Zoekresultaat: 3 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Law and Method x
Artikel

Access_open A Plea for Rigorous Conceptual Analysis as a Central Method in Transnational Law Design

Offer and Acceptance as Juridical Acts in the Draft Common Frame of Reference as a Case in Point

Tijdschrift Law and Method, januari 2013
Trefwoorden DCFR, Conceptual Analysis, Juridical Acts, Transnational Law Design
Auteurs Rudolf Rijgersberg en Hester van der Kaaij
SamenvattingAuteursinformatie

    Although shared legal problems are generally easily identified in transnational law design, it is considerably more difficult to design frameworks that transcend the peculiarities of local law univocally. The following exposition is a plea for giving more prominence to rigorous conceptual analysis in transnational law design in order to disambiguate the terms used in such frameworks. It does this by taking the formation of contracts in the model rules of the Draft Common Frame of Reference (DCFR) as a case in point. A conceptual analysis of the basic legal notion ‘juridical act’ in its model rules for contract law shows that the DCFR allows for two mutually conflicting interpretations of contract formation that are by no means fictional. A rigorous conceptual analysis of basic legal notions in the formative stages of transnational law design would have prevented a conflation of two legal traditions resulting in an ambiguous legal framework. As such it is an indispensable method for achieving a univocal interpretation of the legal end product.


Rudolf Rijgersberg
Rudolf Rijgersberg is assistant professor Methods and Foundations of Law at Maastricht University.

Hester van der Kaaij
Hester van der Kaaij is promovendus PhD candidate in Legal Theory at Maastricht University.
Artikel

Access_open Hoe moet recht worden onderwezen?

Tijdschrift Law and Method, februari 2012
Trefwoorden curriculum rechtenstudie, aard van het recht, positief recht, (hulp)wetenschappen
Auteurs Jaap Hage
SamenvattingAuteursinformatie

    The central issue of this paper is to outline a scientifically oriented course in law. Most actual courses focus on positive law, and the main conclusion of this paper is that this is wrong. This conclusion is based on the premise that law is not by definition positive law, but the answer to the question which rules should be enforced by collective means. This premise is argued in the full paper.Positive law is law to the extent that it should be enforced by collective means, and not by definition. Therefore a scientific course in law should pay some attention to positive law, but should not assign it the dominant place in the curriculum which it presently tends to have.To make this abstract idea more concrete, some proposals are made for a law curriculum. The starting point is that the law bachelor should only address positive law where this is necessary for exercises in legal reasoning. Moreover it should address the viable fundamental visions on the nature of law, the main theories about normative reasoning (main currents in ethics), and the facts which are relevant in the light of these normative theories for the question which norms should be enforced by collective means. These facts include both positive law and the results of the different sciences (e.g. psychology, sociology, economy, and biology) which are relevant to answer the normative question. Because there are too many scientific results to take in during a bachelor course, the study of the sciences should be replaced by an introduction to scientific method, which allows lawyers to evaluate the outcomes of scientific research. Finally, the bachelor course should also address ‘generic positive law’, the main questions which must be answered by legal systems and the most viable answers to these questions.The master phase of the curriculum should, for those lawyers who want to practice the positive law of a particular jurisdiction, be filled with the detailed study of the relevant positive law.


Jaap Hage
Jaap Hage is hoogleraar Algemene rechtsleer aan Maastricht University.
Artikel

Access_open Praktijkgericht juridisch onderzoek

Tijdschrift Law and Method, januari 2011
Trefwoorden juridisch onderzoek, empirisch onderzoek, praktijkgericht onderzoek, onderzoeksvraag, onderzoeksmodel
Auteurs Geertje van Schaaijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt de stelling verdedigd dat in een praktijkgericht juridisch onderzoek zowel juridische als empirische onderzoeksmethoden nodig zijn. De centrale onderzoeksvraag in een praktijkgericht juridisch onderzoek dient immers gerelateerd te zijn aan het recht en aan de praktijk, zodat het antwoord op de centrale vraag praktisch bruikbaar is. Vragen van het type ‘mag dat?’ of ‘werkt dit?’ kunnen die relaties met recht en praktijk goed over het voetlicht brengen en sturing geven aan de richting van het onderzoek. In het beredeneerde antwoord op de onderzoeksvraag komt de integratie van methoden en technieken uit de juridische en sociaalwetenschappelijke discipline tot uitdrukking. Het onderzoeksmodel dat in dit artikel wordt uitgebeeld en toegelicht, maakt deze integratie duidelijk en biedt een basis voor een methodologie van praktijkgericht juridisch onderzoek.


Geertje van Schaaijk
Mr. dr. Geertje van Schaaijk doceert juridische vakken, rechtssociologie en methoden en technieken van onderzoek aan de Juridische Hogeschool Avans-Fontys.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.