Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 32 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Handicap & Recht x
Artikel

Access_open Oordelen handicap en chronische ziekte en de WGBH/CZ, een bouwwerk met uitzicht?

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden College voor de Rechten van de Mens, oordelen h/cz, WGBH/CZ, doeltreffende aanpassing, algemene toegankelijkheid
Auteurs Mr. J.J.T. Homan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het College voor de Rechten van de Mens past de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ) toe voor de discriminatiegrond h/cz.
    Bij individuele situaties wordt beoordeeld in hoeverre een aanbieder gehouden is een ‘doeltreffende aanpassing’ te realiseren. Sinds 2016, toen de WGBH/CZ werd uitgebreid naar algemene toegankelijkheid, zijn ongeveer 140 oordelen h/cz uitgesproken.
    In het artikel wordt een twintigtal ‘gevalsoverstijgende’ oordelen over handicap of chronische ziekte uit 2018 en 2019 beschreven. Wat heeft dit voor de WGBH/CZ opgeleverd en wat is de rol van het College?
    In individuele situaties is het parool: onderzoek zorgvuldig, overleg en handel actief! Bij algemene toegankelijkheid kijkt het College steeds kritischer naar de inspanningen van de aanbieders.
    Soms koppelt het College een individueel oordeel aan een rapportage of aanbeveling aan de wetgever. Voorbeelden daarvan worden met name gegeven op het terrein van het openbaar vervoer. In die gevallen zijn de oordelen ook een duidelijk signaal voor aanpassing van wetgeving of beleid. De dubbele rol van het College (toetser en toezichthouder) heeft dan een meerwaarde.
    Op deze wijze kunnen oordelen de concrete toepasbaarheid en uitleg van de WGBH/CZ nog verder verstevigen en verduurzamen.


Mr. J.J.T. Homan
Mr. J.J.T. (Jan Jasper) Homan is juridisch adviseur, tot 2020 bij Ieder(in), en redacteur van Handicap & Recht.
Jurisprudentie

Access_open Stoian t. Roemenië: stap terug of status quo? Een EHRM-casus over het recht op inclusief onderwijs

EHRM 25 juni 2019, 289/14 (Stoian/Roemenië)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, (recht op) inclusief onderwijs, toegankelijkheid, redelijke aanpassingen
Auteurs Dra. M. Spinoy (M.Jur.) en Dr. J. Lievens (LL.M.)
SamenvattingAuteursinformatie

    In het recente arrest Stoian t. Roemenië oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over de onderwijssituatie van een jongen met een beperking in Roemenië. Het Hof beoordeelt de zaak vanuit de redelijke aanpassingsplicht en besluit dat die niet geschonden is. In deze bijdrage bespreken en analyseren de auteurs dit arrest dat het Hof op veel kritiek kwam staan. Ze houden daarbij in het bijzonder rekening met het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH) en relevante voorgaande rechtspraak van het EHRM. In het arrest krijgen de principes van het IVRPH (opnieuw) een centrale plaats. De toepassing van die principes is minder eenduidig. Het arrest doet immers belangrijke vragen rijzen over de manier waarop het EHRM twee belangrijke IVRPH-verplichtingen inzake onderwijs toepast. Het IVRPH omvat onder meer de verplichting tot het voorzien van een toegankelijk onderwijssysteem en de verplichting in redelijke aanpassingen te voorzien. Die verplichtingen zijn er beide op gericht onderwijs toegankelijk te maken voor kinderen met een handicap. Tussen de twee verplichtingen bestaan echter belangrijke verschillen, onder meer inzake afdwingbaarheid. Het EHRM lijkt deze verplichtingen niet correct van elkaar te onderscheiden en aan de twee tegelijk te toetsen. Daarnaast is niet duidelijk hoe streng het Hof de verplichtingen van staten toetst in deze materie. De toetsingsintensiteit lijkt in Stoian lager te liggen dan in eerdere zaken. De auteurs besluiten dan ook dat het arrest geen echte zekerheid brengt over de standaarden die het Hof in volgende zaken zal hanteren.


Dra. M. Spinoy (M.Jur.)
Dra. M. (Marie) Spinoy is doctoraatsonderzoeker aan het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven). Ze doet onderzoek op het gebied van non-discriminatie.

Dr. J. Lievens (LL.M.)
Dr. J. (Johan) Lievens is universitair docent staatsrecht en onderwijsrecht aan de VU Amsterdam. Hij is tevens verbonden aan de Université de Namur en het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven).
Artikel

Export van pgb’s

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden persoonsgebonden budget, Patiëntenrichtlijn, vrij dienstenverkeer, export, toestemmingsregels
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse regelgeving betreffende persoonsgebonden budgetten (pgb’s) is gebaseerd op het (on)geschreven uitgangspunt dat de zorg of steun waarvoor een pgb wordt aangewend binnen Nederland wordt ontvangen. Deze bijdrage gaat nader in op de vraag of de territoriale beperkingen op het gebruik van pgb’s verenigbaar zijn met het EU-recht, en in het bijzonder de in Verordening 883/2004 opgenomen coördinatieregels voor prestaties bij ziekte, de Patiëntenrichtlijn en/of de verdragsregels inzake het vrije verkeer van diensten. De bijdrage concludeert dat dat in beginsel niet zo is. De vraag is niet waarom een verzekerde of begunstigde het recht zou moeten hebben om zijn/haar pgb in een andere lidstaat te gebruiken. Hij of zij heeft dat recht. De vraag is veeleer waarom een zorgkantoor, zorgaanbieder of gemeente die export zou mogen beperken.


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is hoogleraar Europees sociaal recht, Capaciteitsgroep Publiekrecht, Universiteit Maastricht.
Artikel

Access_open Het individueel klachtrecht bij het VN-comité voor de rechten van mensen met een beperking

Slechts toekomstmuziek of ook nu al relevant?

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Facultatief Protocol, Individueel klachtrecht, VN-comité
Auteurs Mr. J.R.E. Stolk
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland heeft het Facultatief Protocol bij het VN-verdrag Handicap niet geratificeerd. Drie jaar na de inwerkingtreding van het VN-verdrag Handicap in Nederland neemt de roep om het protocol te ratificeren toe. Ratificatie van het protocol maakt namelijk individueel klachtrecht mogelijk bij het VN-comité. Dit artikel zal ingaan op de vraag wat dit individueel klachtrecht precies betekent en waarom de uitspraken van het Comité ook nu al relevant zijn.


Mr. J.R.E. Stolk
Mr. J.R.E. (Anne-Rose) Stolk is juridisch beleidsadviseur bij het College voor de Rechten van de Mens.

Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is Senior Programmamanager bij ZonMw en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Jurisprudentie

Access_open Vereniging van Eigenaars moet plaatsing scootmobiel in gemeenschappelijke ruimte toestaan

Hof Amsterdam 5 maart 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:767)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Doeltreffende aanpassing, scootmobiel, Wmo 2015, Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ), redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. D.C. Houtzager
SamenvattingAuteursinformatie

    Een scootmobiel mag in een gemeenschappelijke ruimte worden geplaatst, bepaalt Hof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2019:767). Een VvE, die zich beriep op de splitsingsakte, gaf geen toestemming voor plaatsing in de containerruimte. De betrokkene vocht het verbod aan en kreeg in appel gelijk van het hof. De weigering was in strijd met de redelijkheid en de billijkheid, die bij de toepassing van een splitsingsakte toegepast moest worden. In het commentaar wordt ingegaan op de rechtsgrond die het hof toepast. In plaats van de toegepaste algemene civielrechtelijke regels zou in dit geval ook de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ) kunnen worden gebruikt. In deze lex specialis wordt bij de plicht tot het verrichten van een doeltreffende aanpassing (art. 2 jo. art. 6 WGBH/CZ) een rijk toetsingskader geboden.


Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is Senior Programmamanager bij ZonMw en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Artikel

Access_open Extra beschermd of extra beschadigd?

De juridische positie en leefomstandigheden van kinderen met een handicap in asielzoekerscentra in Nederland

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Handicap, VN-Kinderrechtenverdrag (IVRK), kinderen met een handicap in asielzoekerscentra, belang van het kin, non-discriminatiebeginsel
Auteurs Mr. M. Goeman en Mr. S. Schuitemaker
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van drie zaken afkomstig van de Kinderrechtenhelpdesk van Defence for Children illustreren de auteurs verschillende problemen waar kinderen met een handicap in asielzoekerscentra tegenaan lopen. Het artikel bevat een samenvatting van het onderzoek van Defence for Children, ‘Extra beschermd of extra beschadigd? Onderzoek naar de leefomstandigheden van kinderen met een handicap in asielzoekerscentra in Nederland’. Besproken wordt daarbij een recent vernietigend rapport van de Kinderombudsman over medische zorg die aan een doof meisje werd geweigerd omdat zij geen verblijfsvergunning had. De auteurs betogen dat de wetgever, immigratieautoriteiten en opvanginstanties aan zet zijn om ervoor te zorgen dat de rechten van kinderen met een handicap gerespecteerd worden. Dat moet gelden zowel in de verblijfsprocedure als in de opvangprocedures en bij de toegang tot medische zorg.


Mr. M. Goeman
Mr. M. (Martine) Goeman is Programmamanager kinderrechten en migratie.

Mr. S. Schuitemaker
Mr. S. (Sander) Schuitemaker is Juridisch adviseur kinderrechten en migratie bij Defence for Children.
Artikel

Schaduwrapporten bij het VN-verdrag Handicap

Hoe organisaties van personen met een handicap een rol kunnen spelen bij de beoordeling door het VN-Comité in Genève

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2019
Auteurs P. Vandelanotte en X. Deruytter
SamenvattingAuteursinformatie

    De beoordeling van een landenrapportage door het VN-Comité Handicap is een belangrijk ijkmoment voor de implementatie van het verdrag. Door het indienen van een schaduwrapport kunnen organisaties van mensen met een handicap inbreng hebben bij de beoordeling van het landenrapport door het Comité. De Vlaamse mensenrechtenorganisatie van mensen met een handicap, GRIP, heeft dat in 2011 gedaan. In deze bijdrage worden de vereisten voor het indienen van een schaduwrapport besproken. De auteurs beschrijven hoe GRIP de schaduwrapportage en de presentatie bij het VN-Comité heeft aangepakt. Daarnaast beschrijven zij welke impact het schaduwrapport heeft gehad op de uiteindelijke conclusies van het Comité.


P. Vandelanotte
Patrick Vandelanotte is coördinator van GRIP vzw, Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap. Hij volgt sinds tien jaar de implementatie van het VN-verdrag Handicap in Vlaanderen op de voet, samen met tal van ervaringsdeskundigen en experten binnen GRIP. Deze mensenrechtenorganisatie van en voor personen met een handicap streeft naar gelijke rechten en gelijke kansen en is in Vlaanderen de sterkste pleitbezorger voor inclusie.

X. Deruytter
Xavier Deruytter is vrijwillige stafmedewerker bij GRIP. Hij heeft academische expertise in europeanisering en internationalisering van beleid.

    Nederland heeft in 2016 het VN-verdrag Handicap geratificeerd. Artikel 9 van het verdrag verplicht Nederland om bestaande en nieuwe gebouwen geleidelijk en proactief volledig toegankelijk te maken voor personen met een handicap. Volgens de overheid is het realiseren van een inclusieve samenwerking met de implementatie van het verdrag geen kwestie van op landelijk niveau ‘op een knop drukken’, maar vooral een proces van cultuurverandering en vernieuwing dat zijn beslag moet krijgen in de samenleving, met name op lokaal niveau en met inachtneming van ieders verantwoordelijkheid. Dat neemt niet weg dat Nederland veel meer kan doen om gebouwen sneller en beter toegankelijk te maken. Ook zonder het VN-verdrag Handicap.


Mr. O. Laan
Mr. O. (Ottilie) Laan is advocaat bouwrecht bij Blumstone advocaten en heeft bilaterale cerebrale parese (CP). De auteur dankt Peter de Haan van Asselbergs & Klinkhamer Advocaten voor zijn hulp bij het publiekrechtelijke gedeelte van dit artikel.
Artikel

Als het niet kan zoals het moet...

Op zoek naar ambtenaren met mandaat en durf in het sociaal domein

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2019
Auteurs Mr. dr. M.F. Vermaat
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. dr. M.F. Vermaat
Mr. dr. M.F. (Matthijs) Vermaat is advocaat-partner bij Van der Woude De Graaf Advocaten en heeft zich gespecialiseerd in onder meer de Wmo 2015 en de Jeugdwet.
Artikel

Access_open Uitleg van het VN-verdrag Handicap

Toepassing van de General Comments van het VN-Comité Handicap in Nederland

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, uitleg, General Comments
Auteurs Mr. D.C. Houtzager
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland is sinds 2016 bezig met het implementeren van het VN-verdrag Handicap. De uitleg van sommige verdragsartikelen kan vragen opleveren. Omdat die vragen ook bij andere landen leven, publiceert het VN-Comité dat toezicht houdt op het verdrag Algemene Opmerkingen, of met de gangbare Engelse term General Comments. Die Comments geven uitleg aan bepalingen van het verdrag. Dit artikel gaat in op de totstandkoming en de betekenis van de General Comments die het Comité heeft uitgebracht. Daarbij wordt ingegaan op de vraag hoe groot het effect is op de wetgever, rechter en de samenleving. Het artikel besluit met een lijst van de zeven General Comments van het Comité.


Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager was tot februari 2019 lid van het College voor de Rechten van de Mens en is hoofdredacteur van het tijdschrift Handicap & Recht.
Redactioneel

‘Ik dacht dat we een toegankelijke samenleving zouden krijgen’

Effecten van het VN-verdrag op Nederlandse wetgeving en rechtspraak

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2019
Auteurs Mr. D.C. Houtzager
Auteursinformatie

Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager was tot februari 2019 lid van het College voor de Rechten van de Mens en is hoofdredacteur van Handicap & Recht.

Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is lid bij het College voor de Rechten van de Mens en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Artikel

Access_open Ervaringsdeskundigen tegen loondispensatie

Hoe intentie, ervaring en rechtmatigheid ver uit elkaar kunnen liggen

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Loondispensatie, Loonkostensubsidie, VN-verdrag Handicap
Auteurs J.S. Stad-Ogier
SamenvattingAuteursinformatie

    Mensen met een handicap op gelijke voet laten participeren in de samenleving. Al voor de ratificatie van het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, verder aan te duiden als het IVRPH, was het een belangrijk onderwerp voor de wetgever. Op het gebied van werk zou de invoering van de Participatiewet, in samenhang met de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten (Quotumwet), dit gaan bewerkstelligen. Arbeidsgehandicapten moeten zo veel mogelijk in reguliere banen aan het werk, waardoor sociale werkplaatsen niet meer nodig zijn – zo was de gedachte. Drie jaar later blijkt dat de overheidssector achter ligt op het schema van de banenafspraak. Waar de marktsector ruim zevenduizend banen meer heeft gecreëerd dan gepland, blijft de overheid op een kleine 6.500 banen steken, nog geen 65% van het doel voor 2017. Er moest dus actie ondernomen worden. Dat werd als reden aangevoerd om een systeem van loondispensatie in het regeerakkoord op te nemen. Het primaire doel was om ‘mensen met een arbeidsbeperking meer kansen te geven op duurzaam werk’. Als actief kernlid bij Wij Staan Op! was ik nauw betrokken bij de lobby om loondispensatie uit de Participatiewet weg te houden.


J.S. Stad-Ogier
J.S. (Jiska) Stad-Ogier is mede-initiatiefnemer, medeoprichter en kernlid van Stichting Wij Staan Op! en bachelorstudent Notarieel recht, Universiteit Leiden.
Artikel

Zorgbehoefte als schade

Civiele aansprakelijkheid voor zorgschade in relatie tot het publieke zorgaanbod

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2018
Auteurs Mr. M. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. M. de Groot
Mr. M. (Melissa) de Groot is als wetenschappelijk docent verbonden aan de sectie Burgerlijk recht (Erasmus School of Law). Zij dankt prof. mr. S.D. Lindenbergh voor waardevolle suggesties bij eerdere versies.
Jurisprudentie

Afwijzing van voorziening doventolk. Geen sprake van ongeoorloofd onderscheid op basis van leeftijd of handicap

Centrale Raad van Beroep 8 september 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:3229)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Artikel 19a WOOS, artikel 34a en 35 Wet WIA, artikel 26 IVBPR, artikel 14 EVRM, Richtlijn 2000/78/EG, VN-verdrag Handicap
Auteurs Mr. M.J.A.C. Driessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Betrokkene is doof en vraagt een voorziening doventolk aan ten behoeve van een opleiding die zij wil gaan volgen. De aanvraag wordt afgewezen door de Centrale Raad van Beroep. Voor een voorziening op grond van de Wet Overige OCW-subsidies is zij te oud. Een beroep op leeftijdsdiscriminatie slaagt niet omdat het gemaakte onderscheid op grond van leeftijd gerechtvaardigd wordt geacht. Ook een voorziening in het kader van de Wet WIA wordt afgewezen. Een voorziening krachtens die wet wordt alleen toegekend als de opleiding als een toeleiding naar werk kan worden gezien. Nu betrokkene al werk heeft is daarvan geen sprake. Een beroep op het VN-verdrag Handicap helpt betrokkene niet. Opmerkelijk is wel dat de Centrale Raad van Beroep toetst aan dit verdrag zonder de toepasbaarheid van dat verdrag separaat te beoordelen.
    In dit artikel wordt de vraag aan de orde gesteld of deze motivering wel voldoet aan de procedurele verplichting die, volgens de rechtspraak van het EHRM, voortvloeit uit artikel 14 EVRM. In het concrete geval moet een rechterlijk onderzoek plaatsvinden naar het bestaan van een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond voor de inbreuk op het recht op gelijke behandeling. De rechtbank neemt in deze uitspraak tot uitgangspunt dat de ruime beleidsvrijheid van de wetgever in de weg staat aan een rechterlijke belangenafweging in het concrete geval. Betoogd wordt dat vaste rechtspraak van de Hoge Raad bepaalt dat de rechter, bij wijze van uitzondering, wel mag treden in een beleidskeuze van de wetgever. Dit kan hij doen wanneer het resultaat van die beleidskeuze strijd zou opleveren met een rechtstreeks werkende verdragsbepaling zoals artikel 14 EVRM. De besproken uitspraak miskent die rechterlijke bevoegdheid.


Mr. M.J.A.C. Driessen
Mr. M.J.A.C. (Malva) Driessen is docent sociaal recht aan de Maastricht University
Artikel

Curatele en mentorschap: theorie en praktijk in de zorg voor kwetsbare personen

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden curatele, mentorschap, beslissingsbevoegdheid
Auteurs Mr. dr. M. Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    Curatele en mentorschap zijn bedoeld om kwetsbare personen en hun omgeving te beschermen. Slechts de curator of de mentor is bevoegd om beslissingen te nemen. Bestaande wetgeving en nieuwe wetsvoorstellen bepalen echter, veelal in navolging van het IVRPH, dat de curator of mentor niet de beslissing neemt als de betrokkene wilsbekwaam is. Dit is in strijd met het doel van de curatele en het mentorschap. Dit artikel beschrijft wat de (mogelijke) gevolgen in de praktijk zijn van het niet inschakelen van de wettelijk vertegenwoordiger en bepleit het herstel van de beslissingsbevoegdheid van mentor en curator voor bepaalde typen zorgvragers.


Mr. dr. M. Malsch
Mr. dr. M. (Marijke) Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), curator van een verstandelijk gehandicapte man, en publiceert regelmatig over de verstandelijk-gehandicaptenzorg. De auteur dankt mr. Olga Floris voor haar commentaar op een eerdere versie van het artikel. De verantwoordelijkheid voor het artikel berust echter volledig bij de auteur.
Artikel

Access_open Met recht een zorg

Lokale sociale professionals als poortwachters van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Sociaal domein, Wmo 2015, wijkteams, Juridische kennis, besluitvorming
Auteurs D. Claessen MSc, Mr. dr. Q.A.M. Eijkman en Dr. M. Lamkaddem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op basis van één casestudy van een wijkteam in Amersfoort gaat dit artikel in op de mate van juridische kennis van lokale sociale professionals over de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Ook komen knelpunten aanbod, die zij ervaren in de uitvoering van de juridische procedure. Als hulpverlener dienen ze de belangen van hun cliënt te behartigen. Tegelijkertijd bepalen ze als poortwachter, onder mandaat van de gemeente, wie in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening op basis van de Wmo 2015. Deze dubbele pet heeft onbedoelde consequenties voor geschillenbeslechting. Professionalisering is nodig om de kwaliteit van besluitvorming door sociale professionals te verbeteren en de rechtspositie van mensen met een beperking sterker te waarborgen.


D. Claessen MSc
D. (Dorien) Claessens is docent/onderzoeker bij het lectoraat Toegang tot het Recht van de Hogeschool Utrecht.

Mr. dr. Q.A.M. Eijkman
Mr. dr. Q.A.M. (Quirine) Eijkman is lector Toegang tot het Recht en Ondervoorzitter van het College voor de Rechten van de Mens (haar bijdrage is op persoonlijke titel geschreven).

Dr. M. Lamkaddem
Dr. M. (Majda) Lamkaddem is docent/senior onderzoeker bij het lectoraat Toegang tot het Recht van de Hogeschool Utrecht.
Artikel

Access_open Op de toekomst voorbereid

Digitale toegankelijkheid onder de loep

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden toegankelijkheid, Europese Unie, VN-verdrag Handicap, Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, websites
Auteurs Mr. D.C. Houtzager
SamenvattingAuteursinformatie

    Een afspraak voor het ziekenhuis maken, online een maaltijd bestellen, een filmpje op YouTube bekijken? Het kan in toenemende mate alleen nog als je een website of een app kunt gebruiken. Als dat niet lukt, in verband met een visuele of andere beperking, kun je uitgesloten worden van die dienstverlening. Dat is ongewenst en daarom zijn er internationale standaarden voor de toegankelijkheid van websites en apps ontwikkeld. Dienstverleners die deze zogenoemde WCAG-standaarden toepassen, zijn er zeker van dat hun website of app toegankelijk is. De Europese Unie gebruikt de WCAG-normen voor een richtlijn over overheidswebsites. Die moet in 2018 zijn omgezet. Europa werkt aan een andere omvangrijke wet: de Toegankelijkheidsakte. Die bepaalt dat alleen nog apparaten zoals computers, kaartautomaten en telefoons in de EU op de markt mogen worden gebracht die aan toegankelijkheidseisen voldoen. Dat geldt ook voor bankdiensten, de luchtvaart, het spoor en internetdiensten.
    In Nederland zorgt een nieuwe wet ervoor dat overheidsdiensten vanaf 2019 via het web toegankelijk moeten zijn. De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte bepaalt dat diensten door private aanbieders geleidelijk toegankelijk moeten worden gemaakt. De regelgeving lijkt in ieder geval op de toekomst te zijn voorbereid.


Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is collegelid bij het College voor de Rechten van de Mens en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Jurisprudentie

Is beleidskeuze in de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten een objectieve rechtvaardiging voor ongelijke behandeling?

Rechtbank Noord-Holland 14 maart 2017 (ECLI:NL:RBNHO:2017:4976)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten, Artikel 14 EVRM, redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond, beleidsvrijheid wetgever, Artikel 94 Grondwet
Auteurs Mr. M. Chébti
SamenvattingAuteursinformatie

    Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat het UWV geen verboden onderscheid heeft gemaakt door een werkzoekende met een auditieve beperking een indicatie banenafspraak te weigeren. De rechtbank stelt dat er een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat voor dit gemaakte onderscheid. Hij motiveert dit oordeel slechts met een verwijzing naar de door de wetgever gemaakte afweging om alleen de meest kwetsbare groep mensen met een beperking aan te merken als doelgroep van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten.
    In dit artikel wordt de vraag aan de orde gesteld of deze motivering wel voldoet aan de procedurele verplichting die, volgens de rechtspraak van het EHRM, voortvloeit uit artikel 14 EVRM. In het concrete geval moet een rechterlijk onderzoek plaatsvinden naar het bestaan van een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond voor de inbreuk op het recht op gelijke behandeling. De rechtbank neemt in deze uitspraak tot uitgangspunt dat de ruime beleidsvrijheid van de wetgever in de weg staat aan een rechterlijke belangenafweging in het concrete geval. Betoogd wordt dat vaste rechtspraak van de Hoge Raad bepaalt dat de rechter, bij wijze van uitzondering, wel mag treden in een beleidskeuze van de wetgever. Dit kan hij doen wanneer het resultaat van die beleidskeuze strijd zou opleveren met een rechtstreeks werkende verdragsbepaling zoals artikel 14 EVRM. De besproken uitspraak miskent die rechterlijke bevoegdheid.


Mr. M. Chébti
Mr. M. (Mariam) Chébti is lid van het College voor de Rechten van de Mens.
Toont 1 - 20 van 32 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.