs Mr. dr. E.M. Moerman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt onderzocht welke consequenties de nieuwe rol van de curator bij de aanpak van de fraudebestrijding heeft voor een eventueel strafproces. Daarbij wordt in het bijzonder stilgestaan bij de verhouding tussen de door de wetgever beoogde rol van de curator en de invulling die traditioneel wordt gegeven aan de taak van de curator. Ook wordt aandacht besteed aan de bruikbaarheid van het door de curator vergaarde materiaal in een strafprocedure. Betoogd wordt dat de fraudesignalerende rol van de curator past in de ontwikkeling waarin steeds vaker een bijdrage van private actoren wordt gevraagd, maar dat het nemo-teneturbeginsel onder druk komt te staan door de nieuwe wetgeving.


Mr. dr. E.M. Moerman
Mr. dr. E.M. Moerman is werkzaam bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Vervolging van ondernemingen voor schendingen van de mensenrechten: mogelijkheden naar Nederlands strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Trefwoorden (extraterritoriale) rechtsmacht, strafrechtelijke aansprakelijkheid van ondernemingen, zorgplicht, maatschappelijk verantwoord ondernemen, vervolging
Auteurs Mr. E.M. van Gelder en prof. dr. C.M.J. Ryngaert
SamenvattingAuteursinformatie

    In toenemende mate lijken internationaal opererende ondernemingen betrokken te zijn bij mensenrechtenschendingen. Wanneer een onderneming zich schuldig maakt aan, of althans een aandeel heeft in mensenrechtenschendingen begaan in het buitenland, biedt de Nederlandse strafwet, met inbegrip van de rechtsmachtsbepalingen, verschillende mogelijkheden tot vervolging. In de praktijk heeft dit echter tot op heden niet geleid tot daadwerkelijke vervolging, laat staan tot een onherroepelijke veroordeling van een onderneming. Dit artikel zet de mogelijkheden uiteen voor vervolging naar Nederlands strafrecht.


Mr. E.M. van Gelder
Mr. E.M. van Gelder is promovenda aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

prof. dr. C.M.J. Ryngaert
Prof. dr. C.M.J. Ryngaert is hoogleraar internationaal publiekrecht aan de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2017

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van der Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

Fraude & asset recovery: een routekaart voor het terughalen van vermogensbestanddelen langs civielrechtelijke weg

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Trefwoorden fraude, asset tracing, asset recovery, exhibitieplicht, Norwich Pharmacal order
Auteurs Mr. dr. C.G. van der Plas en Mr. C.L. van Tilburg
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel over fraude & asset recovery wordt stapsgewijs aan de hand van een casus uiteengezet hoe via civielrechtelijke weg kan worden achterhaald waar weggesluisde vermogensbestanddelen zijn gebleven en hoe deze kunnen worden teruggehaald. Daarbij wordt niet alleen aandacht besteed aan de mogelijkheden die het Nederlandse recht daarvoor biedt, maar passeren ook enkele discovery tools uit common law jurisdicties de revue.


Mr. dr. C.G. van der Plas
Mr. dr. C.G. van der Plas is advocaat bij Florent te Amsterdam en universitair docent Internationaal privaatrecht aan de UvA.

Mr. C.L. van Tilburg
Mr. C.L. van Tilburg is advocaat bij Florent te Amsterdam.
Artikel

Conform de eer en waardigheid van het beroep van belastingadviseur

Een beschouwing van de aard en omvang van het tuchtrecht voor belastingadviseurs

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2017
Trefwoorden verenigingstuchtrecht, niet-wettelijk tuchtrecht, belastingadviseurs, RB, NOB
Auteurs Mr. drs. R.E. Dohmen RA AA en Prof. dr. mr. R.N.J. Kamerling RA
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het verenigingstuchtrecht voor belastingadviseurs van de NOB en RB besproken. Eerst volgt een korte tour d’horizon langs de kaders van het verenigingstuchtrecht, waarbij blijkt dat de burgerlijke rechter zijn stem nadrukkelijk heeft laten horen bij het vormgeven van die kaders. Daarna volgen de conclusies van een inventariserend onderzoek onder alle (ruim 170) uitspraken die de tuchtrechters van de NOB en RB hebben gedaan en die tot augustus 2016 openbaar zijn gemaakt. Aan welke categorieën van laakbaar handelen maken belastingadviseurs zich op basis van de tuchtrechtrechtelijke jurisprudentie het vaakst schuldig en hoe wordt dit laakbaar handelen gesanctioneerd? De auteurs stellen vast dat het NOB-tuchtrecht in de kern wel voldoet, maar dat het beter kan. Het RB-tuchtrecht heeft echter een langere weg te gaan.


Mr. drs. R.E. Dohmen RA AA
Mr. drs. R.E. Dohmen RA AA is forensisch accountant en landelijk coördinator tuchtrecht bij de Belastingdienst/FIOD. Daarnaast is hij als docent aan de accountantsopleiding van Business Universiteit Nyenrode verbonden.

Prof. dr. mr. R.N.J. Kamerling RA
Prof. dr. mr. R.N.J. Kamerling RA is hoogleraar belastingrecht aan Business Universiteit Nyenrode.
Artikel

Feitelijk leidinggeven

Hoe een weinig vernieuwend arrest toch veel nieuws kan brengen; een kritische beschouwing

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden feitelijk leidinggeven, deelneming, aansprakelijkstelling, (voorwaardelijk) opzet, zorgplicht
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    In diens recente overzichtsarrest blijft de Hoge Raad in weerwil van tegengeluiden vanuit de lagere rechtspraak en de literatuur vasthouden aan het opzetvereiste voor feitelijk leidinggeven. Daarmee wordt het deelnemingskarakter van deze aansprakelijkheidsfiguur nogmaals bevestigd. Die bevestiging is geheel terecht, maar het (waarschijnlijk onbedoelde neven)gevolg van de huidige benadering van dat opzetvereiste is wel dat de ondermaats presterende leidinggevende beter af is dan zijn normconform of bovenmaats presterende collega. Dit specifieke punt vergt nog redressering door de Hoge Raad en zou verholpen kunnen worden door een meer zorgplichtgerichte benadering van voorwaardelijk opzet.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De auteur is in juni 2016 gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op een proefschrift naar de strafrechtelijke aansprakelijkheid van leidinggevenden van ondernemingen.
Artikel

Van containers en growshops

Over functioneel daderschap als alternatief voor medeplegen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden medeplegen, functioneel daderschap, functioneel medeplegen, growshops
Auteurs Prof. mr. J.M. ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtspraak van de Hoge Raad over medeplegen wordt soms verwezen naar de mogelijkheid om strafrechtelijke aansprakelijkheid via de figuur van het functioneel daderschap vast te stellen. Dit artikel onderzoekt de mogelijkheid of functioneel daderschap (in de vorm van functioneel plegen en functioneel medeplegen) een alternatief voor medeplegen kan vormen. De voorzichtige conclusie luidt dat de figuur van het functioneel medeplegen tot strafrechtelijke aansprakelijkheid kan leiden in geval van vóór, ten tijde en na afloop van het delict geconstateerde passiviteit die strijdig is met een voor de functionaris geldende zorgplicht.


Prof. mr. J.M. ten Voorde
Prof. mr. J.M. ten Voorde is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar strafrechtsfilosofie (leerstoel Leo Polak) aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Deze bijdrage gaat over de eisen die op grond van artikel 21 van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 (hierna: Brzo) aan ‘Brzo-bedrijven’ worden gesteld. Artikel 21 Brzo bepaalt dat een bijgewerkte lijst van de aanwezige gevaarlijke stoffen moet worden bijgehouden en dat die lijst door één ieder moet kunnen worden geraadpleegd. De voorschriften van het Brzo zijn van toepassing op bedrijven die door de (toegestane) aanwezigheid of mogelijke vorming van bepaalde hoeveelheden gevaarlijke stoffen grote risico’s met zich brengen voor mens en milieu.


mr. B. d'Hooghe

mr. I.P. de Groot
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.