Zoekresultaat: 8 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Uitleg van leverings- en vestigingsakten; een herbezinning waard?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2010
Trefwoorden objectieve uitleg, Haviltex, leveringsakte, vestigingsakte, wils-vertrouwensleer
Auteurs Mr. P. Memelink
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2001 oordeelde de Hoge Raad dat bij onenigheid over de omvang van een overgedragen onroerende zaak of de vestiging van een beperkt recht, de notariële akte moet worden uitgelegd aan de hand van objectieve maatstaven. Op die wijze van uitleg is in de literatuur kritiek geuit, die de Hoge Raad vooralsnog geen aanleiding heeft gegeven om op zijn oordeel terug te komen. Twee zaken waarin de uitleg van een notariële leveringsakte aan de orde kwam, werden begin dit jaar afgedaan met art. 81 Wet RO. De ‘objectieve uitleg’ van een notariële vestigingsakte werd nogmaals bevestigd in een arrest van 22 oktober jongstleden. In dit artikel pleit de auteur voor herbezinning op de wijze van uitleg van notariële akten.


Mr. P. Memelink
Mr. P. Memelink is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling civiel recht) van de Universiteit Leiden.
Artikel

Vuurwerkramp Enschede: de Staat gaat vrijuit

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden vuurwerkramp, overheidsaansprakelijkheid, Enschede, ramp
Auteurs Mr. E.M. van Orsouw
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor deze bijdrage is de uitspraak van de Hoge Raad op 9 juli 2010 over de vuurwerkramp. Waar de vordering bij de Hoge Raad strandt op cassatietechnische gronden, werpt de zaak niettemin vele interessante vragen op. Wat is de invloed van politieke keuzes op de vraag wat we van de overheid mogen verwachten in het kader van rampenbestrijding? Wat te doen met gevaar van wijsheid achteraf bij de beoordeling of een bepaalde ramp had kunnen en moeten worden voorkomen? Heeft de kennis van een enkele ambtenaar te gelden als kennis van ‘de Staat’? Mag de Staat bij zijn doen en laten zonder meer vertrouwen op de naleving van afgegeven vergunningen?


Mr. E.M. van Orsouw
Mr. E.M. van Orsouw is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Enkele aandachtspunten aangaande de omgang met IPR-regels en vreemd recht volgens het voorgestelde Boek 10 BW

Een nationale IPR-codificatie in een context van europeanisatie van het IPR

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, buitenlands recht
Auteurs Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het codificatieproces van het Nederlandse internationaal privaatrecht bevindt zich in de eindfase. In deze bijdrage neemt de auteur enkele bijzondere aspecten van omgang met IPR-regels en vreemd recht volgens het voorgestelde Boek 10 Burgerlijk Wetboek onder de loep, met name de ambtshalve toepassing van IPR-regels en vreemd recht, evenals de problematiek van het in te schakelen surrogaatrecht indien vreemd recht niet kenbaar is of strijdig blijkt met de openbare orde. De door de Nederlandse wetgever ter zake gemaakte keuzes worden blootgelegd en gesitueerd in een context van europeanisatie van het internationaal privaatrecht.


Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
Prof. dr. V. Van Den Eeckhout is professor ‘Vergelijkend en Europees internationaal privaatrecht’ aan de Universiteit Antwerpen en universitair hoofddocent internationaal privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Uniformiteit boven diversiteit

De gedeeltelijke navolging van oordelen van de Commissie gelijke behandeling inzake godsdienst in de rechtspraak

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Commissie gelijke behandeling, handenschudden, gewetensbezwaarde trouwambtenaar, rechter
Auteurs Hans-Martien ten Napel
SamenvattingAuteursinformatie

    The opinions of the Dutch Equal Treatment Commission (CGB) in religious cases have been followed only partially by the courts. Thus from two judicial rulings on the shaking of hands by Muslims, an interesting difference in approach with the CGB becomes clear. Although it agrees with elements of the reasoning by the CGB, amongst others the Dutch Administrative High Court in contrast with the CGB puts uniformity above diversity with respect to this way of exchanging greetings. However, one can live with this difference in outcome, since in the past the CGB itself took the same approach of uniformity in the subject-matter. As it does today with respect to Christian registrars who refuse to conduct same-sex marriages.


Hans-Martien ten Napel
Mr. dr. H.-M.Th.D. ten Napel is universitair docent bij het Instituut voor Publiekrecht, afdeling Staats- en Bestuursrecht, van de Universiteit Leiden.
Artikel

De ambtenaar en art. 6:170 BW: de bestuursrechter of de civiele rechter?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden schadebesluit, forumkeuze, ondergeschikte, aansprakelijkheid jegens, ambtenaar, schadevergoeding
Auteurs Mr. D.E. Alink
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 30 oktober 2009 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen, waarin aan de orde was dat een ambtenaar tijdens een lunchpauze letsel heeft toegebracht aan een collega-ambtenaar. De vraag rijst of het arrest dient te worden geplaatst in het kader van het Staat/Zevenbergen-arrest – op grond waarvan (ook) een ambtenaar de keuze heeft zich te wenden tot de bestuursrechter dan wel de civiele rechter indien hij een schadevergoeding vordert op grond van de onrechtmatigheid van een besluit – of dat de Hoge Raad en de Centrale Raad van Beroep (CRvB) de vraag of deze kwestie thuishoort bij de civiele rechter dan wel de bestuursrechter verschillend beantwoorden.


Mr. D.E. Alink
Mr. D.E. Alink is gerechtsauditeur bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

De invloed van de Corporate Governance Code op het vermogensrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Corporate Governance Code, maatschappelijk verantwoord ondernemen, gerechtvaardigd vertrouwen, maatschappelijke opvattingen, Bonus
Auteurs Mr. P. Memelink
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de vraag naar de status en invloed van de Corporate Governance Code op het vermogensrecht centraal. Geschetst wordt hoe de Code in elkaar zit, wat de jongste ontwikkelingen zijn op het gebied van corporate governance en hoe veranderende maatschappelijke opvattingen daaromtrent doorwerken in de Code én het (vermogens)recht. Hoewel de Code in beginsel geen rechtens afdwingbare gedragsnormen voorschrijft, kan volgens de auteur niet gezegd worden dat de Code geen invloed heeft op het (vermogens)recht.


Mr. P. Memelink
Mr. P. Memelink is universitair docent bij de afdeling Civiel recht aan de Universiteit Leiden.

    Proefschrift van mr. F. Damsteegt-Molier, besproken door mr. J.A. van der Weide.


Mr. J.A. van der Weide
Mr. J.A. van der Weide is Universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de mogelijkheid tot wijziging van overnamecontracten op grond van artikel 6:230 BW in het geval een beroep op vernietiging wegens dwaling is uitgesloten.


Mr. drs. M.B. Krestin
Mr. drs. M.B. Krestin is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.