Zoekresultaat: 17 artikelen

x
Jaar 2009 x
Artikel

Access_open Doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht in drievoud

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden rechtsmachtverdeling, privaatrecht, publiekrecht, bestuursrechtelijke geldschulden
Auteurs Dr. mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan in verhoudingen tussen een burger en de overheid drie vormen van doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht. De eerste vorm van doorwerking hangt samen met de rechtsmachtverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter. De tweede vorm van doorwerking hangt samen met de voorrang van publiekrechtelijke normen in het privaatrecht. Deze voorrang kan op twee manieren worden bereikt. Het is mogelijk dat publiekrechtelijke normen op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien gebruik gemaakt wordt van een privaatrechtelijke bevoegdheid. Een andere wijze waarop deze voorrang kan worden bewerkstelligd is het opnemen van een regeling in het publiekrecht van materie die ook in het BW is geregeld. De derde vorm van doorwerking betreft de doorwerking van publiekrechtelijke regels via open normen in het privaatrecht. Met het oog op de toekomst rijst de vraag welke van deze drie vormen van doorwerking in de toekomst zullen blijven bestaan en welke het meest prominent zullen worden.


Dr. mr. M.W. Scheltema
Dr. mr. M.W. Scheltema is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.
Artikel

Een gevaarlijke driehoeksverhouding?

Falende staten, georganiseerde misdaad en transnationaal terrorisme

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2009
Auteurs Tanja E. Aalberts
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years it has become popular in political discourse and academic literature to talk about the blurring boundaries between transnational terrorism and organized crime. In addition, the terrorist attacks of 11 September 2001 have instigated a debate on the link between transnational terrorism and state failure. This article scrutinizes this so-called ‘black hole’ thesis and its relationship to the crime-terror nexus by addressing the political significance of such conceptual blurring within an international context that is increasingly characterized by uncertainty and uncontrollable risks.


Tanja E. Aalberts
Dr. Tanja E. Aalberts is universitair docent aan de Universiteit Leiden (taalberts@fsw.leidenuniv.nl).

    Uit de aanduiding ‘kernrandzone’ kan niet worden afgeleid dat rekening dient te worden gehouden met woningbouw op deze gronden.

    Ondanks het gestelde dorpse karakter van Halsteren, diende ten tijde van de aankoop van het perceel rekening te worden gehouden met alle woonvormen die in een woonwijk in ontwikkeling denkbaar zijn, waaronder hoogbouw in vijf bouwlagen.

Artikel

Wie is de waterbeheerder en wat moet hij doen?

Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de waterbeheerder in de Waterwet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden waterbeheer, Waterwet, overheidszorg, functioneel decentraal beheer
Auteurs Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick
SamenvattingAuteursinformatie

    In een themanummer over de Waterwet kan een beschrijving van de waterbeheerder en zijn taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden niet ontbreken. De Waterwet regelt het beheer en gebruik van het watersysteem in al zijn aspecten.1x Zie naast de bijdragen in dit themanummer over de Waterwet eveneens S. Handgraaf, De Waterwet, M en R? 2009, p. 489-496; zie over het wetsvoorstel T.P. de Kramer & N. Teesing (red.), De nieuwe Waterwet, Vereniging voor milieurecht 2007-2, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2007, M.N. Boeve & L. van Middelkoop (red.), Het waterrecht in perspectief. Actuele ontwikkelingen en doorwerking naar het milieurecht en het ruimtelijke-ordeningsrecht, Groningen: Europa Law Publishing 2008, p. 35-52, en over het voorontwerp H.J.M. Havekes, Het voorontwerp Waterwet, M en R 2005, p. 628-632. Zie eveneens E.C.M. Schippers & J.H. Geerdink, Alles over water in een notendop (in twee delen), Gemeentestem 2008, 7296, p. 261-272 en Gemeentestem 2008, 7297, p. 289-302. De nadruk ligt daarbij op het watersysteem: het samenhangende geheel van één of meer oppervlaktelichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Deze definiëring geeft ook de ruime reikwijdte van de wet: het gaat om het gehele watersysteem, maar de Waterwet reguleert niet de waterketen.2x Zie hierover P. Jong, Watersysteem en waterketen in de water- en milieuwetgeving, in: M.V.C. Aalders & R. Uylenburg (red.), Het milieurecht als proeftuin, 20 jaar Centrum voor Milieurecht, Groningen: Europa Law Publishing 2007, p. 57-72. De drinkwatervoorziening en het verzamelen en transport van afvalwater vallen buiten de reikwijdte van de wet.

Noten

  • * De leerstoel wordt financieel ondersteund door de Stichting Schilthuisfonds. Tevens maakt Marleen van Rijswick deel uit van de door de Stichting Leven met Water ingestelde multidisciplinaire ‘leertafel’ Watergovernance, waar zij is benoemd op de leerstoel Ontwikkelingsgericht waterrecht.
  • 1 Zie naast de bijdragen in dit themanummer over de Waterwet eveneens S. Handgraaf, De Waterwet, M en R? 2009, p. 489-496; zie over het wetsvoorstel T.P. de Kramer & N. Teesing (red.), De nieuwe Waterwet, Vereniging voor milieurecht 2007-2, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2007, M.N. Boeve & L. van Middelkoop (red.), Het waterrecht in perspectief. Actuele ontwikkelingen en doorwerking naar het milieurecht en het ruimtelijke-ordeningsrecht, Groningen: Europa Law Publishing 2008, p. 35-52, en over het voorontwerp H.J.M. Havekes, Het voorontwerp Waterwet, M en R 2005, p. 628-632. Zie eveneens E.C.M. Schippers & J.H. Geerdink, Alles over water in een notendop (in twee delen), Gemeentestem 2008, 7296, p. 261-272 en Gemeentestem 2008, 7297, p. 289-302.

  • 2 Zie hierover P. Jong, Watersysteem en waterketen in de water- en milieuwetgeving, in: M.V.C. Aalders & R. Uylenburg (red.), Het milieurecht als proeftuin, 20 jaar Centrum voor Milieurecht, Groningen: Europa Law Publishing 2007, p. 57-72.


Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick
Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick is hoogleraar Europees en nationaal waterrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Van Pkb naar AMvB

De systematiek van het nationale waterbeleid onder de AMvB Ruimte

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden AMvB Ruimte, planologische kernbeslissing, provinciale verordening, Bestuurlijke omgangscode AMvB Ruimte
Auteurs Mw. M. Claessens en Mw. mr. D.S.P. Fransen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ministerraad heeft 2 juni 2009 op voorstel van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) ingestemd met het ontwerp van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: AMvB Ruimte).1x (Bijlage bij) Kamerstukken II 2008/09, 31 500, nr. 15. De AMvB Ruimte bevat alle ruimtelijke beleidskaders van het Rijk en vormt het sluitstuk van het nieuwe stelsel van de ruimtelijke ordening. Dit stelsel is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 geïntroduceerd.2x Stb. 2008, 180 (Invoeringswet Wro). Met de Wro wordt een nieuwe sturingsfilosofie geïntroduceerd, waar de AMvB in kwestie een uitwerking van is. De sturingsfilosofie gaat uit van de gedachte dat de verschillende overheden, met het Rijk in de regierol, worden gedwongen om te bepalen wat van nationaal en provinciaal belang is binnen het ruimtelijk beleid, en voorts te bepalen op welke wijze deze nationale en provinciale belangen moeten doorwerken op gemeentelijk niveau. De AMvB Ruimte vormt het instrument waarmee de vóóraf in kaart gebrachte nationale belangen kunnen doorwerken naar provinciaal en/of gemeentelijk niveau.

Noten

  • 1 (Bijlage bij) Kamerstukken II 2008/09, 31 500, nr. 15.

  • 2 Stb. 2008, 180 (Invoeringswet Wro).


Mw. M. Claessens
Mw. M. Claessens volgt thans een Master Omgevingsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en een Master Staats- en Bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Leiden. Als uitvloeisel van een juridisch assistentschap bij Stibbe is zij medeauteur van deze bijdrage.

Mw. mr. D.S.P. Fransen
Mw. mr. D.S.P. Fransen is advocaat bij Stibbe en is gespecialiseerd in het omgevingsrecht.
Artikel

Mediation en strafrecht: een proces naast een proces

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2009
Trefwoorden Mediation, Strafrechtmediation, Bijzondere voorwaarde, Herstelbemiddeling
Auteurs Janny Dierx
SamenvattingAuteursinformatie

    Mediation met slachtoffer en dader kan een succesvolle interventie zijn in het kader van het strafproces. Zowel een verwijzing naar mediation als de afspraken die slachtoffer en dader hebben vastgelegd in een mediationovereenkomst kunnen door de rechter worden opgelegd als bijzondere voorwaarde. Door gebruik te maken van deze mogelijkheden kan de rechter een impuls geven aan de ontwikkeling van een court-connected systeem voor mediation. Nederland zou daarmee aansluiten bij de internationale opmars van toepassing van mediation als interventie in het strafrecht. In dit artikel worden een aantal uitgangspunten van court-connected strafrechtmediation uitgewerkt.


Janny Dierx
Janny Dierx is adviseur en mediator bij organisatieadviesbureau De Beuk.
Jurisprudentie

Overlijdensschade

HR 10 april 2009, LJN BG8781, RvdW 2009, 514

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2009
Trefwoorden overlijdensschade, gederfd levensonderhoud, kosten lijkbezorging, schadebeperkingsplicht
Auteurs Mevrouw mr. M.C.J. Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 6:108 BW lijkt op het eerste gezicht een duidelijke, limitatieve omschrijving te geven van de kring van vorderingsgerechtigden en van hun vorderingsrechten (gederfd levensonderhoud en de kosten van lijkbezorging). Echter, schijn bedriegt.Zelfs in op het eerste gezicht eenvoudige en veelvoorkomende situaties blijkt aan de hand van de wet vaak geen eenduidig antwoord te kunnen worden gegeven op de vraag hoe de schade wegens gederfd levensonderhoud vastgesteld moet worden. En zelfs over de vraag wat onder kosten van lijkbezorging moet worden verstaan, bestaat nog steeds geen overeenstemming.Bij de vaststelling van de schade leidt dat tot langdurige en daarmee voor de nabestaanden emotioneel belastende discussies over gecompliceerde vraagstukken zoals onder meer de behoeftigheid, abstracte of concrete schadebenadering en de wijze van verrekening van uitkeringen uit sommen- en levensverzekeringen, enzovoort.


Mevrouw mr. M.C.J. Peters
Mevrouw mr. M.C.J. Peters is advocaat bij Hekkelman Advocaten en Notarissen.
Artikel

Omgevingsdiensten: kans of bedreiging?

Een geluid uit de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2009
Trefwoorden package deal VROM-IPO-VNG, omgevingsdienst, regionale uitvoeringsorganisatie, RMD West-Brabant, gemeenschappelijke regeling, centrumgemeente-constructie
Auteurs Ir. J.H.J. Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Gemeenten en provincies moeten samen regionale uitvoeringsorganisaties opzetten (omgevingsdiensten) voor de uitvoering van vergunningverlening en toezicht bij complexe bedrijven, voor complexe handhaving en ketentoezicht. Regionale milieudiensten hebben aangetoond dat samenwerking in een gemeenschappelijke regeling heel succesvol kan zijn.Samenwerken biedt voordelen op het vlak van kwaliteit, continuïteit, onafhankelijkheid en efficiency. De kwaliteit van de dienstverlening kan verder toenemen als gemeenten en provincies de ondersteuning bij de uitvoering van milieutaken niet beperken tot vergunningverlening en toezicht.De regionale uitvoeringsorganisatie is primair een dienstverlener aan overheden. Dat stelt eisen aan de inrichting en organisatie van de omgevingsdiensten. Ervaringen van de regionale milieudiensten kunnen hierbij van grote waarde zijn.


Ir. J.H.J. Groot
Ir. J.H.J. (Jan) Groot is directeur van de Regionale Milieudienst West-Brabant (RMD) en bestuurslid van het Landelijk Overleg Regionale Milieudiensten (LORM). Hij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.
Discussie

Shelley en een Europese grondwet in verzen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Europese grondwet, Grondrechten, Preambule, Poëtica
Auteurs prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    De grote Engelse dichter Shelley besloot zijn Defense of Poetry (1821) met de uitroep: `Poets are the unacknowledged legislators of the world.’ Shelley denkt hierbij aan grote dichters zoals Homerus, Dante of Milton die het wereldbeeld bepaalden waar gewone wetgevers zich maar naar hadden te voegen. Toch wil Shelley de verbeelding niet aan de macht helpen; dichters staan bij hem buiten en tegenover de machtige instellingen en personen van hun tijd. Zij kunnen een visie op een betere ordening formuleren waar anderen zich op kunnen richten. Is dat laatste streven niet ook aan de orde bij het project van een 40-tal dichters om, uit bezorgdheid over de impasse waarin de Europese Unie verkeert, een Europese grondwet in verzen te ontwerpen? Er zijn de nodige overeenkomsten tussen hun aanpak en die van Shelley.


prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl.
Jurisprudentie

Verlies van eenheid en overgang van onderneming

Hof van Justitie EG 12 februari 2009, C-466/07, JAR 2009/92 (Dietmar Klarenberg/Ferrotron Technologies GmbH)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Trefwoorden overgang van onderneming: ondernemingsbegrip, identiteitsbehoud, behoud van eenheid, gelijkwaardige functie in nieuwe organisatie
Auteurs Dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in het Klarenberg-arrest overwogen dat een onderneming haar identiteit kan behouden – en alle werknemers dus met behoud van hun arbeidsovereenkomst overgaan – zolang de functionele band tussen de productiefactoren behouden blijft. Hiermee is duidelijk dat het enkele onderbrengen van de onderneming in een nieuw organisatorisch verband geen overgang voorkomt. Voorts eist het Hof in deze zaak niet dat de verkrijger aan de werknemer exact dezelfde functie aanbiedt, maar lijkt een gelijkwaardige functie te volstaan. Is ook die ‘volstrekt’ niet te bieden, dan komt een ontslag voor rekening van de werkgever.


Dr. R.M. Beltzer
Dr. R.M. Beltzer is universitair hoofddocent arbeidsrecht aan de UvA.

    ‘Icesave’, een bijkantoor van het IJslandse Landsbanki, en Indover Bank waren eind vorig jaar aan een noodregeling onderworpen die in een faillissement is omgezet. De auteur bespreekt de toepasselijk regels uit de Wet op het financieel toezicht en de Faillissementswet, alsmede hun Europese herkomst. Naar aanleiding van een aantal deelvragen worden aanbevelingen gedaan: over de grondslag van de rechterlijke bevoegdheid om een faillissement van een bank uit te spreken, het verzoek en de procedureregels bij faillietverklaring van een bank, informatie- en kennisgevingsverplichtingen van De Nederlandsche Bank en de curator, de omzetting van een noodregeling in een opvolgend faillissement en de rechtsregels die ná omzetting van toepassing zijn.


Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is hoogleraar Internationaal Insolventierecht aan de Universiteit Leiden.
Discussie

Crisis en contract

Een aantal opmerkingen over de toepassing van artikel 6:258 BW in tijden van recessie

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2009
Trefwoorden artikel 6:258 BW, kredietcrises, contract, onvoorziene omstandigheden
Auteurs Mr. M.E.M.G. Peletier
SamenvattingAuteursinformatie

    Peletier meent dat art. 6:258 - conform het parool van de wetgever – tot nu toe door de rechter met de nodige terughoudendheid werd bejegend. Peletier signaleert dat door de crisis veroorzaakte contractuele perikelen vooralsnog echter vooral buiten rechte lijken te worden opgelost en concludeert dat waar in de literatuur op goede grond voor een heronderhandelingsplicht als alternatief voor rechterlijk ingrijpen bij onvoorziene omstandigheden is gepleit, zo’n eventuele, buiten het zicht van de rechter ontstane praktijk als winst kan worden beschouwd.


Mr. M.E.M.G. Peletier
Mr. M.E.M.G. Peletier is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

De civielrechtelijke kwalificatie van een financial leaseovereenkomst met koopoptie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2009
Trefwoorden lease, huurkoop, onbenoemde overeenkomsten, kwalificatie, Draft Common Frame of Reference
Auteurs Mr. I.S.J. Houben
SamenvattingAuteursinformatie

    Kwalificatie van een financial leaseovereenkomst blijkt onverminderd moeilijk te zijn. In deze bijdrage wordt vooral ingegaan op recente ontwikkelingen wat betreft de mogelijke kwalificatie van een financial leaseovereenkomst als huurkoop.


Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Aspecten van de vaststellingsovereenkomst

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2009
Trefwoorden vaststellingsovereenkomst, dwaling, bindend advies, dwingend recht, openbare orde
Auteurs Mr. A.H. Santing-Wubs
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van een recente uitspraak van de Hoge Raad en een bindend advies van de Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog wordt in deze bijdrage ingegaan op enkele aspecten van de vaststellingsovereenkomst. Aan de orde komen onder meer de mogelijkheid een beroep te doen op dwaling en de toetsing op grond van art. 7:902 BW.


Mr. A.H. Santing-Wubs
Mr. A.H. Santing-Wubs is universitair docent privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    In Nieuws wordt verslag uitgebracht van actuele ontwikkelingen.

Jurisprudentie

Werkgeversaansprakelijkheid in geval van werkgerelateerde verkeersongevallen

Hoge Raad 12 december 2008, JAR 2009/15, JIN 2009/82 m.nt. Houweling (Maatzorg de Werven/Van der Graaf)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2009
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, verkeersongeval, zorgplicht, goed werkgeverschap, behoorlijke verzekering
Auteurs Mr. A.R. Houweling
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2008 heeft de Hoge Raad vijf arresten inzake werkgeversaansprakelijkheid bij werkgerelateerde verkeersongevallen gewezen, waaronder het arrest Maatzorg de Werven/Van der Graaf. De auteur bespreekt dit arrest en plaatst de rechtsoverwegingen van de Hoge Raad in een breder kader. Hij onderzoekt of dit arrest leidt tot een algemene verzekeringsplicht voor werkgerelateerde schade en hoe deze verzekeringsplicht (als ‘aanvullende zorgplicht’) zich verhoudt tot artikel 7:658 BW. Hij concludeert dat er nog geen sprake is van een algemene verzekeringsplicht, waarschuwt voor een te grote afhankelijkheid van de verzekeringsmarkt in dat kader en bepleit dat wijziging van het aansprakelijkheidsstelsel aan de wetgever is voorbehouden en niet via ons hoogste rechtscollege kan en mag worden vormgegeven.


Mr. A.R. Houweling
Mr. dr. A.R. Houweling is wetenschappelijk docent EUR.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.