Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 38 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving x
Artikel

Access_open Medewerking door ondernemingen aan een strafrechtelijk onderzoek

Nopen nieuwe ontwikkelingen tot invoering van Nederlands beleid voor interne onderzoeken?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden interne onderzoeken, zelfmelding, medewerking, corruptie, transactie
Auteurs Mr. M. Velthuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland is in 2019 hernieuwde aandacht ontstaan voor de interne onderzoekspraktijk, waaruit blijkt dat zowel de minister als het OM en de FIOD positief staan tegenover de interne onderzoekspraktijk. In het artikel pleit de auteur om Nederlands beleid te ontwikkelen met daarin incentives voor ondernemingen om deze vorm van medewerking te stimuleren. Tevens onderzoekt de auteur de noodzaak om de rechten van betrokkenen in het interne onderzoek vast te leggen. De auteur concludeert dat het aangewezen lijkt aan te sluiten bij de praktijk zoals ontwikkeld in de VS, waarbij in het geval van sturing door de autoriteiten aan het interne onderzoek onder dwang afgelegde verklaringen niet tegen de betrokkene mogen worden gebruikt in een strafrechtelijke procedure.


Mr. M. Velthuis
Mr. M. Velthuis is partner bij NautaDutilh N.V.
Jurisprudentie

Termijn aanhangig maken ontnemingsvordering

HR 10 december 2019, ECLI:NL:HR:2020:1932

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2020
Trefwoorden ontnemingsvordering, termijn art. 511b Sv, niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie, redelijke termijn
Auteurs Mr. dr. J.S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Er is ruimte om de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de ontnemingsvordering bij een schending van de tweejaarstermijn van artikel 511b lid 1 Sv, achterwege te laten. Dat kan als de belangen die deze bepaling beschermen niet wezenlijk in het geding zijn.


Mr. dr. J.S. Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2019

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2020
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. I. Koopmans

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

De handhaving van Amerikaans sanctierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2019
Trefwoorden sancties, OFAC, extraterritorialiteit, schikkingen, Verenigde Staten van Amerika
Auteurs Mr. Y. Amar en Mr. S. Bennink
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft de effectiviteit van het Amerikaanse sanctierecht en de gevolgen daarvan voor de rechtsontwikkeling en wereldwijde sanctiecompliance. Amerikaans sanctierecht kent een vergaande extraterritoriale werking. De handhaving daarvan loopt voorop in de wereld. Deze vindt plaats middels een combinatie van hoge boetes en boeteverlaging bij vrijwillige inkeer. Dit maakt het Amerikaanse sanctierecht uiterst effectief, maar het heeft ook evidente negatieve aspecten. Dit artikel gaat op beide aspecten in.


Mr. Y. Amar
Mr. Y. Amar is advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.

Mr. S. Bennink
Mr. S. Bennink is advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.
Artikel

Overbrugging van procedurele breuklijnen bij een integrale aanpak van criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden (de keuze voor een) handhavingsstelsel, ne bis in idem, Integrale aanpak, Bewijsvergaring, vormverzuimen
Auteurs Prof. mr. dr. M.F.H. Hirsch Ballin
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid zet in op een ‘integrale aanpak’ van ondermijning, terrorisme, cybercrime en financieel-economische criminaliteit. Die integrale aanpak heeft ook belangrijke procedurele gevolgen. Tegelijkertijd of achtereenvolgens worden bevoegdheden ingezet die worden genormeerd in verschillende rechtsgebieden. Het door deze bevoegdheden vergaarde materiaal wordt bovendien onderling gedeeld en gebruikt voor andere bevoegdheden. Door de betrokkenheid van meerdere rechtsgebieden en door die rechtsgebieden gescheiden te blijven benaderen, is sprake van procedurele breuklijnen die af doen aan daadwerkelijke integratie en aan de waarborgfunctie van het recht. Niet een duidelijkere keuze tussen handhavingsstelsels is de route naar overbrugging, maar het bereiken van overeenstemming over de grondbeginselen die aan de normering ten grondslag liggen.


Prof. mr. dr. M.F.H. Hirsch Ballin
Prof. mr. dr. M.F.H. (Marianne) Hirsch Ballin is hoogleraar Straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Buitengerechtelijke afdoening van financieel-economische strafzaken op Curaçao

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Buitengerechtelijke afdoening, Transactie, Curaçao, Openbaar Ministerie, Fraudezaken
Auteurs Mr. D.S. Schreuders en mr. N. Van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Transacties met het OM in financieel-economische en fraudezaken op Curaçao volgen grotendeels dezelfde procedure als Nederlandse strafzaken op het gebied van fraude en kennen dezelfde uitgangspunten en kenmerken. Toch zijn er ook verschillen tussen de transactieregelingen in Nederland en in Curaçao. In deze bijdrage wordt een beschrijving gegeven van de wijze van afdoening buiten de rechter om van financieel-economische strafzaken en fraudezaken, zoals die op Curaçao plaats kan vinden. Het artikel beoogt tevens (mede op basis van praktijkervaringen) inzicht te geven in dit sluitstuk van de strafrechtspleging vanuit een rechtsvergelijkend perspectief ten opzichte van Nederland. Met het oog op het komende Caribische Wetboek van Strafvordering en de modernisering van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering is het immers buitengewoon interessant om de verdere ontwikkelingen in de schikkingspraktijk van het OM Curaçao en de overige overzeese gebiedsdelen de komende tijd scherp in de gaten te houden.


Mr. D.S. Schreuders
Mr. D.S. Schreuders is partner bij Simmons & Simmons Amsterdam, Crime Fraud & Investigations.

mr. N. Van der Voort
Mr. N. van der Voort is advocaat bij Simmons & Simmons Amsterdam, Crime Fraud & Investigations.
Artikel

Access_open Bestuurlijke aanpak van ondermijning: ervaringen in Nederland en het buitenland

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Openbare orde, Ondermijning, Bestuurlijke aanpak, Handhaving, Bestuursrecht
Auteurs Prof. dr. A.C.M. Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bestuurlijke aanpak van ondermijnende criminaliteit, al dan niet als onderdeel van een integrale aanpak, is in Nederland inmiddels gemeengoed. Toch bestaan er nog volop misverstanden over, die ook aanleiding geven tot niet altijd terechte kritiek. Het handhavingsinstrumentarium waarop deze aanpak is gebaseerd vinden we in alle landen terug. De mate waarin het wordt toegepast om (zware en georganiseerde) misdaad te bestrijden verschilt echter, al naar gelang de aard, ernst en de historie van die problematiek. Een bestuurlijke aanpak is een manier om hogere drempels op te werpen voor criminele bedrijfsprocessen, maar is geen afzonderlijk alternatief voor het strafrecht.


Prof. dr. A.C.M. Spapens
Prof. dr. A.C.M. Spapens is hoogleraar criminologie aan Tilburg University.
Jurisprudentie

Access_open Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

Access_open De immuniteit van de feitelijk leidinggever na NJ 2018/134 (Stichtse Vecht)

Een analyse in het licht van de uit artikel 2 EVRM voortvloeiende positieve verplichtingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Feitelijk leidinggeven, Exclusieve bestuurstaak, Stichtse Vecht, Pikmeer, Immuniteit
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de Pikmeerjurisprudentie deelt de feitelijk leidinggever in de immuniteit van het openbare lichaam waaraan deze is verbonden. In de literatuur wordt ten onrechte aangenomen dat die immuniteit onverenigbaar is met de Straatsburgse positieve verplichtingen-rechtspraak. Deze rechtspraak verplicht enkel tot vervolging indien de betrokken overheidsfunctionaris een wezenlijk persoonlijk verwijt wegens dood door schuld kan worden gemaakt. In alle gevallen waarin deze aansprakelijkheidsdrempel is gehaald, kan de immuniteit eenvoudig worden omzeild door de betrokkene uit hoofde van ‘eigen daderschap’ te vervolgen. Alleen voor minder ernstige gevallen blijft de immuniteit overeind, maar in die situaties bestaat geen verplichting tot vervolging.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is werkzaam bij de afdeling Juridische Zaken van de Autoriteit Financiële Markten.
Artikel

Access_open Enkele opmerkingen over het het una via-beginsel en het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Modernisering strafvordering, Bestuursstrafrecht, Una via-beginsel, Bestuurlijk sanctierecht, Bijzonder strafrecht
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Thans is een belangrijke wetgevingsoperatie gaande, waarbij het Wetboek van Strafvordering wordt herzien. Opmerkelijk genoeg wordt in de vaststellingswetten op geen enkele wijze aandacht besteed aan de keuze tussen bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving. Om het una via-beginsel een plaats te geven in het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt voorgesteld om het bepaalde in artikel 243, tweede lid, Sv, te transponeren naar artikel 3.1.4, vijfde lid, van het nieuwe Wetboek van Strafvordering.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht. Hij is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De ontwikkeling van de Wet Damocles: burgemeesters trekken zwaard in de strijd tegen drugs

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Trefwoorden 13b Opiumwet, Drugscriminaliteit, Empirical legal research, Hennepteelt, Drugshandel
Auteurs Mr. L.M. Bruijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van artikel 13b Opiumwet sluiten burgemeesters elk jaar honderden panden vanwege drugshandel en hennepteelt. Dit artikel geeft een zo volledig mogelijk overzicht van de ontwikkeling, uitleg en toepassing van deze sluitingsbevoegdheid. Allereerst wordt onderzocht hoe vaak de bevoegdheid wordt toegepast. Daarna vindt een kwantitatieve jurisprudentieanalyse plaats, waarbij o.a. wordt gekeken naar de winkans van belanghebbenden. Deze resultaten worden vervolgens verklaard aan de hand van een meer kwalitatieve jurisprudentieanalyse. Door gebruik van verschillende onderzoeksmethoden en de uitvoerige jurisprudentiebespreking levert dit onderzoek een wetenschappelijke bijdrage aan de discussie over de toepassing en uitbreiding van artikel 13b Opiumwet.


Mr. L.M. Bruijn
Mr. L.M. Bruijn is docent en promovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar promotieonderzoek betreft de legalisering van cannabis en de niet-strafrechtelijke aanpak van drugscriminaliteit in Nederland en Amerika.
Kroniek

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

Access_open Amerikanisering van corruptiebestrijding

Buitengerechtelijke afdoening en andere tendensen in de handhaving van anticorruptiewetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2018
Trefwoorden corruptie, transactie, strafbeschikking
Auteurs F. Haijer, LL.M. en Mr. dr. E. Sikkema
SamenvattingAuteursinformatie

    In de jaren 2014-2017 heeft in Nederland een grote omschakeling plaatsgevonden op het terrein van de handhaving in buitenlandse corruptiezaken. Van een niet-handhaver lijkt Nederland veranderd te zijn in een corruptiebestrijder om rekening mee te houden. Wij verklaren deze ontwikkeling allereerst vanuit het perspectief van Amerikaans buitenlands beleid. Vervolgens beschouwen wij de stand van zaken met betrekking tot buitengerechtelijke afdoening in Nederland, in het bijzonder de hoge of bijzondere transactie en de strafbeschikking. We werpen ten slotte een blik op de toekomst, waarbij wij vooral kijken naar de mogelijkheden van rechterlijke toetsing en het compenseren van buitenlandse slachtoffers.


F. Haijer, LL.M.
F. Haijer, LL.M is promovenda aan de Universiteit Utrecht en interim-directeur Transparency International Nederland.

Mr. dr. E. Sikkema
Mr. dr. E. Sikkema is universitair docent straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Over de voorlegplicht en de cautie

Noot bij CBb 26 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:343

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Voorlegplicht, Handhaving, Cautie, Toezichthouder, Financieel toezicht
Auteurs Mr. C. de Rond en Mr. M. Altena
SamenvattingAuteursinformatie

    Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft met deze (tussen)uitspraak een beroep van appellant op schending van de toepassing van de ‘voorlegplicht’ zoals neergelegd in artikel 5:44, tweede en derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) afgedaan op het relativiteitsbeginsel. De annotatoren gaan in op de betekenis van de voorlegplicht en meer in het bijzonder de wijze waarop financieel toezichthouders in de praktijk toepassing geven aan de voorlegplicht. Daarnaast heeft het CBb overwegingen gewijd aan de cautie en de toepassing van de cautie, zoals neergelegd in artikel 5:10a Awb.
    Daarnaast menen de annotatoren dat het CBb geen nieuwe lijn hanteert inzake het geven van de cautie.


Mr. C. de Rond
Mr. C. de Rond is advocaat te Den Haag.

Mr. M. Altena
Mr. M. Altena is werkzaam als jurist bij de divisie Juridische Zaken van De Nederlandsche Bank.
Jurisprudentie

Access_open Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2017

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Redactioneel

Strafvervolging van een gemeente: een einde aan de spraakverwarring?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Immuniteit, Publiekrechtelijke rechtspersonen, vervolgbaarheid, overheid, Exclusieve bestuurstaak
Auteurs Mr. dr. E. Sikkema
SamenvattingAuteursinformatie

    De (gedeeltelijke) strafrechtelijke immuniteit van publiekrechtelijke rechtspersonen en de wijze waarop in dat verband het criterium van de exclusieve bestuurstaak moet worden toegepast zijn recent opnieuw ter discussie gesteld. Op 20 februari 2018 wees de Hoge Raad een arrest over dit onderwerp, nadat een vordering tot cassatie in het belang der wet was ingediend tegen het vonnis van de Rechtbank Utrecht in de strafzaak tegen de gemeente Stichtse Vecht. De auteur juicht toe dat de gemeente in deze zaak (deels) vervolgbaar wordt geacht en dat de vervolgbaarheid van lagere overheden niet (nog) verder aan banden wordt gelegd. Het arrest kan de onduidelijkheid over de betekenis en de reikwijdte van de exclusieve bestuurstaak echter niet wegnemen.


Mr. dr. E. Sikkema
Mr. dr. E. Sikkema is universitair docent aan de Unversiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Witwassen en deelname aan een criminele organisatie als vangnet voor indirecte betrokkenheid van ondernemingen bij mensenrechtenschendingen

Een analyse van de aangifte tegen de Rabobank

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Rabobank, Mensenrechten, Witwassen, Criminele organisatie, Concernaansprakelijkheid
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Witwassen en deelname aan een criminele organisatie worden in de literatuur naar voren gebracht als mogelijke opties om indirecte betrokkenheid van Nederlandse ondernemingen bij ernstige mensenrechtenschendingen te redresseren. In deze bijdrage worden die mogelijkheden nader geanalyseerd aan de hand van een concrete casus: de vermeende betrokkenheid van de Rabobank bij witwasactiviteiten voor de Mexicaanse drugskartels in de VS. De aangifte die door SMX Collective is gedaan tegen de bank roept namelijk diverse juridisch interessante vragen op over toerekening in concernverhoudingen; een onderwerp dat tot op heden relatief onderbelicht is gebleven in literatuur en jurisprudentie en derhalve aandacht verdient.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Het gebruik van Big Data voor opsporingsdoeleinden: tussen Strafvordering en Wet politiegegevens

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Big Data, opsporing, privacy, wet politiegegevens, modernisering strafvordering
Auteurs Mr. dr. B. W. Schermer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het gebruik van grote hoeveelheden gegevens (Big Data) levert een steeds grotere bijdrage aan het succes van de opsporing. De toepassing van Big Data brengt echter ook (privacy)risico’s met zich mee. Door de gebrekkige samenhang tussen het Wetboek van Strafvordering en de Wet politiegegevens is het gebruik van Big Data momenteel niet goed gereguleerd. In dit artikel worden de belangrijkste risico’s voor de rechtsbescherming bij het gebruik van Big Data voor opsporingsdoeleinden besproken en wordt bekeken in hoeverre het huidige en toekomstige strafvorderlijke kader deze risico’s kan adresseren.


Mr. dr. B. W. Schermer
Mr. dr. B.W. Schermer is universitair hoofddocent bij het Centrum voor Recht en Digitale Technologie van de Universiteit Leiden (eLaw@Leiden) en partner bij juridisch adviesbureau Considerati. Hij is lid van de Commissie modernisering opsporingsonderzoek in het digitale tijdperk (Commissie Koops) en de expertgroep van het Kenniscentrum Cybercrime van het Hof Den Haag.
Artikel

Over de houdbaarheid van de parlementaire immuniteit voor (gemeentelijke) volksvertegenwoordigers

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Parlementaire immuniteit, Vrijheid van meningsuiting, Volksvertegenwoordigers, Vervolgingsrecht, Uitingsdelicten
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Volksvertegenwoordigers die zich binnen een officiële vergadering beledigend uitlaten tegenover andere parlementariërs kunnen hiervoor niet worden vervolgd of civielrechtelijk worden aangesproken. Hetzelfde geldt voor andere delicten, zoals de schending van de geheimhoudingsplicht en het aanzetten tot haat. Het Openbaar Ministerie komt in dergelijke gevallen geen vervolgingsrecht toe. De voorzitter is bevoegd om sanctionerend op te treden. In het huidige regime lijkt de toegevoegde waarde van deze parlementaire immuniteit voor volksvertegenwoordigers achterhaald te zijn, vanwege een ruime uitleg van de vrijheid van meningsuiting voor politici.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht en tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Fair play in het fiscale strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Informeel verschoningsrecht, Fair play, Belastingadviseur
Auteurs Mr. A.M.E. Nuyens en Mr. P.C. Melse
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat het informeel verschoningsrecht centraal. Dit buitenwettelijke verschoningsrecht, door de Hoge Raad gedefinieerd als het fair play-bginsel vindt zijn oorsprong in het fiscale recht. Een korte introductie zal worden gegeven over de verregaande controlebevoegdheden van de Belastingdienst alsook over wettelijk fiscale verplichtingen van een belastingplichtige en de samenwerking ter voldoening daaraan met een belastingadviseur. De (in bepaalde gevallen te opportunistische) keuzemogelijkheid in het fiscaal punitieve stelsel komt aan bod en waarom juist in dit stelsel de belastingadviseur zich zou moeten kunnen verschonen. Daarna wordt beargumenteerd waarom het informeel verschoningsrecht ook doorwerking heeft, althans behoort te hebben in het strafrecht. Tot slot wordt stilgestaan bij de recente ontwikkelingen met betrekking tot het verschoningsrecht.


Mr. A.M.E. Nuyens
Mr. A.M.E. Nuyens is advocaat bij De Bont Advocaten en universitair docent aan Tilburg University.

Mr. P.C. Melse
P.C. Melse is masterstudent Fiscaal Recht aan Tilburg University.
Toont 1 - 20 van 38 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.