Zoekresultaat: 10 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving x Jaar 2015 x
Artikelen

Steekspel met de fiscus

De fiscale aftrekbeperking van steekpenningen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2015
Auteurs mr. A.A. Feenstra en G.H. Ulrich
Samenvatting

    De bestrijding van corruptie staat al enige tijd hoog op de politieke agenda. Ook het Openbaar Ministerie heeft het zoeklicht gericht op corruptie, hetgeen wel blijkt uit diverse strafrechtelijke onderzoeken die recent de aandacht van de media hebben gehaald (SBM Offshore, gedeputeerde Hooijmaijers). Dat de bestrijding van corruptie ook onderdeel uitmaakt van de fiscale wetgeving is minder bekend. In deze bijdrage zullen wij ingaan op de ontstaansgeschiedenis van deze wetgeving en de fiscale praktijk in relatie tot steekpenningen. Het komt immers nog steeds voor dat ondernemers betalingen doen in de vorm van commissies, kortingen of bonussen in relatie tot het kunnen of mogen leveren van hun producten of diensten. In die gevallen is het mogelijk dat discussie ontstaat met de fiscus over de zakelijkheid en de aftrekbaarheid van deze betalingen.


mr. A.A. Feenstra

G.H. Ulrich

    Op 1 januari 2015 is het wetsvoorstel ‘Verruiming mogelijkheden bestrijding financieel-economische criminaliteit’ in werking getreden. Volgens oud-minister Opstelten van Veiligheid en Justitie zorgt de combinatie van hoge winsten en verhoudingsgewijs lage straffen ervoor dat het plegen van financieel-economische fraude aantrekkelijk is. Het kabinet wil dat dit tot het verleden gaat behoren en heeft daarom de wettelijke sancties voor financieel-economische criminaliteit aangescherpt en de bevoegdheden voor opsporing en vervolging van dit soort feiten verruimd.


mr. dr. drs. G.G. Vos

    Deze bijdrage stelt in een high level outline een aantal trends aan de orde dat in dit verband aandacht verdient. Hoewel deze trends zonder meer van betekenis zijn op het terrein van anti-corruptie, overstijgen zij deze focus en verdienen zij aandacht in breder verband. Tevens wordt in deze bijdrage een aantal te verwachten ontwikkelingen beschreven. Bij het schrijven dit artikel is met een schuin oog gekeken naar de praktijk aan gene zijde van de oceaan.


mr. T. van Roomen

mr. A. Verbruggen

    Dit artikel vormt een analyse van de tuchtrechtspraak voor accountants in zoverre het klachten betreft gerelateerd aan de (meldplicht van de) ongebruikelijke transactie. Overigens wordt in dit verband (uitsluitend) gekeken naar de werkzaamheden van de accountant bij het samenstellen, beoordelen dan wel controleren van de jaarrekening en/of andere financiële overzichten. Met andere woorden: hij is actief als (openbaar) accountant.


drs. J.H.M. Vestjens

    Op 9 oktober 2014 hield Roan Lamp zijn inaugurele rede ter gelegenheid van zijn benoeming als bijzonder hoogleraar Financieel strafrecht aan de VU Amsterdam onder de titel ‘Denken over toezicht en straf na de financiële crisis’. De inhoud van de door Lamp uitgesproken rede is interessant en actueel. Kort samengevat bepleit Lamp een integratie van bestuursrecht en strafrecht voor het financiële sanctierecht met als doel de handhaving van normen niet alleen doelmatig en effectief maar ook ‘eerlijk’ te maken. Een toekomstperspectief op het financiële sanctierecht is in zijn ogen te meer van belang in een tijd waarin het denken binnen het financiële recht punitiever is geworden.


mr. dr. M.J.A. Duker

    De centrale vraag in dit artikel is of rechterlijke toetsing van transacties wenselijk is. Om deze vraag te beantwoorden gaan wij in paragraaf 2 allereerst kort in op de geuite kritiek over de transactiebevoegdheid van het Openbaar Ministerie (OM). Vervolgens wordt in paragraaf 3 de huidige schikkingsregeling uiteengezet, waarna in paragraaf 4 de thans bestaande mogelijkheden om een schikking voor te leggen aan de rechter aan bod komt. Om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden van een rechterlijke toetsing bij schikking, komt in paragraaf 5 de rechterlijke controle op schikkingen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk aan bod. Wij sluiten in paragraaf 6 het artikel af met ons antwoord op de centrale vraag en doen daarnaast enkele aanbevelingen.


mr. N.G.H. Verschaeren

mr. A.B. Schoonbeek

    In de Amerikaanse Foreign Corrupt Practices Act 1977 (‘FCPA’) is een verbod opgenomen om betalingen te doen aan buitenlandse ambtenaren (‘foreign officials’) teneinde zakelijke transacties te verkrijgen of te behouden. Rechtspraak over de (reikwijdte van de) FCPA is schaars. U.S. v. Esquenazi is de eerste zaak waarin een Amerikaanse rechter een definitie van en enkele beoordelingsfactoren voor het begrip instrumentality heeft gegeven. Deze uitspraak heeft mogelijk (ook) gevolgen voor een groot aantal Nederlandse bedrijven. In de onderhavige bijdrage zullen wij dit nader toelichten. Alvorens we ingaan op de zaak U.S. v. Esquenazi, wordt aandacht besteed aan de (extraterritoriale) reikwijdte van de FCPA. In de daaropvolgende paragraaf volgt een uiteenzetting van de achtergrond van het begrip instrumentality onder de FCPA. Daarna worden de feiten en het juridisch kader van U.S. v. Esquenazi behandeld. We sluiten af met een analyse van de uitspraak en de (mogelijke) implicaties voor Nederlandse bedrijven.


mr. A. Verbruggen

mr. T. van Roomen
Artikelen

Het wetsvoorstel Huis voor klokkenluiders

Een praktijkgerichte bespreking

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2015
Auteurs mr. M. Verveld-Suijkerbuijk
Samenvatting

    Op 9 april 2015 zonden de initiatiefnemers van het wetsvoorstel Huis voor klokkenluiders een aanpassing van een eerder dit jaar uitgebrachte novelle aan de Tweede Kamer. Met dit aangepaste wetsvoorstel komen zij tegemoet aan het advies dat de Raad van State uitbracht naar aanleiding van de novelle. Het doel van het wetsvoorstel is tweeledig: het dient de rechtsbescherming van klokkenluiders en draagt bij aan de oplossing van maatschappelijke misstanden. Dit overzichtsartikel bespreekt op praktijkgerichte wijze de inhoud van het wetsvoorstel.


mr. M. Verveld-Suijkerbuijk

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (BING) gelegitimeerd is om te adviseren over de mate van gevaar, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob en zo ja, welke zorgvuldigheidseisen op dit advies van toepassing zijn. Om deze vraag te beantwoorden wordt allereerst de algemene werkwijze van BING besproken. Ten tweede wordt het eigen Bibob-onderzoek van het bestuursorgaan aan een analyse onderworpen. Ten derde wordt een analyse verricht naar de toepasselijkheid van de zorgvuldigheidseisen, die voortvloeien uit artikel 3:9 Awb, op het onderzoek en het advies van BING. Er wordt geëindigd met een conclusie.


mr. drs. B. van der Vorm

    In het voorjaar van 2012 maakte minister Opstelten van Veiligheid en Justitie het concept-wetsvoorstel ‘Verruiming mogelijkheden bestrijding financieel-economische criminaliteit’ bekend. Op het daarop gebaseerde wetsvoorstel is stevige kritiek geuit, zowel vanuit de praktijk als vanuit de wetenschap. Inmiddels is de gelijknamige wet op 1 januari 2015 in werking getreden.


mr. J. Verhaert
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.