Zoekresultaat: 3 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Family & Law x Jaar 2013 x

    Ter Haar’s thesis is een verfrissende studie. De aanpak is origineel: verschillende thema’s rond het vermogen van een minderjarige worden besproken. De inhoud van het proefschrift bestaat voornamelijk uit reeds gepubliceerde artikelen, met inbegrip van een uitgebreid empirisch onderzoek. Hoewel het vermogen van een minderjarige de rode draad van zijn dissertatie vormt, handelt Ter Haar over veel verschillende aspecten van minderjarigheid: handelings(on)bekwaamheid (vergeleken met het fictieve tachtig-pusbewind), bewind (Boek 1 en Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek), ouderlijk vruchtgenot, de som ineens, de verjaringstermijn in het kader van vermogensbeheer en de minderjarige in het erfrecht. Naar mijn mening ligt het zwaartepunt van de dissertatie bij het testamentaire bewind, waar Ter Haar een goede analyse maakt van de verhouding tussen het beschermingsbewind van Boek 1 en die van Boek 4 BW. Maar ook de andere hoofdstukken, gevuld met soms prikkelende suggesties, zijn zeer lezenswaardig.
    ---
    Ter Haar's thesis is a refreshing study. The approach is original: different themes surrounding the property of a minor are discussed. The contents of his thesis mainly consist of already published articles, including extensive empirical investigation. Although the minor's property is absolutely the leitmotiv in his thesis, Ter Haar deals with very different aspects of minority: legal (in)capacity (compared with a fictitious eighty-plus administration), administration (Book 1 and Book 4 of the Dutch Civil Code), parental usufruct, the lump sum, the limitation period within the framework of property management, the minor in inheritance law. As far as I am concerned, the centre of gravity of the thesis lies with the testamentary administration under inheritance law, where Ter Haar makes a fine analysis between the administration from Book 1 and that from Book 4. But also the other chapters, filled with sometimes tantalizing suggestions, are very much worth reading.


Prof. mr. Tea Mellema-Kranenburg
Prof. T.J. Mellema-Kranenburg is a senior lecturer at the Faculty of Law (Institute for Private Law, civil law section) of Leiden University.

    In this paper, I will firstly illustrate the broader context of the contractualisation of family law by drawing upon the oscillations in family regulation between private and public regulators, in the light of the so-called family law exceptionalism. I consider the contractualisation of family law to be the ordering of the family by families and individuals through the use of legally binding private instruments. I will elaborate upon the substantive and jurisdictional contractualisation of family law in Sections 2 and 3 of this paper respectively. The deliberately 'impressionist' presentation of Section 1-3 leads onto the conclusion which proposes that States benevolently tolerate substantive contractualisation through a lower standard of judicial review, and that, whilst they actively stimulate jurisdictional contractualisation of the content of family relations, the formation and dissolution of family relations still appear to fall within the State's exclusive domain (Section 4).
    ---
    In deze bijdrage situeer ik eerst de 21ste eeuwse contractualisering van het familierecht in de historische pendelbeweging tussen publieke en private regulering van familieleven. Die leidde in de 19de en 20ste eeuw tot de aanneming van een bijzondere, niet-contractuele, aard van het familierecht (sectie 1). Ik beschouw als contractualisering van het familierecht: de regulering van familieleven door de familie en door individuen, door middel van juridisch bindende privaatrechtelijke instrumenten. Ik zal ingaan op de inhoudelijke en jurisdictionele contractualisering van het familierecht in respectievelijk de secties 2 en 3 van deze bijdrage. De bewust 'impressionistische' uiteenzetting in secties 1-3 leidt naar de conclusie dat Staten enerzijds een welwillende houding aannemen ten opzichte van inhoudelijke contractualisering, doordat een lagere norm van rechterlijke toetsing wordt gehanteerd. Anderzijds stimuleren zij actief de jurisdictionele contractualisering van de inhoud van familierelaties. Het aangaan en de beëindiging van familierelaties blijven daarentegen het exclusieve domein van de Staat (sectie 4).


Prof. dr. Frederik Swennen
Frederik Swennen is a senior lecturer at the University of Antwerp and an attorney at the Brussels Bar.

    Met de financiële steun van het FWO Vlaanderen werd een doctoraat geschreven over grensoverschrijdend familierecht in de praktijk. Opzet van het onderzoek was om de concrete toepassing van het Belgisch Wetboek IPR grondig door te lichten. De auteur onderzocht of de doelstellingen van de wetgever werden bereikt in de praktijk. Hiertoe steunde zij op drie bronnen: 1) een databank met meer dan 3000 adviesvragen aan het Steunpunt IPR; 2) diepte-interviews met magistraten gespecialiseerd in familiezaken met een internationaal aspect; 3) 659 rechterlijke uitspraken. Dit empirisch bronnenmateriaal gaf de auteur een goed zicht op de wijze waarop rechtbanken en administraties de IPR-regels toepassen. Het artikel gaat uitvoerig in op de empirische onderzoeksmethode en bespreekt enkele onderzoeksbevindingen en beleidsaanbevelingen.
    ---
    Through funding from the Research Foundation Flanders, a doctoral thesis on the actual practices of cross-border family law has been written. The main research question concerned whether or not the Belgian Code of Private International Law adequately deals with 'real-life' international family law matters. It was examined whether the objectives set out by the legislator have been met in practice. Three empirical sources were relied upon: 1) The database of the Centre for Private International Law, which contained more than 3.000 files, ranging from simple questions posed to the helpdesk to more elaborate advice given by the Centre's lawyers; 2) In-depth interviews with judges specialized in cross-border family cases; 3) 656 court decisions. This material allowed the author to obtain a very good understanding of how courts and (local) authorities apply the PIL rules. This paper elaborates on the empirical methodology, several research findings and policy recommendations.


Dr. Jinske Verhellen
Jinske Verhellen is currently a postdoctoral researcher at the Private International Law Institute of Ghent University. Alongside this, she lectures in private international law, nationality law and immigration law at the Oost-Vlaamse Bestuursacademie (East Flanders Management Academy).
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.