Zoekresultaat: 17 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht x
Artikel

Lost in translation? Remedies voor schendingen van het slachtofferrecht op vertolking en vertaling naar Nederlands en Europees recht

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden slachtofferrechten, remedies, vertolking en vertaling, Slachtofferrichtlijn, recht op een effectieve remedie
Auteurs G.M. (Max) de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtspraktijk komen regelmatig schendingen van slachtofferrechten voor. Een vraag is welke remedies slachtoffers (zouden moeten) kunnen aanwenden tegen schendingen van hun rechten. In deze bijdrage bespreekt de auteur de remedies voor schendingen van het slachtofferrecht op vertolking en vertaling van artikel 51c lid 5 en artikel 51ca Sv. Er wordt betoogd dat de naar Nederlands recht beschikbare remedies niet voldoen aan het Europees recht, te weten het recht op een remedie van artikel 7 lid 7 Slachtofferrichtlijn en het recht op een effectieve remedie van artikel 47 Handvest.


G.M. (Max) de Vries
Max de Vries volgt de Master Rechtswetenschappelijk Onderzoek en de Master Nederlands Recht, specialisatie strafrecht, beide aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Het fenomeen ‘pedojagen’: toepassingsbereik van artikel 359a Sv, bezien in het licht van een mogelijke strafzaak tegen de (vermeende) pedoseksueel

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden pedojagen/pedojagers, (evidente) pedoseksueel, (normering) burgeropsporing, (buitensporig) optreden, aanvulling/nuancering artikel 359a Sv
Auteurs Mr. J.D. (Jessica) Schmahl en Mr. L.W. (Lune) Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pedojagen’ is een groeiend fenomeen, zo blijkt uit recente incidenten. Strafvorderlijke autoriteiten dragen uit dat zij door pedojagers ontmaskerde vermeende pedoseksuelen niet zullen vervolgen. Het is de vraag of dit standpunt in de praktijk ook wordt nageleefd en of naleving altijd wenselijk is. De auteurs beargumenteren dat het OM tot vervolging moet kunnen overgaan wanneer door pedojagers een ‘evidente pedoseksueel’ wordt ontmaskerd. Onderzocht is welke ruimte het klassieke beoordelingskader van artikel 359a Sv (genuanceerd in HR 1 december 2020) aan de rechter biedt, dan wel zou moeten bieden, om consequenties te verbinden aan buitensporig optreden door pedojagers jegens de beschuldigde pedoseksueel.


Mr. J.D. (Jessica) Schmahl
Mr. J.D. Schmahl is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. L.W. (Lune) Verbeek
Mr. L.W. Verbeek is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/14

HR 17 november 2020, 19/02033, ECLI:NL:HR:2020:1804

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Artikel

De bedreigde getuige en artikel 226a Sv: knelpunten uit de praktijk

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden getuige, bedreigde getuige, anonieme getuige, artikel 226a Sv
Auteurs Mr. R. (Robin) Cozijnsen en Mr. dr. W.N. (Ward) Ferdinandusse
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt de wettelijke regeling omtrent de bedreigde getuige nader bezien. Na een korte omschrijving van de totstandkoming en de inhoud van de wettelijke regeling (art. 226a-226f Sv), wordt uitgebreid ingegaan op verschillende vragen en knelpunten die in de praktijk naar voren komen. Achtereenvolgens worden de volgende onderwerpen besproken: de wettelijke plicht om verdachte vooraf op de vordering te horen, de bedreigde getuige in een zaak van een NN-verdachte en in zaken met meerdere verdachten, de praktische (on)uitvoerbaarheid van het waarborgen van anonimiteit en ten slotte het toetsingskader dat wordt gehanteerd bij een appel tegen een statusverlening.


Mr. R. (Robin) Cozijnsen
Mr. R. Cozijnsen is wetenschappelijk medewerker bij het landelijk parket van het openbaar ministerie.

Mr. dr. W.N. (Ward) Ferdinandusse
Mr. dr. W.N. Ferdinandusse is officier van justitie bij het landelijk parket van het openbaar ministerie.
Artikel

Access_open Het opzettelijk in ernstige mate schenden van de verkeersregels

Artikel 5a WVW als effectief wapen tegen de wegpiraat?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden gevaarlijk rijgedrag, rechtsvergelijking, roekeloosheid, te duchten gevaar, wegpiraat
Auteurs Mr. R. (Rob) ter Haar en Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 5a WVW vult het ‘strafgat’ tussen de artikelen 5 en 6 WVW voor die gevallen waarin ernstig verkeersgevaarlijk gedrag zonder noemenswaardige gevolgen blijft.
    Dit artikel geeft nadere (lees: een meer ruimhartige) invulling aan het begrip roekeloosheid. In deze bijdrage wordt, mede aan de hand van de eerste verschenen jurisprudentie, ingegaan op het voor artikel 5a WVW benodigde ‘in ernstige mate schenden van de verkeersregels’, het opzetvereiste en het ‘te duchten gevaar’.
    Voorts wordt bekeken in hoeverre het ‘onder invloed zijn’ daarop van invloed is en wat de betekenis van deze wetswijziging is voor de invulling van het (omstreden) begrip roekeloosheid.


Mr. R. (Rob) ter Haar
Mr. R. ter Haar is docent strafrecht aan de Universiteit Utrecht en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Overijsel.

Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is werkzaam bij de Belastingdienst.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/119

HR 1 september 2020, 19/00177, ECLI:NL:HR:2020:1347

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/117

HR 8 september 2020, 19/00523, ECLI:NL:HR:2020:1378

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Artikel

De witwasgedragingen van de a-grond van artikel 420bis Sr nader beschouwd

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden witwassen, bewijs, verbergen of verhullen, kwalificatie-uitsluitingsgrond
Auteurs Mr. dr. F.C.W. (Fanny) de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan de verschillende witwasgedragingen centraal die strafbaar zijn gesteld in artikel 420bis lid 1, aanhef en onder a, Sr (de a-grond). Onderzocht wordt wat de verschillen tussen de in de a-grond opgenomen witwasgedragingen zijn en hoe die kunnen worden verklaard. Daarnaast wordt de verhouding tussen voornoemde witwasgedragingen en de kwalificatie-uitsluitingsgrond nader onderzocht. Daarbij wordt voorgesteld de kwalificatie-uitsluitingsgrond anders in te vullen.


Mr. dr. F.C.W. (Fanny) de Graaf
Mr. dr. F.C.W. de Graaf is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/89

HR 30 juni 2020, 19/03114, ECLI:NL:HR:2020:1153

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Artikel

Over de omvang van het hoger beroep

De uitleg van de tenlastelegging en de beperking van het hoger beroep nader beschouwd

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden artikel 407 Sv, artikel 423 Sv, partieel appel, uitleg, tenlastelegging
Auteurs Mr. M. (Menco) Rasterhoff en Mr. D. (Dino) Bektesevic
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoger beroep bestaat regelmatig onduidelijkheid over de uitleg van de tenlastelegging en de vraag of sprake is van cumulatieve feiten. In deze bijdrage verkennen de auteurs het wettelijk systeem en de mogelijke belangen bij beperking van het hoger beroep. Vervolgens analyseren zij de rechtspraak van de gerechtshoven en doen zij enkele aanbevelingen.


Mr. M. (Menco) Rasterhoff
M. Rasterhoff is advocaat bij De Roos & Pen advocaten te Amsterdam.

Mr. D. (Dino) Bektesevic
Mr. D. Bektesevic is advocaat bij Ficq & Partners te Amsterdam.
Artikel

Poging middels voorwaardelijk opzet

Dient er in concreto sprake te zijn geweest van een aanmerkelijke kans?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden poging, uiterlijke verschijningsvorm, aanmerkelijke kans, opzet, objectieve derde
Auteurs Mr. R. (Rob) ter Haar en Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke rol speelt de aanmerkelijke kans bij de vraag of er sprake is van een strafbare poging? De auteurs betogen dat voor de beantwoording van de vraag of een kans aanmerkelijk is aansluiting moet worden gezocht bij het perspectief van de objectieve derde die, direct voorafgaand aan het moment van handelen, meekijkt over de schouder van de dader en die alleen die feiten en omstandigheden kent die de dader kent. Bepalend is of deze objectieve, in de schoenen van de dader staande, derde op basis van die kennis zou oordelen dat de mogelijkheid dat het voorziene gevolg zal intreden reëel en niet onwaarschijnlijk is.


Mr. R. (Rob) ter Haar
Mr. R. ter Haar is docent strafrecht aan de Universiteit Utrecht.

Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is jurist/assistent-boetefunctionaris bij de AFM.
Artikel

Begrijpelijk ten laste leggen

Zo’n vijfentwintig jaar later…

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden grondslagleer, modernisering strafvordering, informatiefunctie, grondslagstelsel, kern van de beschuldiging
Auteurs Mr. dr. J. (Jan) Boksem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage blikt de auteur terug op zijn proefschrift (Jan Boksem, Op den grondslag der telastlegging. Beschouwingen naar aanleiding van het Nederlandse grondslagstelsel, (diss. Nijmegen), Nijmegen: Ars Aequi Libri 1996.). De auteur stelt opnieuw de vraag of een leesbare / voor eenieder begrijpelijke tenlastelegging zou kunnen worden ingepast in het Nederlandse grondslagstelsel, zonder dat dit ten koste gaat van de voordelen van dit stelsel. Bij de beantwoording van die vraag worden onder meer de voorstellen die zijn gedaan in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering en recente rechtspraak van de Hoge Raad betrokken.


Mr. dr. J. (Jan) Boksem
Mr. dr. J. Boksem is advocaat bij Anker & Anker strafrechtadvocaten.
Artikel

Beslag op levende dieren, knelpunten

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden strafvorderlijk beslag, dieren, artikel 552a Sv, proportionaliteit, machtiging vervreemding
Auteurs Mr. J.L. (Jaap) Baar
SamenvattingAuteursinformatie

    De inbeslagname van een levend dier wordt beheerst door dezelfde regels die van toepassing zijn op levenloze voorwerpen. Omdat de stringente toets waaraan het beklag is onderworpen volgens de auteur in de praktijk tot onwenselijke uitkomsten leidt, betoogt hij dat met in beslag genomen dieren anders moet worden omgegaan dan met andere voorwerpen. Daartoe wordt een vergelijking gemaakt met de bestuursrechtelijke bewaring, wordt de machtiging tot vervreemding besproken en passeert de proportionaliteitstoets in het kader van beklagprocedures de revue. De auteur stelt voor de beklagrechter de mogelijkheid te geven teruggave onder voorwaarden te bewerkstelligen.


Mr. J.L. (Jaap) Baar
Mr. J.L. Baar is bestuursrecht- en strafrechtadvocaat bij Kuyp Baar advocaten in Utrecht.
Actualiteiten rechtspraak

Access_open NTS 2020/30

HR 11 februari 2020, 18/02505, ECLI:NL:HR:2020:223

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Artikel

Access_open Mensenhandel, uitbuiting en de Hoge Raad: een overzicht en waardering

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden mensenhandel, uitbuiting, rechtsvorming, machtenscheiding, rechtszekerheid
Auteurs Mr. dr. L.B. (Luuk) Esser
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad drukt de laatste vier jaar een belangrijk stempel op de reikwijdte van de strafbaarstelling van mensenhandel, die is opgenomen in artikel 273f Sr. Zo heeft hij het wetsartikel in belangrijke mate afgebakend door in een deel van de delictsomschrijvingen het bestanddeel ‘uitbuiting’ in te lezen. Wat zijn de implicaties van de door de Hoge Raad gekozen oplossingsrichting en hoe kunnen de door hem gemaakte keuzes worden gewaardeerd?


Mr. dr. L.B. (Luuk) Esser
Mr. dr. L.B. Esser is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Rotterdam.
Artikel

Access_open Herziening ten voordele van de gewezen verdachte als buitengewoon rechtsmiddel

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden herziening ten voordele, novumcriterium, ACAS, nader onderzoek, rechtsvergelijking, Strafrecht
Auteurs Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Herziening ten voordele van de gewezen verdachte is een bijzonder rechtsmiddel in het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Onder meer op grond van een novum kan, bij hoge uitzondering, een onherroepelijke veroordeling alsnog ongedaan worden gemaakt. De regeling heeft in 2012 diverse wijzigingen ondergaan. Daarbij is het novumcriterium verruimd en is de mogelijkheid ingevoerd dat de procureur-generaal een nader onderzoek verricht naar het mogelijke bestaan van een novum. De Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS) adviseert hem veelal over de wenselijkheid van dergelijk onderzoek. Het wettelijke novumcriterium en de taakopvatting van de ACAS zijn echter geen rustig bezit gebleken. Er wordt doorlopend voorgesteld om het novumcriterium verder te verruimen en om de ACAS breder naar afgesloten zaken te laten kijken. Het is de vraag of de wetgever aan die oproep gehoor moet geven.


Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.
Artikel

Access_open De uitzondering bevestigd: het ne bis in idem-beginsel in recente rechtspraak van de Hoge Raad in het licht van de ratio van het ne bis in idem-beginsel en vanuit Europees perspectief

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden bis, alcoholslotprogramma, criminal charge, onevenredige bestraffing, cumulatie van procedures
Auteurs Mr. W. (Willemijn) Albers en Mr. T.M. (Tessa) de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt recente rechtspraak van de Hoge Raad inzake het ne bis in idem-beginsel na het Alcoholslotprogramma-arrest. Hieruit blijkt dat dat een vergelijking met dit arrest niet opgaat en dat het arrest een uitzonderingspositie in blijft nemen. Ook wordt de rechtspraak beschouwd en gewaardeerd in het licht van de ratio van het ne bis in idem-beginsel en vanuit Europees perspectief. Geconcludeerd wordt dat de nadruk, zowel in nationale als in Europese context, (steeds meer) lijkt te liggen op evenredige bestraffing bij cumulatie van procedures, zodat recht wordt gedaan aan de materiële grondslag van het ne bis in idem-beginsel.


Mr. W. (Willemijn) Albers
Mr. W. Albers is docent Straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Mr. T.M. (Tessa) de Groot
Mr. T.M. de Groot is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad der Nederlanden. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.