Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 21 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Handicap & Recht x
Jurisprudentie

Afwijzing verzoek tot beëindiging gezag van een ongeboren baby: Een verstandelijke beperking van ouders is op zich geen bepalende factor voor falend ouderschap

Rechtbank Amsterdam 26 april 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:3375)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden uithuisplaatsing, verstandelijke beperking, VN-verdrag Handicap, gezagsbeëindiging
Auteurs Mr. E.B. van de Loo
SamenvattingAuteursinformatie

    De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt de beëindiging van het ouderlijk gezag van een ongeboren baby omdat de ouders een verstandelijke beperking hebben. Volgens de Raad mist de moeder vanwege haar verstandelijke beperking de sensitiviteit die nodig is voor de opvoeding. De moeder heeft een beroep gedaan op artikel 23 VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH). Daarin staat dat een kind niet gescheiden mag worden van zijn ouders enkel op basis van een handicap van de ouders en dat alle passende hulp geboden dient te worden om de opvoeding, eventueel met ondersteuning, mogelijk te maken. Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2019:3375) wijst het verzoek af. De rechtbank kijkt naar de meerwaarde van de toepassing van dit verdrag ten opzichte van reeds bestaande bepalingen in internationale verdragen.


Mr. E.B. van de Loo
Mr. E.B. (Elsa) van de Loo is advocaat te Amsterdam.
Jurisprudentie

Access_open Stoian t. Roemenië: stap terug of status quo? Een EHRM-casus over het recht op inclusief onderwijs

EHRM 25 juni 2019, 289/14 (Stoian/Roemenië)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, (recht op) inclusief onderwijs, toegankelijkheid, redelijke aanpassingen
Auteurs Dra. M. Spinoy (M.Jur.) en Dr. J. Lievens (LL.M.)
SamenvattingAuteursinformatie

    In het recente arrest Stoian t. Roemenië oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over de onderwijssituatie van een jongen met een beperking in Roemenië. Het Hof beoordeelt de zaak vanuit de redelijke aanpassingsplicht en besluit dat die niet geschonden is. In deze bijdrage bespreken en analyseren de auteurs dit arrest dat het Hof op veel kritiek kwam staan. Ze houden daarbij in het bijzonder rekening met het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH) en relevante voorgaande rechtspraak van het EHRM. In het arrest krijgen de principes van het IVRPH (opnieuw) een centrale plaats. De toepassing van die principes is minder eenduidig. Het arrest doet immers belangrijke vragen rijzen over de manier waarop het EHRM twee belangrijke IVRPH-verplichtingen inzake onderwijs toepast. Het IVRPH omvat onder meer de verplichting tot het voorzien van een toegankelijk onderwijssysteem en de verplichting in redelijke aanpassingen te voorzien. Die verplichtingen zijn er beide op gericht onderwijs toegankelijk te maken voor kinderen met een handicap. Tussen de twee verplichtingen bestaan echter belangrijke verschillen, onder meer inzake afdwingbaarheid. Het EHRM lijkt deze verplichtingen niet correct van elkaar te onderscheiden en aan de twee tegelijk te toetsen. Daarnaast is niet duidelijk hoe streng het Hof de verplichtingen van staten toetst in deze materie. De toetsingsintensiteit lijkt in Stoian lager te liggen dan in eerdere zaken. De auteurs besluiten dan ook dat het arrest geen echte zekerheid brengt over de standaarden die het Hof in volgende zaken zal hanteren.


Dra. M. Spinoy (M.Jur.)
Dra. M. (Marie) Spinoy is doctoraatsonderzoeker aan het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven). Ze doet onderzoek op het gebied van non-discriminatie.

Dr. J. Lievens (LL.M.)
Dr. J. (Johan) Lievens is universitair docent staatsrecht en onderwijsrecht aan de VU Amsterdam. Hij is tevens verbonden aan de Université de Namur en het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven).
Artikel

Access_open Het individueel klachtrecht bij het VN-comité voor de rechten van mensen met een beperking

Slechts toekomstmuziek of ook nu al relevant?

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Facultatief Protocol, Individueel klachtrecht, VN-comité
Auteurs Mr. J.R.E. Stolk
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland heeft het Facultatief Protocol bij het VN-verdrag Handicap niet geratificeerd. Drie jaar na de inwerkingtreding van het VN-verdrag Handicap in Nederland neemt de roep om het protocol te ratificeren toe. Ratificatie van het protocol maakt namelijk individueel klachtrecht mogelijk bij het VN-comité. Dit artikel zal ingaan op de vraag wat dit individueel klachtrecht precies betekent en waarom de uitspraken van het Comité ook nu al relevant zijn.


Mr. J.R.E. Stolk
Mr. J.R.E. (Anne-Rose) Stolk is juridisch beleidsadviseur bij het College voor de Rechten van de Mens.
Artikel

Access_open Extra beschermd of extra beschadigd?

De juridische positie en leefomstandigheden van kinderen met een handicap in asielzoekerscentra in Nederland

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Handicap, VN-Kinderrechtenverdrag (IVRK), kinderen met een handicap in asielzoekerscentra, belang van het kin, non-discriminatiebeginsel
Auteurs Mr. M. Goeman en Mr. S. Schuitemaker
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van drie zaken afkomstig van de Kinderrechtenhelpdesk van Defence for Children illustreren de auteurs verschillende problemen waar kinderen met een handicap in asielzoekerscentra tegenaan lopen. Het artikel bevat een samenvatting van het onderzoek van Defence for Children, ‘Extra beschermd of extra beschadigd? Onderzoek naar de leefomstandigheden van kinderen met een handicap in asielzoekerscentra in Nederland’. Besproken wordt daarbij een recent vernietigend rapport van de Kinderombudsman over medische zorg die aan een doof meisje werd geweigerd omdat zij geen verblijfsvergunning had. De auteurs betogen dat de wetgever, immigratieautoriteiten en opvanginstanties aan zet zijn om ervoor te zorgen dat de rechten van kinderen met een handicap gerespecteerd worden. Dat moet gelden zowel in de verblijfsprocedure als in de opvangprocedures en bij de toegang tot medische zorg.


Mr. M. Goeman
Mr. M. (Martine) Goeman is Programmamanager kinderrechten en migratie.

Mr. S. Schuitemaker
Mr. S. (Sander) Schuitemaker is Juridisch adviseur kinderrechten en migratie bij Defence for Children.

    Nederland heeft in 2016 het VN-verdrag Handicap geratificeerd. Artikel 9 van het verdrag verplicht Nederland om bestaande en nieuwe gebouwen geleidelijk en proactief volledig toegankelijk te maken voor personen met een handicap. Volgens de overheid is het realiseren van een inclusieve samenwerking met de implementatie van het verdrag geen kwestie van op landelijk niveau ‘op een knop drukken’, maar vooral een proces van cultuurverandering en vernieuwing dat zijn beslag moet krijgen in de samenleving, met name op lokaal niveau en met inachtneming van ieders verantwoordelijkheid. Dat neemt niet weg dat Nederland veel meer kan doen om gebouwen sneller en beter toegankelijk te maken. Ook zonder het VN-verdrag Handicap.


Mr. O. Laan
Mr. O. (Ottilie) Laan is advocaat bouwrecht bij Blumstone advocaten en heeft bilaterale cerebrale parese (CP). De auteur dankt Peter de Haan van Asselbergs & Klinkhamer Advocaten voor zijn hulp bij het publiekrechtelijke gedeelte van dit artikel.
Artikel

Access_open Uitleg van het VN-verdrag Handicap

Toepassing van de General Comments van het VN-Comité Handicap in Nederland

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, uitleg, General Comments
Auteurs Mr. D.C. Houtzager
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland is sinds 2016 bezig met het implementeren van het VN-verdrag Handicap. De uitleg van sommige verdragsartikelen kan vragen opleveren. Omdat die vragen ook bij andere landen leven, publiceert het VN-Comité dat toezicht houdt op het verdrag Algemene Opmerkingen, of met de gangbare Engelse term General Comments. Die Comments geven uitleg aan bepalingen van het verdrag. Dit artikel gaat in op de totstandkoming en de betekenis van de General Comments die het Comité heeft uitgebracht. Daarbij wordt ingegaan op de vraag hoe groot het effect is op de wetgever, rechter en de samenleving. Het artikel besluit met een lijst van de zeven General Comments van het Comité.


Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager was tot februari 2019 lid van het College voor de Rechten van de Mens en is hoofdredacteur van het tijdschrift Handicap & Recht.
Artikel

De samenhang tussen algemene toegankelijkheid en individuele aanpassingen

Toepassing van artikel 2a Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden VN-verdrag Handicap
Auteurs Mr. D.C. Houtzager en Mr. N. Günes
SamenvattingAuteursinformatie

    Werkgevers en aanbieders van goederen en diensten moeten ervoor zorgen dat hun werkomgeving en diensten algemeen toegankelijk zijn voor mensen met een handicap. Die verplichting is in 2016 in de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ) opgenomen. Nu het wetsartikel ruim twee jaar in werking is, is het tijd om te kijken naar de uitvoering. Relevante vraag daarbij is hoe de algemene toegankelijkheid van artikel 2a WGBH/CZ zich verhoudt tot de plicht om individuele doeltreffende aanpassingen te verrichten, zoals die in artikel 2 WGBH/CZ is vastgelegd.
    In het navolgende gaan we in op de achtergrond van de wetswijziging en bespreken zowel (inter)nationale jurisprudentie als oordelen van het College voor de Rechten van de Mens.


Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is lid van het College voor de Rechten van de Mens.

Mr. N. Günes
Mr. N. (Nurcan) Günes is juridisch adviseur van het College voor de Rechten van de Mens.
Artikel

Access_open Ervaringsdeskundigen tegen loondispensatie

Hoe intentie, ervaring en rechtmatigheid ver uit elkaar kunnen liggen

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Loondispensatie, Loonkostensubsidie, VN-verdrag Handicap
Auteurs J.S. Stad-Ogier
SamenvattingAuteursinformatie

    Mensen met een handicap op gelijke voet laten participeren in de samenleving. Al voor de ratificatie van het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, verder aan te duiden als het IVRPH, was het een belangrijk onderwerp voor de wetgever. Op het gebied van werk zou de invoering van de Participatiewet, in samenhang met de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten (Quotumwet), dit gaan bewerkstelligen. Arbeidsgehandicapten moeten zo veel mogelijk in reguliere banen aan het werk, waardoor sociale werkplaatsen niet meer nodig zijn – zo was de gedachte. Drie jaar later blijkt dat de overheidssector achter ligt op het schema van de banenafspraak. Waar de marktsector ruim zevenduizend banen meer heeft gecreëerd dan gepland, blijft de overheid op een kleine 6.500 banen steken, nog geen 65% van het doel voor 2017. Er moest dus actie ondernomen worden. Dat werd als reden aangevoerd om een systeem van loondispensatie in het regeerakkoord op te nemen. Het primaire doel was om ‘mensen met een arbeidsbeperking meer kansen te geven op duurzaam werk’. Als actief kernlid bij Wij Staan Op! was ik nauw betrokken bij de lobby om loondispensatie uit de Participatiewet weg te houden.


J.S. Stad-Ogier
J.S. (Jiska) Stad-Ogier is mede-initiatiefnemer, medeoprichter en kernlid van Stichting Wij Staan Op! en bachelorstudent Notarieel recht, Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Afwijzing van voorziening doventolk. Geen sprake van ongeoorloofd onderscheid op basis van leeftijd of handicap

Centrale Raad van Beroep 8 september 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:3229)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Artikel 19a WOOS, artikel 34a en 35 Wet WIA, artikel 26 IVBPR, artikel 14 EVRM, Richtlijn 2000/78/EG, VN-verdrag Handicap
Auteurs Mr. M.J.A.C. Driessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Betrokkene is doof en vraagt een voorziening doventolk aan ten behoeve van een opleiding die zij wil gaan volgen. De aanvraag wordt afgewezen door de Centrale Raad van Beroep. Voor een voorziening op grond van de Wet Overige OCW-subsidies is zij te oud. Een beroep op leeftijdsdiscriminatie slaagt niet omdat het gemaakte onderscheid op grond van leeftijd gerechtvaardigd wordt geacht. Ook een voorziening in het kader van de Wet WIA wordt afgewezen. Een voorziening krachtens die wet wordt alleen toegekend als de opleiding als een toeleiding naar werk kan worden gezien. Nu betrokkene al werk heeft is daarvan geen sprake. Een beroep op het VN-verdrag Handicap helpt betrokkene niet. Opmerkelijk is wel dat de Centrale Raad van Beroep toetst aan dit verdrag zonder de toepasbaarheid van dat verdrag separaat te beoordelen.
    In dit artikel wordt de vraag aan de orde gesteld of deze motivering wel voldoet aan de procedurele verplichting die, volgens de rechtspraak van het EHRM, voortvloeit uit artikel 14 EVRM. In het concrete geval moet een rechterlijk onderzoek plaatsvinden naar het bestaan van een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond voor de inbreuk op het recht op gelijke behandeling. De rechtbank neemt in deze uitspraak tot uitgangspunt dat de ruime beleidsvrijheid van de wetgever in de weg staat aan een rechterlijke belangenafweging in het concrete geval. Betoogd wordt dat vaste rechtspraak van de Hoge Raad bepaalt dat de rechter, bij wijze van uitzondering, wel mag treden in een beleidskeuze van de wetgever. Dit kan hij doen wanneer het resultaat van die beleidskeuze strijd zou opleveren met een rechtstreeks werkende verdragsbepaling zoals artikel 14 EVRM. De besproken uitspraak miskent die rechterlijke bevoegdheid.


Mr. M.J.A.C. Driessen
Mr. M.J.A.C. (Malva) Driessen is docent sociaal recht aan de Maastricht University

Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is lid van het College voor de Rechten van de Mens en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Artikel

Access_open Op de toekomst voorbereid

Digitale toegankelijkheid onder de loep

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden toegankelijkheid, Europese Unie, VN-verdrag Handicap, Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, websites
Auteurs Mr. D.C. Houtzager
SamenvattingAuteursinformatie

    Een afspraak voor het ziekenhuis maken, online een maaltijd bestellen, een filmpje op YouTube bekijken? Het kan in toenemende mate alleen nog als je een website of een app kunt gebruiken. Als dat niet lukt, in verband met een visuele of andere beperking, kun je uitgesloten worden van die dienstverlening. Dat is ongewenst en daarom zijn er internationale standaarden voor de toegankelijkheid van websites en apps ontwikkeld. Dienstverleners die deze zogenoemde WCAG-standaarden toepassen, zijn er zeker van dat hun website of app toegankelijk is. De Europese Unie gebruikt de WCAG-normen voor een richtlijn over overheidswebsites. Die moet in 2018 zijn omgezet. Europa werkt aan een andere omvangrijke wet: de Toegankelijkheidsakte. Die bepaalt dat alleen nog apparaten zoals computers, kaartautomaten en telefoons in de EU op de markt mogen worden gebracht die aan toegankelijkheidseisen voldoen. Dat geldt ook voor bankdiensten, de luchtvaart, het spoor en internetdiensten.
    In Nederland zorgt een nieuwe wet ervoor dat overheidsdiensten vanaf 2019 via het web toegankelijk moeten zijn. De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte bepaalt dat diensten door private aanbieders geleidelijk toegankelijk moeten worden gemaakt. De regelgeving lijkt in ieder geval op de toekomst te zijn voorbereid.


Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is collegelid bij het College voor de Rechten van de Mens en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Jurisprudentie

Is beleidskeuze in de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten een objectieve rechtvaardiging voor ongelijke behandeling?

Rechtbank Noord-Holland 14 maart 2017 (ECLI:NL:RBNHO:2017:4976)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten, Artikel 14 EVRM, redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond, beleidsvrijheid wetgever, Artikel 94 Grondwet
Auteurs Mr. M. Chébti
SamenvattingAuteursinformatie

    Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat het UWV geen verboden onderscheid heeft gemaakt door een werkzoekende met een auditieve beperking een indicatie banenafspraak te weigeren. De rechtbank stelt dat er een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat voor dit gemaakte onderscheid. Hij motiveert dit oordeel slechts met een verwijzing naar de door de wetgever gemaakte afweging om alleen de meest kwetsbare groep mensen met een beperking aan te merken als doelgroep van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten.
    In dit artikel wordt de vraag aan de orde gesteld of deze motivering wel voldoet aan de procedurele verplichting die, volgens de rechtspraak van het EHRM, voortvloeit uit artikel 14 EVRM. In het concrete geval moet een rechterlijk onderzoek plaatsvinden naar het bestaan van een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond voor de inbreuk op het recht op gelijke behandeling. De rechtbank neemt in deze uitspraak tot uitgangspunt dat de ruime beleidsvrijheid van de wetgever in de weg staat aan een rechterlijke belangenafweging in het concrete geval. Betoogd wordt dat vaste rechtspraak van de Hoge Raad bepaalt dat de rechter, bij wijze van uitzondering, wel mag treden in een beleidskeuze van de wetgever. Dit kan hij doen wanneer het resultaat van die beleidskeuze strijd zou opleveren met een rechtstreeks werkende verdragsbepaling zoals artikel 14 EVRM. De besproken uitspraak miskent die rechterlijke bevoegdheid.


Mr. M. Chébti
Mr. M. (Mariam) Chébti is lid van het College voor de Rechten van de Mens.
Artikel

Access_open Stemrecht in het echt

Onderzoek naar de toegankelijkheid van verkiezingen voor mensen met een beperking

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden toegankelijkheid, kiesrecht, College voor de Rechten van de Mens, visuele beperking, verstandelijke beperking
Auteurs J.L. Hoegen Dijkhof MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Mensen met een beperking ervaren de nodige obstakels bij het uitoefenen van hun stemrecht bij verkiezingen. Dat volgt uit onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van het College voor de Rechten van de Mens, toezichthouder op de naleving van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap. Ruim duizend mensen met een lichamelijke, visuele of verstandelijke beperking of psychische aandoening werden ondervraagd naar hun ervaringen omtrent de toegankelijkheid van de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017. Met name mensen met een visuele en/of een verstandelijke beperking ervaren moeilijkheden. Zo heeft twee derde van de blinden en slechtzienden moeite om het stembiljet in te vullen. Mensen met een verstandelijke beperking ervaren de nodige problemen in de voorbereiding op het stemmen en met het stembiljet. Daarnaast willen zij graag geholpen worden in het stemhokje. Het College beveelt aan om het stembiljet aan te passen en te blijven investeren in de ontwikkeling van alternatieve stemmethodes. Het College pleit er ook voor om hulp in het stemhokje toe te staan voor mensen met een verstandelijke beperking, waar dat nu alleen voor mensen met een lichamelijke beperking is toegestaan. Of het nieuwe kabinet daar iets aan doet bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018, lijkt niet waarschijnlijk.


J.L. Hoegen Dijkhof MSc
J.L. (Justin) Hoegen Dijkhof is onderzoeker en beleidsadviseur bij het College voor de Rechten van de Mens.
Artikel

Toetsing wetgeving Caribisch Nederland aan de verplichtingen van het VN-Verdrag voor personen met een handicap

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Caribisch Nederland, handicap, beperking, toegankelijkheid, non-discriminatie
Auteurs Dr. E.G. van de Mortel en Dr. O. Nauta
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap is voor de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba nog niet in werking getreden. De reden die de regering geeft, is dat op de eilanden niet wordt voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag.
    In dit artikel beschrijven we de belangrijkste inhoudelijke vraagstukken voor het in werking laten treden van het Verdrag voor de eilanden. Dit bezien van uit de invalshoek van wetgeving; we gaan in op de hiaten die er in de wetgeving zijn. Dit doen we aan de hand van de belangrijkste beginselen en rechten die in het Verdrag zijn opgenomen. De beginselen die we bespreken zijn non-discriminatie en toegankelijkheid. Bij de rechten maken we een onderscheid tussen de burgerlijke en politieke rechten – waarvan de Nederlandse regering aanneemt dat aan deze rechten moet zijn voldaan op het moment van ratificatie. En de economische, sociale en culturele rechten die geleidelijk aan kunnen worden verwezenlijkt.
    We eindigen met een korte discussie waarbij we pleiten voor maatwerk voor de eilanden, gezien het inwoneraantal en andere kenmerken.


Dr. E.G. van de Mortel
Dr. E.G. (Elma) van de Mortel is werkzaam bij IdeeVersa.

Dr. O. Nauta
Dr. O. (Oberon) Nauta is werkzaam bij de DSP-groep.
Jurisprudentie

Meer duidelijkheid over het begrip ‘handicap’

Daouidi t. Bootes Plus SL e.a., HvJ EU 1 december 2016, C-395/15

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2017
Trefwoorden begrip handicap, omkeerbare aandoening, sociale model van handicap, Europees recht, Richtlijn 2000/78
Auteurs Mr. D.C. Houtzager
SamenvattingAuteursinformatie

    Het begrip ‘handicap’ is lang niet altijd eenduidig. In het arrest Daouidi t. Bootes Plus SL e.a. van december 2016 geeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (‘het Hof’) aanwijzingen over de vraag wanneer van een handicap sprake is. Lange tijd gold de uitspraak Chacón Navas uit 2006 als richtinggevend voor de uitleg van het begrip. Toen bepaalde het Hof dat een ziekte niet gelijk gesteld kon worden aan een handicap en dat ontslag wegens een ziekte niet dezelfde bescherming genoot als ontslag wegens een handicap. Na de toetreding van de Europese Unie tot het VN-verdrag Handicap in 2010 heeft het Hof zijn omschrijving van ‘handicap’ aangepast. In een reeks arresten hanteert het Hof het uitgangspunt dat van een handicap sprake is als er een langdurige aandoening bestaat, die in wisselwerking met drempels in de samenleving de betrokkene kan belemmeren om in de samenleving te participeren. In het arrest Daouidi geeft het Hof verdere duiding aan het element ‘langdurig’. Ook al gaat het om een omkeerbare aandoening, zoals een ontwrichte elleboog, dan kan de langdurigheid ervan toch tot een handicap leiden. Daarmee komt bescherming onder het gelijkebehandelingsrecht binnen bereik.


Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is lid van het College voor de Rechten van de Mens en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Artikel

‘Een verdrag met potentieel vérstrekkende gevolgen’

De toepassing van het VN-verdrag Handicap door de Nederlandse rechter

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2017
Auteurs Mr. G.J.W. Pulles
SamenvattingAuteursinformatie

    De toetreding van het Koninkrijk der Nederlanden tot het VN-verdrag Handicap zal leiden tot nieuwe rechtsontwikkelingen op het gebied van bescherming van de rechten van personen met een handicap. Een belangrijke rol zal daarbij zijn weggelegd voor de rechter, die immers over de toepassing en interpretatie van het Verdrag zal gaan oordelen in concrete gevallen. De rechter zal daarbij rekening moeten houden met de regels die gelden voor de toepassing van internationaal recht. Dit artikel handelt over de wijzen waarop de rechter het Verdrag kan toepassen en op die manier kan laten doorwerken in de Nederlandse rechtsorde. Het gaat in op de Nederlandse regels voor rechtstreekse, indirecte en horizontale toepassing. Daarbij wordt aandacht besteed aan de uitspraak van 10 oktober 2014 van de Hoge Raad, waarin een hele nieuwe maatstaf voor rechtstreekse toepassing van internationaal recht werd aangelegd. Daarnaast komen de rol en de invloed van Europese rechtspraak van het EHRM en van het HvJ EU en van uitspraken van internationale verdragscomités aan de orde. Het artikel verschaft praktijkjuristen daarmee hopelijk extra argumenten om bij te dragen aan een wezenlijke bescherming van de rechten en waardigheid van personen met een handicap.


Mr. G.J.W. Pulles
Mr. G.J.W. (Gerrit Jan) Pulles is advocaat in Amsterdam en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij werkt aan een proefschrift over doorwerking van economische en sociale rechten.

Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is collegelid bij het College voor de Rechten van de Mens en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Redactioneel

Access_open Applaus en verwachtingen

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2016
Auteurs Mr. D.C. Houtzager
Auteursinformatie

Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is lid van het College voor de Rechten van de Mens en hoofdredacteur van Handicap & Recht.

Dr. mr. C. Blankman
Dr. mr. C. (Kees) Blankman is als universitair docent verbonden aan de Juridische Faculteit van de VU te Amsterdam.

mr. K. Vermariën
Mr. Karen Vermariën is werkzaam als wetenschappelijk docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Waarom een tweesporenbeleid niet spoort met het recht op onderwijs

Het IVRPH en het recht op ‘inclusief onderwijs’

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2016
Auteurs J. Schoonheim JD, LL.M
Auteursinformatie

J. Schoonheim JD, LL.M
Jacqueline Schoonheim, JD, LL.M is zelfstandig onderzoeker en adviseur.
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.