Zoekresultaat: 40 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht x
Artikel

Ondergronds bankieren; stand van de rechtspraak

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden witwassen, ondergronds bankieren, hawala, bankieren zonder vergunning, facilitator
Auteurs Mr. D.J. (Dorine) Stahlie en mr. L.M. (Lisette) de Zeeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage bespreekt hoe ondergronds bankieren via de witwasbepalingen kan worden aangepakt. Hoe wordt in de rechtspraak invulling gegeven aan het juridisch kader nu ondergronds bankieren zowel met crimineel als legaal geld kan plaatsvinden? Daarnaast wordt aandacht besteed aan de mogelijkheden om ondergronds bankieren via de Wft, de Wwft en fiscale bepalingen aan te pakken.


Mr. D.J. (Dorine) Stahlie
Mr. D.J. Stahlie is coördinator kennis & expertise bij het Anti Money Laundering Centre.

mr. L.M. (Lisette) de Zeeuw
Mr. L.M. de Zeeuw is beleidsmedewerker witwassen bij het Functioneel Parket van het openbaar ministerie.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/52

HR 30 maart 2021, 19/01538, ECLI:NL:HR:2021:418

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/48

HR 20 april 2021, 19/04233, ECLI:NL:HR:2021:511

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/46

HR 20 april 2021, 20/02991, ECLI:NL:HR:2021:634 en HR 20 april 2021, 20/01228, ECLI:NL:HR:2021:631

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Titel

NTS 2021/37

HR 19 januari 2021, 19/04024, ECLI:NL:HR:2021:69

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Artikel

Access_open Het fenomeen ‘pedojagen’: toepassingsbereik van artikel 359a Sv, bezien in het licht van een mogelijke strafzaak tegen de (vermeende) pedoseksueel

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden pedojagen/pedojagers, (evidente) pedoseksueel, (normering) burgeropsporing, (buitensporig) optreden, aanvulling/nuancering artikel 359a Sv
Auteurs Mr. J.D. (Jessica) Schmahl en Mr. L.W. (Lune) Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pedojagen’ is een groeiend fenomeen, zo blijkt uit recente incidenten. Strafvorderlijke autoriteiten dragen uit dat zij door pedojagers ontmaskerde vermeende pedoseksuelen niet zullen vervolgen. Het is de vraag of dit standpunt in de praktijk ook wordt nageleefd en of naleving altijd wenselijk is. De auteurs beargumenteren dat het OM tot vervolging moet kunnen overgaan wanneer door pedojagers een ‘evidente pedoseksueel’ wordt ontmaskerd. Onderzocht is welke ruimte het klassieke beoordelingskader van artikel 359a Sv (genuanceerd in HR 1 december 2020) aan de rechter biedt, dan wel zou moeten bieden, om consequenties te verbinden aan buitensporig optreden door pedojagers jegens de beschuldigde pedoseksueel.


Mr. J.D. (Jessica) Schmahl
Mr. J.D. Schmahl is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. L.W. (Lune) Verbeek
Mr. L.W. Verbeek is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/8

HR 15 december 2020, 19/01763, ECLI:NL:HR:2020:1969

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/19

HR 27 oktober 2020, 19/03288, ECLI:NL:HR:2020:1675

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Artikel

Over het oogmerkbestanddeel in artikel 285b Sr, dwang en heimelijke belaging

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Oogmerk, belaging, dwang, artikel 285b Sr, heimelijke belaging
Auteurs Mr. A.B. (Anne-Berthe) van der Velde
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor belaging ex artikel 285b Sr is vereist dat de belager ten tijde van de delictsgedraging beschikte over het oogmerk ‘die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel vrees aan te jagen’. In deze bijdrage wordt de relatie tussen dit oogmerkbestanddeel en het begrip ‘dwingen’ onderzocht. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de door de indieners van het wetsvoorstel beoogde werking van het bestanddeel niet tot uitdrukking is gekomen in de rechtspraak. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de gevolgen voor (de toegevoegde waarde van) het oogmerkbestanddeel, van het oordeel van de Hoge Raad dat ook stiekem verrichte gedragingen als belaging kunnen worden aangemerkt.


Mr. A.B. (Anne-Berthe) van der Velde
Mr. A.B. (Anne-Berthe) van der Velde doet onderzoek naar belaging bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/113

HR 29 september 2020, 19/00464, ECLI:NL:HR:2020:1522

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Artikel

De strafrechtelijke aansprakelijkheid van de eigenaar of huurder van een henneppand

Een verkenning en analyse van de jurisprudentie van de Hoge Raad

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden strafrechtelijke aansprakelijkheid, eigenaar/huurder henneppand, hennepkwekerij, telen, opzettelijk aanwezig hebben
Auteurs Mr. N. (Nienke) Seijlhouwer-de Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    Door middel van een bespreking en analyse van de rechtspraak van de Hoge Raad worden in deze bijdrage de grote lijnen geschetst van de voorwaarden waaronder strafrechtelijke aansprakelijkheid van de eigenaren of huurders van henneppanden kan worden aangenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het telen van hennep en het opzettelijk aanwezig hebben daarvan. Daarnaast wordt het verschil tussen beide gedragingen belicht. Hiermee is beoogd de feitenrechter enige handvatten te bieden bij de beantwoording van de soms lastige vraag of de eigenaar of huurder van een pand in voorliggende zaken verantwoordelijk kan worden gehouden voor de daarin aangetroffen hennepkwekerij.


Mr. N. (Nienke) Seijlhouwer-de Visser
Mr. N. (Nienke) Seijlhouwer-de Visser is medewerker bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/120

HR 25 augustus 2020, 19/04195, ECLI:NL:HR:2020:1316

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/115

HR 22 september 2020, 18/04172, ECLI:NL:HR:2020:1457

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/118

HR 8 september 2020, 19/01778, ECLI:NL:HR:2020:1383

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/99

HR 19 mei 2020, 18/04881, ECLI:NL:HR:2020:891

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Artikel

De witwasgedragingen van de a-grond van artikel 420bis Sr nader beschouwd

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden witwassen, bewijs, verbergen of verhullen, kwalificatie-uitsluitingsgrond
Auteurs Mr. dr. F.C.W. (Fanny) de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan de verschillende witwasgedragingen centraal die strafbaar zijn gesteld in artikel 420bis lid 1, aanhef en onder a, Sr (de a-grond). Onderzocht wordt wat de verschillen tussen de in de a-grond opgenomen witwasgedragingen zijn en hoe die kunnen worden verklaard. Daarnaast wordt de verhouding tussen voornoemde witwasgedragingen en de kwalificatie-uitsluitingsgrond nader onderzocht. Daarbij wordt voorgesteld de kwalificatie-uitsluitingsgrond anders in te vullen.


Mr. dr. F.C.W. (Fanny) de Graaf
Mr. dr. F.C.W. de Graaf is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/94

HR 23 juni 2020, 19/00373, ECLI:NL:HR:2020:1097

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Artikel

Waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden zwijgrecht, bewijsrecht, prima facie-case, procespositie, nemo tenetur
Auteurs Mr. J.C. (Justus) Reisinger
SamenvattingAuteursinformatie

    In het straf(proces)recht is het zwijgrecht een fundamenteel recht voor de verdachte. De redenen om gebruik te maken van het zwijgrecht kunnen zeer divers en uiteenlopend zijn: van schuldige tot en met onschuldige, alle gradaties daartussen. Omdat de rechter normaliter niet weet wat de reden is, roept de auteur van het artikel op om niet langer gebruik te maken van het betrekken van het zwijgen van een verdachte in de bewijsvoering. Welbeschouwd is dat – bewijsrechtelijk gezien – ook helemaal niet nodig. Het voorkomt in elk geval (de schijn van) een afbreuk aan de wezenlijke belangen die aan het zwijgrecht ten grondslag liggen.


Mr. J.C. (Justus) Reisinger
Mr. J.C. Reisinger is advocaat bij Van Boom Advocaten.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/82

HR 7 juli 2020, 18/04908, ECLI:NL:HR:2020:1198

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/96

HR 16 juni 2020, 19/01495, ECLI:NL:HR:2020:1035

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Toont 1 - 20 van 40 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.