Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 20 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht x
Artikel

Access_open Het opzettelijk in ernstige mate schenden van de verkeersregels

Artikel 5a WVW als effectief wapen tegen de wegpiraat?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden gevaarlijk rijgedrag, rechtsvergelijking, roekeloosheid, te duchten gevaar, wegpiraat
Auteurs Mr. R. (Rob) ter Haar en Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 5a WVW vult het ‘strafgat’ tussen de artikelen 5 en 6 WVW voor die gevallen waarin ernstig verkeersgevaarlijk gedrag zonder noemenswaardige gevolgen blijft.
    Dit artikel geeft nadere (lees: een meer ruimhartige) invulling aan het begrip roekeloosheid. In deze bijdrage wordt, mede aan de hand van de eerste verschenen jurisprudentie, ingegaan op het voor artikel 5a WVW benodigde ‘in ernstige mate schenden van de verkeersregels’, het opzetvereiste en het ‘te duchten gevaar’.
    Voorts wordt bekeken in hoeverre het ‘onder invloed zijn’ daarop van invloed is en wat de betekenis van deze wetswijziging is voor de invulling van het (omstreden) begrip roekeloosheid.


Mr. R. (Rob) ter Haar
Mr. R. ter Haar is docent strafrecht aan de Universiteit Utrecht en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Overijsel.

Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is werkzaam bij de Belastingdienst.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/11

HR 8 december 2020, 19/03025, ECLI:NL:HR:2020:1957

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Artikel

Over het oogmerkbestanddeel in artikel 285b Sr, dwang en heimelijke belaging

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Oogmerk, belaging, dwang, artikel 285b Sr, heimelijke belaging
Auteurs Mr. A.B. (Anne-Berthe) van der Velde
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor belaging ex artikel 285b Sr is vereist dat de belager ten tijde van de delictsgedraging beschikte over het oogmerk ‘die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel vrees aan te jagen’. In deze bijdrage wordt de relatie tussen dit oogmerkbestanddeel en het begrip ‘dwingen’ onderzocht. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de door de indieners van het wetsvoorstel beoogde werking van het bestanddeel niet tot uitdrukking is gekomen in de rechtspraak. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de gevolgen voor (de toegevoegde waarde van) het oogmerkbestanddeel, van het oordeel van de Hoge Raad dat ook stiekem verrichte gedragingen als belaging kunnen worden aangemerkt.


Mr. A.B. (Anne-Berthe) van der Velde
Mr. A.B. (Anne-Berthe) van der Velde doet onderzoek naar belaging bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Italiaanse toestanden

Interne en externe deelneming aan een criminele (maffia-)organisatie

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Italiaans recht, deelneming aan een criminele maffiaorganisatie, strafrechtelijke aansprakelijkheid, facilitators, externe en interne deelneming
Auteurs Mr. dr. L.J.J. (Laura) Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    In Italië kunnen faciliterende beroepsbeoefenaars als louche notarissen, advocaten en rechters, en ook andere facilitators die een maffiaorganisatie ondersteunen zonder daarvan lid te zijn, worden vervolgd wegens ‘externe deelneming aan een criminele maffiaorganisatie’. Die strafrechtelijke aansprakelijkheid is controversieel en leidt al decennialang tot debatten in de rechtspraak en literatuur. Deze bijdrage bespreekt de ontwikkeling van de Italiaanse strafrechtelijke aansprakelijkheid wegens externe en ook interne deelneming aan een maffiaorganisatie, en vervolgens de vraag of facilitators van criminele organisaties naar Nederlands recht vervolgd (zouden kunnen) worden wegens algemene deelneming aan deelneming aan een criminele organisatie.


Mr. dr. L.J.J. (Laura) Peters
Mr. dr. L.J.J. (Laura) Peters is universitair docent Straf(proces)recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De witwasgedragingen van de a-grond van artikel 420bis Sr nader beschouwd

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden witwassen, bewijs, verbergen of verhullen, kwalificatie-uitsluitingsgrond
Auteurs Mr. dr. F.C.W. (Fanny) de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan de verschillende witwasgedragingen centraal die strafbaar zijn gesteld in artikel 420bis lid 1, aanhef en onder a, Sr (de a-grond). Onderzocht wordt wat de verschillen tussen de in de a-grond opgenomen witwasgedragingen zijn en hoe die kunnen worden verklaard. Daarnaast wordt de verhouding tussen voornoemde witwasgedragingen en de kwalificatie-uitsluitingsgrond nader onderzocht. Daarbij wordt voorgesteld de kwalificatie-uitsluitingsgrond anders in te vullen.


Mr. dr. F.C.W. (Fanny) de Graaf
Mr. dr. F.C.W. de Graaf is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad.

    Eind 2019 wees de Hoge Raad twee arresten in zaken waarin de Mr. Big-methode is ingezet om bewijsmateriaal, in de zin van een bekennende verklaring van de verdachte, te vergaren. In beide zaken is de inzet van deze methode gebaseerd op artikel 126j Sv, het stelselmatig inwinnen van informatie. Naar aanleiding van voornoemde arresten staat de auteur stil bij de verschijningsvormen van de bevoegdheid tot het stelselmatig inwinnen van informatie anno nu en de (juridische) bijzonderheden die daaraan verbonden zijn. Tevens pleit de auteur voor meer transparantie over de inzet van deze undercovermethode als een noodzakelijke voorwaarde voor een effectieve rechtmatigheids- en betrouwbaarheidstoets.


Mr. dr. S. (Sven) Brinkhoff
Mr. dr. S. Brinkhoff is als hoogleraar straf(proces)recht verbonden aan de Open Universiteit.
Artikel

De Euthanasiearresten van de Hoge Raad: lessen voor de toekomst

Een analyse van het strafrechtelijk en tuchtrechtelijk arrest in de zaak ‘Kastanje’

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden euthanasie, dementie, artikel 293 Sr, wilsbekwaamheid
Auteurs Mr. J.T.E. (Tim) Vis
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur analyseert de in de zaak ‘Kastanje’ gewezen arresten, waarin de Hoge Raad heeft bepaald dat euthanasie bij door voortgeschreden dementie wilsonbekwaam geworden patiënten, op grond van een schriftelijke wilsverklaring, onder voorwaarden is toegestaan. De auteur bespreekt waarom de thematiek in zowel de medische als juridische praktijk tot discussie leidde, beschrijft de bijzondere rechtsgang en het normenkader dat de Hoge Raad heeft vastgesteld en destilleert lessen voor de toekomst. Daarbij gaat hij in op de herijking van de positie van het strafrecht in de euthanasiepraktijk, de rol van het openbaar ministerie daarbij en ontwikkeling van de ‘medisch-professionele norm’.


Mr. J.T.E. (Tim) Vis
J.T.E. Vis is advocaat bij Vis & Van Reydt advocaten in Amsterdam.
Artikel

Poging middels voorwaardelijk opzet

Dient er in concreto sprake te zijn geweest van een aanmerkelijke kans?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden poging, uiterlijke verschijningsvorm, aanmerkelijke kans, opzet, objectieve derde
Auteurs Mr. R. (Rob) ter Haar en Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke rol speelt de aanmerkelijke kans bij de vraag of er sprake is van een strafbare poging? De auteurs betogen dat voor de beantwoording van de vraag of een kans aanmerkelijk is aansluiting moet worden gezocht bij het perspectief van de objectieve derde die, direct voorafgaand aan het moment van handelen, meekijkt over de schouder van de dader en die alleen die feiten en omstandigheden kent die de dader kent. Bepalend is of deze objectieve, in de schoenen van de dader staande, derde op basis van die kennis zou oordelen dat de mogelijkheid dat het voorziene gevolg zal intreden reëel en niet onwaarschijnlijk is.


Mr. R. (Rob) ter Haar
Mr. R. ter Haar is docent strafrecht aan de Universiteit Utrecht.

Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is jurist/assistent-boetefunctionaris bij de AFM.
Artikel

Groepsbelediging en vrijheid van meningsuiting

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden artikel 137c Sr, artikel 10 EVRM, maatschappelijk debat, onnodig grievend, politicus
Auteurs Mr. dr. A.J. (Aernout) Nieuwenhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat groepsbelediging centraal. De auteur onderzoekt op welke wijze de rechter bij de uitleg van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht rekening dient te houden met de betekenis van de vrijheid van meningsuiting. De auteur bespreekt daartoe onder meer EHRM-jurisprudentie en de toepassing van het ‘drietrapsmodel’ van artikel 137c Sr in de Nederlandse rechtspraak.


Mr. dr. A.J. (Aernout) Nieuwenhuis
Mr. dr. A.J. Nieuwenhuis is Universitair hoofddocent staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Actualiteiten rechtspraak

Access_open NTS 2020/33

HR 11 februari 2020, 19/00804, ECLI:NL:HR:2020:221

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Actualiteiten rechtspraak

Access_open NTS 2020/30

HR 11 februari 2020, 18/02505, ECLI:NL:HR:2020:223

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Artikel

De strafbare voortzetting van de werkzaamheid van een verboden organisatie in artikel 140 lid 2 Sr nader beschouwd

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden voortzetting werkzaamheid, artikel 140 lid 2 Sr, verboden organisatie, deelneming, motorclub
Auteurs Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over de strafbaarstelling in artikel 140 lid 2 Sr en de uitleg van het bestanddeel ‘de voortzetting van de werkzaamheid van een verboden organisatie’ in het licht van de wetsgeschiedenis, recente opvattingen in de literatuur en aankomende wetgeving


Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
Mr. dr. A.N. Kesteloo was tot 1 februari 2019 (juridisch) adviseur bij het openbaar ministerie, is thans met vroegpensioen, maar nog steeds actief als (zelfstandig) onderzoeker en auteur.
Artikel

Access_open Een verbod op wraakporno

Het nieuwe artikel 139h Sr kritisch beschouwd

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden lex certa, seksueel beeldmateriaal, afbeelding van seksuele aard, openbaar maken, artikel 139h Sr
Auteurs Mr. M. (Michael) Berndsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2020 is een verbod op misbruik van seksueel beeldmateriaal in werking getreden. Het nieuwe artikel 139h Sr verbiedt het zonder toestemming vervaardigen van seksueel beeldmateriaal, het beschikken over zulk materiaal en het openbaar maken ervan. Bij het wetsvoorstel werden vanuit het parlement en de strafrechtketen de nodige kanttekeningen geplaatst. Ondanks amendementen die de strafbepaling wezenlijk hebben veranderd, is niet aan alle kritiekpunten uit de parlementaire behandeling tegemoetgekomen. In dit artikel wordt artikel 139h kritisch beschouwd, waarbij onder meer de afbakening van de bestanddelen centraal staat (lex certa). Eerst wordt kort stilgestaan bij de aanleiding voor de wetswijziging en de parlementaire behandeling ervan. Vervolgens staat het wetsartikel zelf centraal. Daarna worden enkele knelpunten van deze strafbaarstelling besproken.


Mr. M. (Michael) Berndsen
Mr. M. Berndsen is advocaat bij Meijers Canatan Advocaten te Amsterdam en is onder meer gespecialiseerd in cybercrime en cassatie.
Artikel

Contempt of court als inspiratiebron voor de Nederlandse strafrechtspleging

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden common law, niet-naleving van rechterlijke beslissingen, goede strafrechtspleging, contempt by publication, rechterlijk gezag
Auteurs Mr. dr. M. (Marianne) Lochs
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is gebaseerd op het proefschrift Contempt of court. Een meerwaarde voor de goede strafrechtspleging in Nederland?. De auteur zet uiteen wat onder ‘contempt of court’ moet worden verstaan en gaat in op de vraag of het instrument een zinvolle bijdrage kan leveren aan de waarborging van een goede strafrechtspleging in Nederland.


Mr. dr. M. (Marianne) Lochs
Mr. dr. M. Lochs is advocaat bij Spong Advocaten te Amsterdam.
Actualiteiten rechtspraak

Access_open NTS 2020/14

HR 8 oktober 2019, 18/00520 ECLI:NL:HR:2019:1554

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Samenvatting

    Mishandeling door scrotum van hoofdagent vast te grijpen, nadat deze verdachte heeft aangehouden t.z.v. wildplassen (art. 304.2 Sr). Vastgrijpen van testikels aan te merken als teweegbrengen van min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording aan lichaam?

Artikel

Access_open De rechtspositie van de raadsman tijdens het politieverhoor

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden verhoorbijstand, rechtsbijstand, consultatiebijstand, politieverhoor, rechtsbescherming
Auteurs Mr. J.H.J. (Joost) Verbaan en Mr. L.E. (Laura) Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt de rechtspositie van de raadsman tijdens het politieverhoor. De advocaat heeft sinds de uitspraak in de zaak Salduz/Turkije het recht voorafgaand aan het politieverhoor aanwezig te zijn bij het verhoor. Het recht tot rechtsbijstand strekt zich ook uit tot aanwezigheid tijdens het verhoor. De invulling van dat rechtsbijstandsrecht tijdens het verhoor is geregeld in het Besluit inrichting en orde politieverhoor. De auteurs bespreken in dit artikel de houdbaarheid van die regeling. Uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) lijken te suggereren dat deze invulling te eng is.


Mr. J.H.J. (Joost) Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is wetenschappelijk docent en onderzoeker bij de afdeling Strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. L.E. (Laura) Hollander
Mr. L.E. Hollander was tot voor kort verbonden aan de Erasmus Universiteit als student-assistent en deed in het kader van haar master Strafrecht onderzoek naar de rechtspositie van de raadsman tijdens het politieverhoor. Zij rond momenteel de master Toga aan de Maas (EUR) af en is student-stagiaire bij Hertoghs Advocaten.
Artikel

Access_open Mensenhandel, uitbuiting en de Hoge Raad: een overzicht en waardering

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden mensenhandel, uitbuiting, rechtsvorming, machtenscheiding, rechtszekerheid
Auteurs Mr. dr. L.B. (Luuk) Esser
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad drukt de laatste vier jaar een belangrijk stempel op de reikwijdte van de strafbaarstelling van mensenhandel, die is opgenomen in artikel 273f Sr. Zo heeft hij het wetsartikel in belangrijke mate afgebakend door in een deel van de delictsomschrijvingen het bestanddeel ‘uitbuiting’ in te lezen. Wat zijn de implicaties van de door de Hoge Raad gekozen oplossingsrichting en hoe kunnen de door hem gemaakte keuzes worden gewaardeerd?


Mr. dr. L.B. (Luuk) Esser
Mr. dr. L.B. Esser is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Rotterdam.
Artikel

Access_open De uitzondering bevestigd: het ne bis in idem-beginsel in recente rechtspraak van de Hoge Raad in het licht van de ratio van het ne bis in idem-beginsel en vanuit Europees perspectief

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden bis, alcoholslotprogramma, criminal charge, onevenredige bestraffing, cumulatie van procedures
Auteurs Mr. W. (Willemijn) Albers en Mr. T.M. (Tessa) de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt recente rechtspraak van de Hoge Raad inzake het ne bis in idem-beginsel na het Alcoholslotprogramma-arrest. Hieruit blijkt dat dat een vergelijking met dit arrest niet opgaat en dat het arrest een uitzonderingspositie in blijft nemen. Ook wordt de rechtspraak beschouwd en gewaardeerd in het licht van de ratio van het ne bis in idem-beginsel en vanuit Europees perspectief. Geconcludeerd wordt dat de nadruk, zowel in nationale als in Europese context, (steeds meer) lijkt te liggen op evenredige bestraffing bij cumulatie van procedures, zodat recht wordt gedaan aan de materiële grondslag van het ne bis in idem-beginsel.


Mr. W. (Willemijn) Albers
Mr. W. Albers is docent Straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Mr. T.M. (Tessa) de Groot
Mr. T.M. de Groot is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad der Nederlanden. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.