Zoekresultaat: 40 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving x Jaar 2017 x
Diversen

Codificatie van de lappendeken

Onderzoek aan een in beslag genomen smartphone: het labyrint van de (toekomstige) wetgeving en jurisprudentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Smartphone, Modernisering Wetboek, Privacy, Straf(proces)recht, Opsporingsbevoegdheid
Auteurs Mr. N. van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Mensen communiceren in de huidige samenleving volop digitaal. Het is dan ook niet verrassend dat hét mechanisme om tot de kern van iemands privéleven te komen tegenwoordig wordt bereikt door het onderzoek aan de smartphone. Het wettelijke kader betreffende dit onderzoek staat al enige tijd ter discussie. Waar de Hoge Raad een (op het eerste gezicht onwerkbaar) kader voor de (opsporing)praktijk heeft getracht te scheppen, is de modernisering van het Wetboek (mede) op dit punt in volle gang. Het is tijd dat de wetgever de spreekwoordelijke handschoen oppakt en zorg draagt voor een evenwichtige balans tussen privacy en effectieve opsporing.


Mr. N. van der Voort
Mr. N. van der Voort is associate bij Simmons & Simmons te Amsterdam (Crime, Fraud & Investigations).

    Bitcoin is mede vanwege zijn anonieme karakter een populair betaalmiddel van criminelen geworden. In opsporingsonderzoeken van de FIOD en de politie komen de aan bitcoin gerelateerde fenomenen ‘de bitcoinhandelaar’ en ‘de bitcoinmixer’ in relatie met witwassen voor. Deze fenomenen worden uitgelegd in dit artikel. Het artikel eindigt met de drie nieuwe, door de FIU gevalideerde witwastypologieën over de aan- en verkoop van virtuele betaalmiddelen.


Mr. S. Visser
Mr. S. Visser is accountmanager en projectleider witwasbestrijding bij het Anti Money Laundering Centre (AMLC) in De Bilt.
Artikel

Datamining in een veranderende wereld van opsporing en vervolging

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Strafprocesrecht, Strafrecht, Art. 3 Politiewet 2012, Datamining, Privacy
Auteurs Mr. dr. S. Brinkhoff
SamenvattingAuteursinformatie

    Datamining wordt meer en meer als opsporingsmethode ingezet. Onderzocht wordt of de huidige wettelijke grondslagen, mede gelet op jurisprudentie van het EHRM, wel voldoen voor de inzet van deze methode. Een handvat wordt geboden voor een wettelijke regeling.


Mr. dr. S. Brinkhoff
Mr. dr. S. Brinkhoff is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de vaksectie Straf(proces)recht en Criminologie van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Het decryptiebevel aan de verdachte in het economisch strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden decryptiebevel, Economisch strafrecht, WED, Bevel tot uitlevering, verdachte
Auteurs Mr. dr. E. Gritter
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de mogelijkheden die de WED biedt om onder dwang een decryptiebevel aan de verdachte te richten. Na onderzoek van de wettelijke grondslag wordt ingegaan op de grenzen die het nemo tenetur-beginsel stelt aan het kunnen effectueren van dit bevel.


Mr. dr. E. Gritter
Mr. dr. E. Gritter is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen en is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Het gebruik van Big Data voor opsporingsdoeleinden: tussen Strafvordering en Wet politiegegevens

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Big Data, opsporing, privacy, wet politiegegevens, modernisering strafvordering
Auteurs Mr. dr. B. W. Schermer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het gebruik van grote hoeveelheden gegevens (Big Data) levert een steeds grotere bijdrage aan het succes van de opsporing. De toepassing van Big Data brengt echter ook (privacy)risico’s met zich mee. Door de gebrekkige samenhang tussen het Wetboek van Strafvordering en de Wet politiegegevens is het gebruik van Big Data momenteel niet goed gereguleerd. In dit artikel worden de belangrijkste risico’s voor de rechtsbescherming bij het gebruik van Big Data voor opsporingsdoeleinden besproken en wordt bekeken in hoeverre het huidige en toekomstige strafvorderlijke kader deze risico’s kan adresseren.


Mr. dr. B. W. Schermer
Mr. dr. B.W. Schermer is universitair hoofddocent bij het Centrum voor Recht en Digitale Technologie van de Universiteit Leiden (eLaw@Leiden) en partner bij juridisch adviesbureau Considerati. Hij is lid van de Commissie modernisering opsporingsonderzoek in het digitale tijdperk (Commissie Koops) en de expertgroep van het Kenniscentrum Cybercrime van het Hof Den Haag.
Artikel

De bevoegdheid van de politie om computers binnen te treden: tijd voor een grondrecht op de bescherming van informatie-technische systemen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden hackbevoegdheid politie, botnets, nieuw grondrecht, integriteit communicatieapparaten, Computercriminaliteit III
Auteurs Dr. B. van der Sloot
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel computercriminaliteit III is bijna aangenomen en legt een aantal nieuwe bevoegdheden voor de politie neer, waaronder de mogelijkheid om computers van burgers binnen te treden. Niet alleen kan de politie zodoende onderzoek doen, ook mag zij gegevens kopiëren en aanpassingen doen aan de computer, bijvoorbeeld om bepaalde malware te verwijderen. Commentatoren hebben erop gewezen dat dit een zware inmenging is in de privésfeer van burgers. Het zou dan ook tijd zijn voor een nieuw grondrecht op de integriteit van digitale gegevensdragers. Dit artikel bespreekt de nieuwe bevoegdheid van de politie en de introductie van een mogelijk nieuw grondrecht.


Dr. B. van der Sloot
Dr. B. van der Sloot is senior researcher aan het Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT), Tilburg University.
Artikel

Cumulerende procedures en dubbele bestraffing

De invloed van Europa op het ne bis in idem-beginsel in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden ne bis in idem-beginsel, EVRM, Europese Unie, dubbele bestraffing, criminal charge
Auteurs Mr. A.C.M. Klaasse en Mr. J.N. de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ne bis in idem-beginsel is geregeld in respectievelijk artikel 68 Sr en artikel 5:43 Awb. Ook in procedures die buiten het strafrecht of bestuurlijke boeterecht vallen, kan het Europese verbod op dubbele bestraffing doorwerken in Nederland. De Hoge Raad heeft erkend dat de algemene beginselen van een behoorlijke procesorde bescherming bieden in het kader van het ne bis in idem-beginsel. Bovendien is artikel 50 van het Handvest van de EU van toepassing indien EU-recht ten uitvoer wordt gelegd. Op deze wijze is jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU en het EHRM ook van belang voor Nederland.


Mr. A.C.M. Klaasse
Mr. A.C.M. Klaasse is juridisch medewerker bij Hertoghs advocaten in Rotterdam.

Mr. J.N. de Boer
Mr. J.N. de Boer is advocaat bij Hertoghs advocaten in Amsterdam.
Artikel

Over de houdbaarheid van de parlementaire immuniteit voor (gemeentelijke) volksvertegenwoordigers

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Parlementaire immuniteit, Vrijheid van meningsuiting, Volksvertegenwoordigers, Vervolgingsrecht, Uitingsdelicten
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Volksvertegenwoordigers die zich binnen een officiële vergadering beledigend uitlaten tegenover andere parlementariërs kunnen hiervoor niet worden vervolgd of civielrechtelijk worden aangesproken. Hetzelfde geldt voor andere delicten, zoals de schending van de geheimhoudingsplicht en het aanzetten tot haat. Het Openbaar Ministerie komt in dergelijke gevallen geen vervolgingsrecht toe. De voorzitter is bevoegd om sanctionerend op te treden. In het huidige regime lijkt de toegevoegde waarde van deze parlementaire immuniteit voor volksvertegenwoordigers achterhaald te zijn, vanwege een ruime uitleg van de vrijheid van meningsuiting voor politici.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht en tevens redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

De Wet Bibob: een Schiedamse coffeeshop met belastingperikelen

Noot bij ABRvS 27 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2586

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Wet Bibob, Bestuursstrafrecht, Belastingfraude, Integriteit, Bestuurlijk maatregelrecht
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    De burgemeester van Schiedam heeft een vergunning ten behoeve van de exploitatie van een coffeeshop ingetrokken wegens een ernstig gevaar voor misbruik. Dit ernstige gevaar is gebaseerd op feiten die verband houden met belastingfraude. Volgens de Afdeling kan de burgemeester in redelijkheid de vergunning intrekken.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht en tevens redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

‘Mag ik even in uw smartphone kijken?’

De visie van de Hoge Raad gelet op het recht op privacy op grond van artikel 8 EVRM

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Smartphone, (Recht op) privacy, Verbaliseringsplicht, Doorzoeking, Toezicht
Auteurs Mr. T. Beekhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad schetst in de ‘Smartphone-arresten’ een juridisch toetsingskader voor de vaststelling wanneer aan een smartphone een rechtmatig onderzoek kan plaatsvinden. Het zwaartepunt ligt volgens de Hoge Raad op de ‘hoeveelheid doorzochte gegevens’. Afhankelijk van de mate van volledigheid van het beeld dat daardoor wordt verkregen van het persoonlijk leven, stelt de Hoge Raad wie bevoegd is: een opsporingsambtenaar, een officier van justitie of een rechter-commissaris. In deze annotatie staat centraal op welke wijze het toezicht dient plaats te vinden en welke andere factoren een rol zouden moeten spelen bij de vaststelling van de inbreuk op het recht op privacy.


Mr. T. Beekhuis
Mr. T. Beekhuis is docent Straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.
Redactioneel

Opmars en beteugeling van cybercrime

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Wet computercriminaliteit, Cybercrime, Cybersecurity, Datalek, Hack
Auteurs Mr. G.M. Verhage
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze editie van het tijdschrift wordt aandacht besteed aan een aantal betekenisvolle ontwikkelingen rondom de combinatie cyber en strafrecht. Overheid en IT blijken vooralsnog geen gelukkige combinatie. Ondanks de verruimde wettelijke bevoegdheden en het extra budget die de handhaver in het kader van de Wet computercriminaliteit III worden toebedeeld, zal het in deze globale en snel digitaliserende economie lastig blijken cybercriminaliteit te beteugelen door middel van het conventionele strafrecht.


Mr. G.M. Verhage
Mr. G.M. Verhage is advocaat bij Jones Day en tevens redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Diversen

Afscheid van de ‘godfather’ van de witteboordencriminologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Organisatiecriminaliteit, Witteboordencriminaliteit, Georganiseerde criminaliteit, Bestuurlijke boete, Afschrikking
Auteurs Prof. dr. mr. W. Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze trending topics wordt de bijdrage van vertrekkend hoogleraar Henk van de Bunt aan het criminologisch onderzoek op het terrein van het financieel-economisch strafrecht besproken.


Prof. dr. mr. W. Huisman
Prof. dr. mr. W. Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De verbeurdverklaring als ontnemingsinstrument

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Verbeurdverklaring, Afpakken, Wederrechtelijk verkregen voordeel, Crimineel vermogen
Auteurs Mr. G.M. Boezelman en Mr. M. Coenen
SamenvattingAuteursinformatie

    De verbeurdverklaring wint terrein op het gebied van afpakken, ook in financiële fraudezaken. Doordat zowel de verbeurdverklaring als de ontnemingsmaatregel worden ingezet voor het ‘afpakken’ van crimineel vermogen, vervagen de karakters van de verbeurdverklaring en de ontneming. Het dubbel raken van de betrokkene dient gelet op de proportionaliteit van de bestraffing te worden voorkomen. Deze bijdrage bespreekt de implicaties hiervan en de mogelijkheden om verweer te voeren.


Mr. G.M. Boezelman
Mr. G.M. Boezelman is advocaat bij Hertoghs Advocaten.

Mr. M. Coenen
Mr. M. Coenen is advocaat bij Hertoghs Advocaten.
Jurisprudentie

De sanctiebevoegdheid van de burgemeester in artikel 13b Opiumwet

Noot bij ABRvS 8 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:294

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Woningsluiting, Opiumwet, Bestuursstrafrecht, Bestuurlijke herstelsanctie, Openbare orde
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van artikel 13b Opiumwet kan de burgemeester een woning sluiten ter bestrijding van strafbare feiten uit de Opiumwet. De woningsluiting kan niet worden aangemerkt als een bestraffende sanctie.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht en tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De nieuwe rol van de curator in de fraudebestrijding: knelpunt in de aanloop naar een eventueel strafproces?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Trefwoorden faillissementsfraude, fraudebestrijding, opsporing, nemo-teneturbeginsel, curator
Auteurs Mr. dr. E.M. Moerman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt onderzocht welke consequenties de nieuwe rol van de curator bij de aanpak van de fraudebestrijding heeft voor een eventueel strafproces. Daarbij wordt in het bijzonder stilgestaan bij de verhouding tussen de door de wetgever beoogde rol van de curator en de invulling die traditioneel wordt gegeven aan de taak van de curator. Ook wordt aandacht besteed aan de bruikbaarheid van het door de curator vergaarde materiaal in een strafprocedure. Betoogd wordt dat de fraudesignalerende rol van de curator past in de ontwikkeling waarin steeds vaker een bijdrage van private actoren wordt gevraagd, maar dat het nemo-teneturbeginsel onder druk komt te staan door de nieuwe wetgeving.


Mr. dr. E.M. Moerman
Mr. dr. E.M. Moerman is werkzaam bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Vervolging van ondernemingen voor schendingen van de mensenrechten: mogelijkheden naar Nederlands strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Trefwoorden (extraterritoriale) rechtsmacht, strafrechtelijke aansprakelijkheid van ondernemingen, zorgplicht, maatschappelijk verantwoord ondernemen, vervolging
Auteurs Mr. E.M. van Gelder en prof. dr. C.M.J. Ryngaert
SamenvattingAuteursinformatie

    In toenemende mate lijken internationaal opererende ondernemingen betrokken te zijn bij mensenrechtenschendingen. Wanneer een onderneming zich schuldig maakt aan, of althans een aandeel heeft in mensenrechtenschendingen begaan in het buitenland, biedt de Nederlandse strafwet, met inbegrip van de rechtsmachtsbepalingen, verschillende mogelijkheden tot vervolging. In de praktijk heeft dit echter tot op heden niet geleid tot daadwerkelijke vervolging, laat staan tot een onherroepelijke veroordeling van een onderneming. Dit artikel zet de mogelijkheden uiteen voor vervolging naar Nederlands strafrecht.


Mr. E.M. van Gelder
Mr. E.M. van Gelder is promovenda aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

prof. dr. C.M.J. Ryngaert
Prof. dr. C.M.J. Ryngaert is hoogleraar internationaal publiekrecht aan de Universiteit Utrecht.

    De rechter oordeelt ogenschijnlijk snel dat voorwerpen waarvan is bewezenverklaard dat zij zijn witgewassen wederrechtelijk voordeel zijn en miskent hierdoor het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel, namelijk dat alleen de criminele verdiensten mogen worden afgepakt. De rechter moet de schatting van het WVV voldoende motiveren en onderzoek doen naar het daadwerkelijke WVV van betrokkene.
    De verbeurdverklaring is een mogelijk alternatief voor de ontnemingsprocedure in geval van witwassen: voorwerpen kunnen worden afgepakt zonder dat het bezit ervan ten laste wordt gelegd, zonder dat de verdachte het nog bezit of in een situatie waarin een verdachte het bij een ander heeft veiliggesteld.


Mr. T. Groenendijk
Mr. T. Groenendijk is werkzaam bij de Belastingdienst/FIOD in Amsterdam.
Jurisprudentie

De AOW-uitkering van de gedetineerde uitkeringsgerechtigde

Noot bij CRvB 3 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:880

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Bestuursstrafrecht, AOW-uitkering, Bestuurlijk maatregelrecht, Lijfsdwang, Detentie
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Gedurende de periode waarin appellant onder toepassing van artikel 577c Sv lijfsdwang onderging in een penitentiair psychiatrisch centrum, was hem rechtens zijn vrijheid ontnomen in de zin van artikel 8b, tweede lid, van de AOW. Appellant heeft daarom over die periode geen recht op AOW-pensioen. Blijkens de wetsgeschiedenis bij artikel 8b AOW heeft de wetgever bij de term ‘rechtens zijn vrijheid ontnomen’ niet enkel gedacht aan gevangenisstraf, maar ook aan andere vormen van detentie, zoals gijzeling wegens het niet betalen van verkeersboetes of het niet nakomen van wettelijke verplichtingen.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht en tevens redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2017

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van der Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Redactioneel

Het bestaansrecht van de Wet op de economische delicten revisited

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Herziening WED, Culpose delicten, Kaderwet WOD, Europese regelgeving
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De WED lijkt toe aan herziening in de vorm van een kaderwet Wet op de ordeningsdelicten (WOD). De structuur van de aanduiding van de materiële normen kan zo blijven, aangevuld met een specifiek sanctiearsenaal. Er dient een nuancering in de sancties te worden aangebracht door culpose delicten te introduceren. Strafvorderlijk gezien dient in de WOD een juridisch kader te worden gecreëerd voor onder andere overlegstructuren van toezichthouders en OM en de afdoeningsmodaliteit voor buitengerechtelijke afdoening. In de sanctietoemeting zal de verhouding tussen strafrecht en bestuursrecht opnieuw moeten worden geregeld. Speciale aandacht dient de Europese wetgeving in de nieuwe WOD te krijgen.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 40 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.